Amsterdam: +31 20 737 20 66
Leeuwarden: +31 20 236 10 24

Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)

Annotatie ABRvS 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:758, M en R 2018/60

Essentie

In onderdeel C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas) wordt gesproken over ‘m3’. Discussie over te hanteren eenheid: Sm3 of Nm3. Uitkomst bepalend voor al dan niet overschrijden drempelwaarde. Anders dan de rechtbank in eerste aanleg oordeelt Afdeling dat Nm3-eenheid mag worden toegepast. Nu in C-17.2 niet wordt gesproken over ‘capaciteit’, hoeft geen rekening te worden gehouden met eventuele voorzienbare uitbreidingen. Mer-beoordeling ex D-17.3 hoeft zich niet te richten op de maximale capaciteit van de gaswinninginstallatie, maar op aangevraagde hoeveelheid gas.

Samenvatting

In categorie C17.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is als activiteit ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapport verplicht is onder meer aangewezen de winning van aardgas dan wel de wijziging of uitbreiding daarvan in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een gewonnen hoeveelheid van meer dan 500.000 m3 aardgas per dag. In het Besluit milieueffectrapportage is niet bepaald wat in categorie C17.2 onder ‘m3‘ moet worden verstaan. Ook de toelichting bij het Besluit milieueffectrapportage bevat geen nadere invulling van de eenheid m3 in categorie C17.2. Omdat het volume van een gasvormige stof afhankelijk is van druk en temperatuur, is een nadere invulling van die eenheid evenwel noodzakelijk voor de toepassing van categorie C17.2. Nu het Besluit milieueffectrapportage zelf geen nadere invulling geeft, biedt het de ruimte om daarvoor, zoals de minister heeft gedaan, Nm3 te gebruiken. De Afdeling ziet geen grond voor het oordeel dat de minister door uit te gaan van Nm3 een onjuiste invulling aan het Besluit milieueffectrapportage heeft gegeven. De minister heeft in zoverre van belang kunnen achten dat Nm3 de eenheid is die ook in het kader van de Mijnbouwregeling en het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt gehanteerd. De enkele omstandigheid dat Sm3, net als Nm3, een gangbare eenheid is om het volume van gas in uit te drukken, kan niet tot het oordeel leiden dat de minister bij de toepassing van categorie C17.2 van Sm3 had moeten uitgaan. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte geoordeeld dat de minister in het kader van categorie C17.2 niet van Nm3 mocht uitgaan. Voor zover Milieudefensie heeft betoogd dat, ook als van Nm3 wordt uitgegaan, de in categorie C17.2 opgenomen drempelwaarde wordt overschreden, omdat de technische capaciteit van de gaswinningsinstallatie groter is dan 500.000 Nm3 per dag en de minister bovendien rekening had moeten houden met een redelijkerwijs voorzienbare uitbreiding van de gaswinning door Vermilion, overweegt de Afdeling als volgt. Dat de technische capaciteit van de gaswinningsinstallatie groter is dan 500.000 Nm3 per dag doet niet ter zake, nu de drempelwaarde in categorie C17.2 niet gekoppeld is aan de technische capaciteit, maar aan de gewonnen hoeveelheid per dag. Dit betekent ook dat de definitie van ‘capaciteit’ in onderdeel A van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage niet relevant is voor de toepassing van categorie C17.2. Dat in onderdeel A van de bijlage is bepaald dat onder ‘capaciteit’ mede wordt verstaan een redelijkerwijs binnen afzienbare tijd voorzienbare uitbreiding van de capaciteit, biedt dan ook, anders dan Milieudefensie kennelijk meent, geen grond voor het oordeel dat de minister bij de toepassing van categorie C17.2 rekening had moeten houden met een, naar gesteld, redelijkerwijs voorzienbare uitbreiding van de gaswinning.

