Amsterdam: +31 20 737 20 66
Almelo: +31 546 89 82 46
Leeuwarden: +31 20 236 10 24

image_pdf

Datum: 26-06-2019
Bijlage(n) bij dit artikel:Quick scan juridische uitvoerbaarheid krimpmaatregelen veestapel

Quick scan juridische uitvoerbaarheid inkrimping veestapel

1. Inleiding

1.1. Aanleiding

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) biedt politieke partijen de mogelijkheid aan om de maatregelen uit hun verkiezingsprogramma’s voor de periode 2017-2021 te laten analyseren op structurele effecten op de leefomgeving in het kader van de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2017. Partijen leveren daartoe een concreet maatregelenpakket aan dat het PBL analyseert op leefomgevingseffecten voor enkele indicatoren zoals ammoniakemissie, broeikasgassen en biodiversiteit. Partijen doen onder andere voorstellen rond het afromen van fosfaat- en dierrechten (waardoor de omvang van de veestapel krimpt) in uiteenlopende varianten. Hoewel het PBL in het kader van de verkiezingsprogramma’s geen toets op de uitvoerbaarheid van de mogelijke krimpopties doet, wenst het PBL niet volledig voorbij te gaan aan de juridische houdbaarheid van de maatregelen die partijen voorstellen.

Tegen de achtergrond van de actuele discussie over krimp van de melkveestapel in het licht van derogatie op grond van de Nitraatrichtlijn, wil het PBL een breed spectrum van mogelijke krimpopties beschouwen (in de periode tot 2030, uitgaande van een peildatum van 2 juli 2015, conform het wetsvoorstel ‘Wijziging van de Meststoffenwet in verband met de invoering van een stelsel van fosfaatrechten’, Kamerstukken 34 532):

  • Krimp van de melkveestapel door het generiek afromen van fosfaatrechten;
  • Krimp van de melkveestapel door het afromen van fosfaatrechten bij transacties;
  • Krimp van de varkens- en pluimveestapel door het generiek afromen van varkens- en pluimveerechten;
  • Krimp van de varkens- en pluimveestapel door het afromen van varkens- en pluimveerechten bij transacties.

Het doel van onderhavig onderzoek is om te duiden onder welke randvoorwaarden inkrimping van de veestapel juridisch houdbaar is. Richtinggevende vragen daarbij zijn:

  1. Welke algemene overwegingen moeten ten grondslag liggen aan een krimpmaatregel om juridisch houdbaar te zijn? Daarbij kan worden gedacht aan mogelijke schadevergoeding wegens kapitaalvernietiging;
  2. Wetende dat Nederland moeite heeft met het halen van de doelen van de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water, is het voorstelbaar dat een rechter oordeelt dat een generieke krimp van de veestapel door afromen van fosfaat- dan wel dierrechten juridisch houdbaar is?;
  3. Wetende dat Nederland op lange termijn streeft naar een reductie van de broeikasgas-emissies, is het voorstelbaar dat een rechter oordeelt dat een generieke krimp van de veestapel door afromen van fosfaat- dan wel dierrechten juridisch houdbaar is (mits ook in andere sectoren broeikasgasemissiereducties van 80%-90% gerealiseerd worden)?;
  4. Klopt de stelling dat des te hoger het voorgestelde krimppercentage is, des te kleiner de kans dat de krimpmaatregel juridisch houdbaar is?;
  5. Maakt het vanuit juridisch oogpunt uit of afromen generiek plaatsvindt dan wel gekoppeld is aan transacties? Is de ene vorm van afromen sneller juridisch houdbaar dan de andere?;
  6. Maakt het vanuit juridisch oogpunt uit of de krimp alle diersoorten betreft of zich alleen toespitst op de melkveesector?;
  7. Maakt het vanuit juridisch oogpunt uit of naast een verplichte afroming per transactie, ook een opkoopregeling bestaat?

1.2. Methoden van onderzoek, resultaat en producten

Het onderzoek is een desk-studie (wet- en regelgeving, jurisprudentie, parlementaire geschiedenis en literatuur) – bij wijze van quick scan – naar de juridische aanvaardbaarheid en uitvoerbaarheid van het afromen van fosfaat-, varkens- en pluimveerechten door de overheid met als doel een inkrimping van de veestapel. De onderzoeksresultaten zijn in de vorm van het onderhavige rapport gepresenteerd. Aspecten gerelateerd aan staatssteun vallen in dit onderzoek buiten beschouwing, evenals bepalingen die zien op een goede marktwerking (zoals het Europees recht inzake het vrij verkeer van goederen).

