ENVIR ADVOCATEN
Keizersgracht 451-1V
1017 DK Amsterdam
T +31 20 737 20 66
F +31 20 796 92 22


Datum: 12-10-2012

Hoge Raad over Kostenverhaal Chemie-Pack

Fleur Onrust met C.N.J. Kortmann, noot onder HR 12 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7505, inz. Kostenverhaal Chemie-Pack, AB 2013/368.

1.

Dit arrest heeft in diverse tijdschriften al de nodige aandacht gekregen (de vindplaatsen staan vermeld in het kopje boven het arrest). Hoewel de behandelde rechtsvragen in de kern zuiver privaatrechtelijk zijn, heeft de zaak voldoende raakvlakken met het bestuursrecht om er in dit blad een annotatie aan te wijden.

2.

De Hoge Raad heeft de feiten netjes op een rij gezet, reden waarom wij kunnen volstaan met de volgende samenvatting. Zoals bekend is op 5 januari 2011 brand uitgebroken op het terrein van Chemie-Pack te Moerdijk, waarbij zwaar verontreinigd bluswater terecht kwam in omliggende sloten en op de bedrijfsterreinen van Chemie-Pack, Wärtsilä en Van Oord. Op 7 januari vond crisisberaad plaats tussen de gemeente en de directie van Chemie-Pack, waarbij de gemeente Chemie-Pack sommeerde het bluswater te (doen) verwijderen, met een beroep op hoofdstuk 17Wm (ongewone voorvallen). Partijen hebben toen afgesproken dat Chemie-Pack aan een saneringsbedrijf opdracht zou geven tot het verwijderen van bluswater naar ATM (Afvalstoffen Terminal Moerdijk), waarbij Chemie-Pack aangaf dat haar opdracht beperkt zou zijn tot een bedrag van maximaal € 300.000 en dat de gemeente het meerdere diende te betalen. De gemeente heeft daar tegenover gesteld dat als de werkzaamheden dan nog niet afgerond zijn, Chemie-Pack rekening moet houden met de toepassing van bestuursdwang en kostenverhaal. Vervolgens heeft Chemie-Pack, in aansluiting op een vervolgbespreking met de gemeente en Wilchem, opdracht gegeven aan Wilchem met de genoemde beperking tot € 300.000 en met de mededeling dat Wilchem zich bij het bereiken van dat maximum met de gemeente in verbinding moest stellen voor een eventuele vervolgopdracht.

3.

Wilchem heeft tussen 8 en 10 januari bluswater opgezogen en opgeslagen in een door Wilchem (via ATM) gehuurd Belgische schip De Pafos. Daarna is zij — zo begrijpen wij — gestopt met de werkzaamheden wegens een dreigende overschrijding van het kostenmaximum. Daarop heeft de Gemeente Chemie-Pack bij beschikking van 12 januari een last onder bestuursdwang opgelegd tot verwijdering, opslag en afvoer (naar ATM) van het resterende bluswater en verontreinigde slurry. Ter voldoening aan de last heeft Chemie-Pack het bedrijf Mourik Groot-Ammers ingeschakeld, wederom met een kostenmaximum, ditmaal van € 200.000. Nadat Mourik op 26 januari had laten weten dat het kostenmaximum was bereikt, heeft de gemeente bestuursdwang toegepast door Mourik opdracht te geven tot het voortzetten van de werkzaamheden. Krachtens de last van 12 januari zouden de kosten daarvan verhaald worden op Chemie-Pack ex art. 5:25 Awb. Wilchem had reeds op 24 januari laten weten dat haar kostenmaximum van € 300.000 zou worden overschreden wegens de kosten van voortdurende opslag, maar Chemie-Pack en de gemeente gaven beiden niet thuis. Vervolgens heeft Wilchem in (civiel) kort geding gevorderd dat Chemie-Pack en de gemeente hoofdelijk worden veroordeeld tot verwijdering van het bluswater uit de Pafos en het schoon aan Wilchem ter beschikking stellen van het schip, alsmede tot vergoeding van de huurbetalingen tot aan de dag van schone oplevering van het schip.

4.

