ENVIR ADVOCATEN
Keizersgracht 451-1V
1017 DK Amsterdam
T +31 20 737 20 66
F +31 20 796 92 22


Datum: 07-08-2013

Last onder dwangsom, bluswater en de Waterwet

Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann een noot onder ABRvS 7 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:659, inz. Last onder dwangsom, bluswater, Waterwet, JM 2013/125

Deze uitspraak heeft betrekking op een last onder dwangsom die is opgelegd door een waterschapsbestuur als gevolg van een spoedeisend optreden door datzelfde waterschapsbestuur in het kader van een last onder bestuursdwang. Op 14 maart 2011 is een last onder dwangsom opgelegd aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden door Gedeputeerde Staten, de onderhavige uitspraak heeft betrekking op deze last onder dwangsom. Eerder is op 12 juli 2008 bij een incident blusschuim met perfluor­octaansulfonaat in het oppervlaktewater terecht gekomen. Het college van dijkgraaf en hoogheemraden is naar aanleiding daarvan met spoedeisende bestuursdwang opgetreden om (verdere) verspreiding in het oppervlaktewater tegen te gaan. Een deel van het watersysteem is daartoe afgedamd en het meest verontreinigde water is tijdelijk opgeslagen in vijf bassins. De onderhavige uitspraak heeft op die spoedeisende bestuursdwangbeschikking geen betrekking. GS hebben naar aanleiding van de opslag van het bluswater in de bassins een last onder dwangsom aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden opgelegd wegens overtreding van artikel 13 Wet bodembescherming (Wbb), omdat het verontreinigde bluswater vanuit de bassins in de bodem terecht is gekomen. Ingevolge artikel 13 Wbb is ieder die op of in de bodem handelingen verricht als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 en die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd of aangetast, verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die verontreiniging of aantasting te voorkomen, dan wel indien die verontreiniging of aantasting zich voordoet, de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. Indien de verontreiniging of aantasting het gevolg is van een ongewoon voorval, worden de maatregelen onverwijld genomen. In de jurisprudentie met betrekking tot artikel 13 Wbb staat veelal de vraag centraal of de handeling die tot de vermeende verontreiniging van de bodem heeft geleid is aan te merken als een handeling als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 Wbb. Zo niet in deze uitspraak. In de onderhavige uitspraak stelt het het college van dijkgraaf en hoogheemraden zich op het standpunt dat zij niet als overtreder kan worden aangemerkt omdat zij niet “wist of redelijkerwijs had kunnen vermoeden” dat met het tijdelijk opslaan van het bluswater in de bassins het grondwater verontreinigd kon raken. Daarbij wees het college van dijkgraaf en hoogheemraden op het feit dat de bassins eerder gebruikt waren om glycol op te slaan. De Afdeling volgt het college van dijkgraaf en hoogheemraden in deze redenering en oordeelt dat het college van dijkgraaf en hoogheemraden inderdaad niet in strijd met artikel 13 Wbb heeft gehandeld.

Deze uitspraak is in lijn met een eerdere uitspraak van de Afdeling van 13 oktober 2010 («JM» 2010/120). In die uitspraak was de casus als volgt. Het college van B en W had een last onder dwangsom opgelegd aan een stomerij wegens het overtreden van artikel 13 Wbb. De stomerij had door een fout in het productieproces verontreinigd koelwater op het riool geloosd. In die procedure voerde appellante aan dat zij ten onrechte als overtreder van artikel 13 van de Wbb is aangemerkt. Volgens haar is de oorzaak van de betrokken bodemverontreiniging gelegen in de gebrekkige staat van het riool waarop de door haar gebruikte afvoer uitkwam. Appellante meent dat zij er, mede gezien het feit dat de gemeente de riolering in de omgeving van de stomerij tevoren had vernieuwd, redelijkerwijs op mocht vertrouwen dat er bij lozing op het riool geen koelwater, ook niet als dit verontreinigd was, in de bodem terecht zou komen. Volgens appellante is de gemeente verantwoordelijk voor de gebrekkige staat van het betrokken riool en had de last onder dwangsom daarom niet aan haar, maar aan de gemeente opgelegd moeten worden. Het college bracht hiertegen in dat de stomerij als veroorzaker van de betrokken bodemverontreiniging is aan te merken, omdat het niet is toegestaan om koelwater op het riool te lozen wanneer dat verontreinigd is met chemicaliën. Volgens het college heeft appellante door het lozen van het verontreinigde koelwater het risico genomen dat als gevolg van die lozing de verontreiniging in de bodem kon geraken. Dit lozen moet volgens het college daarom als een handeling als bedoeld in artikel 10 van de Wbb worden beschouwd, waarvan appellante redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor de bodem kon worden verontreinigd, zodat voor appellante op grond van artikel 13 Wbb de verplichting bestond om de verontreiniging en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. De Afdeling oordeelt dat het in de bodem komen van het verontreinigde koelwater een direct gevolg is van het feit dat een van de betrokken riolering deel uitmakende inspectieput aan de onderkant niet was afgesloten, een omstandigheid is waarop appellante niet bedacht hoefde te zijn. Gelet op het vorenstaande heeft het college op onjuiste gronden geoordeeld dat appellante door deze lozing artikel 13 Wbb heeft overtreden. Je zou denken dat de stomerij wel het verbod heeft overtreden van het lozen van verontreinigd koelwater op het riool.

