Amsterdam: +31 20 737 20 66
Almelo: +31 546 89 82 46
Leeuwarden: +31 20 236 10 24

image_pdf

Datum: 10-02-2020

Omvang van Europese onderzoeksverplichtingen naar milieueffecten voor het verlengen van de termijn van elektriciteitsproductie door twee Belgische kerncentrales

Erwin Noordover schreef een annotatie bij HvJ EU 29 juli 2019, C-411/17, ECLI:EU:C:2019:622 (Inter-Environnement Wallonie ASBL en Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen vzw/Ministerraad

Inleiding  

1. Wat is de omvang van de Europese onderzoeksverplichtingen naar milieueffecten voor de verlenging met tien jaar van de elektriciteitsproductie door twee Belgische kerncentrales? Deze vraag ligt in de kern voor bij het Hof van Justitie. De verlenging van de elektriciteitsproductie is mogelijk gemaakt bij Belgische wet van 28 juni 2015, en aan die wet liggen geen milieueffectbeoordeling of passende beoordeling ten grondslag. Twee Belgische milieuverenigingen hebben bij het Belgisch Grondwettelijk Hof onder meer om die redenen beroep tot vernietiging van de wet ingesteld. Het Hof van Justitie beoordeelt in reactie op daartoe gestelde vragen van het Belgisch Grondwettelijk Hof of deze wet in strijd is met de m.e.r.-richtlijn of de habitat- en vogelrichtlijn.

Achtergrond arrest: kerncentrales Doel 1 en Doel 2 te België

2. De kerncentrales Doel 1 en Doel 2 zijn in bedrijf sinds 15 februari 1975 respectievelijk 1 december 1975 en voor beide centrales is een vergunning afgegeven voor onbepaalde tijd. Electrabel is de eigenaar en exploitant van deze twee centrales. Bij eerdere wet van 31 januari 2003 was onder meer bepaald dat de vergunningen voor elektriciteitsproductie veertig jaar na ingebruikname van de centrales eindigen. Conform deze termijn heeft Electrabel de centrale Doel 1 stopgezet per 15 februari 2015.

3. In afwijking van het oorspronkelijke uitgangspunt voor sluiten van de kerncentrales heeft de Belgische regering op 18 december 2014 besloten dat de periode voor elektriciteitsproductie van deze twee centrales met tien jaar moest worden verlengd. Dit is bij de aangevochten wet mogelijk gemaakt door de termijn van stopzetting met tien jaar uit te stellen. Als gevolg hiervan mag centrale Doel 1 opnieuw elektriciteit gaan produceren en mag centrale Doel 2 langer doorgaan met elektriciteitsproductie. Voor het heropstarten en verlenging van de elektriciteitsproductie heeft Electrabel het zogeheten Long Term Operation-plan (“LTOplan”) opgesteld, waarin wordt beschreven welke maatregelen dienen te worden genomen voor de beoogde verlenging. Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (“FANC”) heeft besloten dat voor het LTO-plan geen milieueffectbeoordeling nodig is. Bij apart koninklijk besluit van 27 september 2015 zijn de voorwaarden voor de exploitatie van de centrales Doel 1 en Doel 2 gepreciseerd, waarbij is bepaald dat Electrabel het LTO-plan uiterlijk tegen eind 2019 dient uit te voeren. Bij aparte overeenkomst hebben Electrabel en de Belgische Staat afspraken gemaakt over een investeringsplan van ongeveer 700 miljoen EUR voor de beoogde levensduurverlenging.

4. Bij het Grondwettelijk Hof voeren de milieuverenigingen aan dat de bestreden wet van 28 juni 2015 in strijd is met het Verdrag van Espoo en het Verdrag van Aarhus, de m.e.r.-richtlijn, de habitatrichtlijn en de vogelrichtlijn. Het Grondwettelijk Hof heeft vervolgens negen vragen, meerdere malen uitgesplitst in deelvragen, voorgelegd aan het Hof van Justitie. Het Hof van Justitie komt niet toe aan beantwoording van de vragen over het Verdrag van Espoo en het Verdrag van Aarhus, omdat de beantwoording van de vragen over de m.e.r.-richtlijn naar het oordeel van het Hof voldoende is (zie onderdelen C en D van het arrest). Deze noot gaat verder in op de beantwoording van de vragen of hier sprake is van een project waarvoor een milieueffectbeoordeling en een passende beoordeling moeten worden opgesteld. Ook wordt nog kort stilgestaan bij de beantwoording van de vraag hoe een nationale rechter om moet gaan met wetgeving die strijdig is met Europese richtlijnen.

Sprake van een project onder de m.e.r.-richtlijn

5. Vormen de maatregelen uit de wet, die bestaan uit het heropstarten van de kerncentrale en verlenging van de termijn voor elektriciteitsproductie, samen met de werkzaamheden nodig voor uitvoering van die maatregelen, zijnde modernisering van die centrales, een project die aan een milieueffectbeoordeling moeten worden onderworpen? Om dit te beantwoorden loopt het Hof drie stappen af, namelijk (i) is er sprake van een project, (ii) waarvoor een milieubeoordeling moet worden verricht (iii) bij het thans bestreden besluit, zijnde de wet?