De voorzieningenrechter wees de vorderingen toe, oordelende dat Wilchem erop mocht vertrouwen dat zij zowel van de gemeente als van Chemie-Pack opdracht had om de werkzaamheden af te ronden. Het hof vernietigde dit vonnis, maar oordeelde dat de gemeente jegens Wilchem onrechtmatig had gehandeld, “nu zij heeft nagelaten voor de opslagkosten alsnog met bestuursdwang op te treden dan wel de kosten van opslag in afwachting van de verwijdering (en uiteindelijke verwerking) en reiniging van het schip voor haar rekening te nemen.” Het zal de bestuursrechtjurist gerust stellen dat de Hoge Raad deze opmerkelijke opvatting over het middel bestuursdwang niet in stand heeft gelaten (r.o. 3.9.2). Ten eerste vraagt de Hoge Raad zich af op welke grondslag de gemeente alsnog met bestuursdwang had kunnen optreden. Van een spoedeisende situatie als bedoeld in hoofdstuk 17 Wm was inmiddels geen sprake meer en onzeker is of Chemie-Pack überhaupt nog in overtreding was met betrekking tot het bluswater dat inmiddels veilig in de Pafos was geborgen. Deze en andere lastige vragen bespraken wij al eerder in onze artikelen in JM 2012/906 en JM 2012/907 “Verhaal van kosten van bestuursdwang bij (chemische) branden” “deel I” en “deel II” alsmede in onze annotaties onder de uitspraken van de Rb. Breda 21 juni 2012, JM 2012/137, ABRvS 7 augustus 2013, JM 2013/125, Rb. Noord-Nederland 9 juli 2013, JM 2013/138.

5.

De Hoge Raad kan deze vraag in het midden laten, omdat ook in het geval de gemeente bestuursdwang had kunnen toepassen, zij daarmee niet had kunnen bewerkstellingen dat Chemie-Pack aan Wilchem een vervolgopdracht zou geven en zij evenmin was gehouden bij de toepassing van bestuursdwang zelf Wilchem in te schakelen. De Hoge Raad wijst daarbij op de grote beleidsvrijheid die de gemeente toekomt“bij het bepalen van de wijze waarop toepassing aan de aangezegde bestuursdwang wordt gegeven”. Als het Hof heeft bedoeld dat de gemeente in strijd heeft gehandeld met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het gelijkheidsbeginsel, door aan Mourik wel en aan Wilchem niet een vervolgopdracht te geven, dan is dat oordeel onvoldoende gemotiveerd, aldus de Hoge Raad in r.o. 3.11.

6.

De gemeente komt er in dit geval goed van af. Wilchem heeft het werk nu gedeeltelijk “gratis” uitgevoerd. Dat terwijl het onzes inziens de vraag is of de gemeente de door Wilchem gemaakte kosten van opslag en afvoer naar ATM in het kader van de door haar op 7 januari in het vooruitzicht gestelde bestuursdwang alsnog op Chemie-Pack had kunnen verhalen. Immers, de bestuursdwangbeschikking van 12 januari had geen betrekking op het door Wilchem afgevoerde bluswater, terwijl er op 26 januari ook geen grond meer was om te dien aanzien een nieuwe bestuursdwangbeschikking te nemen. Het betreffende bluswater zat immers in de Pafos en die situatie leverde, naar wij aannemen, geen overtreding van de milieuwetgeving op. Bovendien zou kostenverhaal op Chemie-Pack hoe dan ook lastig zijn geweest. Chemie-Pack werd immers op 23 augustus 2011 op eigen verzoek failliet verklaard. Zoals wij reeds beschreven in onze annotatie onder de Rechtbankuitspraak van 9 juli 2013 (JM 2013/138) is de curator weliswaar gehouden om de wet- en regelgeving na te leven en kan de curator ook worden aangeschreven om een overtreding te beëindigen, maar als het gaat om overtredingen die hebben plaatsgevonden vóór de datum van het faillissement, dan dient het bevoegd gezag voor het verhaal van kosten of de invordering van dwangsommen gewoon aan te sluiten in de rij van overige crediteuren. Geen wenkend perspectief voor de gemeente.

7.

