ENVIR ADVOCATEN
Keizersgracht 451-1V
1017 DK Amsterdam
T +31 20 737 20 66
F +31 20 796 92 22


Datum: 16-03-2015

Jaaroverzicht jurisprudentie flora en faunawet 2014 JFF

In dit jurisprudentie overzicht behandelen Fleur Onrust en A. Drahmann de jurisprudentie Ffw van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) en rechtbanken uit het jaar 2014.

Jaaroverzicht jurisprudentie flora en faunawet 2014 JFF (Journaal Flora en Fauna)

Wij zullen in dit overzicht alleen ingaan op de belangrijkste jurisprudentie over ontheffingverlening op grond van artikel 75 Ffw. De jurisprudentie is gegroepeerd op basis van verschillende deelonderwerpen. Achtereenvolgens komen de volgende deelonderwerpen aan de orde: (1) Bestemmingsplan en Ffw; (2) Onderzoeksrapporten; (3) Relativiteitsvereiste en Ffw; (4) Vaste rust- en verblijfplaatsen; en (5) Handhaving.

1.Bestemmingsplan en Ffw
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient in het kader van de uitvoerbaarheid van dat plan te worden getoetst of voor de uitvoering van het bestemmingsplan eventueel een ontheffing op grond van de Ffw is vereist en of er reden is om op voorhand aan te nemen dat die ontheffing niet verleend kan worden. Een marginale toets dus aan het bepaalde in de Ffw. Dat bevreemdt niet, omdat voor die eventueel vereiste ontheffingen op grond van de Ffw een aparte procedure doorlopen zal worden. De Afdeling bekijkt daarbij wel of de gemeenteraad op grond van onderzoeksrapporten inderdaad tot de conclusie heeft kunnen komen dat een ontheffing uiteindelijk al dan niet verkregen zal kunnen worden. De Afdeling toetst derhalve weliswaar marginaal, maar gaat de “natuur”-vraag in bestemmingsplanzaken niet volledig uit de weg. Alle reden dus om aan een bestemmingsplan wel een deugdelijk natuuronderzoek ten grondslag te leggen.

De Afdeling overweegt in bestemmingsplanzaken standaard als volgt: “De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling geldt dan wel een ontheffing op grond van de Ffw nodig is en zo ja, of deze ontheffing kan worden verleend, komen in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Ffw. Het voorgaande doet er niet aan af dat de raad het plan niet heeft kunnen vaststellen, indien en voor zover het op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat de Ffw aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.” Zie bijvoorbeeld: ABRvS 15 oktober 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:3716, BR 2014/136 m.nt F. onrust) en ABRvS 29 oktober 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:3843)..

In de uitspraak van de Afdeling van 10 september 2014, (ECLI:NL:RVS:2014:3363, BR 2014/133, m.nt. H.J. Breeman en R.J.G. Bäcker) was de vraag aan de orde of de raad de realisatie van een landschapsplan als voorwaardelijke verplichting had moeten stellen, omdat de uitvoering van dat plan mede bepalend zou zijn voor de beoordeling van de aanwezigheid en de kwaliteit van het beschikbare foerageergebied van een steenuilenpaar. De Afdeling overweegt in de uitspraak dat de gemeente allereerst de uitvoering van het landschapsplan in een overeenkomst met de ontwikkelaar van het plan verplicht heeft gesteld voordat het plan gerealiseerd en uitgevoerd mag worden. Daarnaast vindt de Afdeling het van belang dat in de planregels van het bestemmingsplan is bepaald dat het verboden is om een deel van het plangebied te gebruiken in strijd met het landschapsplan. Het landschapsplan is als bijlage bij de planregels gevoegd en maakt zo onderdeel uit van de planregels. Ten slotte overweegt de Afdeling dat bij de Ffw-ontheffing de uitvoering van het landschapsplan voor realisering van het plan als ontheffingsvoorwaarde kan worden gesteld. Dit alles overziende komt de Afdeling tot de conclusie dat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in relatie tot de Ffw niet in het geding is, omdat de raad er vanuit mocht gaan dat het landschapsplan daadwerkelijk zal worden uitgevoerd voordat met de bebouwing wordt aangevangen.
De marginale toetsing aan het bepaalde in de Ffw is niet beperkt tot bestemmingsplanprocedures. Ook in andere procedures waarin Ffw-belangen naar voren worden gebracht, maar waar deze niet direct onderwerp van geschil zijn, komt dit terug. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Rb. Amsterdam d.d.  30 april 2014 (ECLI:NL:RBAMS:2014:2382) inzake de evenementenvergunning voor Open Air 2012-2013. De rechtbank overweegt: “Dit betekent (…) niet dat verweerder bij de beoordeling van de vraag of de vergunningen verleend moesten worden rechtstreeks heeft hoeven toetsen aan de Ffw. De vraag of een ontheffing op grond van die wet voor de evenementen nodig is, en zo ja, of deze kan worden verleend, dient aan de orde te komen in een eventueel te voeren procedure op grond van die wet.” De rechtbank komt dan vervolgens met een overweging die erg doet denken aan de standaardoverweging in bestemmingsplanprocedures, te weten: “Dit doet er niet aan af dat verweerder de evenementenvergunning had dienen te weigeren indien op voorhand duidelijk was dat de Ffw aan de uitvoerbaarheid van die evenementen in de weg staat. Of daarvan sprake is dient te worden beoordeeld in het kader van het bepaalde in artikel 2.43, aanhef onder g en i, van de APV.”