In categorie D17.3 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is als activiteit ten aanzien waarvan moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt onder meer aangewezen de oprichting van oppervlakte-installaties van bedrijven voor de winning van aardgas. Het project valt onder categorie D17.3, zodat de minister moest beoordelen of het project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben, die nopen tot het maken van een milieueffectrapport. Aangevraagd (en vergund) is een winning van maximaal 480.000 Nm3 gas per dag. Dat is het project ten aanzien waarvan de minister diende te beoordelen of er vanwege eventuele belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu een milieueffectrapport moest worden gemaakt. Dat de gaswinningsinstallatie een grotere technische capaciteit heeft dan de aangevraagde hoeveelheid te winnen gas doet daar niet aan af.

Uitspraak

ABRvS 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:758, omgevingsvergunning eerste en tweede fase voor een mijnbouwlocatie voor de winning van aardgas, minister EZ

Annotatie M.A.A. Soppe en J. Gundelach

1.         Indien er sprake is van een activiteit waarbij minimaal 500.000 m3 aardgas per dag wordt gewonnen, dient er een MER te worden gemaakt. Dit volgt uit categorie C-17.2 van de bijlage bij het Besluit mer (C-17.2). Een belangrijke vraag die partijen in de voorliggende zaak verdeeld hield, was hoe bepaald moet worden of er 500.000 m3 of meer aardgas zal worden gewonnen. In de toelichting bij het Besluit mer volgt niet welke volume-eenheid m3 moet worden gehanteerd: de eenheid standaard m3 (Sm3) of de eenheid normaal m3 (Nm3). Bij Sm3wordt uitgegaan van een hogere temperatuur bij het bepalen van het volume gas (per kubieke meter) dan bij Nm3. De Sm3-eenheid impliceert aldus een hoger volume dan de Nm3-eenheid. De in casu door Vermilion aangevraagde omgevingsvergunning ziet op een aardgaswinning van maximaal 480.000 Nm3 respectievelijk op 506.350 Sm3 per dag. Kortom, de te hanteren volume-eenheid was allesbepalend voor de vraag of er al dan niet een mer-plicht bestond op grond van C-17.2. De rechtbank Noord-Nederland oordeelde in eerste aanleg dat bij de uitleg van C-17.2 moet worden uitgegaan van de volume-eenheid Sm3 (Rb. Noord-Nederland 16 januari 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:136). Vooruitlopend op deze bodemzaak heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling de uitspraak van de rechtbank geschorst. De voorzieningenrechter was er niet van overtuigd dat de Afdeling in het kader van het ingestelde beroep ook zou oordelen dat uitgegaan moet worden van de volume-eenheid Sm3. Zie Vzr. ABRS 2 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:561, M en R 2017/83. Die inschatting is juist gebleken.

2.         De Afdeling overweegt (in r.o. 3.1) dat in het Besluit mer noch in de bijbehorende toelichting is bepaald wat in C-17.2 onder ‘m3’ moet worden verstaan. Aldus is er volgens de Afdeling ruimte om bij de uitleg van C-17.2 de Nm3-eenheid te gebruiken. Dit is temeer zo, nu die eenheid ook in het kader van de Mijnbouwregeling en het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt gehanteerd. De Afdeling oordeelt verder dat de enkele omstandigheid dat Sm3 net als Nm3 een gangbare eenheid is om het volume van gas in uit te drukken, niet tot het oordeel kan leiden dat bij de toepassing van C-17.2 van de Sm3-eenheid moet worden uitgegaan.

