ENVIR ADVOCATEN
Keizersgracht 451-1V
1017 DK Amsterdam
T +31 20 737 20 66
F +31 20 796 92 22


Datum: 21-06-2012

Bestuursrechtelijk kostenverhaal bestuursdwang bij Chemie-Pack

Fleur Onrust schreef met C.N.J. Kortmann een noot onder Rb. Breda 21 juni 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BW8992,inz. Spoedeisende bestuursdwang Chemie-Pack te Moerdijk, overtrederbegrip, kostenverhaal, JM 2012/137.

Deze uitspraak van de rechtbank Breda op het beroep van Chemie-Pack Onroerend Goed B.V. (hierna: CP OG) is op dezelfde dag gedaan als de uitspraak (LJN BW8992) op het beroep van Chemie-Pack Nederland B.V. (hierna: CP NL). Deze laatste vennootschap was de drijver van de inrichting te Moerdijk. CP OG is de eigenaresse van het betreffende perceel. CP NL en CP OG zijn zustervennootschappen waarvan de aandelen worden gehouden door Holding Gerard Spiering B.V.

De hier besproken uitspraak bevat een aantal interessante overwegingen over de motiveringsplicht bij achteraf op schrift gestelde besluiten tot toepassing van bestuursdwang ex art. 5:31, lid 2, Awb over de reikwijdte van dit wetsartikel, over het overtredersbegrip, over de keuzevrijheid van het bestuursorgaan bij pluraliteit van overtreders, over (de mate van) kostenverhaal en over de onderbouwing van kostenbeschikkingen. Veel van deze aspecten zijn al besproken in ons artikel “Verhaal van kosten van bestuursdwang bij (chemische) branden – deel I”, aan het begin van dit nummer. De vraag tot welk moment gebruik gemaakt kan worden van de spoedbevoegdheid van art. 5:31, lid 2, Awb belichten wij nader in onze annotatie bij ABRvS 29 augustus 2012 in dit nummer («JM» 2012/138). Ons commentaar bij de onderhavige uitspraak beperkt zich tot één aspect, namelijk de aanschrijving van CP OG als overtreder naast CP NL (r.o. 9.2).

De rechtbank lijkt het onderscheid tussen beide vennootschappen weinig relevant te vinden. Zij overweegt in beide uitspraken ten aanzien van het daderschap van CP OG respectievelijk CP NL: “De rechtbank is namelijk van oordeel dat de overtreding aan eiseres kan worden toegerekend. De bluswerkzaamheden hangen immers onlosmakelijk samen met – en vloeien zelfs direct voort uit – de brand op het perceel, en eiseres draagt als [eigenaresse/drijver] een verantwoordelijkheid voor die omstandigheid.” Even verderop overweegt de rechtbank: “Bovendien bestond – zoals ter zitting namens verweerder is betoogd – een objectieve reden om enkel [CP OG en CP NL] te kwalificeren als overtreders in de zin van artikel 5:25, eerste lid, van de Awb. De bluswerkzaamheden zijn immers te herleiden tot de brand op het perceel, een terrein waarvoor [CP OG en CP NL] verantwoordelijkheid dragen.

Beide overwegingen vertonen sterke gelijkenis, op één punt na. In de eerste stelt de rechtbank de verantwoordelijkheid voor het ontstaan van de brand centraal, in de tweede de verantwoordelijkheid voor het terrein. Voor de conclusie van de rechtbank maakt dit geen verschil. Het onderscheid tussen de beide vennootschappen lijkt de rechtbank niet relevant te vinden, waarbij ik niet uitsluit dat dit oordeel mede gevoed is door het feit dat het gaat om zustervennootschappen. Toch is het interessant om dit onderscheid wel te maken en te bezien wat de overwegingen van de rechtbank betekenen voor het daderschap van een onroerend-goedvennootschap in het algemeen. Het is immers niet altijd zo dat de eigenaar van een perceel en de drijver van de inrichting tot hetzelfde concern behoren.