1.3. Opbouw van dit rapport

De opbouw van dit rapport is als volgt. In paragraaf 2 zullen de ontwikkelingen in de mestproductie worden beschreven. Vervolgens wordt in paragraaf 3 de Europeesrechtelijke achtergrond geschetst van de invoering van een fosfaat- en dierrechtenstelsel. Daarna komt in paragraaf 4 het nationale stelsel inzake dier- en fosfaatrechten aan bod. Vervolgens komt de daadwerkelijke beantwoording van de onderzoeksvragen aan de orde. Achtereenvolgens komen aan bod welke algemene overwegingen aan een krimpmaatregel ten grondslag moeten liggen om juridisch houdbaar te zijn (paragraaf 5); of het voorstelbaar is dat een rechter oordeelt dat een generieke krimp van de veestapel door afromen van fosfaat- dan wel dierrechten juridisch houdbaar is, wetende dat Nederland moeite heeft met het halen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water en de Nitraatrichtlijn (paragraaf 6); of het voorstelbaar is dat een rechter oordeelt dat een generieke krimp van de veestapel door afromen van fosfaat- dan wel dierrechten juridisch houdbaar is (mits ook in andere sectoren broeikasgasemissiereducties van 80%-90% gerealiseerd worden), wetende dat Nederland op lange termijn streeft naar een reductie van de broeikasgasemissies (paragraaf 7); of de stelling klopt dat des te hoger het voorgestelde krimppercentage is, des te kleiner de kans dat de krimpmaatregel juridisch houdbaar is (paragraaf 8); of het vanuit juridisch oogpunt uitmaakt of afromen generiek plaatsvindt dan wel gekoppeld is aan transacties, met andere woorden of de ene vorm van afromen sneller juridisch houdbaar dan de andere (paragraaf 9); of het vanuit juridisch oogpunt uitmaakt of de krimp alle diersoorten betreft of zich alleen toespitst op de melkveesector (paragraaf 10) en of het vanuit juridisch oogpunt uitmaakt of naast een verplichte afroming per transactie, ook eenopkoopregeling bestaat (paragraaf 11). Wij sluiten af met een conclusie, die tevens als samenvatting dient (paragraaf 12).