3.         De op zich navolgbare overwegingen van de Afdeling doen er niet aan af dat er gerede twijfel bestaat of het oordeel van de Afdeling in overeenstemming is met de mer-richtlijn. Wij herhalen dienaangaande hetgeen Soppe in de annotatie bij de uitspraak van de Voorzieningenrechter heeft geschreven: C-17.2 vormt de implementatie van onderdeel 14 van bijlage I bij de mer-richtlijn. In dat onderdeel wordt enkel wordt gesproken over 500.000 m3 aardgas, zonder nadere aanduiding van de volume-eenheid. Als evenwel uit de totstandkomingsgeschiedenis van onderdeel 14 van bijlage I niet nadrukkelijk blijkt dat de Europese wetgever het oog heeft gehad op de volume-eenheid Nm3 (die minder snel tot een mer-plicht leidt), ligt het voor de hand om uit te gaan van de volume-eenheid Sm3 (aangezien die eenheid eerder tot een m.e.r.-plicht leidt). Wanneer er over de interpretatie van een tot de mer-richtlijn te herleiden begrip discussie mogelijk is, dient volgens het Hof van Justitie in beginsel immers te worden gekozen voor een ruime uitleg van dat begrip. Dit is zo, vanwege het brede doel en de zeer ruime werkingssfeer van de m.e.r.-richtlijn (zie onder andere HvJ EG 25 juli 2008, ECLI:EU:C:2008:445). In vorenstaande noot sprak Soppe gemotiveerd uit dat het niet zou verbazen indien de Afdeling niettemin in de voorliggende zaak toch voor een restrictieve uitleg van het begrip ‘m3’ in C-17.2 zou kiezen. Dat laatste is inderdaad gebeurd. Wat daarbij opvalt is, dat in de voorliggende uitspraak in het geheel niet aan de mer-richtlijn wordt gerefereerd waar dat in de uitspraak van de Voorzieningenrechter nog wel gebeurde. Gezien de uitspraak in voorlopige voorziening heeft Milieudefensie wel op de richtlijn gewezen. Het zou verhelderend zijn geweest, wanneer de Afdeling de mer-richtlijn expliciet in haar oordeelsvorming zou hebben betrokken, niet alleen voor categorie C-17.2, maar ook voor de wijze waarop de Afdeling heden ten dage omgaat met de interpretatie van tot de mer-richtlijn te herleiden begrippen.

4.         Milieudefensie stelt dat ook als van de Nm3-eenheid wordt uitgegaan, de drempelwaarde in kolom 2 van C-17.2 wordt overschreden nu de technische capaciteit van de gaswinningsinstallatie groter is dan 500.000 Nm3. De Afdeling overweegt in r.o. 3.2 dat die technische capaciteit niet relevant is. De drempelwaarde in kolom 2 is niet gekoppeld aan de technische capaciteit, maar enkel aan de gewonnen hoeveelheid per dag. Die blijft ingevolge de aanvraag onder de 500.000 Nm3, waardoor er geen sprake is van een mer-plicht op grond van C-17.2. Uit de overwegingen van de Afdeling kan in meer algemene zin worden afgeleid dat bij het bepalen van de mer-beoordelingsplicht alleen dan van de maximale capaciteit moet worden uitgegaan als in de omschrijving van desbetreffende categorie in kolom 1 of 2 van onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit mer expliciet het woord “capaciteit” is genoemd (zie voor dergelijke situaties onder meer ABRS 11 mei 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ4071 en ABRS 10 november 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO3494). Datzelfde geldt voor het bepalen van de reikwijdte van een mer-(beoordeling). Dat komt duidelijk naar voren in r.o. 5.2. Daarin gaat de Afdeling in op categorie D-17.3 van de bijlage bij het Besluit mer. Die categorie ziet blijkens kolom 1 onder meer op de oprichting van een oppervlakte-installatie van bedrijven voor de winning van aardgas. Milieudefensie stelde dat in het kader van de op grondslag van D-17.3 opgestelde mer-beoordeling had moeten worden uitgegaan van de maximale capaciteit van de aangevraagde installatie. De Afdeling wijst dat van de hand door erop te wijzen dat een vergunning is aangevraagd (en vergund) voor de winning van maximaal 480.000 Nm3 gas per dag. Dat is volgens haar dan ook het project ten aanzien waarvan de minister diende te beoordelen of er vanwege eventuele belangrijke nadelige milieugevolgen een MER moest worden gemaakt. Die redeneerlijn is navolgbaar aangezien in de omschrijving van D-17.3 de term ‘capaciteit’ niet is gebruikt.