De conclusie die uit de bestemmingsplanprocedures getrokken kan worden is dat het van groot belang is en blijft om goed en volledig onderzoek uit te voeren. Het niet of onvolledig uitvoeren van onderzoek levert namelijk nogal eens problemen op, terwijl een bestemmingsplan na goed onderzoek te hebben verricht niet snel onderuit lijkt te gaan op grond van de uitvoerbaarheid in het kader van de Ffw. Een voorwaardelijke verplichting in een bestemmingsplan voor Ffw belangen is niet nodig, mits de voorwaarden om de Ffw belangen te waarborgen zoals die uit onderzoek volgen maar op een andere manier goed verzekerd zijn.
2.         Onderzoeksrapporten
Niet altijd wordt er nauwkeurig onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige beschermde flora en fauna en de effecten van de geplande werkzaamheden en activiteiten op die beschermde soorten. Het kan op verschillende punten misgaan met het onderzoek zo komt in de jurisprudentie naar voren. Hierna zullen wij vier gebreken beschrijven die in 2014 in procedures van Ffw-ontheffingenof bestemmingsplannen aan de orde zijn geweest.

1.    Er is onvolledig of onvoldoende onderzoek verricht.
Zie bijvoorbeeld ABRvS 12 februari 2014, BR 2014/9, m.nt. F. Onrust en A. Drahmann. In deze bestemmingsplanprocedure waren voor een aantal soorten mitigerende maatregelen in de uitgevoerde quickscan voorgesteld, maar naar de mogelijke aanwezigheid van een aantal andere soorten was in het geheel geen onderzoek gedaan.

2.    Er is geen vervolgonderzoek verricht.
Een voorbeeld hiervan vormt de bestemmingsplanuitspraak ABRvS 26 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4222, JM 2015/6, m.nt. F. Arents. Er was een zogenaamde quickscan flora en fauna uitgevoerd. In het bij de quickscan behorende rapport stond dat nader onderzoek moest worden verricht om duidelijkheid te krijgen over de procedurele gevolgen in het kader van de Ffw. De gemeenteraad heeft dat nadere onderzoek echter niet uitgevoerd. De Afdeling oordeelt dat daarom niet valt uit te sluiten dat de Ffw aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. De gemeenteraad heeft hier tegenin gebracht dat er geen nader onderzoek kon worden verricht omdat aan de gemeente de toegang tot de percelen werd geweigerd. Die toestemming blijkt echter op een later moment alsnog te zijn gegeven. Het bestemmingsplan is ruim vijf maanden na die toestemming vastgesteld. De Afdeling is van oordeel dat dat voldoende tijd was voor de raad om het onderzoek alsnog uit te laten voeren. De Afdeling komt dan ook tot de conclusie dat het plan op dit punt onvoldoende zorgvuldig is voorbereid.

3.     .       Zie overigens ook al een uitspraak uit 2015 hierover (ABRvS 21 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:100).
In een andere bestemmingsplanuitspraak van de Afdeling d.d. 16 juli 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:2687) is ook een  quickscan uitgevoerd en ook in het daarbij behorende rapport is opgemerkt dat nog nader onderzoek moet worden verricht. In deze zaak gaat het echter wel goed. In dit geval heeft de gemeenteraad uitgelegd dat de verwijzing naar het nadere onderzoek in het rapport van de quickscan zo moet worden begrepen dat bij de aanvang van de uitvoering van de bepaalde werkzaamheden nog een aanvullend ecologisch onderzoek ter plaatse zal plaatsvinden teneinde nogmaals beoordelen of de Ffw zich daartegen niet verzet.
Het verschil zit hem er dus in dat in het eerste geval het nadere onderzoek van belang was voor de uitvoering van het gehele plan, terwijl in de tweede uitspraak kennelijk alleen voorafgaand aan de uitvoering van bepaalde werkzaamheden nader onderzoek moest worden verricht.

4. Kwaliteit van de onderzoeksrapporten.
Partijen proberen soms de onderzoeksresultaten naar de effecten op de aanwezige flora en fauna onderuit te halen met een beroep op het gebrek aan deskundigheid van de onderzoeker. Op de deskundigheid van de adviesbureaus in kwestie gaat de Afdeling in bij haar uitspraak van 12 november 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:4024, BR 2015/6, m.nt. F. Onrust en A. Drahmann). De Afdeling overweegt dat “niet in geschil is dat beide adviesbureaus deskundig zijn”. De stelling van wederpartij dat een van de onderzoeksbureaus bij de onderzoeken niet de juiste procedures heeft gevolgd is, gelet op het feit dat de Afdeling beide bureaus deskundig acht, echter “onvoldoende voor het oordeel dat die onderzoeken niet zorgvuldig zijn verricht”. De Afdeling overweegt dat de onderzoeken op hun eigen merites moeten worden beoordeeld. Het louter afwijken van een bepaalde onderzoeksmethode of procedure is dus voor de Afdeling niet van doorslaggevend belang.

Ook de uitspraak van de Rb. Gelderland van 4 december 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:7461, BR 2015/7, m.nt. F. Onrust en A. Drahmann, heeft betrekking op de kwaliteit van de deskundige (in dit geval de opsteller van de contra expertise). Een derde belanghebbende heeft in deze procedure bij de rechtbank naar voren gebracht dat de notitie van Das & Boom “geen deskundig tegenadvies betreft, maar dat daarin slechts is volstaan met het plaatsen van kanttekeningen.” De rechtbank oordeelt echter de opsteller van de notitie Das & Boom gemotiveerd heeft aangegeven “waarom de rapportage van Natuurbalans naar zijn oordeel op onjuiste uitgangspunten is gebaseerd, althans afwijkt van de Soortenstandaard Das die aan die rapportage ten grondslag ligt.” Daarnaast wordt de opsteller van het tegenrapport wel degelijk als deskundig aangemerkt door de rechtbank. De rechtbank overweegt daarom ten slotte dat de staatssecretaris van EZ de notitie van Das &Boom mee had moeten nemen bij haar oordeel. Ten onrechte heeft de staatssecretaris zonder acht te slaan op die notitie doorslaggevende betekenis gegeven aan de rapportage van Natuurbalans. De rechtbank laat het besluit daarom niet in stand.

