ENVIR ADVOCATEN
Keizersgracht 451-1V
1017 DK Amsterdam
T +31 20 737 20 66
F +31 20 796 92 22


Datum: 08-12-2014

Planvoorschriften en Natuurbeschermingswet

Deze annotatie van Marieke Kaajan en Marcel Soppe in MenR 2014/143 gaat in op de mogelijke voorschriften in een bestemmingsplan om te voldoen aan de Natuurbeschermingswet.

Noot onder ABRvS 6 augustus 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:2942) in Milieu en Recht 2014/143.

1.
Met deze uitspraak heeft de ABRvS weer een aantal interessante overwegingen aan het natuurbeschermingsrecht en de regels ten aanzien van de milieueffectrapportage toegevoegd. Beide aspecten komen in deze noot aan de orde.
2.
De reden dat het bestemmingsplan wordt vernietigd door de ABRvS is gelegen in de Natuurbeschermingswet 1998 (“Nbw”), in combinatie met een aantal planvoorschriften. Voor gronden met een bepaalde agrarische bestemming was in de gebruiksverboden vastgelegd dat in ieder geval sprake zou zijn van strijdig gebruik bij het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van de uitbreiding van de bestaande veestapel waarbij een toename van ammoniakemissie zou plaatsvinden waardoor de kwaliteit van de natuurlijke habitat en habitatsoorten kon verslechteren dan wel significante effecten zouden kunnen optreden op de kwalificerende soorten van een Natura 2000-gebied. Ook bevatte het bestemmingsplan een generiek gebruiksverbod, op grond waarvan sprake zou zijn van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in het geval van gebruik waarvoor bij of krachtens de Nbw een vergunning is vereist en deze vergunning niet is verleend. Het bestemmingsplan bepaalde ten slotte dat B&W bij het toestaan van bouwwerken, werken en werkzaamheden rekening zullen houden met de specifieke bescherming en instandhouding van Natura 2000-gebieden door het voorkomen van significant negatieve aantasting van de natuurlijke kenmerken van de gebieden, zodanig dat er geen strijd met de Nbw zal zijn.
3.
Op grond van art. 19j, lid 2, Nbw moet het bevoegd gezag voor, onder andere, een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, een passende beoordeling maken van de gevolgen voor het gebied. Hoewel het bestemmingsplan hoofdzakelijk conserverend van aard was, voorzag het ook in uitbreidingsmogelijkheden voor in het plangebied gevestigde veehouderijen. Nu, net als in vrijwel alle andere Natura 2000-gebieden in Nederland, ook in de Natura 2000-gebieden rondom het plangebied de bestaande achtergrondconcentratie stikstof (aanzienlijk) hoger was dan de kritische depositiewaarde voor de aanwezige stikstofgevoelige habitats in deze Natura 2000-gebieden, bestond daardoor de kans dat uitbreiding van de veehouderijen een significant negatief effect op de relevante Natura 2000-gebieden zou kunnen hebben. Een passende beoordeling was dan ook noodzakelijk en verricht. Art. 19g, lid 1, Nbw vereist vervolgens dat verzekerd is dat het bestemmingsplan niet kan leiden tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden. Dat betekent in dit concrete geval dat een planregeling die een toename van agrarische bedrijfsbebouwing mogelijk maakt, alleen aanvaardbaar is als is verzekerd dat ondanks die toename geen uitbreiding van de veebezetting zal plaatsvinden of op een andere manier wordt verzekerd dat geen aantasting van de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden zal optreden.
4.
Dit is dan ook de toets die de ABRvS verricht. Een toets die, als gezegd, niet met succes wordt doorlopen. Niet zozeer omdat de ABRvS op inhoudelijke gronden oordeelt dat onvoldoende verzekerd is dat er geen uitbreiding van de veebezetting zal plaatsvinden of dat de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden niet kunnen worden aangetast; wel omdat de ABRvS de relevante planvoorschriften op meer principiële gronden onaanvaardbaar acht. Ten eerste stelt de ABRvS dat met de planvoorschriften het (bevoegdheden)stelsel van de Nbw wordt doorkruist; ten tweede leidt het plan tot een rechtsonzekere situatie, omdat niet meer eenvoudig uit het bestemmingsplan zelf kan worden afgeleid of een bepaalde handeling in strijd is met het bestemmingsplan. Dit leidt tot vernietiging van de relevante planvoorschriften. Nu uit de passende beoordeling verder kon worden afgeleid dat de hiervoor beschreven gebruiksverboden doorslaggevend zijn voor de conclusie dat geen aantasting is te verwachten van de natuurlijke kenmerken, heeft vernietiging van deze voorschriften tot gevolg dat niet langer aan art. 19g, lid 1, Nbw is voldaan.
5.