5.         De term ‘capaciteit’ is gedefinieerd in onderdeel A van de bijlage bij het Besluit mer. Ingevolge die definitie wordt onder ‘capaciteit’ mede verstaan een redelijkerwijs binnen afzienbare tijd voorzienbare uitbreiding van de capaciteit. Aldus weerspiegelt het voorzienbaarheidsbeginsel zich in de definitie. Niet voor het eerst gaat de Afdeling ervan uit dat ingevolge de bewoordingen van het Besluit mer geen rekening met eventuele redelijkerwijs te voorziene uitbreidingen behoeft te worden gehouden indien in kolom 2 van de onderdelen C of D van de bijlage bij het Besluit mer niet wordt gesproken over ‘capaciteit’ (dan wel over ‘oppervlakte’ waarvoor een soortelijke definitie in onderdeel A is opgenomen). Zie onder meer ABRS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:482, M en R 2016/69 en ABRS 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:453, M en R 2015/50. In punt 2 van de bij laatstgenoemde uitspraak geplaatste noot is betoogd dat het voorzienbaarheidscriterium een algehele gelding heeft vanwege de artt. 3:2 en 3:4 lid 1 Awb. Dat zou betekenen dat het voorzienbaarheidscriterium weldegelijk ook relevantie kan hebben bij categorieën activiteiten waar in de omschrijving geen melding wordt gemaakt van ‘capaciteit’ of ‘oppervlakte’. In de uitspraak van 24 februari 2016 laat de Afdeling die mogelijkheid nadrukkelijk open. In de onderhavige uitspraak zegt de Afdeling er niets over. Wellicht is dat te verklaren doordat Milieudefensie alleen een beroep heeft gedaan op het capaciteitcriterium en niet in algemene zin heeft gewezen op het voorzienbaarheidscriterium.

6.         In rechtsoverweging 8 e.v. laat de Afdeling zich uit over voorschrift A3 (geciteerd in r.o. 8.1) van de omgevingsvergunning eerste fase. Dit voorschrift ziet op de buitenverlichting en dient te verzekeren dat hinderlijke uitstraling voor de omgeving zoveel mogelijk wordt voorkomen. Milieudefensie meent dat dit voorschrift niet toereikend is om verstoring van vleermuizen door verlichting te voorkomen, nu hiermee niet was uitgesloten dat de verlichting de hele nacht zal branden en een toezegging van vergunninghouder om een handschakelaar in plaats van een schemerschakelaar toe te passen, niet in het voorschrift was verwerkt. De Afdeling acht het voorschrift aanvaardbaar. Dat oordeel is volgens ons niet zonder meer logisch, nu het voorschrift ruime kwalitatieve beschrijvingen en nadere afwegingsmomenten bevat (“tot het (…) noodzakelijke beperkt”, “zodanig opgesteld en ingericht” en “zo veel mogelijk wordt voorkomen”). Hierdoor is het onduidelijk in welke gevallen de buitenverlichting straks aan dit voorschrift voldoet en of verstoring van vleermuizen door verlichting echt wordt voorkomen.

7.         Het oordeel van de Afdeling zou te minder voor de hand liggend zijn, als het voorschrift noodzakelijk zou zijn om overtreding van verbodsbepalingen uit artikel 3.5 Wet natuurbescherming (Wnb) ten aanzien van vleermuizen te voorkomen, daargelaten het antwoord op de vraag of hiermee het vragen van een verklaring van geen bedenkingen van het Wnb-bevoegd gezag kan worden voorkomen. Over of een dergelijke ecologische situatie aan de orde is, laat de Afdelingsuitspraak zich niet uit. Nu verbiedt artikel 3.5 lid 2 Wnb weliswaar het opzettelijk storen van vleermuizen, maar is het vaste Afdelingsjurisprudentie over de voorganger van deze bepaling, artikel 10 Flora- en faunawet, dat niet iedere verstoring een verboden opzettelijke verstoring is. Zie onder meer ABRS 13 mei 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI3701, r.o. 2.7.1, ABRS 7 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY2464, r.o. 7.6 en ABRS 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4024, r.o. 11.1. Deze jurisprudentie is onder vigeur van de Wnb voortgezet. Zie ABRS 10 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:12, r.o. 9.2, AB 2018/53 m.nt. Gundelach. Dit betekent dat van een door de Wnb verboden verstoring van vleermuizen door verlichting zelden sprake zal zijn. Misschien is dit voor de Afdeling van betekenis geweest om het voorschrift aanvaardbaar te achten.