Het beroep van Wilchem op het gelijkheidsbeginsel (“Mourik wordt wel betaald”) heeft op het oog weinig kans van slagen. Op 12 januari was er sprake van een situatie als bedoeld in artikel 17.1 Wm, op 26 januari niet, althans, niet ten aanzien van het in de Pafos opgeslagen bluswater. Daarbij komt dat Wilchem natuurlijk ook zelf op 7 januari had kunnen aangeven dat zij alleen bereid was de opdracht te aanvaarden met een garantie van de gemeente voor eventuele meerkosten. Zie hiervoor ook de conclusie van de A-G, kantnummer 3.5.1. Voor de handhavingspraktijk is het niettemin interessant om de posities van Mourik en Wilchem met elkaar te vergelijken. Wilchem verrichte haar werkzaamheden in opdracht van de overtreder ter voorkoming van een last onder bestuursdwang, terwijl Mourik haar werkzaamheden verrichtte ter uitvoering van de last, eerst in opdracht van de overtreder en vervolgens in opdracht van de gemeente. Deze laatste werkwijze had voor de gemeente het voordeel dat zij meteen “in kon springen” zodra Chemie-Pack de opdracht aan Mourik beëindigde, maar als nadeel de onzekerheid omtrent het kostenverhaal op Chemie-Pack. De eerstgenoemde werkwijze is in dat licht aantrekkelijker voor de gemeente, omdat de verantwoordelijkheid voor de kosten bij Chemie-Pack (en Wilchem) blijft liggen. Zij heeft als nadeel dat de gemeente de regie over het verontreinigde bluswater in de Pafos kwijt is. In dit geval pakt dat niet slecht uit voor de gemeente, maar in een situatie dat niet Chemie-Pack maar Wilchem failliet was gegaan, zou de rekening voor de opslag en verwerking uiteindelijk wel eens bij de gemeente terecht hebben kunnen komen. Een interessant verschil tussen beide werkwijzen is, dat alleen als de gemeente onmiddellijk overgaat tot het toepassen van bestuursdwang, zij de kosten van meevoering en opslag van het bluswater integraal op de overtreder kan verhalen. Artikel 5:29 Awb bepaalt immers dat het bestuursorgaan zaken kan meevoeren en opslaan voor zover de toepassing van bestuursdwang dit vergt. Heeft echter de overtreder zelf zorggedragen voor afvoer van de litigieuze zaken en is daarmee de overtreding beëindigd, dan is er geen grond meer om bestuursdwang toe te passen en kunnen de kosten van opslag ook niet meer worden verhaald op de overtreder.

8.

Wilchem zat op 26 januari klem. Vermoedelijk was zij contractueel verplicht de huurbetalingen aan de eigenaar van de Pafos voort te zetten, terwijl zij die kosten niet langer aan Chemie-Pack kon doorberekenen omdat het contractuele kostenmaximum was bereikt. De huur van de Pafos beëindigen ging evenmin, omdat Wilchem dit schip ongetwijfeld leeg en schoon moest opleveren, terwijl lozing van het bluswater in het oppervlaktewater van Wilchem zelf een milieu-overtreder zou maken. Wilchem had dit, zoals aangegeven, kunnen voorkomen door op 7 januari te verklaren dat zij alleen bereid was de opdracht van Chemie-Pack aan te nemen als de gemeente zich garant zou stellen voor eventueel meerwerk. Wat had de gemeente op dat moment kunnen doen? Een garantstelling is riskant, zo zagen wij, omdat voor verhaal van de opslagkosten op Chemie-Pack dan een rechtsbasis ontbreekt. Het beste had de gemeente in dat geval op 7 januari een bestuursdwangbeschikking kunnen nemen, vergelijkbaar met die van 12 januari, houdende de last om op 8 januari een aanvang te maken met de verwijdering van het verontreinigde bluswater en met de aanzegging dat de gemeente op kosten van Chemie-Pack bestuursdwang zou toepassen zodra de saneringswerkzaamheden zouden worden onderbroken of beëindigd. Natuurlijk zou het ook in dat geval de vraag zijn geweest of het kostenverhaal van de gemeente op Chemie-Pack succesvol zou zijn geweest, in het licht van het naderende faillissement, maar “breed” aanschrijven kan dat risico deels ondervangen, zo blijkt uit de sub 4 genoemde uitspraak van de Rechtbank Breda van 21 juni 2012.