De ABRvS stelt in dit verband ten eerste dat het voorschrift waarin is bepaald dat onder strijdig gebruik wordt verstaan gebruik waarvoor bij of krachtens een Nbw een vergunning is vereist en waarvoor deze vergunning niet is verleend, een herhaling oplevert van het verbod van art. 19d, lid 1, Nbw. Niet alleen heeft het voorschrift daardoor weinig toegevoegde waarde, ook leidt de regeling ertoe dat B&W handhavend kunnen optreden als, materieel gezien, in strijd met de Nbw wordt gehandeld. En dat terwijl de Minister van EZ respectievelijk Gedeputeerde Staten bevoegd zijn de Nbw te handhaven (op grond van art. 57 Nbw). Het planvoorschrift doorkruist daarmee deze regeling op onaanvaardbare wijze, aldus de ABRvS. Het voorschrift leidt verder ook tot een rechtsonzekere situatie. De vraag of een bepaalde handeling in strijd is met het bestemmingsplan wordt zo immers afhankelijk gesteld van de vraag of er wel of niet een Nbw-vergunning is verleend (en, zoals de ABRvS niet opmerkt maar ook relevant is, of een Nbw-vergunning überhaupt nodig is). Daardoor kan niet direct op grond van het bestemmingsplan worden vastgesteld welk handelen leidt tot met het bestemmingsplan strijdig gebruik.
6.
Ook de bepaling op grond waarvan B&W, samengevat, moeten bereiken dat er geen met de Nbw strijdige situatie ontstaat, verdraagt zich niet met de Nbw. Deze bepaling beschouwt de ABRvS als een opdracht aan B&W om op zodanige manier gebruik te maken van zijn bevoegdheden op grond van de Wabo en het bestemmingsplan, dat strijd met de Nbw wordt voorkomen. De bepaling bevat daarmee een voor het college bindende instructienorm die een resultaatsverplichting inhoudt en tegelijkertijd een dwingende toetsingsgrond voor omgevingsvergunningen die bij het college worden aangevraagd en die zien op activiteiten waarvoor het plan regels stelt. Zo zijn B&W, op grond van deze bepaling, immers gehouden een omgevingsvergunning te weigeren voor een handeling die in strijd zou zijn met de Nbw. Deze regeling verdraagt zich verder niet met de regeling in de Nbw met betrekking tot het aanhaken van de Nbw-toestemming aan een omgevingsvergunning voor een activiteit die mogelijk leidt tot significant negatieve effecten (art. 47 Nbw e.v.). Op grond van deze regeling is de toets of voor een bepaalde activiteit waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, ook, en zo ja, onder welke voorwaarden, toestemming op grond van de Nbw verkregen dient te worden, voorbehouden aan, wederom GS of de Minister van EZ. En dus niet aan B&W
7.
De ABRvS gaat vervolgens nog in op de specifieke gebruiksverboden voor gronden met een agrarische bestemming. Ook deze gebruiksverboden kunnen de toets der kritiek niet doorstaan. Ten eerste, omdat deze regeling ertoe leidt dat pas bij de toepassing van het gebruiksverbod wordt beoordeeld of significant negatieve effecten kunnen optreden – terwijl deze toets op grond van art. 19j Nbw voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan moet worden verricht. Het gebruiksverbod is, ten tweede, ook onduidelijk voor zover het betreft de vraag wanneer sprake zou zijn van een uitbreiding van de bestaande veestapel. Dit had te maken met een onduidelijke definitie van “bestaande veestapel” in de planvoorschriften en met het ontbreken van voorschriften over de wijze waarop de omvang van de bestaande veestapel moet worden bepaald. Waarschijnlijk was met deze regeling bedoeld te bepalen dat als, ondanks een uitbreiding van gebouwen, de omvang van de veestapel (en de daarmee corresponderende stikstofdepositie) niet zou toenemen ten opzichte van hetgeen toegestaan was voorafgaand aan het moment dat voor de betrokken Natura 2000-gebieden het gebiedsbeschermingsregime van de Habitatrichtlijn van kracht werd (de zogeheten referentiedatum), geen toets aan de Nbw zou hoeven plaatsvinden. Dat is in ieder geval in het artikel 19d Nbw-vergunningspoor een door de ABRvS geaccepteerde uitzondering, met dien verstande dat dan ook nog relevant is of deze omvang na de referentiedatum is beperkt (bijvoorbeeld door gedeeltelijke intrekking van een milieuvergunning of door een revisievergunning). Zie hiervoor ABRvS 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1891.
8.
Het is jammer dat de planregeling op dit punt niet duidelijk genoeg was. Waren de planvoorschriften op dit punt wel geformuleerd zoals waarschijnlijk de bedoeling was geweest, dan had de ABRvS eindelijk inzicht kunnen bieden in de wijze van toetsing/toelaatbaarheid van “echt” bestaand gebruik bij bestemmingsplannen. Daarmee had de ABRvS de onduidelijkheid die is ontstaan door de uitspraak van 1 mei 2013 (nr. 201202866, zie MenR 2013/97, in het bijzonder de noot van M.A.A. Soppe en J. Gundelach) weg kunnen nemen. De ABRvS kon echter volstaan met de eenvoudige constatering dat dit gebruiksverbod onduidelijk was, en daardoor “in hoge mate rechtsonzeker”. Vernietiging van dit specifieke gebruiksverbod leidt er logischerwijs ook toe dat de mogelijkheden die het plan bood om bij omgevingsvergunning hiervan af te wijken of het plan te wijzigen op dit punt, eveneens worden vernietigd.