6. De definitie van ‘project’ in art. 1, lid 2, sub a m.e.r.- richtlijn geeft aan dat het kan gaan om (i) de uitvoering van bouwwerken of de totstandbrenging van andere installaties of werken en (ii) andere ingrepen in natuurlijk milieu of landschap, inclusief de ingrepen voor de ontginning van bodemschatten. Het Hof heeft deze definitie eerder al nader uitgelegd als zijnde werken of ingrepen die de materiële toestand van een plaats veranderen.

7. Bij de beoordeling of hier sprake is van een project, betrekt het Hof onder meer dat het heropstarten en verlengen van de elektriciteitsproductie noopt tot aanzienlijke investeringen, zijnde 700 miljoen EUR, en werkzaamheden voor modernisering en het voldoen aan de geldende veiligheidseisen. Er vinden werkzaamheden plaats aan de koepels, de bassins voor opslag van gebruikte splijtstof, een nieuwe pompinstallatie en aanpassingen van de onderbouw ter bescherming tegen overstroming. Hiermee worden ook drie nieuwe gebouwen opgericht. Deze werkzaamheden hebben naar het oordeel van het Hof gevolgen voor de materiële toestand van de betrokken plaatsen.

8. De werkzaamheden moeten weliswaar worden verricht op grond van de gesloten overeenkomst en niet vanwege de bestreden wet, maar deze werkzaamheden hangen volgens het Hof nauw samen met de door de Belgische wetgever vastgestelde maatregelen tot heropstarten en verlengen van de elektriciteitsproductie. Deze maatregelen konden immers enkel worden goedgekeurd doordat de Belgische wetgever op de hoogte was van de moderniseringswerkzaamheden en de daarmee gepaard gaande investeringen. Ook zijn de werkzaamheden en investeringen vermeld in de memorie van toelichting bij de bestreden wet en in de voorbereidende werkzaamheden daarvan. De feitelijke band tussen de maatregelen uit de bestreden wet en de te verrichten investering is ook terug te vinden in die wet zelf, waarin staat dat de centrales alsnog vervroegd uit gebruik moeten worden gehaald als niet tijdig voornoemde overeenkomst is gesloten. Het Hof concludeert dat het niet mogelijk is het heropstarten en verlengen van de elektriciteitsproductie los te koppelen van de werkzaamheden waarmee die onlosmakelijk zijn verbonden. Er is daarmee sprake van één en hetzelfde project. In hoeverre er nog verdere besluitvorming nodig is ter uitvoering van de maatregelen, zoals bijvoorbeeld een nieuwe vergunning voor elektriciteitsproductie, kan hieraan niet afdoen.

9. Nu vaststaat dat de wettelijke maatregelen en de daarmee samenhangende werkzaamheden één project vormen, beoordeelt het Hof vervolgens of hiervoor een milieu- effectbeoordeling moet worden verricht. Als m.e.r.-plichtig project zijn onder meer aangewezen kerncentrales en andere kernreactoren, met inbegrip van ontmanteling en buitengebruikstelling daarvan (waarbij geen drempelwaarde is opgenomen). Nu de kerncentrales al zijn opgericht, gaat het hier om de vraag of de maatregelen en werkzaamheden zijn aan te merken als een m.e.r.-plichtige wijziging van het project. Daarvan kan sprake zijn als de wijziging van een project gezien de aard of omvang qua milieueffecten soortgelijke risico’s met zich meebrengt als het project zelf. De bij wet genomen maatregelen voor verlenging met een aanzienlijke periode van tien jaar moeten vervolgens in samenhang worden gezien met de werkzaamheden nodig vanwege de verouderde staat van de centrales en de veiligheidsverplichtingen. Het Hof acht bij deze maatregelen en werkzaamheden sprake van zodanige risico’s op milieueffecten die qua omvang vergelijkbaar zijn met de risico’s die zich voordeden bij de oorspronkelijke ingebruikname van die centrales. Oftewel, voor het hier bedoelde project moet een milieueffectbeoordeling worden verricht.

10. De vervolgvraag is wanneer het project aan een milieueffectbeoordeling moet worden onderworpen. Daarbij wijst het Hof erop dat de beoordeling moet worden verricht voordat een vergunning wordt verleend, zodat zo vroeg mogelijk rekening wordt gehouden met de milieueffecten van het project om die te kunnen vermijden in plaats van later de gevolgen ervan te bestrijden. Als voor het uitvoeren van een project meerdere vergunningen moeten worden verkregen, dan moet de milieueffectbeoordeling in beginsel worden verricht zodra het mogelijk is alle milieueffecten van een project te bepalen en beoordelen. Alleen als het niet mogelijk is om de effecten van een project bij een eerder besluit te bepalen, is het dus toegestaan de milieueffectbeoordeling pas te verrichten bij een volgend besluit.