5. Contra expertise niet (goed) uitgevoerd.
Volgens vaste jurisprudentie kan in het bestuursrecht de enkele stelling dat een deskundigenrapport inhoudelijk onjuist is, niet zonder contra expertise worden verworpen. Die contra expertise moet wel van een zekere kwaliteit zijn. Zie bijvoorbeeld ABRvS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4732. Hier overwoog de Afdeling: “Het door de vereniging en andere overgelegde advies [de contra extertise, toev. FO en AD] is niet gebaseerd op onderzoek waarin concreet met nadere gegevens is onderbouwd welke conclusies in de notitie van 2013 [rapport dat aan besluit ten grondslag lag, toev. FO en AD] onjuist zijn. (…) Voor zover in dat advies naar voren is gebracht dat het onderzoek in 2013 te beperkt is geweest, hebben provinciale staten naar voren gebracht dat het onderzoek overeenkomstig het vleermuisprotocol heeft plaatsgevonden, dat is opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging, in overleg met de Dienst Landelijk Gebied en de Gegevensautoriteit Natuur en in samenwerking met het Vleermuisvakberaad.” Ook in de uitspraak van de Rb. Noord-Holland 12 september 2014 (ECLI:NL:RBNHO:2014:8754) is de contra-expertise van onvoldoende gewicht. De rechtbank overweegt: “Het door eisers sub 1 bij het beroepschrift van 28 maart 2014 overgelegde stuk “Toets ecologie” bevat voorts onvoldoende objectieve en verifieerbare gegevens voor een andersluidende conclusie dan die in het ecologisch onderzoek is getrokken. Daarbij acht de rechtbank tevens van belang dat het ecologisch onderzoek is verricht door een deskundige, terwijl het bij het beroepschrift overgelegde stuk is opgesteld door de gemachtigde van eisers sub 1.“

Uit het voorgaande blijkt dat een natuuronderzoek (of dat nu een quickscan voor een bestemmingsplan of een onderzoek in het kader van een Ffw-ontheffing is) in ieder geval aan de volgende vijf eisen moet voldoen: 1) goed en zorgvuldig wordt uitgevoerd, waarbij naar alle van belang zijnde flora en fauna en deelgebieden wordt gekeken. 2) Voer dat onderzoek ook uit in de juiste periode, zodat niet wegens bijvoorbeeld broedseizoen of winterslaap onvoldoende of kwalitatief slechte data wordt verzameld. 3) Volg alle aanwijzingen uit de rapporten nauwkeurig op, het gaat dan niet alleen om vervolgonderzoeken, maar ook om andere aanwijzingen. Mochten die aanwijzingen om de een of andere reden niet zijn uitgevoerd, zorg dan dat duidelijk is waarom die aanwijzingen niet zijn uitgevoerd en op welk moment dat wellicht alsnog gaat gebeuren. 4) Maak gebruik van deskundige adviesbureaus. 5) Als er een beroep wordt gedaan op een kwalitatief slecht, of onjuist verricht onderzoek, maak dan gebruik van een deskundige die een contra expertise opstelt welke in de procedure kan worden ingebracht.

3.Relativiteitsvereiste en Ffw

Sinds de invoering van het relativiteitsvereiste (art. 8:69a Awb) dient een beroep op de normen van de Flora- en faunawet kennelijk te strekken tot bescherming van de belangen van degene die de beroepsgrond aanvoert. In de bestemmingsplanuitspraak van de Afdeling van 15 januari 2014, o.a. AB 2014/116 m nt. Nijmeijer en M en R 2014/58 m. nt. De Graaf, dacht de belanghebbende dat de toets aan het relativiteitsvereiste wellicht anders uit zou vallen als het beroep op de Ffw werd gedaan in het kader van de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Dat was echter niet het geval. De Afdeling overwoog als volgt: “Een redelijke toepassing van het relativiteitsvereiste, als vervat in artikel 8:69a van de Awb, brengt met zich dat belanghebbenden die zich niet kunnen beroepen op de normen van de Flora- en faunawet omdat die normen kennelijk niet strekken tot bescherming van hun belangen, zich evenmin op die normen kunnen beroepen ten betoge dat het bestemmingsplan niet uitvoerbaar is.” Zie ook: ABRvS 5 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:351.

In een tweetal Ffw ontheffingsuitspraken van Rb. Oost-Brabant van 23 april 2014 wordt aangenomen dat de gevreesde effecten van de windturbines voor vleermuizen de kwaliteit van de directe leefomgeving gelet op de afstand van 470 meter (ECLI:NL:RBOBR:2014:2125) en meer dan 700 meter (ECLI:NL:RBOBR:2014:2124) niet zullen aantasten. De betreffende norm van de Ffw strekt daarom kennelijk niet tot de bescherming van de belangen van eisers zo overweegt de rechtbank in beide procedures. De rechtbank wijst er in haar uitspraken op dat de rechtbank hierbij in aanmerking neemt dat “de ABRS tot op heden nog niet heeft aangegeven waar de directe leefomgeving van mensen in dit soort gevallen eindigt. Deze rechtbank heeft eerder geoordeeld dat het direct aangrenzende perceel in ieder geval wel tot de directe leefomgeving moet worden gerekend (zie de uitspraak van deze rechtbank van 16 juli 2013, ECLI:NL:RBOBR2978 die is bevestigd in de uitspraak van de ABRS van 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:575). Daarvan is in dit geval geen sprake. Nu geen duidelijke verwevenheid is komen vast te staan van het individuele belang van eisers bij het behoud van een goede kwaliteit van hun directe leefomgeving met het algemene belang dat de Ffw beoogt te beschermen, moet worden geoordeeld dat de betrokken norm van de Ffw kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van eisers.” (Rb Oost-Brabant 23 april 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:2125).