Als de rechtbank vindt dat CP OG overtreder is omdat zij (mede) verantwoordelijk is voor het ontstaan van de brand, dan legt dat een zware verantwoordelijkheid bij verhuurders van bedrijfsterreinen. Kennelijk worden deze dan geacht mede verantwoordelijkheid te dragen voor een rechtmatige en veilige bedrijfsvoering ter plaatse. Dat vergt nogal wat van de verhuurder, die in feite in de rol van private toezichthouder wordt gedrukt. Niet ontkend kan worden dat dit uit het perspectief van milieuzorg zijn aantrekkelijke kanten heeft. De verhuurder wordt zo immers gestimuleerd om een betrouwbare huurder met een smetteloos handhavingsblazoen te vinden en hij zal zich inspannen voor het sluiten van een huurcontract waarin de huurder verplicht wordt tot feilloze naleving van de milieuvoorschriften op straffe van hoge contractuele boetes. Wij vragen ons echter af of deze toezichthoudende rol van verhuurders afgeleid kan worden uit het overtredersbegrip van art. 5:1 Awb. Bovendien blijkt uit de uitspraak niet waarom CP OG mede verantwoordelijk is voor het ontstaan van de brand.

Mogelijk hecht de rechtbank voor het overtrederschap van CP OG meer gewicht aan haar verantwoordelijkheid voor het terrein. Die gedachte wordt gevoed door het feit dat de rechtbank relevant acht dat de gewraakte bluswerkzaamheden mede zijn verricht ter bescherming van het perceel met opstallen en bedrijfsmiddelen. Men zou hier de redenering in kunnen lezen dat degene die profijt heeft van de bluswerkzaamheden daar ook de kosten van dient te dragen. Omdat kostenverhaal alleen kan plaatsvinden op de overtreder, diende ook CP OG als overtreder te worden aangemerkt. Voor alle duidelijkheid, deze redenering is niet te lezen in de uitspraak, maar het is een poging om uit een algemene “verantwoordelijkheid voor het terrein” overtrederschap te construeren. De rechtbank doet dit – in navolging van de Afdeling – via de figuur van het opdrachtgeverschap, maar wij schreven in onze noot bij de voorzittersuitspraak («JM» 2011/75) al dat dit een ongelukkige aanname is. Als men al een privaatrechtelijke kwalificatie aan het optreden van de brandweer zou willen geven dan is het zaakwaarneming, maar die figuur zou leiden tot een regresrecht van de brandweer op CP NL en CP OG in plaats van een direct verhaalsrecht van het waterschap. Bovendien attendeerden wij erop dat toepassing van het profijtbeginsel bij de uitvoering van kerntaken zoals brandbestrijding op gespannen voet staat met de jurisprudentie van de Hoge Raad.

Onzes inziens is het probleem van de onderhavige rechtspraak dat het overtrederbegrip (te) ver wordt opgerekt teneinde resultaten te bereiken die voldoen aan het beginsel van “de vervuiler betaalt” en het voorzorgsbeginsel. Daderschap en verwijtbaarheid krijgen daardoor een ondergeschikte rol. In het burgerlijke recht heeft de wetgever voor dit soort situaties een oplossing gevonden: risicoaansprakelijkheid. Zo is – kort samengevat – de bezitter van een dier aansprakelijk voor de schade die dat dier veroorzaakt, ook al treft de bezitter geen blaam (art. 6:179 BW). Het voordeel van een in de wet geregelde risicoaansprakelijkheid is dat duidelijk wordt afgebakend op welke personen deze aansprakelijkheid rust en hoever deze reikt. Van het overtrederbegrip en het daarmee samenhangende kostenverhaal kan dat helaas nog niet worden gezegd.

Deze noot gaat over bestuursrechtelijke handhaving een onderdeel van het algemeen bestuursrecht.