11. Het Hof merkt de bestreden wet aan als de eerste fase van de vergunningsprocedure voor het project. Het Hof wijst erop dat deze wet op precieze en onvoorwaardelijke wijze voorziet in het heropstarten van de kerncentrale en verlenging van de termijn voor de industriële elektriciteitsproductie van een in gebruik zijnde centrale met een termijn van tien jaar. Weliswaar zullen ter uitvoering van deze maatregelen nog verdere handelingen plaatsvinden, maar met de bestreden wet zijn de essentiële kenmerken van het project gedefinieerd en worden niet meer geacht besproken of ter discussie gesteld te worden. In hoeverre nog verdere vergunningverlening voor de centrales nodig is, kan geen rechtvaardiging geven de milieueffectbeoordeling niet te verrichten bij vaststelling van de wet. Bij de milieueffectbeoordeling van de maatregelen moeten ook de werkzaamheden worden betrokken die daarmee onlosmakelijk samenhangen voor zover de milieueffecten ervan in deze fase van de vergunningverlening voldoende kunnen worden bepaald.

12. In de Nederlandse systematiek is er sprake van een m.e.r.-(beoordelings)plicht als het besluit dat in voorbereiding is, is opgenomen in kolom 4 van de onderdelen C of D in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Is een besluit niet als zodanig aangewezen, dan bestaat daarvoor geen koppeling met de m.e.r.-regelgeving (zie hierover onder meer ABRvS 3 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2217, en de noot van J. Kevelam en M.A.A. Soppe, M en R 2019/84). Het is de vraag in hoeverre deze systematiek in overeenstemming is met de uitgangspunten die het Hof hier formuleert voor het vaststellen van een project waarvoor een m.e.r.- (beoordelings)plicht bestaat. Vooral is dit de vraag waar het gaat om de eis dat de beoordeling wordt verricht zodra het mogelijk is alle milieueffecten van een project te bepalen en beoordelen. Als er voor één project meerdere besluiten nodig zijn, en één van die besluiten wordt genomen voorafgaand aan de rest, is het dan wel mogelijk te stellen dat de m.e.r.-(beoordelings)plicht pas ontstaat bij een later besluit dat wel in het Besluit-m.e.r. als zodanig is aangewezen? Het Hof acht het in ieder geval niet aanvaardbaar de milieueffectbeoordeling uit te stellen met de reden dat een later besluit wel aan een beoordeling wordt onderworpen. Gelijk Kevelam en Soppe in voornoemde noot benoemen, geeft de hier geannoteerde uitspraak van het Hof aanleiding na de te denken over de noodzaak hierover prejudiciële vragen te stellen.

Ook sprake van een project onder de Habitatrichtlijn

13. Het Hof komt vervolgens toe aan de vraag of de wettelijke maatregelen tot heropstarten en verlenging van de openstelling samen met de te verrichten werkzaamheden ook een plan of project vormen in de zin van de Habitatrichtlijn en dus aan een passende beoordeling moeten worden onderworpen. Daarbij volgt het Hof vergelijkbare stappen als bij de beoordeling onder de m.e.r.-richtlijn, namelijk (i) is er sprake van een project, (ii) waarvoor een passende beoordeling moet worden verricht (iii) bij het thans bestreden besluit?

14. Het Hof van Justitie concludeert met verwijzing naar haar overwegingen over het project-begrip onder de m.e.r.-richtlijn, dat de te treffen maatregelen, samen met de werkzaamheden die onlosmakelijk daarmee zijn verbonden, een project in de zin van de habitatrichtlijn vormen. Weliswaar is voor beide kerncentrales al toestemming verleend voordat de verplichtingen uit de habitatrichtlijn zijn gaan gelden, maar het Hof van Justitie brengt in herinnering dat dit er niet aan in de weg staat latere ingrepen bij deze activiteit als een afzonderlijk project aan te merken. Anders zou die activiteit permanent zijn onttrokken aan iedere passende beoordeling van de gevolgen voor een Natura 2000-gebied. Alleen als de activiteit is te beschouwen als één enkele handeling en kan worden geacht één en hetzelfde project te vormen, hoeft deze niet te worden onderworpen aan een passende beoordeling. Of sprake is van één enkele handeling, moet worden beoordeeld gelet op het feit dat zij telkens opnieuw wordt verricht, op de aard of op de omstandigheden waaronder het wordt verricht. Er is geen sprake van één enkele handeling als de activiteit niet doorlopend wordt verricht en wijzigt, met name wat betreft de plaatsen waar en de omstandigheden waaronder zij wordt verricht. Onder verwijzing naar het eindigen van de eerder verleende vergunningen voor de centrales in 2015 en de veranderde omstandigheden sinds het afgeven van die vergunningen, merkt het Hof de maatregelen en daarbij horende werkzaamheden aan als een afzonderlijk project die aan een passende beoordeling moeten worden onderworpen.