Gerelateerd

Passende beoordeling bestemmingsplan voor kleine gebieden hoeft niet perse tot plan-mer-plicht te leiden
Annotatie M.A.A. Soppe bij ABRvS 19 mei 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:1054
Niet elk bedrijventerrein is een industrieterrein in de zin van categorie D 11.3 Besluit mer
Annotatie T. Rötscheid ABRvS 10 maart 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:516, M en R 2021/57
Informele mer-beoordeling bestemmingsplan moet zien op gehele woningbouwlocatie
Annotatie M.A.A. Soppe ABRvS 20 januari 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:80
Voorschriften OBM moeten te herleiden zijn tot mer-beoordelingsaanmeldnotitie
Annotatie Soppe ABRvS 13 november 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:3820, M en R 2020/18
Ontgrondingsvergunningen omvatten inhoudelijk geen wijziging ten opzichte van de voorheen verleende tijdelijke vergunningen en vallen daarom niet onder de mer-(beoordelings)plicht
Annotatie Soppe ABRvS 21 augstus 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2822, M en R 2020/55
Geen expliciet mer-beoordelingsbesluit voor bestemmingsplan woonwijk
Annotatie ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, M en R 2019/106
Bouw 40 woningen met steigerplaatsen voor afmeren van een boot, ziet niet op een jachthaven in de zin van het Besluit mer; art. 8:69a Awb in relatie tot mer-beoordeling en art. 7.2a Wm
Annotatie Soppe ABRvS 8 april 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:1010, M en R 2020/62
Doelstelling initiatiefnemer relevant voor niet opnemen alternatief in plan-MER. Toename stikstofdepositie N2000-gebied toereikend passend beoordeeld (systeemanalyse)
Annotatie Soppe ABRvS 11 maart 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:741, M en R 2020/38
Omvang van Europese onderzoeksverplichtingen naar milieueffecten voor het verlengen van de termijn van elektriciteitsproductie door twee Belgische kerncentrales
Erwin Noordover schreef een annotatie bij HvJ EU 29 juli 2019, C-411/17, ECLI:EU:C:2019:622 (Inter-Environnement Wallonie…
Ontbreken expliciet mer-beoordelingsbesluit is herstelbaar en reikwijdte mer-beoordelingsplichtige activiteit (samenhang andere activiteiten)
Annotatie Soppe ABRvS 18 december 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:4327, M en R 2020/6
Verzuim expliciet mer-beoordelingsbesluit fataal voor bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, TBR 2019/113
Staat mer-richtlijn toe dat slechts één van de noodzakelijke besluiten aan mer-plicht wordt verbonden?
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 3 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2217, M en R 2019/84
Toename endotoxinen leidt tot mer-plicht
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 22 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1632, M en R 2019/81
Voor andere bevredigende oplossing Wnb-ontheffing gebruik maken van milieueffectrapportage en beoordeling bestemmingsplan
Annotatie ABRvS 8 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1491, M en R 2019/78
Wijziging bestaande bebouwing in permanent logiesverblijf voor arbeidsmigranten geen stedelijk ontwikkelingsproject
Annotatie ABRvS 17 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1253, M en R 2019/61
Omgevingsvergunning eerste fase mag niet buiten behandeling worden gelaten vanwege mer-beoordelingsplicht tweede fase
Annotatie Soppe ABRvS 3 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1013, M en R 2019/60
Wijziging tracébesluit verplicht niet tot opstellen van nieuw MER
Annotatie Soppe ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:596, M en R 2019/45
Concept plan-MER hoeft ingevolge de Wet openbaarheid bestuur niet openbaar te worden gemaakt
Annotatie Soppe ABRvS 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3299, M en R 2019/27
Mer-beoordelingsbeslissing voorafgaand aan terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3131, M en R 2018/129
Toename emissie endotoxinen vanwege pluimveehouderij leidt tot mer-plicht
Annotatie Soppe ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2496, M en R 2018/113
Winning delfstoffen onder water geen delfstoffenwinning uit landbodem uit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1986, M en R 2018/100
Geen kaderstellend mer-plichtigplan ingeval van één-op-één inpassing vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2066, M en R 2018/101