9.
Tot slot een korte civielrechtelijke observatie. Uit het arrest blijkt niet of Wilchem een beroep heeft gedaan op zaakwaarneming. Artikel 6:198 BW omschrijft zaakwaarneming als het zich willens en wetens en op redelijke grond inlaten met de behartiging van een anders belang, zonder de bevoegdheid daartoe aan een rechtshandeling of een elders in de wet geregelde rechtsverhouding te ontlenen. Wilchem zou kunnen betogen dat zij het belang van de gemeente willens en wetens heeft behartigd door te blijven betalen voor de opslag van het verontreinigde bluswater in de Pafos. In een bestuursdwangsetting had de gemeente die kosten immers als opdrachtgever moeten maken en wellicht ook moeten dragen, ingeval van falend kostenverhaal. Daarmee is echter nog niet aan de eisen van artikel 6:198 BW voldaan. Allereerst behartigde Wilchem niet primair het belang van de gemeente maar — in het verlengde van de contractuele relatie — het belang van Chemie-Pack. Voorts is voor discussie vatbaar of het algemene milieubelang dat Wilchem (en passant) behartigde, zonder meer gelijk mag worden gesteld met het gemeentelijke belang. En tot slot is er een probleem met het “willens en wetens”. Vloeide immers de voortzetting van de opslagwerkzaamheden niet veeleer voort uit het contract met de eigenaar van de Pafos dan uit de eigen vrije wil van Wilchem?

Voetnoten

[1.] Zie dagvaarding in eerste aanleg onder 10 en de daarbij behorende producties 9 en 11 (waarnaar het hof verwijst in rov. 4.11.4 van zijn arrest). Zie in deze zin ook pleitnota van mrs. W.Th Braams en E.H.R. Brans van 21 juni 2011 in de zaak Moerdijk/Wilchem onder 2.2, in het bijzonder p. 4 en 5.
[2.] Zie in deze zin ook de dagvaarding in eerste aanleg onder 69 en de door Wilchem genomen memorie van antwoord tevens houdende memorie van grieven in het incidenteel appel onder 19 en 36.
[3.] Zie ook de pleitnota van mrs. W.Th Braams en E.H.P. Brans van 21 juni 2011 in de zaak Moerdijk/Wilchem, p. 5 en 10.
[4.] Zie ook de pleitnota van mrs. W.Th Braams en E.H.P. Brans van 21 juni 2011 in de zaak Moerdijk/Wilchem, p. 4 en 5.
[5.] Zie de spoedappèldagvaarding onder 5.14, 5.15 en 5.19. Dat is door Wilchem ook onderschreveh. Zie de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in het incidenteel appel onder 20 en 37.
[6.] De Gemeente heeft er op gewezen dat de opdracht van Chemie-Pack aan Wilchem mede het opslaan van (zwaar) verontreinigd bluswater omvatte. Zie de spoedappèldagvaarding onder 6.7 en 6.25; de pleitnota van mrs. W.Th Braams en E.H.P. Brans van 21 juni 2011 in de zaak Moerdijk/Wilchem, p. 10. Dat wordt door Wilchem erkend zie de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in het incidenteel appel onder 19 en 36.
[7.] Zie de spoedappèldagvaarding onder 6.25.
[8.] Zie de pleitnota van mrs. W.Th Braams en E.H.P. Brans van 21 juni 2011 in de zaak Moerdijk/Wilchem, p. 4 en 5.

Voetnoten “Conclusie”