Gerelateerd

Kroniek Natuurbeschermingsrecht – Soortenbescherming (deel 1)
In de jaarlijks terugkerende kroniek Natuurbeschermingsrecht schreven Fleur Onrust en Marieke Kaajan in BR 2017/53…
Programmatische Aanpak Stikstof; prejudiciële vragen weiden en bemesten
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1260 in MenR 2017/85. 1….
Vergunningplicht beweiden en uitrijden van mest
Een Nbw-vergunning is ook nodig voor het beweiden van koeien en het uitrijden van mest….
Elektrovisserij leidt tot overtreding Ffw
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 19 november 2014, nr. 201404288 inzake de overtreding van…
Commentaar op Afdeling 7.2 Awb
In de Module bestuursrecht van Kluwer staat artikelgewijs commentaar op de Algemene wet bestuursrecht (Awb)….
Commentaar op artikel 7:2 Awb
In de Module bestuursrecht van Kluwer staat artikelgewijs commentaar op de Algemene wet bestuursrecht (Awb)….
Commentaar op artikel 7:1a Awb
In de Module bestuursrecht van Kluwer staat artikelgewijs commentaar op de Algemene wet bestuursrecht (Awb)….
Kwaliteit van de deskundigenrapporten bij ontheffing Ffw
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann in Bouwrecht over de kwaliteit van deskundigenrapporten die…
De positie van deskundigen bij beslissingen over kunstsubsidies
Fleur Onrust schreef “De positie van deskundigen bij beslissingen over kunstsubsidies”, in “Gepaste afstand, de…
Besluit kostenverhaal bestuursdwang gericht aan curator
Fleur Onrust schreef in JM 2014/111 over een besluit kostenverhaal bestuursdwang gericht aan de curator. In de…
Spoedeisende bestuursdwang na incident te Schiphol
Fleur Onrust schreef in JM 2014/100 over spoedeisende bestuursdwang na een incident met een sprinklerinstallatie op Schiphol….
Spoedeisende bestuursdwang, handhaving, bluswater, kostenverhaal, overtreder
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann, noot onder ABRvS 22 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:90,  JM 2014/34….
Spoedeisende bestuursdwang, Chemie-Pack, kostenverhaal, overtreder
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann een noot onder ABRvS 22 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:102, inz….
Dwangsom en Flora en faunawet
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann een noot onder ABRvS 25 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1247, BR 2014/9….
Flora en faunawet, tijdelijke verstoring vaste rust- en verblijfplaats
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann een noot onder ABRvS 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1925, BR 2014/8….
Omgevingswet en belanghebbendheid
Fleur Onrust schreef de Doorgeefcolumn “Omgevingswet en belanghebbendheid; alles bij het oude?” De column is te…
Last onder dwangsom, bluswater en de Waterwet
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann een noot onder ABRvS 7 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:659, inz. Last…
Kostenverhaal bestuursdwang en verontreinigd bluswater
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann en P. Jong een noot onder Rb Noord-Nederland 9…
Kostenverhaal bestuursdwang en verontreinigd bluswater
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann en P. Jong een noot onder Rb Noord-Nederland 9…
Verhaal van kosten bij (chemische) branden, deel 2
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann het artikel “Verhaal van kosten bij (chemische) branden, deel…
Handhaving – spoedeisende bestuursdwang
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann een noot onder ABRvS 31 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2013:BY1700, inz. Handhaving, spoedeisende…
Hoge Raad over Kostenverhaal Chemie-Pack
Fleur Onrust met C.N.J. Kortmann, noot onder HR 12 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7505, inz. Kostenverhaal Chemie-Pack, AB 2013/368….
Verhaal van kosten bij (chemische) branden, deel 1
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann het artikel “Verhaal van kosten bij (chemische) branden, deel…
Spoedeisende bestuursdwang, kostenverhaal, overtrederbegrip, bluswater
Fleur Onrust schreef met C.N.J. Kortmann een noot onder ABRvS 29 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX5953, inz. Spoedeisende…
Artikel 7:11 Awb
Fleur Onrust schreef met L.M. Koenraad het artikelgewijze commentaar op artikel 7:11 Awb in Module bestuursrecht…
Kostenverhaal brand Chemie-Pack Moerdijk
Fleur Onrust schreef een noot met C.N.J. Kortmann bij de uitspraak van de Rb 21 april…
De verhouding tussen BW en Awb in het kader van een subsidievaststelling
Fleur Onrust schreef een noot onder ABRvS 19 januari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP1307 inz. De verhouding tussen BW en…
Subsidievaststelling en de verhouding tussen BW en Awb
Fleur Onrust schreef een noot onder ABRvS 8 september 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN6170, inz. Subsidievaststelling en de verhouding tussen…
Verrekening teveel betaalde subsidie
Fleur Onrust schreef een noot onder ABRvS 25 augustus 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN4946, inz. Verrekening teveel betaalde subsidie…
Subsidievaststelling
Fleur Onrust schreef een noot onder ABRvS 10 maart 2010, ECLI:NLRVS:2010:BL7011, inz. Subsidievaststelling, AB 2011/92. De…
Het belanghebbendebegrip in de Wabo
Fleur Onrust schreef het artikel “Het belanghebbendebegrip in de Wabo”, BR 2008, p. 401. Na het verschenen…
Mediation in het bestuursrecht
Marieke Kaajan schreef het artikel “Mediation in het bestuursrecht. Mogelijkheden voor een wettelijke regeling” , AAe…