Zoals reeds eerder geoordeeld in de jurisprudentie over het belanghebbendebegrip bij Ffw-ontheffingen voor stichtingen, behoeven de statuten van een stichting niet te zien op de specifieke diersoort waarop de ontheffing ziet om aan te kunnen nemen dat de stichting opkomt voor de in het geding zijnde natuurbelangen. In 2014 is door de Afdeling een gelijke lijn voor wat betreft relativiteit gevolgd in een handhavingsgeschil over een al dan niet vereiste Ffw ontheffing: “De bepalingen in de Ffw strekken tot bescherming van inheemse dier- en plantensoorten. Uit de statuten van de stichting volgt dat haar belang is gelegen in de bescherming van bijzondere natuurwaarden. Hieronder wordt mede de bescherming van diersoorten begrepen. Gelet hierop bestaat geen grond voor het oordeel dat de bepalingen in de Ffw niet strekken tot bescherming van de belangen van de stichting. Anders dan RWE stelt, is hierbij niet van belang dat de gewone en ruige dwergvleermuis niet expliciet in de statuten van de stichting zijn vermeld. Voor zover RWE stelt dat in de statuten van de stichting Sint Antoniegorzen en Volkerak zijn genoemd, leidt dit alleen al niet tot een ander oordeel, nu deze slechts als voorbeeld dienen. Artikel 8:69a van de Awb staat dan ook niet aan een mogelijke vernietiging van het bestreden besluit in de weg.” ABRvS 16 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1284.

In de eerdergenoemde uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 30 april 2014 over evenementvergunningen voor een dance- en campingfestival Open Air (2012-2013) deden omwonenden een beroep op de Ffw. Verweerder  stelde zich vervolgens op het standpunt dat de regels van en beginselen uit de Ffw niet strekken tot bescherming van de belangen die deze omwonenden: “De rechtbank is niet gebleken dat de regels van en beginselen uit de Ffw niet strekken tot bescherming van de belangen van eisers, die allen wonen in de directe omgeving van het Gaasperpark. Dat zich tussen dat park en de woningen van eisers een metrostation bevindt maakt dit niet anders, nu het Gaasperpark het voor hen dichtstbij gelegen park is.” (Rb. Amsterdam 30 april 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:2382).

Uit het voorgaande blijkt dat het relativiteitsvereiste er dus wel degelijk aan in de weg kan staan dat een geslaagd beroep op de normen uit de Ffw wordt gedaan. Doordat de normen van de Ffw zich ook uitstrekken tot het belang van de directe leefomgeving, is de beschermingsreikwijdte van de Ffw dus niet slechts beperkt tot stichtingen en verenigingen die zich inzetten voor louter natuurbelangen, maar wordt aangenomen dat de directe leefomgeving van een ieder met de aanwezige flora en fauna is gebaat.

4.Vaste rust- en verblijfplaatsen
Een in 2014 regelmatig terugkerende vraag is wat nu wel en wat nu geen onderdeel uitmaakt van de vaste rust- of verblijfplaats van een dier. Het gaat dan veelal om de vraag of het foerageergebied en vliegroutes (van vogels of vleermuizen) tevens tot de vaste rust- en verblijfplaats (ex art. 11 Ffw) gerekend moeten worden. Dat is volgens vaste jurisprudentie alleen het geval indien de foerageergebieden en vliegroutes samenvallen met de vaste rust- en verblijfplaatsen als bedoeld in art. 11 Ffw (ABRvS 16 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2687).

In de uitspraak van 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4024, BR 2015/6, m.nt. F. Onrust en A. Drahmann, legt de Afdeling het verband tussen art. 11 Ffw en art. 12, eerste lid, aanhef en onder d Habitatrichtlijn uit. Blijkens die uitspraak bevat artikel 11 Ffw mede de implementatie van art. 12, eerste lid, aanhef en onder d, van de Habitatrichtlijn. De Afdeling legt – onder verwijzing naar het Guidance Document – uit in welke gevallen bijvoorbeeld foerageergebieden onderdeel uitmaken van de vaste rust- en verblijfplaats als bedoeld in art. 11 Ffw. De Afdeling legt uit: “het waarborgen van de ecologische functionaliteit van broed- en rustplaatsen, dat wil zeggen het verzekeren dat deze plaatsen een diersoort alle elementen blijven bieden die nodig zijn om succesvol te kunnen broeden of rusten. Andere gebieden van de habitat van een diersoort, zoals foerageergebieden, worden niet beschermd door artikel 12, eerste lid, aanhef en onder d, van de Habitatrichtlijn, tenzij deze samenvallen met broed- of rustplaatsen.”

Op 12 februari 2014 overwoog de Afdeling over de vaste rust en verblijfplaats van een steenuilenpaar het volgende: “Nu art. 11 van de Flora- en faunawet (Ffw) niet het gehele leefgebied van de steenuil beschermt, maar slechts de vaste rust- en verblijfplaatsen, waaronder de jaarrond beschermde nesten, is met het enkele feit dat de steenuil in het gebied is waargenomen, niet gegeven dat bij de uitvoering van het plan de verbodsbepalingen uit de Ffw ten aanzien van de steenuil worden overtreden. Aantasting van niet met vaste rust- en verblijfplaatsen samenvallend foerageergebied van de steenuil valt slechts binnen de reikwijdte van art. 11 Ffw, indien door de aantasting van het foerageergebied de ecologische functionaliteit van de buiten het plangebied gelegen vaste rust- of verblijfplaatsen zodanig wordt verstoord, dat de steenuil deze plaatsen om die reden zal verlaten.” (ABRvS 12 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:442, BR 2014/69, m. nt Woldendorp)

In 2014 is er met deze uitspraken weer wat meer duidelijkheid gekomen over de uitleg van het begrip “ vaste rust- en verblijfplaats”. Dit begrip beperkt zich in beginsel tot de plaats waar “het nest”, “het hol” of een nadere rust- of nestplaats van het dier is gelegen. Dat is anders als er sprake is van functieverlies van het foerageergebied dan wordt aangenomen dat de vaste rust of verblijfplaats wordt “verstoord”.