[2.] Ontleend aan rov. 4.4 van het bestreden arrest.
[3.] Chemie-Pack Nederland B.V. en Chemie-Pack Onroerend Goed B.V. worden in deze conclusie zowel gezamenlijk als afzonderlijk aangeduid als ‘Chemie-Pack’ (vgl. het arrest van het Hof, p. 1).
[4.] In deze benadering is mogelijk juist dat het in deze procedure gaat om de vraag zoals verwoord in de s.t. van mrs. Heering en Van den Eshof onder 2. Zij zien er evenwel aan voorbij dat deze zaak, mede ook door de gekozen invalshoek, wordt gekenmerkt door een aantal heel specifieke omstandigheden.
[5.] In haar s.t. onder 39 probeert Wilchem haar handen in onschuld te wassen. Zij zou niet hebben kunnen voorzien hoe lang het bluswater zou moeten worden opgeslagen. Als dat juist is dan had het op haar weg gelegen om betere afspraken te maken. De stelling impliceert vrijwel noodzakelijkerwijs dat Wilchem erop heeft gespeculeerd dat zij de gevolgen van haar — in dit scenario — kennelijk niet optimale inzicht in het verloop en de afwikkeling van dit soort opruimacties op de samenleving zou kunnen en mogen afwentelen.
[6.] Art. 4 richtlijn 2008/98/EG.
[7.] HR 8 juli 2011, LJN BQ4372, AB 2012/2, m.nt. G.A. van der Veen rov. 3.4.3.
[8.] Zie art. 5:24 lid 4 Awb (oud) en art. 5:21 aanhef en onder a Awb. Vgl. P.J.J. van Buuren, G.T.J.M. Jurgens en F.C.M.A. Michiels, Bestuursdwang en dwangsom (2011) p. 177.
[9.] HR 9 juli 2010, LJN BM2337, RvdW 2010/835.
[10.] Opmerking verdient nog dat beoordeling van het feitelijk handelen ter uitvoering van het besluit behoort tot de bevoegdheid van de burgerlijke rechter; Van Buuren c.s., a.w. p. 176.
[11.] Vgl. De ‘kan’-bepaling van art. 5 lid 3 richtlijn 2004/35/EG.
[12.] Richtlijn 2008/98/EG, L 312/3.
[13.] 2006/12/EG, L 114/9. Idem considerans richtlijn 2008/98/EG supra 6.
[14.] Calamiteiten als in deze zaak aan de orde worden intussen niet specifiek genoemd.
[15.] Vgl. MvT op het aanvankelijk voorgestelde art. 7.7 Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (afvalstoffen), Kamerstukken II 1988/89, 21246 nr 3 p. 109. Vgl. ook art. 14 lid 1 richtlijn 2008/98/EG, PB L 312/3 van 22 november 2008. Als in een situatie als bedoeld in de tekst bestuursdwang tegen ATM mogelijk zou zijn dan zouden de economische gevolgen daarvan of de gevolgen voor werkgelegenheid er niet toe doen; zie Kamerstukken II 2006/07, nr 3 p. 15.
[16.] Zie nader art. 8 lid 1 richtlijn 2004/35/EG. Volledigheidshalve stip ik nog aan dat richtlijn 2004/35/EG de mogelijkheid bood om voor bepaalde activiteiten een ‘vergunningsverweer’ (geen aansprakelijkheid voor zover de inrichting conform de vergunning werd gedreven) in het nationale recht op te nemen; zie nader Kristel de Smedt, O&A 2010, 80 sub 2.
[17.] Zie ook T&C Algemene wet bestuursrecht (2011) p. 370.
[18.] Vgl. Nota van Toelichting op Besluit van 29 september 2009 tot intrekking van het Besluit financiële zekerheid milieubeheer, Stb. 2009, 406 onder 2; M.G. Faure en M.G.W.M. Peeters, AV&S 2010/19 onder 1. Het zou ongetwijfeld verstandig geweest zijn wanneer de overheid op dit punt, in het voetspoor van Europese regelgeving, regels had geformuleerd; zie Faure/Peeters, a.w. onder 4.
[19.] Daargelaten welke ‘overheid’ dat in een concreet geval zou (moeten) zijn.
[20.] Dat laatste zou zowel met behulp van de primaire als in voorkomende gevallen met toepassing van de billijkheidscorrectie van art. 6:101 BW kunnen worden bewerkstelligd.
[21.] Kamerstukken II 2006/07, 30920, nr 3 p. 19.

Deze noot gaat over bestuursrechtelijke handhaving een onderdeel van het algemeen bestuursrecht.