15. Als sprake is van een project moet vervolgens worden bepaald of er een passende beoordeling moet worden verricht. Dit is het geval als het waarschijnlijk is of het risico bestaat dat significante gevolgen optreden voor een Natura 2000-gebied. Met het oog op het voorzorgsbeginsel is een dergelijk risico aanwezig als op basis van de beste wetenschappelijke kennis ter zake niet is uit te sluiten dat instandhoudingsdoelstellingen in gevaar komen. Het Hof oordeelt vervolgens zeer stellig dat hier sprake is van mogelijke afbreuk aan de instandhoudingsdoelstellingen door de wijze waarop die centrales werken, onder andere door wateronttrekking en lozing, maar ook door het risico op een ernstig ongeval. Dit laatste is een interessante overweging: in hoeverre is het nodig om bij de beoordeling van mogelijke effecten op de staat van instandhouding rekening te houden met mogelijke calamiteiten die juist niet behoren tot de reguliere bedrijfsvoering waarvoor een toestemming wordt verleend?

16. Aangezien op grond van art. 6, lid 3 Habitatrichtlijn enkel toestemming mag worden verleend als op basis van een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat geen aantasting van een Natura 2000-gebied optreedt, beoordeelt het Hof of de vaststelling van de bestreden wet is aan te merken als een dergelijke toestemming. Nu de Habitatrichtlijn verder geen invulling geeft van wat onder een toestemming moet worden verstaan, sluit het Hof aan bij het begrip vergunning uit de m.e.r.-richtlijn. Naar analogie van de daar gegeven uitleg, acht het Hof nodig dat ook onder de Habitatrichtlijn de passende beoordeling moet plaatsvinden zodra alle gevolgen van een project voor een Natura 2000-gebied voldoende kunnen worden bepaald. Oftewel, de bestreden wet met de maatregelen voor heropstarten en verlenging van de elektriciteitsproductie, met de daarbij horende onlosmakelijk samenhangende werkzaamheden, moeten aan een passende beoordeling worden onderworpen.

Als strijd met Europese regelgeving, wat dan?

17. De conclusie is dus dat de wet in strijd is met zowel de m.e.r.-richtlijn als de Habitatrichtlijn. Nu komt het Hof toe aan de beantwoording van de vraag hoe de nationale rechter met deze strijdigheid moet omgaan: mogen de gevolgen van die wet in werking blijven totdat de strijdigheid met de richtlijnen is opgeheven? Voor het antwoord op deze vraag wijst het Hof erop dat zowel de m.e.r.-richtlijn als de Habitatrichtlijn er vanuit gaan dat een milieueffectbeoordeling en een passende beoordeling worden verricht voordat toestemming wordt verleend voor een project. Beide richtlijnen geven niet aan hoe omgegaan moet worden met mogelijke strijdigheid met deze richtlijnen. Daarom grijpt het Hof terug op het beginsel van loyale samenwerking uit het Verdrag betreffende de Europese Unie, op grond waarvan lidstaten, waaronder rechtelijke instanties, gehouden zijn de onwettige gevolgen van een schending van het Unierecht ongedaan te maken. Dit kan bijvoorbeeld de intrekking of schorsing van een verleende vergunning behelzen in afwachting van een nog te verrichten milieueffectbeoordeling. Niettemin is het mogelijk om de wetgeving die strijdig is met deze richtlijnen achteraf alsnog te repareren, in dit geval door alsnog een milieueffectbeoordeling en passende beoordeling te verrichten. Dit kan enkel onder twee voorwaarden. Ten eerste mag dit er niet toe leiden dat Unierechtelijke voorschriften worden omzeild of buiten toepassing worden gelaten. Ten tweede moet de reparatie niet alleen zien op de toekomstige milieueffecten, maar ook op de milieueffecten van het project die zich al hebben voorgedaan.

18. Het is de nationale rechter ook toegestaan om vanwege een dwingende reden die verband houdt met de bescherming van het milieu bij wijze van uitzondering de rechtsgevolgen van een met het Unierecht strijdig besluit te handhaven, mits voldaan aan specifieke voorwaarden. In dit geval acht het Hof de leveringszekerheid van elektriciteit een mogelijke dwingende reden, waarbij de nationale rechter wel rekening moet houden met andere middelen en alternatieven om in de elektriciteitsbevoorrading te voorzien.

Afrondend

19. De Belgische wet moet dus alsnog onderworpen worden aan een milieueffectbeoordeling en een passende beoordeling. Een dergelijke verplichting hoeft op zichzelf nog geen gevolgen te hebben voor de exploitatie van de kerncentrales: het is goed mogelijk dat uit de beide beoordeling volgt dat het voorgenomen project door kan gaan, al dan niet na wijziging van dat project. Vanuit de richtlijnen bezien is het een wenselijk uitgangspunt dat dit besluit al aan de respectievelijke beoordelingen wordt onderworpen, aangezien mag worden aangenomen dat in deze fase nog de meeste kans en ruimte bestaat op aanpassingen aan het project op basis van de uitkomst van die beoordelingen. En aannemende dat deze beoordelingen toch al plaats moesten gaan vinden verderop in de keten van besluitvorming, hoeft het tot (ernstige) vertraging te leiden en kan het juist het proces verderop in de uitvoering versnellen. Voor het Nederlandse stelsel roept deze uitspraak wel wederom de vraag op of niet te strikt wordt vastgehouden aan de limitatief opgesomde besluiten in de bijlage bij het Besluit-m.e.r. voor de koppeling met de m.e.r. en andere, niet-genoemde besluiten net zo goed aan een milieueffectbeoordeling moeten worden onderworpen.