9.
De overwegingen van de ABRvS om te komen tot vernietiging zijn op zichzelf niet heel opmerkelijk en verbazen dan ook niet erg. Zoals uit een aantal overwegingen blijkt, vormen verwijzingen in bestemmingsplanregels naar begrippen en bepalingen uit de Nbw al snel een doublure van de Nbw-regelgeving (zie in dit licht met name ook punt 12 van deze noot). Lovenswaardig is wel de manier waarop de gemeente Westerveld probeerde handen en voeten te geven aan het weinig praktische toetsingsregime van art. 19j Nbw, om zo toch een bestemmingsplan te kunnen vaststellen dat uitbreidingsmogelijkheden bood voor agrarische activiteiten. De overbelasting door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden maakt het immers niet eenvoudig om nieuwe activiteiten nog toe te staan. Ook de PAS, de programmatische aanpak stikstofdepositie, waarmee het “stikstofprobleem” opgelost zou kunnen worden, zal geen soelaas bieden. Niet alleen omdat onduidelijk is wanneer de PAS vastgesteld wordt, maar temeer nog omdat de PAS geen ontwikkelingsruimte beschikbaar zal stellen voor gewone bestemmingsplannen. Alleen bestemmingsplannen voor zogeheten ontwikkelingsgebieden (art. 19db Nbw) kunnen aanspraak maken op ontwikkelingsruimte waarmee nieuwe activiteiten zouden kunnen worden toegestaan.
10.
Maar hoe kan het dan wel? Een planregeling voor activiteiten die stikstofdepositie kunnen veroorzaken, zou aanvaardbaar kunnen worden geacht als op voorhand verzekerd is dat geen aantasting van de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Aangesloten zou kunnen worden bij de formulering van art. 19kd Nbw, met dien verstande dat het letterlijk overschrijven van art. 19kd Nbw waarschijnlijk leidt tot het oordeel van de ABRvS dat de planregeling weinig toegevoegde waarde heeft. De planregeling zou dus wel geconcretiseerd moeten worden. Zo zou in het bestemmingsplan bepaald kunnen worden dat alleen activiteiten die geen toename van stikstofdepositie veroorzaken op voor stikstofgevoelige habitats en op stikstofgevoelige leefgebieden van soorten, zijn toegestaan. Daarbij zou dan nog een onderscheid gemaakt kunnen worden tussen geheel nieuwe activiteiten (die per definitie geen toename van stikstofdepositie mogen veroorzaken) en uitbreiding van bestaande activiteiten. Bij laatstgenoemde activiteiten zou de planregeling kunnen bepalen dat er geen toename van stikstofdepositie mag optreden ten opzichte van de hoeveelheid stikstofdepositie die, krachtens een verleende vergunning, op de zogeheten referentiedatum mocht worden veroorzaakt (het echte bestaande recht). Hierbij moeten dan nog wel twee kanttekeningen geplaatst worden. Ten eerste zal in het bestemmingsplan dan per relevant Natura 2000-gebied de juiste referentiedatum moeten zijn opgenomen. Ten tweede zal dan ook nog in de planregeling moeten zijn bepaald dat als na de referentiedatum de toegestane omvang van de stikstofdepositie is beperkt (door een revisievergunning of een intrekking van een vergunning bijvoorbeeld), de nieuwe uitbreiding niet zal leiden tot meer stikstofdepositie ten opzichte van het gecorrigeerde bestaande recht.
11.
Met een dergelijke planregeling wordt iedere toename van stikstofdepositie uitgesloten. Voor zover daarbij bestaande uitbreidingsmogelijkheden zouden worden wegbestemd, zou daarmee een grond voor het toekennen van planschade kunnen ontstaan. Voor zover de ABRvS deze planregeling aanvaardbaar zou achten, is de consequentie hiervan echter ook dat activiteiten die leiden tot een toename van stikstofdepositie waarvoor wel een Nbw-vergunning is verkregen, niet zijn toegestaan op grond van het bestemmingsplan. Voorstelbaar is dat dit niet wenselijk wordt geacht – nog daargelaten welke argumenten kunnen worden gegeven om met succes te stellen dat deze regels ruimtelijk relevant zijn. Niet in de laatste plaats omdat op deze wijze regels worden gesteld die betrekking hebben op (natuur)gebieden die (veelal) buiten het plangebied zijn gelegen.
12.