5.Handhaving
Verzoeken om handhavend op te treden tegen vermeende overtreding van art. 75 Ffw waren er in 2014 ook genoeg. Wij willen u wijzen op de volgende interessante uitspraken over handhaving en de Ffw.

Allereerst een uitspraak van de Afdeling van 25 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1247, BR 2014/9, m.nt. F. Onrust en A. Drahmann, (gepubliceerd in 2014 en daarom toch meegenomen in dit overzicht). Om aan de last onder dwangsom te kunnen voldoen moet er een paardenstal gesloopt worden. Het slopen van een stal is niet toegestaan zonder omgevingsvergunning voor het slopen. Daarnaast is er een Ffw-ontheffing nodig voordat de stal kan worden gesloopt. Aan de last onder dwangsom is daarom de voorwaarde verbonden dat de uitvoering van de last dient plaats te vinden met een omgevingsvergunning en Ffw-ontheffing. Het college is het bevoegd gezag voor zowel de vergunningverlening voor het slopen als het treffen van handhavingsmaatregelen. Daarom impliceert het opleggen van de last onder dwangsom de toestemming om aan de last te voldoen. Dit geldt echter niet voor de Ffw-ontheffing. Het college is niet het bevoegd gezag voor de verlening van een Ffw-ontheffing. Daarom kan met de last onder dwangsom niet tevens die toestemming (impliciet) zijn verleend. Bovendien kan het college de uitvoering van de last ook niet afhankelijk stellen van de medewerking van een ander bestuursorgaan, in dit geval de staatssecretaris van EZ. Dit heeft tot gevolg dat de gestelde voorwaarde niet aan de last kon worden verbonden.

Interessant is verder de uitspraak van de Afdeling van 5 februari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:281, verschenen in: BR 2014/44, m.nt. H.E. Woldendorp, AB 2014/194, m.nt. P. Mendelts, JM 2014/40, m.nt. J.M.I.J. Zijlmans, en M en R 2014/106, m.nt. B. Arentz). Aan de orde was het verzoek om handhavend op te treden tegen de peilverlaging in een deel van de polder Reeuwijk en Sluipwijk. De vraag die in deze zaak voorligt, is of op grond van de artt. 10 en 11 Ffw een herstelsanctie kan worden opgelegd. De Afdeling overweegt dat op grond van art. 5:21 Awb de staatssecretaris na vaststelling van de overtreding van de verboden van de Ffw de overtreder kan opdragen de situatie geheel of gedeeltelijk te herstellen in de toestand zoals die was voordat de overtreding plaatsvond. Een expliciete grondslag in de Ffw is hiervoor niet vereist.  De Afdeling vindt voor dit oordeel ook steun in de doelstelling van de Habitatrichtlijn, het arrest van het Hof van Justitie van 9 juni 2011, C-383/09 en het Guidance document. Lidstaten moeten niet alleen zorgen voor een juist en volledig rechtskader, maar ook de effectiviteit van dit rechtskader moeten waarborgen door zo nodig concrete en specifieke beschermingsmaatregelen en desnoods preventieve maatregelen te nemen.

De jurisprudentie over handhaving en de Ffw uit 2014 leert ons dus dat er wel degelijk een herstelplicht op grond van de artikelen 11 en 12 Ffw kan worden verlangd, maar tevens dat als voor het uitvoeren van een dergelijke actie (bijvoorbeeld op basis van zo’n herstelplicht) zelf een Ffw-ontheffing is vereist, alleen het bevoegd gezag tot verlening van die ontheffing kan aannemen dat die toestemming (Ffw-ontheffing) impliciet is verleend. Dat betekent dat in andere gevallen er tijd en ruimte geboden zal moeten worden om eerst een onherroepelijke Ffw-ontheffing te verkrijgen.

  1. Afronding

Hiervoor hebben wij de belangrijkste uitspraken die in 2014 over art. 75 Ffw zijn gepubliceerd beschreven. Op basis hiervan zijn de volgende aanbevelingen te formuleren:

  1. In het kader van een bestemmingsplan wordt door de bestuursrechter marginaal getoetst aan de Ffw, zorg echter wel dat er op een goede manier onderzoek is verricht naar de gevolgen van het bestemmingsplan op de aanwezige flora en fauna;
  2. In het kader van de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan is het niet nodig een voorwaardelijke verplichting te stellen mits door middel van uitvoeringsovereenkomsten eenzelfde resultaat is gegarandeerd;
  3. Verricht volledig en voldoende onderzoek;
  4. Voer dat onderzoek ook uit in de juiste periode (let op winterslaap, broedseizoen);
  5. Zorg dat de aanwijzingen uit een onderzoek dat aan een besluit ten grondslag wordt gelegd worden opgevolgd, voer bijvoorbeeld vervolgonderzoek uit;
  6. Maak gebruik van deskundige adviesbureaus/ adviseurs;
  7. Als er een beroep wordt gedaan op een kwalitatief slecht, of onjuist verricht onderzoek, maak dan gebruik van een eigen deskundige die een contra expertise opstelt welke in de procedure kan worden ingebracht. Zorg dat de deskundige niet vergeet alles in het rapport dat aan het besluit ten grondslag ligt te weerleggen.
  8. Het relativiteitsvereiste strekt zich in het kader van de Ffw uit tot de directe leefomgeving van een ieder.
  9. Alleen als de foerageergebieden en vliegroutes samenvallen met de vaste rust- en verblijfplaatsen als bedoeld in art. 11 Ffw dan kan de verstoring van die gebieden beoordeeld worden op grond van art. 11 Ffw. Ook indien er sprake is van functieverlies van het foerageergebied wordt er aangenomen dat de vaste rust- of verblijfplaats wordt “verstoord” of in ieder geval dan wordt die locatie meegenomen bij de beoordeling ex artikel 11 Ffw.
  10. Als het bevoegd gezag niet zelfstandig een Ffw-ontheffing kan verlenen dan kan een last onder dwangsom geen impliciete Ffw-ontheffing inhouden.
  11. De Habitatrichtlijn verplicht niet slechts tot het voorzien in een rechtskader dat het nalaten van overtredingshandelingen bevat, maar ook handelingen die leiden tot het herstel van de soort. Dit heeft tot gevolg dat een herstelsanctie (art. 5:21 Awb) kan worden opgelegd als de Ffw is overtreden.
Fleur Onrust (ENVIR Advocaten) en A. Drahmann (advocaat bij Stibbe)