Gerelateerd

Voorschriften OBM moeten te herleiden zijn tot mer-beoordelingsaanmeldnotitie
Annotatie Soppe ABRvS 13 november 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:3820, M en R 2020/18
Relativiteit bij het MER: deelaspecten van het milieuonderzoek
Erwin schreef een noot onder ABRvS 18 maar 2020, ECLI:NL:RVS:2020:801 in M en R 2020/49….
Aanleg rieteilanden en rietkraag is een beschermingsmaatregel waarmee in de passende beoordeling rekening mag worden gehouden
Marieke schreef een noot onder ABRvS 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4360 in M en R 2020/10…
Omvang van Europese onderzoeksverplichtingen naar milieueffecten voor het verlengen van de termijn van elektriciteitsproductie door twee Belgische kerncentrales
Erwin Noordover schreef een annotatie bij HvJ EU 29 juli 2019, C-411/17, ECLI:EU:C:2019:622 (Inter-Environnement Wallonie…
De ADC-toets centraal
Derek schreef een noot bij ABRvS 24 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2560 in JM 2019/156, afl. 11,…
Actualiteiten Natuurbeschermingsrecht 2018/2019
Marieke schreef een artikel in M en R 2019/88 over de actualiteiten van het natuurbeschermingsrecht…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2019 – Soortenbescherming (deel 2)
Marieke en Fleur schreven een kroniek over de ontwikkelingen van het natuurbeschermingsrecht inzake soortenbescherming in…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2019 – Gebiedsbescherming (deel 1)
Marieke en Fleur schreven een kroniek over de ontwikkelingen van het natuurbeschermingsrecht in 2019 in…
Prejudiciële vragen Habitatrichtlijn; hoe om te gaan met natuurwaarden waarvoor een gebied niet is aangewezen
Marieke schreef een noot bij HvJ EU 7 november 2018, ECLI:EU:C:2018:883 in 1. Dit arrest,…
Toename endotoxinen leidt tot mer-plicht
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 22 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1632, M en R 2019/81
Besluitbegrip. Besluit tot goedkeuring van een faunabeheerplan. Vaststelling faunabeheerplan.
M. Bauman, D. Sietses & J.V. van Ophen schreven een noot onder ABRvS 20 maart…
Lucht boven Natura 2000-gebied onderdeel van het gebied?
Marieke scheef een noot bij Rb. Den Haag 7 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:2665 in M en…
Schorsing vergunningen gebaseerd op het PAS
Marieke schreef een noot bij ABRvS 9 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:795 in M en R 2018/61. …
Het verschil tussen ‘mitigerende’ en ‘compenserende’ maatregelen
Marieke schreef een noot bij HvJ EU 25 juli 2018, ECLI:EU:C:2018:593 in M en R…
Effectiviteit van luchtwassers voor geurreductie
Annotatie Kevelam ABRvS 28 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3885, M en R 2019/13
Omgevingsrechtelijke besluitvorming voor zonneparken: een overzicht
In Bouwrecht 2018/77 gingen Erwin Noordover en Neeltje Walgemoed in op de omgevingsrechtelijke besluitvorming voor…
Actualiteiten Natuurbeschermingsrecht 2018
Marieke schreef een artikel over hetgeen zij besprak tijdens haar presentatie op de Actualiteitendag van…
Artikel 5.16 Wm niet buiten toepassing vanwege WHO-advieswaarden luchtkwaliteit
Annotatie ABRvS 19 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3061, M en R 2018/127
Geen wettelijk kader endotoxinen. Bevoegd gezag dient te bepalen welke maatregelen bij endotoxinen in het belang van de bescherming van het milieu nodig zijn. Bij die bepaling heeft het bevoegd gezag beoordelingsruimte.
Annotatie Kevelam ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2395, M en R 2018/103
Weigering verklaring van geen bedenkingen geitenhouderij vanwege volksgezondheidsrisico’s
Annotatie Kevelam ABRvS 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2189, M en R 2018/102
Alternatieve locaties in een milieueffectrapport
Erwin Noordover schreef een noot onder ABRvS 2 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1436, in BR 2018/59 over…
Ook bij één besluit verplichte Wro-coördinatie ingeval van toepasselijkheid artikel 9f Elektriciteitswet 1998
Annotatie Kevelam ABRvS 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:766, M en R 2018/74
Stront aan de knikker? Het fosfaatrechtenstelsel in het licht van art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM
Milieu & Recht 2017/5 (61), p. 388-400
Geen vergunningvoorschriften gebruik of milieuaspecten aan omgevingsvergunning bouwen
Annotatie Soppe ABRvS 14 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3331, M en R 2017/39
Vergunningplicht beweiden en uitrijden van mest
Een Nbw-vergunning is ook nodig voor het beweiden van koeien en het uitrijden van mest….
Relativiteitsvereiste in de weg aan vernietiging omgevingsvergunning beperkte milieutoets
Annotatie Soppe Rb Oost-Brabant 2 juli 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:3318, M en R 2015/121
Relativiteitsvereiste in relatie tot plan-mer-regeling en artikel 7.2a Wm
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1713, TBR 2015/114
De programmatische aanpak stikstof: komt de PAS van pas?
D. Sietses & A. Drahmann schreven een artikel in BR 2015/48, afl. 6 over de…
Revisie- of veranderingsvergunning?
Marieke Kaajan beschreef wanneer een revisievergunning kan worden verlangd. In Niewsbrief StAB 2015-1 verscheen een…
De curator als overtreder
Erwin Noordover schreef ‘De curator als overtreder’ in Tijdschrift voor Insolventierecht, 2015/12. Een failliet bedrijf…
Hoofdlijnen milieubestuursrecht
Hoofdlijnen milieubestuursrecht, 2015, hoofdstuk 9 (Milieueffectrapportage), pag. 187-208
Geen omgevingsvergunningplichte beperkte milieutoets melkrundveehouderij onder drempel categorie D-14 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 29 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3841, M en R 2015/37
Tailormade regelgeving voor windturbineparken op de Noordzee
Erwin Noordover en Annemarie Drahmann schreven ‘Tailormade regelgeving voor windturbineparken op de Noordzee’, TO oktober…
Windparken en leefomgeving
Marieke Kaajan en Erwin Noordover schreven samen “Windparken en leefomgeving: een toelichting op enkele angels uit…
Gaan de wieken sneller draaien met de Structuurvisie wind op land?
In Bouwrecht 2013/89 gingen Erwin Noordover en Aaldert ten Veen in op de Rijksstructuurvisie wind…
Het Besluit milieueffectrapportage (Cat. 18.2 bijlage D)
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 10 november 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO3494 inz. het Besluit milieueffectrapportage (Cat….
Revisievergunning Corus
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 28 mei 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD2643 inz. Revisievergunning, MenR 2008/73. 1…