De onderhavige uitspraak past in de rij van vele uitspraken van de ABRvS waaruit blijkt dat wanneer voor een bestemmingsplan een passende beoordeling moet worden gemaakt, deze betrekking moet hebben op de maximale planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Daaronder begrepen de mogelijkheden die ontstaan na het toepassen van (binnenplanse) flexibiliteitsbepalingen, zoals het opstellen van een wijzigings- of uitwerkingsplan. Duidelijk is ook dat de onderzoeksverplichting ex artikel 19j, lid 2, Nbw niet kan worden ingeperkt en (deels) kan worden verschoven door in de planregels – kort gezegd – te bepalen dat de inzet van een flexibiliteitsbepaling niet in strijd mag komen met de Nbw. Waar de ABRvS tot op heden nog geen oordeel over heeft gegeven is de casuspositie waarin voor het bestemmingsplan een volledige passende beoordeling is opgesteld. Een passende beoordeling derhalve waarin ten volle rekening is gehouden met het eventuele gebruik van de (binnenplanse) flexibiliteitsbepalingen. Als nu uit die passende beoordeling op een kwantitatieve en ondubbelzinnige wijze blijkt dat met het treffen van concreet geduide mitigerende maatregelen (denk wat betreft veehouderijen aan BBT++-maatregelen) kan worden voorkomen dat ook bij uitvoering van alle planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, significante effecten zijn uit te sluiten c.q. zal worden voorkomen dat de natuurlijke kenmerken van enig Natura 2000-gebied worden aangetast, lijkt het ons verdedigbaar dat het bestemmingsplan de toets aan artikel 19j Nbw kan doorstaan. Het plan kan ten volle worden gerealiseerd zonder dat significante effecten zullen optreden. De borging van de in de passende beoordeling genoemde eventueel te treffen mitigerende maatregelen behoeft ons inziens niet in het bestemmingsplan te geschieden. Er bestaat immers al een sluitende wettelijke borging, te weten artikel 19d Nbw. Voor projecten en andere handelingen met mogelijk verstorende effecten op een Natura 2000-gebied is op grond van dat artikel een vergunning vereist. Pas na vergunningverlening zal een op grond van het bestemmingsplan toegestaan gebruik daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd. Zoals de ABRvS eerder heeft overwogen behoeven de eventueel vereiste mitigerende maatregelen niet in het bestemmingsplan zelf te worden opgenomen, nu de uitvoering daarvan reeds zal zijn verzekerd in het Nbw-vergunningspoor. Zie ABRvS 23 mei 2012, nr. 201101457 (r.o. 2.5.2.).
13.
Deze uitspraak is niet in de laatste plaats ook vermeldenswaardig nu de ABRvS zich (in r.o. 32.4) in heldere bewoordingen uitspreekt over de reikwijdte van een plan-MER. In het voor het onderhavige bestemmingplan verplicht opgestelde plan-MER waren de milieugevolgen van de in het plan mogelijk gemaakte aanleg van paardrijbakken (voor hobbymatig gebruik) niet beschreven. De ABRvS acht dat niet onrechtmatig, nu een paardrijbak niet wordt genoemd in kolom 1 van de onderdelen C en/of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Een paardrijbak is als zodanig derhalve geen activiteit waarvoor een m.e.r.-(beoordelings)plicht bestaat. Daarnaast merkt de ABRvS op dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat de paardrijbak mogelijk significante effecten kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Het desbetreffende deel van het bestemmingsplan vormt derhalve niet (mede) de reden voor het opstellen van een plan-MER ex artikel 7.2a, lid 1, Wm.
14.
De uitspraak is niet verrassend wanneer acht wordt geslagen op de totstandkoming van de op de Europese smb-richtlijn geënte plan-m.e.r.-regeling in de Wet milieubeheer. In dat kader is door de wetgever aangegeven dat de plan-m.e.r.-plicht uitsluitend ziet op de plan-m.e.r.-plichtige onderdelen van het plan (zie Kamerstukken II 2004/05, 29811, nr. 4, p. 2). In M.A.A. Soppe, Milieueffectrapportage en ruimtelijke ordening; Een juridische beschouwing over het (dis)functioneren van het instrument milieueffectrapportage in de ruimtelijke ordening, Deventer 2005, paragraaf 7.2.7, is onder verwijzing naar de relevante bepalingen uit de smb-richtlijn door Soppe gemotiveerd uiteengezet dat de wetgever het bij het juiste eind heeft. Daarbij is afstand genomen van de andersluidende opvattingen van Backes en de Afdeling advisering van de Raad van State. Zij leiden uit met name de redactie van artikel 3, lid 1, smb-richtlijn af dat de inhoud van een plan-MER zich altijd dient uit te strekken tot het gehele plan. De onderhavige uitspraak wijst uit dat de ABRvS daar niet in mee gaat. Eerder heeft de ABRvS dienaangaande enige twijfel gezaaid. In de uitspraak ABRvS 17 oktober 2012, nr. 201105599/1/R2, haalt de ABRvS een streep door het plan-MER voor een glastuinbouwlocatie, omdat daarin niet ook de milieueffecten van biovergistingsinstallaties waren meegenomen (zie r.o. 4.4). De ABRvS motiveert dat uitsluitend door erop te wijzen dat bij de beoordeling van de milieueffecten in een MER dient te worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden die het plan biedt (en derhalve niet door te overwegen dat de biovergistingsinstallaties geacht moeten worden deel uit te maken van de glastuinbouwactiviteit waarvoor de m.e.r.-plicht gold). Aldus werd tenminste de suggestie gewekt dat het plan-MER steeds betrekking moet hebben op alle onderdelen van het te ‘be-m.e.r.-en’ plan. Met de onderhavige uitspraak is die suggestie van tafel.