Gerelateerd

Prejudiciële vragen PAS: en nu?
Op 17 mei jl. deed de ABRvS twee (tussen)uitspraken over de Programmatische Aanpak Stikstof. In…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht – Soortenbescherming (deel 1)
In de jaarlijks terugkerende kroniek Natuurbeschermingsrecht schreven Fleur Onrust en Marieke Kaajan in BR 2017/53…
Natuurbescherming onder de Omgevingswet: eenvoudig en beter?
In MenR 2017/45 ging Marieke Kaajan in op de consultatieversie van de Aanvullingswet Natuur in…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht – Gebiedsbescherming (deel 2)
Deel 2 van de jaarlijks terugkerende kroniek Natuurbeschermingsrecht, geschreven door Marieke Kaajan en Fleur Onrust,…
Actualiteiten natuurbeschermingsrecht 2017
In MenR 2017/78 werd, naar aanleiding van de Actualiteitendag van de Vereniging van Milieurecht, het…
Programmatische Aanpak Stikstof; prejudiciële vragen weiden en bemesten
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1260 in MenR 2017/85. 1….
Programmatische Aanpak Stikstof; prejudiciële vragen (algemeen)
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1259 in MenR 2017/84. 1….
Relatie tussen luchthavenbesluit en Wet natuurbescherming
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 18 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:129 in MenR 2017/53. 1….
Overgangsrecht Programmatische Aanpak Stikstof
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 14 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3327 en 28 december 2016,…
Passende beoordeling en rol van PAS-maatregelen
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 24-02-2016, ECLI:NL:RVS:2016:497 in M en R 2016/68. Noot 1. Hoewel juridisch…
Stikstofbeoordeling bij plannen; mitigerende maatregelen in planvoorschriften verzekeren
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 20-04-2016, ECLI:NL:RVS:2016:1072 in M en R 2016/98. Noot 1. Deze twee met…
Omvang motiveringsplicht bij toename stikstofdepositie
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 30-03-2016, ECLI:NL:RVS:2016:866 in M en R 2016/82. Noot 1. ABRvS 23…
Passende beoordeling bij kleine toename stikstofdepositie; geen cumulatie met nog niet vastgesteld uitwerkingsplan
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 08-06-2016, ECLI:NL:RVS:2016:1612 in M en R 2016/112 Noot 1. Deze uitspraak –…
Gebruikmaken van een eerdere passende beoordeling
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 22‑06‑2016, ECLI:NL:RVS:2016:1745  in M en R 2016/115. Noot 1. Art. 19j, lid…
Stikstofregeling in bestemmingsplan
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 1 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1515 in M en R…
Beperkte beroepsmogelijkheden tegen beheerplan; relatie met bestaand gebruik
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2041 in M en R…
Verschil tussen instandhoudingsmaatregelen, preventieve en compenserende maatregelen
Marieke Kaajan schreef een noot onder HvJ EU 21-07-2016, ECLI:EU:C:2016:583 in M en R 2016/131. Noot 1….
Natuurbeschermingsrecht in vogelvlucht; Actualiteiten en vragen uit de praktijk
Marieke Kaajan schreef in M en R 2016/73 het artikel: Natuurbeschermingsrecht in vogelvlucht; Actualiteiten en vragen…
Meldingsbevestiging PAS is geen besluit
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 02‑11‑2016, ECLI:NL:RVS:2016:2903 in M en R 2017/22. Noot 1. Met deze uitspraak…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht en Ffw 2016 (deel 2)
Kroniek Natuurbeschermingsrecht en Ffw 2016 (deel 2) F. Onrust en M.M. Kaajan[1]     Inleiding…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht en Ffw 2016 (deel 1)
Verschenen in: BR 2016/50 Inleiding Een jaar verstreken; tijd dus voor een overzicht van de…
De Wet natuurbescherming: soortenbescherming
In Journaal Flora en fauna verscheen het artikel van Fleur Onrust en Luuk Boerema over…
Een nieuwe Beleidslijn Tijdelijke Natuur
Op 10 september 2015 is de Beleidslijn Tijdelijke Natuur in de Staatscourant gepubliceerd.[1] De beleidslijn heeft…
Standaard voorschriften Nbw-vergunning vernietigd
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 23-12-2015, ECLI:NL:RVS:2015:3980. Noot 1. De spoorlijn Budel-Weert levert…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2015 – deel 2 Soortenbescherming
Fleur Onrust en Marieke Kaajan schreven de Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2015 – deel 2 inzake soortenbescherming….
Cumulatie met uitwerkingsplan verplicht?
Marieke Kaajan schreef een noot bij Vz. ABRvS 12-11-2015, ECLI:NL:RVS:2015:3575. Noot 1. Op grond van art. 19f,…
PAS: vragen uit de praktijk
De inwerkingtreding van het Programma Aanpak Stikstof heeft geleid tot vele vragen in de praktijk….
Nieuw leefgebied binnen N2000-gebied = mitigatie
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 14-10-2015, ECLI:NL:RVS:2015:3194. Noot 1. Met het arrest Briels…
Aanvaardbare wijzigingsbevoegdheid onder de voorwaarde dat significante effecten zijn uitgesloten
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 16-09-2015, ECLI:NL:RVS:2015:2891. Noot 1. Al eerder heb ik…
Referentiesituatie bij plannen indien bebouwing teniet is gegaan
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 19-08-2015, ECLI:NL:RVS:2015:2639. Noot 1. Een van de aspecten…
Toetsing van plannen aan de Nbw
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 05-08-2015, ECLI:NL:RVS:2015:2471. Noot 1. Het is een terugkerend…
Nbw-toestemming zonder ADC-toets; feit of fictie?
Het arrest Briels heeft geleid tot een stroom aan jurisprudentie waarmee het verschil tussen compensatie…
Bevoegd gezag Nbw-vergunning sinds 1 juli 2015
Marieke Kaajan schreef een nooit onder ABRvS 29-07-2015, ECLI:NL:RVS:2015:2406. Noot 1. Geeft een verleende Nbw-vergunning onverkort…
Kroniek Nbw en Ffw 2015 (deel 1)
De Nbw is geen rustig bezit. Het afgelopen jaar verscheen er weer veel jurisprudentie en…