Gerelateerd

Niet elk bedrijventerrein is een industrieterrein in de zin van categorie D 11.3 Besluit mer
Annotatie T. Rötscheid ABRvS 10 maart 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:516
Informele mer-beoordeling bestemmingsplan moet zien op gehele woningbouwlocatie
Annotatie M.A.A. Soppe ABRvS 20 januari 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:80
Voortoets mogelijk ondanks dat de stikstofdepositie de KDW overstijgt
Derek Sietses schreef een annotatie bij ABRvS 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1110 in JM 2020/154. Tot voor…
Beantwoording van prejudiciële vragen inzake de verlenging van een toestemmingsbesluit voor een hervergassingsterminal
Marieke Kaajan schreef een annotatie bij HvJ EU 9 september 2020, ECLI:EU:C:2020:680 in M en…
De toepassing van externe saldering ten behoeve van het inpassingsplan Logistiek Park Moerdijk
Marieke Kaajan schreef een annotatie bij ABRvS 30 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2318 in M en R…
Voorschriften OBM moeten te herleiden zijn tot mer-beoordelingsaanmeldnotitie
Annotatie Soppe ABRvS 13 november 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:3820, M en R 2020/18
Kroniek Natuurbeschermingsrecht – Gebiedsbescherming (deel 2)
In het tweede deel van de jaarlijkse terugkerende Kroniek Natuurbeschermingsrecht schreven Marieke Kaajan en Fleur…
Ontgrondingsvergunningen omvatten inhoudelijk geen wijziging ten opzichte van de voorheen verleende tijdelijke vergunningen en vallen daarom niet onder de mer-(beoordelings)plicht
Annotatie Soppe ABRvS 21 augstus 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2822, M en R 2020/55
Relativiteit bij het MER: deelaspecten van het milieuonderzoek
Erwin schreef een noot onder ABRvS 18 maar 2020, ECLI:NL:RVS:2020:801 in M en R 2020/49….
Kroniek Natuurbeschermingsrecht – Soortenbescherming (deel 1)
In de jaarlijks terugkerende kroniek Natuurbeschermingsrecht schreven Fleur Onrust en Marieke Kaajan in BR 2020/48…
De Habitatrichtlijn en de grote boze wolf
Fleur Onrust schreef een annotatie bij HvJ EU 11 juni 2020, ECLI:EU:C:2020:458 in OGR 2020/149….
Geen expliciet mer-beoordelingsbesluit voor bestemmingsplan woonwijk
Annotatie ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, M en R 2019/106
Actualiteiten bescherming Natura 2000-gebieden 2019/2020
Marieke Kaajan schreef een artikel in M en R 2020/41 over de ontwikkelingen in de rechtspraak, het…
Het dubbele toetsingsmoment van de Wnb; bij vaststelling plan én uitvoering concrete activiteit.
Marieke Kaajan schreef een annotatie bij Rb. Noord-Holland 25 maart 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:2186 in M en…
Aanleg rieteilanden en rietkraag is een beschermingsmaatregel waarmee in de passende beoordeling rekening mag worden gehouden
Marieke schreef een noot onder ABRvS 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4360 in M en R 2020/10…
Bouw 40 woningen met steigerplaatsen voor afmeren van een boot, ziet niet op een jachthaven in de zin van het Besluit mer; art. 8:69a Awb in relatie tot mer-beoordeling en art. 7.2a Wm
Annotatie Soppe ABRvS 8 april 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:1010, M en R 2020/62
Doelstelling initiatiefnemer relevant voor niet opnemen alternatief in plan-MER. Toename stikstofdepositie N2000-gebied toereikend passend beoordeeld (systeemanalyse)
Annotatie Soppe ABRvS 11 maart 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:741, M en R 2020/38
De effecten van ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan op Natura-2000 gebieden.
Marieke Kaajan schreef een annotatie bij ABRvS 22 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2020:212 in OGR 2020/9. 1….
Ontbreken expliciet mer-beoordelingsbesluit is herstelbaar en reikwijdte mer-beoordelingsplichtige activiteit (samenhang andere activiteiten)
Annotatie Soppe ABRvS 18 december 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:4327, M en R 2020/6
De ADC-toets centraal
Derek schreef een noot bij ABRvS 24 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2560 in JM 2019/156, afl. 11,…
Actualiteiten Natuurbeschermingsrecht 2018/2019
Marieke schreef een artikel in M en R 2019/88 over de actualiteiten van het natuurbeschermingsrecht…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2019 – Soortenbescherming (deel 2)
Marieke en Fleur schreven een kroniek over de ontwikkelingen van het natuurbeschermingsrecht inzake soortenbescherming in…
Concept plan-MER hoeft ingevolge de Wet openbaarheid bestuur niet openbaar te worden gemaakt
Annotatie Soppe ABRvS 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3299, M en R 2019/27
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2019 – Gebiedsbescherming (deel 1)
Marieke en Fleur schreven een kroniek over de ontwikkelingen van het natuurbeschermingsrecht in 2019 in…
Prejudiciële vragen Habitatrichtlijn; hoe om te gaan met natuurwaarden waarvoor een gebied niet is aangewezen
Marieke schreef een noot bij HvJ EU 7 november 2018, ECLI:EU:C:2018:883 in 1. Dit arrest,…
Verzuim expliciet mer-beoordelingsbesluit fataal voor bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, TBR 2019/113
Staat mer-richtlijn toe dat slechts één van de noodzakelijke besluiten aan mer-plicht wordt verbonden?
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 3 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2217, M en R 2019/84