15.
Het feit dat de plan-m.e.r.-plicht zich niet tevens uitstrekt tot de niet m.e.r.-plichtige onderdelen van het plan, wil niet zeggen dat daar in een MER altijd aan voorbij kan worden gegaan. In het kader van de cumulatie van milieueffecten alsmede bij het beschrijven van alternatieven, is zeer wel denkbaar dat ook de niet m.e.r.-plichtige onderdelen in het plan aan de orde moeten worden gesteld. Ook overigens kan er omwille van het effectief inzetten van het instrument m.e.r. voor gekozen worden om het plan-MER onverplicht op het gehele plan te laten zien. De praktijk wijst uit dat dit veelvuldig gebeurd. Het is niet te verwachten dat de onderhavige uitspraak daar verandering in aanbrengt.
16.
De onderhavige uitspraak gaat niet expliciet in op de reikwijdte van een project-MER. Er zijn ons inziens echter geen valide argumenten die maken dat daarvoor een andere lijn geldt dan voor een plan-MER. Derhalve zal een ten behoeve van bijvoorbeeld een bestemmingsplan op te stellen project-MER naar juridische maatstaven in beginsel uitsluitend hoeven in te gaan op de milieueffecten van de m.e.r.-plichtige delen van dat plan.
Marieke Kaajan en Marcel Soppe (Soppe Gundelach Witbreuk Advocaten)

Deze noot gaat over het omgevingsrecht, in het bijzonder het natuurbeschermingsrecht.


Gerelateerd

Prejudiciële vragen PAS: en nu?
Op 17 mei jl. deed de ABRvS twee (tussen)uitspraken over de Programmatische Aanpak Stikstof. In…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht – Soortenbescherming (deel 1)
In de jaarlijks terugkerende kroniek Natuurbeschermingsrecht schreven Fleur Onrust en Marieke Kaajan in BR 2017/53…
Natuurbescherming onder de Omgevingswet: eenvoudig en beter?
In MenR 2017/45 ging Marieke Kaajan in op de consultatieversie van de Aanvullingswet Natuur in…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht – Gebiedsbescherming (deel 2)
Deel 2 van de jaarlijks terugkerende kroniek Natuurbeschermingsrecht, geschreven door Marieke Kaajan en Fleur Onrust,…
Actualiteiten natuurbeschermingsrecht 2017
In MenR 2017/78 werd, naar aanleiding van de Actualiteitendag van de Vereniging van Milieurecht, het…
Programmatische Aanpak Stikstof; prejudiciële vragen weiden en bemesten
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1260 in MenR 2017/85. 1….
Programmatische Aanpak Stikstof; prejudiciële vragen (algemeen)
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1259 in MenR 2017/84. 1….
Relatie tussen luchthavenbesluit en Wet natuurbescherming
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 18 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:129 in MenR 2017/53. 1….
Overgangsrecht Programmatische Aanpak Stikstof
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 14 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3327 en 28 december 2016,…
Passende beoordeling en rol van PAS-maatregelen
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 24-02-2016, ECLI:NL:RVS:2016:497 in M en R 2016/68. Noot 1. Hoewel juridisch…
Stikstofbeoordeling bij plannen; mitigerende maatregelen in planvoorschriften verzekeren
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 20-04-2016, ECLI:NL:RVS:2016:1072 in M en R 2016/98. Noot 1. Deze twee met…
Omvang motiveringsplicht bij toename stikstofdepositie
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 30-03-2016, ECLI:NL:RVS:2016:866 in M en R 2016/82. Noot 1. ABRvS 23…
Passende beoordeling bij kleine toename stikstofdepositie; geen cumulatie met nog niet vastgesteld uitwerkingsplan
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 08-06-2016, ECLI:NL:RVS:2016:1612 in M en R 2016/112 Noot 1. Deze uitspraak –…
Gebruikmaken van een eerdere passende beoordeling
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 22‑06‑2016, ECLI:NL:RVS:2016:1745  in M en R 2016/115. Noot 1. Art. 19j, lid…
Stikstofregeling in bestemmingsplan
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 1 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1515 in M en R…
Beperkte beroepsmogelijkheden tegen beheerplan; relatie met bestaand gebruik
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2041 in M en R…
Verschil tussen instandhoudingsmaatregelen, preventieve en compenserende maatregelen
Marieke Kaajan schreef een noot onder HvJ EU 21-07-2016, ECLI:EU:C:2016:583 in M en R 2016/131. Noot 1….