Treffen maatregelen op grond van mer-evaluatie achteraf
Annotatie Soppe ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:608, M en R 2018/58
Inspraak over ontwerpbesluit voldoende vroegtijdige inspraak
Annotatie Kevelam ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, M en R 2018/84
Functiewijziging winkelcentrum geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie D-11.2 Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:348, TBR 2018/62
Herstructurering N280 Roermond is wijziging autoweg in de zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 24 januari 2018,  ECLI:NL:RVS:2018:224, M en R 2018/46
Geen MER nodig na mer-beoordeling als eerder vergunde milieugevolgen niet toenemen
Annotatie Soppe ABRvS 13 december 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:3448, M en R 2018/28
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 19 juli 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:1939, M en R 2017/135
Toepassing kruimelgevallenregeling in relatie tot kolom 1 en kolom 2 uit categorieën Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1192, TBR 2017/99
Feitelijk bestaande (planologische legale) situatie bepalend voor mer-(beoordelings)plicht bestemmingsplan bij Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694, M en R 2017/72
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe Vz. ABRvS 2 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:561, M en R 2017/83
De Wet tarieven: de Commissie m.e.r. uit de markt geprijsd?
Milieu & Recht 2016/19
Omgevingsplan en m.e.r.
In deze bijdrage wordt de werkingssfeer van de voorgestelde m.e.r.-regelgeving ten aanzien van het omgevingsplan besproken. Verder wordt er ingegaan op de reikwijdte van de m.e.r.-(beoordelings)plicht voor zover die is verbonden aan het omgevingsplan.
Geen m.e.r.-beoordelingsplicht voor besluiten niet genoemd in kolom 4 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 30 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3170, M en R 2017/92
Functionele ontgronding is winning oppervlaktedelfstoffen Besluit mer
Annotatie ABRvS 15 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3152, M en R 2017/13
Betekenis kosten bij bepaling mer-alternatieven
Annotatie Soppe ABRvS 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2988, M en R 2017/35
Informele mer-beoordeling voldoende bij formele mer-beoordelingsplicht
Annotatie Soppe ABRvS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2535, M en R 2016/149
Planologische vergelijking bij bepalen m.e.r.-(beoordelings)plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 13 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1944, M en R 2017/18
Betekenis voorzienbaarheidscriterium voor activiteiten in Besluit mer zonder term ‘capaciteit’
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:482, M en R 2016/69
Bepalen en effectueren mer-plicht bij grensoverschrijdende activiteiten
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:465, M en R 2016/78
Eventuele toekomstige gaswinning niet betrekken bij mer-beoordeling exploratieboring
ABRvS Kevelam en Soppe 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:155, M en R 2016/64
Wijziging geluidvoorschrift kartbaan geen wijziging activiteit categorie D-43 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3949, M en R 2016/52
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3557, M en R 2016/14
Geen mer-beoordeling als activiteit niet voldoet aan kolom 1-omschrijving Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 19 augstus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2631, M en R 2015/143
Recycling is geen verwijdering afvalstoffen uit categorie D-18.1 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2457, M en R 2015/156
Planologische vergelijking bij bepalen mer-plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2078, M en R 2015/125
Relativiteitsvereiste in relatie tot plan-mer-regeling en artikel 7.2a Wm
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1713, TBR 2015/114
Twee fasen bedrijventerrein één samenhangende activiteit bij toepassing Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1333, M en R 2015/106
Achterwege laten plan-mer-plicht bestemmingsplan ingeval van vergunning Natuurbeschermingswet 1998 met passende beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1161, M en R 2015/105