Gerelateerd

Kroniek Natuurbeschermingsrecht – Soortenbescherming (deel 1)
In de jaarlijks terugkerende kroniek Natuurbeschermingsrecht schreven Fleur Onrust en Marieke Kaajan in BR 2017/53…
Programmatische Aanpak Stikstof; prejudiciële vragen weiden en bemesten
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1260 in MenR 2017/85. 1….
Vergunningplicht beweiden en uitrijden van mest
Een Nbw-vergunning is ook nodig voor het beweiden van koeien en het uitrijden van mest….
Elektrovisserij leidt tot overtreding Ffw
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 19 november 2014, nr. 201404288 inzake de overtreding van…
Commentaar op Afdeling 7.2 Awb
In de Module bestuursrecht van Kluwer staat artikelgewijs commentaar op de Algemene wet bestuursrecht (Awb)….
Commentaar op artikel 7:2 Awb
In de Module bestuursrecht van Kluwer staat artikelgewijs commentaar op de Algemene wet bestuursrecht (Awb)….
Commentaar op artikel 7:1a Awb
In de Module bestuursrecht van Kluwer staat artikelgewijs commentaar op de Algemene wet bestuursrecht (Awb)….
Kwaliteit van de deskundigenrapporten bij ontheffing Ffw
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann in Bouwrecht over de kwaliteit van deskundigenrapporten die…
De positie van deskundigen bij beslissingen over kunstsubsidies
Fleur Onrust schreef “De positie van deskundigen bij beslissingen over kunstsubsidies”, in “Gepaste afstand, de…
Besluit kostenverhaal bestuursdwang gericht aan curator
Fleur Onrust schreef in JM 2014/111 over een besluit kostenverhaal bestuursdwang gericht aan de curator. In de…
Spoedeisende bestuursdwang na incident te Schiphol
Fleur Onrust schreef in JM 2014/100 over spoedeisende bestuursdwang na een incident met een sprinklerinstallatie op Schiphol….
Spoedeisende bestuursdwang, handhaving, bluswater, kostenverhaal, overtreder
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann, noot onder ABRvS 22 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:90,  JM 2014/34….
Spoedeisende bestuursdwang, Chemie-Pack, kostenverhaal, overtreder
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann een noot onder ABRvS 22 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:102, inz….
Dwangsom en Flora en faunawet
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann een noot onder ABRvS 25 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1247, BR 2014/9….
Flora en faunawet, tijdelijke verstoring vaste rust- en verblijfplaats
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann een noot onder ABRvS 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1925, BR 2014/8….
Omgevingswet en belanghebbendheid
Fleur Onrust schreef de Doorgeefcolumn “Omgevingswet en belanghebbendheid; alles bij het oude?” De column is te…
Last onder dwangsom, bluswater en de Waterwet
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann een noot onder ABRvS 7 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:659, inz. Last…
Kostenverhaal bestuursdwang en verontreinigd bluswater
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann en P. Jong een noot onder Rb Noord-Nederland 9…
Kostenverhaal bestuursdwang en verontreinigd bluswater
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann en P. Jong een noot onder Rb Noord-Nederland 9…
Verhaal van kosten bij (chemische) branden, deel 2
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann het artikel “Verhaal van kosten bij (chemische) branden, deel…
Handhaving – spoedeisende bestuursdwang
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann een noot onder ABRvS 31 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2013:BY1700, inz. Handhaving, spoedeisende…
Verhaal van kosten bij (chemische) branden, deel 1
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann het artikel “Verhaal van kosten bij (chemische) branden, deel…
Spoedeisende bestuursdwang, kostenverhaal, overtrederbegrip, bluswater
Fleur Onrust schreef met C.N.J. Kortmann een noot onder ABRvS 29 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX5953, inz. Spoedeisende…
Bestuursrechtelijk kostenverhaal bestuursdwang bij Chemie-Pack
Fleur Onrust schreef met C.N.J. Kortmann een noot onder Rb. Breda 21 juni 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BW8992,inz. Spoedeisende bestuursdwang…
Artikel 7:11 Awb
Fleur Onrust schreef met L.M. Koenraad het artikelgewijze commentaar op artikel 7:11 Awb in Module bestuursrecht…
Kostenverhaal brand Chemie-Pack Moerdijk
Fleur Onrust schreef een noot met C.N.J. Kortmann bij de uitspraak van de Rb 21 april…
De verhouding tussen BW en Awb in het kader van een subsidievaststelling
Fleur Onrust schreef een noot onder ABRvS 19 januari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP1307 inz. De verhouding tussen BW en…
Subsidievaststelling en de verhouding tussen BW en Awb
Fleur Onrust schreef een noot onder ABRvS 8 september 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN6170, inz. Subsidievaststelling en de verhouding tussen…
Verrekening teveel betaalde subsidie
Fleur Onrust schreef een noot onder ABRvS 25 augustus 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN4946, inz. Verrekening teveel betaalde subsidie…
Subsidievaststelling
Fleur Onrust schreef een noot onder ABRvS 10 maart 2010, ECLI:NLRVS:2010:BL7011, inz. Subsidievaststelling, AB 2011/92. De…
Het belanghebbendebegrip in de Wabo
Fleur Onrust schreef het artikel “Het belanghebbendebegrip in de Wabo”, BR 2008, p. 401. Na het verschenen…
Mediation in het bestuursrecht
Marieke Kaajan schreef het artikel “Mediation in het bestuursrecht. Mogelijkheden voor een wettelijke regeling” , AAe…