Bestemmingsplannen en stikstof
Kunnen bestemmingsplannen profiteren van het programma aanpak stikstof (PAS)? Lees een instructief en praktisch artikel…
Beperkte toepassing art. 19kd Nbw bij plannen
Marieke Kaajan schreef een noot bij ABRvS 1 april 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:999 en 1010) over art….
Vergunningplicht beweiden en uitrijden van mest
Een Nbw-vergunning is ook nodig voor het beweiden van koeien en het uitrijden van mest….
Flora en faunawet ontheffing en zelf in de zaak voorzien
In AB 2015/164 verscheen een annotatie van Annemarie Drahmann (Stibbe) en Fleur Onrust (ENVIR Advocaten)…
Mitigatie en compensatie (part 2)
Marieke Kaajan schreef de volgende noot bij ABRvS 11 maart 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:706, inz. Buitenring Parkstad…
Op feitelijke situatie is Nbw niet van toepassing
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 08-07-2015, ECLI:NL:RVS:2015:2155. Noot 1. Deze uitspraak is een…
Criteria voor voorlopige aanwijzing Natura 2000-gebied
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 01-07-2015, ECLI:NL:RVS:2015:2041 Noot 1. Het komt al niet…
Vergunningvrij bestaand gebruik Nbw
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 24-06-2015, ECLI:NL:RVS:2015:1946 Noot 1. Deze uitspraak is een weinig voorkomend…
Van EHS tot NNN en de doorwerking in bestemmingsplannen
Fleur Onrust schreef in het digitale magazine Natuur in de Gemeente een column over de EHS…
Voortoets of passende beoordeling?
Geen passende beoordeling? Dan ook vaak geen plan-merplicht. Toch is een voortoets vaak niet voldoende….
Beperkt beroep beheerplan Nbw
Marieke Kaajan schreef in Milieu en Recht 2015/21 de volgende noot onder ABRvS 24 september…
Foerageergebied buiten Natura 2000-gebied: mititgatie
Een van de eerste zaken na het arrest Briels waaruit blijkt wanneer sprake is van…
Mitigatie en compensatie; toepassing arrest Briels
Het arrest Briels leidt tot veel discussie over het verschil tussen mitigatie en compensatie. Marieke…
ORNIS-criterium ook bij Habitatrichtlijnsoorten
En de ontwikkeling van windturbines betreft een dwingende reden van groot openbaar belang. Zie de…
Elektrovisserij leidt tot overtreding Ffw
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 19 november 2014, nr. 201404288 inzake de overtreding van…
Andere definitie Nbw-bestaand gebruik bij bestemmingsplan
In deze noot van Marieke Kaajan wordt de definitie van bestaand gebruik in de zin…
Honden aanlijnen en stikstofdepositie; geen mitigatie
Een aanlijn- en opruimplicht bij honden; is dat een mitigerende maatregel? In MenR 2015/6 schreef…
Bestemmingsplan en Flora en faunawet (BR 2014/136)
Fleur Onrust schreef in BR 2014/136. Essentie uitspraak: De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan…
Kwaliteit van de deskundigenrapporten bij ontheffing Ffw
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann in Bouwrecht over de kwaliteit van deskundigenrapporten die…
Planvoorschriften en Natuurbeschermingswet
Deze annotatie van Marieke Kaajan en Marcel Soppe in MenR 2014/143 gaat in op de mogelijke…
Bestaand gebruik volgt ook uit melding Besluit Melkveehouderij
Uit een melding op grond van het Besluit Melkveehouderij kan ook de omvang van (vergund)…
Belang van de ‘Soortenstandaard’ bij de verlening ontheffing Ffw
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann in Br over de uitspraak van de Rechtbank…
Bescherming van natuur in de Omgevingswet
In het Themanummer Omgevingswet van Milieu en Recht (2014/8) schreef Marieke Kaajan een artikel over de mate…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2014
Marieke Kaajan schreef de “Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2014”, BR 2014/75. Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2014 1.Inleiding Er is weer een…
Project of andere handeling?
Laagvliegen boven en nabij Natura 2000-gebieden, en het landen op onverharde delen van deze gebieden…
Flora en faunawet en dwingende redenen
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann het artikel, “Dwingende redenen van groot openbaar belang…
Effectbeoordeling Duitse Natura 2000-gebieden
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 16 april 2014, ECLI-nr: NL:RVS:2014:1312 inz. De beoordeling van…
Aanleggen nieuw habitattype is compensatie
Marieke Kaajan schreef een noot over de uitleg van het verschil tussen mitigatie en compensatie. In…
Externe saldering en directe samenhang – Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 9 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1207 inz. Externe saldering en…
Bestaand gebruik – Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:537 inz. Bestaand gebruik Nbw,…
Salderen met bestaande rechten – Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 12 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:446 inz. Salderen met bestaande rechten die…
Effecten op buitenlandse Natura 2000-gebieden en bestaande rechten
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 5 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:285 inz. Effecten op buitenlandse…
Highlights en actualiteiten van het natuurbeschermingsrecht
Marieke Kaajan schreeft “Highlights en actualiteiten van het natuurbeschermingsrecht”, Nieuwsbrief StAB 2014/1, p. 7-15. Zie het gehele…
Dwangsom en Flora en faunawet
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann een noot onder ABRvS 25 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1247, BR 2014/9….
Wijziging Nbw-vergunning na de referentiedatum
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1891, BR 2014/20. 1. Met deze uitspraak…
Flora en faunawet, tijdelijke verstoring vaste rust- en verblijfplaats
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann een noot onder ABRvS 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1925, BR 2014/8….