Exploratieboringen aardgas en aardolie niet mer-plichtig ingevolge mer-richtlijn
Annotatie Soppe HvJEU 11 februari 2015, ECLI:EU:C:2015:79, M en R 2015/73
Hoofdlijnen milieubestuursrecht
Hoofdlijnen milieubestuursrecht, 2015, hoofdstuk 9 (Milieueffectrapportage), pag. 187-208
Integrale beoordeling milieugevolgen bij informele mer-beoordeling
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4648, TBR 2015/113
Verwerking licht asbesthoudend staalschroot in smelten staal valt onder categorie C-21-5 en D-21.5
Annotatie Soppe ABRvS 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4531, M en R 2015/50
Mer-beoordelingsbesluit inhoudende dat MER moet worden gemaakt bij uitbreiding ontgronding
Annotatie Soppe ABRvS 1 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3546, M en R 2015/22
Reikwijdte van plan-m.e.r. is beperkt tot m.e.r.-plichtige onderdelen plan; planregels om te voldoen aan de Natuurbeschermingswet 1998 niet toegestaan
Annotatie Kaajan en Soppe ABRvS 6 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2942, M en R 2014/143
Opzet en vormgeving-criterium ingeval van wijziging activiteit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1467, M en R 2014/113
Co-vergistingsintallatie is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig vanwege categorieën D-18.4, D-21.6 en D-22.1
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:555, M en R 2014/79
Wijziging Kernenergiewetvergunning Borssele is geen wijziging in de zin van Besluit m.e.r
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:517, M en R 2014/80
Opnemen maximale capaciteit vergassingsinstallatie categorie C-18.4 Belsuit mer in planregels toegestaan
Annotatie Soppe ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:170, M en R 2014/46
Activiteit categorie C-18.4 Besluit m.e.r zowel verwijdering als nuttige toepassing afvalstoffen
Annotatie Soppe Rb Noord-Nederland 14 januari 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:149, M en R 2014/45
Communautaire grenzen aan het beperken van de project-m.e.r.-plicht tot het eerste ruimtelijk plan over een gefaseerd te realiseren project (mede bezien in het licht van de Omgevingswet)
P.J.J. van Buuren e.a. (red.), Toonbeelden, Gedachten over provinciaal omgevingsrecht ter herinnering aan Toon de Gier, Kluwer 2013, p. 159-165
Cumulatie projecten leidt tot formele mer-beoordelingsplicht ontgrondingsvergunning
Annotatie Soppe ABRvS 3 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:149, M en R 2013/127
Reikwijdte van categorie D.35c van het Besluit mer (conserven)
Annotatie Soppe ABRvS 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:18, M en R 2013/116
En weer een moderniseringsslag … Of vormt de Omgevingswet dan toch het eindstation voor een eigentijds m.e.r.-systeem? Uiteenzetting van de belangrijkste wijzigingen in de m.e.r.-regelgeving ingevolge de Omgevingswet
TO 2013, nr. 2, p. 55-67
Eén stedelijk ontwikkelingsproject in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 9 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY8002, AB 2013/96
Geen mer-beoordeling voor uitwerkingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6741, TBR 2013/43
Samenhangende ontgrondingslocatie voor bepaling mer-(beoordelingsplicht)
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6766, AB 2013/97
Nieuwe en bestaande windturbines windpark in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe Rb Haarlem 12 december 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6096, M en R 2013/42
Geen samenhangende installaties windturbines Lelystad
Annotatie Soppe ABRvS 14 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3088, M en R 2013/41
Besluit-MER beperkt tot bestemmingsplan dat deel is van groter plan
Annotatie Soppe ABRvS 3 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8982, M en R 2013/26
Passende beoordeling en plan-mer voor bestemmingsplan met significante effecten Natura 2000-gebied en plan-mer-gebrek is niet passeerbaar
Annotatie Soppe ABRvS 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1871, TBR 2012/166
Plan-mer-plicht als bestemmingsplan meer mogelijk maakt van vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 30 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6920, TBR 2012/129
Bangert en Oosterpolder: lange leve de duidelijkheid
Toets 2008, nr. 5, p. 4-9