Beperkingen AERIUS Calculator
Marieke Kaajan schreef een annotatie bij ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:619 in OGR 2019/108. 1….
Quick scan juridische uitvoerbaarheid inkrimping veestapel
Onderzoek in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving, Utrecht: Universiteit Utrecht, Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law 2017 (31 pp.).
Gevolgen PAS-uitspraak voor passende beoordelingen: wanneer met welke maatregelen rekening te houden
Erwin Noordover schreef een noot bij ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603 in OGR 2019.  1. De…
Toename endotoxinen leidt tot mer-plicht
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 22 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1632, M en R 2019/81
Voor andere bevredigende oplossing Wnb-ontheffing gebruik maken van milieueffectrapportage en beoordeling bestemmingsplan
Annotatie ABRvS 8 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1491, M en R 2019/78
Welke gegevens moeten ter inzage worden gelegd? ADC-toets Wnb
Marieke schreef een noot bij ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2454 in M en R 2018/124. …
Besluitbegrip. Besluit tot goedkeuring van een faunabeheerplan. Vaststelling faunabeheerplan.
M. Bauman, D. Sietses & J.V. van Ophen schreven een noot onder ABRvS 20 maart…
Wijziging bestaande bebouwing in permanent logiesverblijf voor arbeidsmigranten geen stedelijk ontwikkelingsproject
Annotatie ABRvS 17 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1253, M en R 2019/61
Omgevingsvergunning eerste fase mag niet buiten behandeling worden gelaten vanwege mer-beoordelingsplicht tweede fase
Annotatie Soppe ABRvS 3 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1013, M en R 2019/60
Lucht boven Natura 2000-gebied onderdeel van het gebied?
Marieke scheef een noot bij Rb. Den Haag 7 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:2665 in M en…
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe ABRvS 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:758, M en R 2018/60
Schorsing vergunningen gebaseerd op het PAS
Marieke schreef een noot bij ABRvS 9 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:795 in M en R 2018/61. …
Wijziging tracébesluit verplicht niet tot opstellen van nieuw MER
Annotatie Soppe ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:596, M en R 2019/45
Het verschil tussen ‘mitigerende’ en ‘compenserende’ maatregelen
Marieke schreef een noot bij HvJ EU 25 juli 2018, ECLI:EU:C:2018:593 in M en R…
Randvoorwaarden voor verkleining van een reeds aangewezen Natura 2000-gebied
Marieke schreef een noot bij HvJ EU 19 oktober 2017, ECLI:EU:C:2017:774 (Vereniging Hoekschewaards Landschap) in…
Prejudiciële vragen over de juridische houdbaarheid van het Programmatische Aanpak Stikstof
Marieke Kaajan schreef een annotatie bij HvJ EU 7 november 2018, ECLI:EU:C:2018:882 in OGR 2018/238….
Effectiviteit van luchtwassers voor geurreductie
Annotatie Kevelam ABRvS 28 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3885, M en R 2019/13
Omgevingsrechtelijke besluitvorming voor zonneparken: een overzicht
In Bouwrecht 2018/77 gingen Erwin Noordover en Neeltje Walgemoed in op de omgevingsrechtelijke besluitvorming voor…
Actualiteiten Natuurbeschermingsrecht 2018
Marieke schreef een artikel over hetgeen zij besprak tijdens haar presentatie op de Actualiteitendag van…
Mer-beoordelingsbeslissing voorafgaand aan terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3131, M en R 2018/129
Artikel 5.16 Wm niet buiten toepassing vanwege WHO-advieswaarden luchtkwaliteit
Annotatie ABRvS 19 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3061, M en R 2018/127
Geen wettelijk kader endotoxinen. Bevoegd gezag dient te bepalen welke maatregelen bij endotoxinen in het belang van de bescherming van het milieu nodig zijn. Bij die bepaling heeft het bevoegd gezag beoordelingsruimte.
Annotatie Kevelam ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2395, M en R 2018/103
Toename emissie endotoxinen vanwege pluimveehouderij leidt tot mer-plicht
Annotatie Soppe ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2496, M en R 2018/113
Weigering verklaring van geen bedenkingen geitenhouderij vanwege volksgezondheidsrisico’s
Annotatie Kevelam ABRvS 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2189, M en R 2018/102
Winning delfstoffen onder water geen delfstoffenwinning uit landbodem uit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1986, M en R 2018/100
Geen kaderstellend mer-plichtigplan ingeval van één-op-één inpassing vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2066, M en R 2018/101
Alternatieve locaties in een milieueffectrapport
Erwin Noordover schreef een noot onder ABRvS 2 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1436, in BR 2018/59 over…
Ook bij één besluit verplichte Wro-coördinatie ingeval van toepasselijkheid artikel 9f Elektriciteitswet 1998
Annotatie Kevelam ABRvS 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:766, M en R 2018/74
Treffen maatregelen op grond van mer-evaluatie achteraf
Annotatie Soppe ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:608, M en R 2018/58
Inspraak over ontwerpbesluit voldoende vroegtijdige inspraak
Annotatie Kevelam ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, M en R 2018/84