Natuurbeschermingsrecht in vogelvlucht; Actualiteiten en vragen uit de praktijk
Marieke Kaajan schreef in M en R 2016/73 het artikel: Natuurbeschermingsrecht in vogelvlucht; Actualiteiten en vragen…
Meldingsbevestiging PAS is geen besluit
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 02‑11‑2016, ECLI:NL:RVS:2016:2903 in M en R 2017/22. Noot 1. Met deze uitspraak…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht en Ffw 2016 (deel 2)
Kroniek Natuurbeschermingsrecht en Ffw 2016 (deel 2) F. Onrust en M.M. Kaajan[1]     Inleiding…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht en Ffw 2016 (deel 1)
Verschenen in: BR 2016/50 Inleiding Een jaar verstreken; tijd dus voor een overzicht van de…
De Wet natuurbescherming: soortenbescherming
In Journaal Flora en fauna verscheen het artikel van Fleur Onrust en Luuk Boerema over…
Een nieuwe Beleidslijn Tijdelijke Natuur
Op 10 september 2015 is de Beleidslijn Tijdelijke Natuur in de Staatscourant gepubliceerd.[1] De beleidslijn heeft…
Standaard voorschriften Nbw-vergunning vernietigd
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 23-12-2015, ECLI:NL:RVS:2015:3980. Noot 1. De spoorlijn Budel-Weert levert…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2015 – deel 2 Soortenbescherming
Fleur Onrust en Marieke Kaajan schreven de Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2015 – deel 2 inzake soortenbescherming….
Cumulatie met uitwerkingsplan verplicht?
Marieke Kaajan schreef een noot bij Vz. ABRvS 12-11-2015, ECLI:NL:RVS:2015:3575. Noot 1. Op grond van art. 19f,…
PAS: vragen uit de praktijk
De inwerkingtreding van het Programma Aanpak Stikstof heeft geleid tot vele vragen in de praktijk….
Nieuw leefgebied binnen N2000-gebied = mitigatie
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 14-10-2015, ECLI:NL:RVS:2015:3194. Noot 1. Met het arrest Briels…
Aanvaardbare wijzigingsbevoegdheid onder de voorwaarde dat significante effecten zijn uitgesloten
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 16-09-2015, ECLI:NL:RVS:2015:2891. Noot 1. Al eerder heb ik…
Referentiesituatie bij plannen indien bebouwing teniet is gegaan
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 19-08-2015, ECLI:NL:RVS:2015:2639. Noot 1. Een van de aspecten…
Toetsing van plannen aan de Nbw
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 05-08-2015, ECLI:NL:RVS:2015:2471. Noot 1. Het is een terugkerend…
Nbw-toestemming zonder ADC-toets; feit of fictie?
Het arrest Briels heeft geleid tot een stroom aan jurisprudentie waarmee het verschil tussen compensatie…
Bevoegd gezag Nbw-vergunning sinds 1 juli 2015
Marieke Kaajan schreef een nooit onder ABRvS 29-07-2015, ECLI:NL:RVS:2015:2406. Noot 1. Geeft een verleende Nbw-vergunning onverkort…
Kroniek Nbw en Ffw 2015 (deel 1)
De Nbw is geen rustig bezit. Het afgelopen jaar verscheen er weer veel jurisprudentie en…
Bestemmingsplannen en stikstof
Kunnen bestemmingsplannen profiteren van het programma aanpak stikstof (PAS)? Lees een instructief en praktisch artikel…
Beperkte toepassing art. 19kd Nbw bij plannen
Marieke Kaajan schreef een noot bij ABRvS 1 april 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:999 en 1010) over art….
Vergunningplicht beweiden en uitrijden van mest
Een Nbw-vergunning is ook nodig voor het beweiden van koeien en het uitrijden van mest….
Flora en faunawet ontheffing en zelf in de zaak voorzien
In AB 2015/164 verscheen een annotatie van Annemarie Drahmann (Stibbe) en Fleur Onrust (ENVIR Advocaten)…
Mitigatie en compensatie (part 2)
Marieke Kaajan schreef de volgende noot bij ABRvS 11 maart 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:706, inz. Buitenring Parkstad…
Op feitelijke situatie is Nbw niet van toepassing
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 08-07-2015, ECLI:NL:RVS:2015:2155. Noot 1. Deze uitspraak is een…
Criteria voor voorlopige aanwijzing Natura 2000-gebied
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 01-07-2015, ECLI:NL:RVS:2015:2041 Noot 1. Het komt al niet…
Vergunningvrij bestaand gebruik Nbw
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 24-06-2015, ECLI:NL:RVS:2015:1946 Noot 1. Deze uitspraak is een weinig voorkomend…
Van EHS tot NNN en de doorwerking in bestemmingsplannen
Fleur Onrust schreef in het digitale magazine Natuur in de Gemeente een column over de EHS…
Voortoets of passende beoordeling?
Geen passende beoordeling? Dan ook vaak geen plan-merplicht. Toch is een voortoets vaak niet voldoende….
Beperkt beroep beheerplan Nbw
Marieke Kaajan schreef in Milieu en Recht 2015/21 de volgende noot onder ABRvS 24 september…
Foerageergebied buiten Natura 2000-gebied: mititgatie
Een van de eerste zaken na het arrest Briels waaruit blijkt wanneer sprake is van…
Mitigatie en compensatie; toepassing arrest Briels
Het arrest Briels leidt tot veel discussie over het verschil tussen mitigatie en compensatie. Marieke…
ORNIS-criterium ook bij Habitatrichtlijnsoorten
En de ontwikkeling van windturbines betreft een dwingende reden van groot openbaar belang. Zie de…
Elektrovisserij leidt tot overtreding Ffw
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 19 november 2014, nr. 201404288 inzake de overtreding van…
Revisie- of veranderingsvergunning?