Salderen van deposities via een depositiebank
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1931 inz. Salderen van deposities via een depositiebank,…
Passende beoordeling niet verplicht ondanks inhoudelijke ecologische voortoets
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 16 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1573, MenR 2014/57. (1) Deze uitspraak is,…
Flora en faunawet (Ffw) verklaring van geen bedenkingen
Fleur Onrust schreef met A. Drahmann een noot onder de uitspraak Rb Utrecht 6 september 2012,…
Effectbeoordeling stikstofdepositie
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 1 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ9099 inz. Effectbeoordeling stikstofdepositie Nbw,…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2013
Marieke Kaajan schreef de “Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2013”, BR 2013/99. Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2013 1.Inleiding Net als in…
Flora en faunawet en verklaring van geen bedenkingen
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann een noot onder ABRvS 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:57, inz….
Bestaand gebruik in de Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 3 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:107 inz. Bestaand gebruik zoals gedefinieerd in…
De beoordeling van effecten op buitenlandse Natura 2000-gebieden
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:3 inz. De beoordeling van effecten…
Stikstofverordening Noord-Brabant
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 19 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA3654 inz. de Stikstofverordening Noord-Brabant, MenR…
Stikstofbeleid Provincie Overijssel – Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 22 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA0687 inz. het “Beleidskader Natura 2000…
Ontwikkelingsruimte met de PAS, of toch niet?
Marieke Kaajan schreef het artikel “Ontwikkelingsruimte met de PAS, of toch niet?”, Agr.r. 2013 (afl. 3),…
Definitie project in de Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 3 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ7579 over de: Definitie project Nbw, StAB 2013/65….
Flora en faunawet en Vvgb
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann een noot onder Rb Midden-Nederland 7 februari 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ1898, inz….
Flora- en faunawet: nieuwe donkere wolken boven Nederland?
Fleur Onrust schreef met A.Drahmann een artikel “​Flora- en faunawet: nieuwe donkere wolken boven Nederland?”, in BR…
Bestaand gebruik – Natuurbeschermingswet
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 21 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3744 inz. Bestaand gebruik…
Effectbeoordeling en saldering – Natuurbeschermingswet
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 10 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX9705 inz. Effectbeoordeling en saldering…
De beoordeling van effecten op buitenlandse Natura 2000-gebieden
Marieke Kaajan schreef samen met A.C. Collignon een noot onder ABRvS 29 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX5932 inz….
De (on)mogelijkheid van een koepelvergunning – Natuurbeschermingswet
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 15 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX4650 inz. De (on)mogelijkheid…
Flora- en faunawet pilot Tijdelijke natuur
Fleur Onrust schreef een noot onder de uitspraak ABRvS 25 juli 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BX2544), BR 2012/140. 1. Dit…
Art. 19kd Nbw in combinatie met vergunningplicht art. 19d Nbw
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 30 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6948 inz. Art. 19kd…
Saldering op grond van de Nbw door middel van intrekking van een (milieu)vergunning
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 4 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW0777 inz. Saldering op…
Gebiedsbescherming in het wetsvoorstel natuur: oude wijn in nieuwe zakken?!
Marieke Kaajan schreef het artikel “Gebiedsbescherming in het wetsvoorstel natuur: oude wijn in nieuwe zakken?!”, MenR. 2011/181….
Effectbeoordeling stikstofdepositie
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 28 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW0169 inz. Effectbeoordeling stikstofdepositie, StAB…
Overdraagbaarheid Natuurbeschermingswet-vergunningen
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 21 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV9525 inz. Overdraagbaarheid Natuurbeschermingswetvergunningen, StAB…
Vergunningplicht Natuurbeschermingswet voor het uitrijden van mest
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 18 januari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV1162 inz. Vergunningplicht Natuurbeschermingswet voor het…
Boom Basics Omgevingsrecht
M.M. Kaajan en F. Onrust schreven samen met V.L. van ’t Lam (red), J.C. van…
De uitleg van artikel 19kd Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 7 september 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR6898 inz. De uitleg van art….
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2011
Marieke Kaajan schreef de “Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2011”, BR 2012/102. Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2011 1.Inleiding In de kroniek…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2010
Marieke Kaajan schreef de “Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2010”, BR 2011/67. Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2010 1Inleiding Het natuurbeschermingsrecht in Nederland,…
Einde aan de crisis in de Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef het artikel “Einde aan de crisis in de Natuurbeschermingswet”, TO 2010/2, p. 31-41….