Functiewijziging winkelcentrum geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie D-11.2 Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:348, TBR 2018/62
Herstructurering N280 Roermond is wijziging autoweg in de zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 24 januari 2018,  ECLI:NL:RVS:2018:224, M en R 2018/46
Geen MER nodig na mer-beoordeling als eerder vergunde milieugevolgen niet toenemen
Annotatie Soppe ABRvS 13 december 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:3448, M en R 2018/28
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 19 juli 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:1939, M en R 2017/135
Toepassing kruimelgevallenregeling in relatie tot kolom 1 en kolom 2 uit categorieën Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1192, TBR 2017/99
Feitelijk bestaande (planologische legale) situatie bepalend voor mer-(beoordelings)plicht bestemmingsplan bij Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694, M en R 2017/72
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe Vz. ABRvS 2 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:561, M en R 2017/83
Stront aan de knikker? Het fosfaatrechtenstelsel in het licht van art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM
Milieu & Recht 2017/5 (61), p. 388-400
De Wet tarieven: de Commissie m.e.r. uit de markt geprijsd?
Milieu & Recht 2016/19
Geen vergunningvoorschriften gebruik of milieuaspecten aan omgevingsvergunning bouwen
Annotatie Soppe ABRvS 14 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3331, M en R 2017/39
Omgevingsplan en m.e.r.
In deze bijdrage wordt de werkingssfeer van de voorgestelde m.e.r.-regelgeving ten aanzien van het omgevingsplan besproken. Verder wordt er ingegaan op de reikwijdte van de m.e.r.-(beoordelings)plicht voor zover die is verbonden aan het omgevingsplan.
Geen m.e.r.-beoordelingsplicht voor besluiten niet genoemd in kolom 4 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 30 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3170, M en R 2017/92
Functionele ontgronding is winning oppervlaktedelfstoffen Besluit mer
Annotatie ABRvS 15 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3152, M en R 2017/13
Betekenis kosten bij bepaling mer-alternatieven
Annotatie Soppe ABRvS 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2988, M en R 2017/35
Informele mer-beoordeling voldoende bij formele mer-beoordelingsplicht
Annotatie Soppe ABRvS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2535, M en R 2016/149
Planologische vergelijking bij bepalen m.e.r.-(beoordelings)plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 13 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1944, M en R 2017/18
Betekenis voorzienbaarheidscriterium voor activiteiten in Besluit mer zonder term ‘capaciteit’
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:482, M en R 2016/69
Bepalen en effectueren mer-plicht bij grensoverschrijdende activiteiten
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:465, M en R 2016/78
Eventuele toekomstige gaswinning niet betrekken bij mer-beoordeling exploratieboring
ABRvS Kevelam en Soppe 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:155, M en R 2016/64
Wijziging geluidvoorschrift kartbaan geen wijziging activiteit categorie D-43 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3949, M en R 2016/52
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3557, M en R 2016/14
Geen mer-beoordeling als activiteit niet voldoet aan kolom 1-omschrijving Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 19 augstus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2631, M en R 2015/143
Recycling is geen verwijdering afvalstoffen uit categorie D-18.1 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2457, M en R 2015/156
Vergunningplicht beweiden en uitrijden van mest
Een Nbw-vergunning is ook nodig voor het beweiden van koeien en het uitrijden van mest….
Relativiteitsvereiste in de weg aan vernietiging omgevingsvergunning beperkte milieutoets
Annotatie Soppe Rb Oost-Brabant 2 juli 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:3318, M en R 2015/121
Planologische vergelijking bij bepalen mer-plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2078, M en R 2015/125
Relativiteitsvereiste in relatie tot plan-mer-regeling en artikel 7.2a Wm
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1713, TBR 2015/114
Twee fasen bedrijventerrein één samenhangende activiteit bij toepassing Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1333, M en R 2015/106
De programmatische aanpak stikstof: komt de PAS van pas?
D. Sietses & A. Drahmann schreven een artikel in BR 2015/48, afl. 6 over de…
Achterwege laten plan-mer-plicht bestemmingsplan ingeval van vergunning Natuurbeschermingswet 1998 met passende beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1161, M en R 2015/105
Revisie- of veranderingsvergunning?
Marieke Kaajan beschreef wanneer een revisievergunning kan worden verlangd. In Niewsbrief StAB 2015-1 verscheen een…
De curator als overtreder
Erwin Noordover schreef ‘De curator als overtreder’ in Tijdschrift voor Insolventierecht, 2015/12. Een failliet bedrijf…
Exploratieboringen aardgas en aardolie niet mer-plichtig ingevolge mer-richtlijn
Annotatie Soppe HvJEU 11 februari 2015, ECLI:EU:C:2015:79, M en R 2015/73
Hoofdlijnen milieubestuursrecht