Marieke Kaajan beschreef wanneer een revisievergunning kan worden verlangd. In Niewsbrief StAB 2015-1 verscheen een…
Jaaroverzicht jurisprudentie flora en faunawet 2014 JFF
In dit jurisprudentie overzicht behandelen Fleur Onrust en A. Drahmann de jurisprudentie Ffw van de…
Andere definitie Nbw-bestaand gebruik bij bestemmingsplan
In deze noot van Marieke Kaajan wordt de definitie van bestaand gebruik in de zin…
Honden aanlijnen en stikstofdepositie; geen mitigatie
Een aanlijn- en opruimplicht bij honden; is dat een mitigerende maatregel? In MenR 2015/6 schreef…
Bestemmingsplan en Flora en faunawet (BR 2014/136)
Fleur Onrust schreef in BR 2014/136. Essentie uitspraak: De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan…
Kwaliteit van de deskundigenrapporten bij ontheffing Ffw
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann in Bouwrecht over de kwaliteit van deskundigenrapporten die…
Bestaand gebruik volgt ook uit melding Besluit Melkveehouderij
Uit een melding op grond van het Besluit Melkveehouderij kan ook de omvang van (vergund)…
Belang van de ‘Soortenstandaard’ bij de verlening ontheffing Ffw
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann in Br over de uitspraak van de Rechtbank…
Bescherming van natuur in de Omgevingswet
In het Themanummer Omgevingswet van Milieu en Recht (2014/8) schreef Marieke Kaajan een artikel over de mate…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2014
Marieke Kaajan schreef de “Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2014”, BR 2014/75. Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2014 1.Inleiding Er is weer een…
Project of andere handeling?
Laagvliegen boven en nabij Natura 2000-gebieden, en het landen op onverharde delen van deze gebieden…
Flora en faunawet en dwingende redenen
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann het artikel, “Dwingende redenen van groot openbaar belang…
Effectbeoordeling Duitse Natura 2000-gebieden
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 16 april 2014, ECLI-nr: NL:RVS:2014:1312 inz. De beoordeling van…
Aanleggen nieuw habitattype is compensatie
Marieke Kaajan schreef een noot over de uitleg van het verschil tussen mitigatie en compensatie. In…
Externe saldering en directe samenhang – Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 9 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1207 inz. Externe saldering en…
Bestaand gebruik – Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:537 inz. Bestaand gebruik Nbw,…
Salderen met bestaande rechten – Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 12 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:446 inz. Salderen met bestaande rechten die…
Effecten op buitenlandse Natura 2000-gebieden en bestaande rechten
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 5 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:285 inz. Effecten op buitenlandse…
Highlights en actualiteiten van het natuurbeschermingsrecht
Marieke Kaajan schreeft “Highlights en actualiteiten van het natuurbeschermingsrecht”, Nieuwsbrief StAB 2014/1, p. 7-15. Zie het gehele…
Windparken en leefomgeving
Marieke Kaajan schreef samen met E.M.N. Noordover, “Windparken en leefomgeving: een toelichting op enkele angels uit de besluitvorming”,…
Dwangsom en Flora en faunawet
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann een noot onder ABRvS 25 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1247, BR 2014/9….
Wijziging Nbw-vergunning na de referentiedatum
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1891, BR 2014/20. 1. Met deze uitspraak…
Flora en faunawet, tijdelijke verstoring vaste rust- en verblijfplaats
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann een noot onder ABRvS 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1925, BR 2014/8….
Salderen van deposities via een depositiebank
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1931 inz. Salderen van deposities via een depositiebank,…
Passende beoordeling niet verplicht ondanks inhoudelijke ecologische voortoets
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 16 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1573, MenR 2014/57. (1) Deze uitspraak is,…
Flora en faunawet (Ffw) verklaring van geen bedenkingen
Fleur Onrust schreef met A. Drahmann een noot onder de uitspraak Rb Utrecht 6 september 2012,…
Omgevingswet en belanghebbendheid
Fleur Onrust schreef de Doorgeefcolumn “Omgevingswet en belanghebbendheid; alles bij het oude?” De column is te…
Effectbeoordeling stikstofdepositie
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 1 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ9099 inz. Effectbeoordeling stikstofdepositie Nbw,…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2013
Marieke Kaajan schreef de “Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2013”, BR 2013/99. Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2013 1.Inleiding Net als in…
Flora en faunawet en verklaring van geen bedenkingen
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann een noot onder ABRvS 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:57, inz….
Bestaand gebruik in de Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 3 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:107 inz. Bestaand gebruik zoals gedefinieerd in…
De beoordeling van effecten op buitenlandse Natura 2000-gebieden
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:3 inz. De beoordeling van effecten…
Stikstofverordening Noord-Brabant
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 19 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA3654 inz. de Stikstofverordening Noord-Brabant, MenR…
Stikstofbeleid Provincie Overijssel – Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 22 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA0687 inz. het “Beleidskader Natura 2000…
Ontwikkelingsruimte met de PAS, of toch niet?