Opvallend is dat de Afdeling bij de beantwoording van de vraag wie als overtreder kan worden aangemerkt bij overtreding van artikel 13 Wbb veel meer dan bijvoorbeeld bij overtreding van artikel 6.2 Waterwet lijkt te kijken of het handelen aan de vermeende overtreder kan worden verweten. Dit kan verklaard worden door de formulering van artikel 13 Wbb en dan met name met de uitleg van de zinsnede “weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden”. Volgens ons zou de uitleg van het overtredersbegrip van artikel 13 Wbb en deze jurisprudentie een voorbeeld moeten zijn voor andere situaties zoals bijvoorbeeld verontreiniging door bluswater na een chemische brand, met name dan het nalatig zijn in het treffen van voorzorgsmaatregelen tegen verontreiniging van bluswater. Onzes inziens zou dit tot een genuanceerder overtredersbegrip leiden en daarmee op meer begrip in de praktijk kunnen rekenen. Tot slot zij nog opgemerkt dat het iets treurigs heeft dat het waterschap tegen de provincie bij de bestuursrechter procedeert en er derhalve twee bestuursorganen tegenover elkaar staan. Dit klemt temeer nu het waterschap van hogerhand wordt afgestraft voor de wijze waarop het waterschap zelf heeft opgetreden tegen een overtreding van een burger.

Deze noot gaat over bestuursrechtelijke handhaving, een onder deel van het algemeen bestuursrecht.


Gerelateerd

Kroniek Natuurbeschermingsrecht – Soortenbescherming (deel 1)
In de jaarlijks terugkerende kroniek Natuurbeschermingsrecht schreven Fleur Onrust en Marieke Kaajan in BR 2017/53…
Programmatische Aanpak Stikstof; prejudiciële vragen weiden en bemesten
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1260 in MenR 2017/85. 1….
Vergunningplicht beweiden en uitrijden van mest
Een Nbw-vergunning is ook nodig voor het beweiden van koeien en het uitrijden van mest….
Elektrovisserij leidt tot overtreding Ffw
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 19 november 2014, nr. 201404288 inzake de overtreding van…
Besluit kostenverhaal bestuursdwang gericht aan curator
Fleur Onrust schreef in JM 2014/111 over een besluit kostenverhaal bestuursdwang gericht aan de curator. In de…
Spoedeisende bestuursdwang na incident te Schiphol
Fleur Onrust schreef in JM 2014/100 over spoedeisende bestuursdwang na een incident met een sprinklerinstallatie op Schiphol….
Spoedeisende bestuursdwang, handhaving, bluswater, kostenverhaal, overtreder
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann, noot onder ABRvS 22 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:90,  JM 2014/34….
Spoedeisende bestuursdwang, Chemie-Pack, kostenverhaal, overtreder
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann een noot onder ABRvS 22 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:102, inz….
Dwangsom en Flora en faunawet
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann een noot onder ABRvS 25 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1247, BR 2014/9….
Flora en faunawet, tijdelijke verstoring vaste rust- en verblijfplaats
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann een noot onder ABRvS 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1925, BR 2014/8….
Kostenverhaal bestuursdwang en verontreinigd bluswater
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann en P. Jong een noot onder Rb Noord-Nederland 9…
Kostenverhaal bestuursdwang en verontreinigd bluswater
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann en P. Jong een noot onder Rb Noord-Nederland 9…
Verhaal van kosten bij (chemische) branden, deel 2
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann het artikel “Verhaal van kosten bij (chemische) branden, deel…
Handhaving – spoedeisende bestuursdwang
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann een noot onder ABRvS 31 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2013:BY1700, inz. Handhaving, spoedeisende…
Hoge Raad over Kostenverhaal Chemie-Pack
Fleur Onrust met C.N.J. Kortmann, noot onder HR 12 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7505, inz. Kostenverhaal Chemie-Pack, AB 2013/368….
Verhaal van kosten bij (chemische) branden, deel 1
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann het artikel “Verhaal van kosten bij (chemische) branden, deel…
Spoedeisende bestuursdwang, kostenverhaal, overtrederbegrip, bluswater
Fleur Onrust schreef met C.N.J. Kortmann een noot onder ABRvS 29 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX5953, inz. Spoedeisende…
Bestuursrechtelijk kostenverhaal bestuursdwang bij Chemie-Pack
Fleur Onrust schreef met C.N.J. Kortmann een noot onder Rb. Breda 21 juni 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BW8992,inz. Spoedeisende bestuursdwang…
Boom Basics Omgevingsrecht
M.M. Kaajan en F. Onrust schreven samen met V.L. van ’t Lam (red), J.C. van…
Kostenverhaal brand Chemie-Pack Moerdijk
Fleur Onrust schreef een noot met C.N.J. Kortmann bij de uitspraak van de Rb 21 april…
De relatie tussen Wabo en Waterwet
Fleur Onrust schreef het artikel “De relatie tussen Wabo en Waterwet”, BR 2010/160 (p. 851). De relatie tussen Wabo en Waterwet 1. Inleiding…
Waterwet, in kort bestek
Fleur Onrust schreef het artikel “Waterwet, in kort bestek”, Bulletin RO Totaal 2007, nr. 4. p….
Minder regels, meer ruimte voor water; het voorontwerp Waterwet nader beschouwd
Fleur Onrust schreef de bijdrage “Minder regels, meer ruimte voor water; het voorontwerp Waterwet nader beschouwd”,…