Hoofdlijnen milieubestuursrecht, 2015, hoofdstuk 9 (Milieueffectrapportage), pag. 187-208
Integrale beoordeling milieugevolgen bij informele mer-beoordeling
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4648, TBR 2015/113
Verwerking licht asbesthoudend staalschroot in smelten staal valt onder categorie C-21-5 en D-21.5
Annotatie Soppe ABRvS 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4531, M en R 2015/50
Geen omgevingsvergunningplichte beperkte milieutoets melkrundveehouderij onder drempel categorie D-14 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 29 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3841, M en R 2015/37
Tailormade regelgeving voor windturbineparken op de Noordzee
Erwin Noordover en Annemarie Drahmann schreven ‘Tailormade regelgeving voor windturbineparken op de Noordzee’, TO oktober…
Mer-beoordelingsbesluit inhoudende dat MER moet worden gemaakt bij uitbreiding ontgronding
Annotatie Soppe ABRvS 1 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3546, M en R 2015/22
Reikwijdte van plan-m.e.r. is beperkt tot m.e.r.-plichtige onderdelen plan; planregels om te voldoen aan de Natuurbeschermingswet 1998 niet toegestaan
Annotatie Kaajan en Soppe ABRvS 6 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2942, M en R 2014/143
Opzet en vormgeving-criterium ingeval van wijziging activiteit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1467, M en R 2014/113
Co-vergistingsintallatie is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig vanwege categorieën D-18.4, D-21.6 en D-22.1
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:555, M en R 2014/79
Wijziging Kernenergiewetvergunning Borssele is geen wijziging in de zin van Besluit m.e.r
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:517, M en R 2014/80
Opnemen maximale capaciteit vergassingsinstallatie categorie C-18.4 Belsuit mer in planregels toegestaan
Annotatie Soppe ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:170, M en R 2014/46
Activiteit categorie C-18.4 Besluit m.e.r zowel verwijdering als nuttige toepassing afvalstoffen
Annotatie Soppe Rb Noord-Nederland 14 januari 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:149, M en R 2014/45
Communautaire grenzen aan het beperken van de project-m.e.r.-plicht tot het eerste ruimtelijk plan over een gefaseerd te realiseren project (mede bezien in het licht van de Omgevingswet)
P.J.J. van Buuren e.a. (red.), Toonbeelden, Gedachten over provinciaal omgevingsrecht ter herinnering aan Toon de Gier, Kluwer 2013, p. 159-165
Windparken en leefomgeving
Marieke Kaajan en Erwin Noordover schreven samen “Windparken en leefomgeving: een toelichting op enkele angels uit…
Cumulatie projecten leidt tot formele mer-beoordelingsplicht ontgrondingsvergunning
Annotatie Soppe ABRvS 3 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:149, M en R 2013/127
Reikwijdte van categorie D.35c van het Besluit mer (conserven)
Annotatie Soppe ABRvS 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:18, M en R 2013/116
Gaan de wieken sneller draaien met de Structuurvisie wind op land?
In Bouwrecht 2013/89 gingen Erwin Noordover en Aaldert ten Veen in op de Rijksstructuurvisie wind…
En weer een moderniseringsslag … Of vormt de Omgevingswet dan toch het eindstation voor een eigentijds m.e.r.-systeem? Uiteenzetting van de belangrijkste wijzigingen in de m.e.r.-regelgeving ingevolge de Omgevingswet
TO 2013, nr. 2, p. 55-67
Hoofdlijnen regelgeving inzake milieueffectrapportage
Vastgoedrecht 2013, nr. 1 p. 7-14
Eén stedelijk ontwikkelingsproject in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 9 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY8002, AB 2013/96
Geen mer-beoordeling voor uitwerkingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6741, TBR 2013/43
Samenhangende ontgrondingslocatie voor bepaling mer-(beoordelingsplicht)
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6766, AB 2013/97
Nieuwe en bestaande windturbines windpark in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe Rb Haarlem 12 december 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6096, M en R 2013/42
Geen samenhangende installaties windturbines Lelystad
Annotatie Soppe ABRvS 14 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3088, M en R 2013/41
Besluit-MER beperkt tot bestemmingsplan dat deel is van groter plan
Annotatie Soppe ABRvS 3 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8982, M en R 2013/26
Passende beoordeling en plan-mer voor bestemmingsplan met significante effecten Natura 2000-gebied en plan-mer-gebrek is niet passeerbaar
Annotatie Soppe ABRvS 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1871, TBR 2012/166
Plan-mer-plicht als bestemmingsplan meer mogelijk maakt van vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 30 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6920, TBR 2012/129
Het Besluit milieueffectrapportage (Cat. 18.2 bijlage D)
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 10 november 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO3494 inz. het Besluit milieueffectrapportage (Cat….
Revisievergunning Corus
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 28 mei 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD2643 inz. Revisievergunning, MenR 2008/73. 1…
Bangert en Oosterpolder: lange leve de duidelijkheid
Toets 2008, nr. 5, p. 4-9