Marieke Kaajan schreef het artikel “Ontwikkelingsruimte met de PAS, of toch niet?”, Agr.r. 2013 (afl. 3),…
Definitie project in de Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 3 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ7579 over de: Definitie project Nbw, StAB 2013/65….
Flora en faunawet en Vvgb
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann een noot onder Rb Midden-Nederland 7 februari 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ1898, inz….
Flora- en faunawet: nieuwe donkere wolken boven Nederland?
Fleur Onrust schreef met A.Drahmann een artikel “​Flora- en faunawet: nieuwe donkere wolken boven Nederland?”, in BR…
Bestaand gebruik – Natuurbeschermingswet
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 21 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3744 inz. Bestaand gebruik…
Effectbeoordeling en saldering – Natuurbeschermingswet
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 10 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX9705 inz. Effectbeoordeling en saldering…
De beoordeling van effecten op buitenlandse Natura 2000-gebieden
Marieke Kaajan schreef samen met A.C. Collignon een noot onder ABRvS 29 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX5932 inz….
De (on)mogelijkheid van een koepelvergunning – Natuurbeschermingswet
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 15 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX4650 inz. De (on)mogelijkheid…
Flora- en faunawet pilot Tijdelijke natuur
Fleur Onrust schreef een noot onder de uitspraak ABRvS 25 juli 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BX2544), BR 2012/140. 1. Dit…
Art. 19kd Nbw in combinatie met vergunningplicht art. 19d Nbw
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 30 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6948 inz. Art. 19kd…
Saldering op grond van de Nbw door middel van intrekking van een (milieu)vergunning
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 4 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW0777 inz. Saldering op…
Gebiedsbescherming in het wetsvoorstel natuur: oude wijn in nieuwe zakken?!
Marieke Kaajan schreef het artikel “Gebiedsbescherming in het wetsvoorstel natuur: oude wijn in nieuwe zakken?!”, MenR. 2011/181….
Effectbeoordeling stikstofdepositie
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 28 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW0169 inz. Effectbeoordeling stikstofdepositie, StAB…
Overdraagbaarheid Natuurbeschermingswet-vergunningen
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 21 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV9525 inz. Overdraagbaarheid Natuurbeschermingswetvergunningen, StAB…
Vergunningplicht Natuurbeschermingswet voor het uitrijden van mest
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 18 januari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV1162 inz. Vergunningplicht Natuurbeschermingswet voor het…
Boom Basics Omgevingsrecht
M.M. Kaajan en F. Onrust schreven samen met V.L. van ’t Lam (red), J.C. van…
De Raamwet omgevingsrecht; van model 3.0 naar model 4.1
Fleur Onrust schreef het artikel “De Raamwet omgevingsrecht; van model 3.0 naar model 4.1“, BR 2011, p….
De uitleg van artikel 19kd Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 7 september 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR6898 inz. De uitleg van art….
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2011
Marieke Kaajan schreef de “Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2011”, BR 2012/102. Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2011 1.Inleiding In de kroniek…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2010
Marieke Kaajan schreef de “Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2010”, BR 2011/67. Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2010 1Inleiding Het natuurbeschermingsrecht in Nederland,…
Het Besluit milieueffectrapportage (Cat. 18.2 bijlage D)
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 10 november 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO3494 inz. het Besluit milieueffectrapportage (Cat….
De relatie tussen Wabo en Waterwet
Fleur Onrust schreef het artikel “De relatie tussen Wabo en Waterwet”, BR 2010/160 (p. 851). De relatie tussen Wabo en Waterwet 1. Inleiding…
Einde aan de crisis in de Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef het artikel “Einde aan de crisis in de Natuurbeschermingswet”, TO 2010/2, p. 31-41….
Kansen op herstel met de Crisis- en herstelwet?!
Marieke Kaajan en A. ten Veen schreven samen de bijdrage “Kansen op herstel met de Crisis- en…
Rijkscoördinatieregeling energie-infrastructuurprojecten
Marieke Kaajan schreef het artikel “Rijkscoördinatieregeling energie-infrastructuurprojecten: een handige regeling maar wel met haken en ogen”…
Parlementaire geschiedenis Wet ruimtelijke ordening
N.S.J. Koeman, A. ten Veen, J.R. van Angeren, D.S.P. Fransen & Marieke Kaajan schreven het boek Parlementaire…
Revisievergunning Corus
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 28 mei 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD2643 inz. Revisievergunning, MenR 2008/73. 1…
Waterwet, in kort bestek
Fleur Onrust schreef het artikel “Waterwet, in kort bestek”, Bulletin RO Totaal 2007, nr. 4. p….
Minder regels, meer ruimte voor water; het voorontwerp Waterwet nader beschouwd
Fleur Onrust schreef de bijdrage “Minder regels, meer ruimte voor water; het voorontwerp Waterwet nader beschouwd”,…
Het belanghebbendebegrip in de Wabo
Fleur Onrust schreef het artikel “Het belanghebbendebegrip in de Wabo”, BR 2008, p. 401. Na het verschenen…