Amsterdam: +31 20 737 20 66
Leeuwarden: +31 20 236 10 24

Twee fasen bedrijventerrein één samenhangende activiteit bij toepassing Besluit mer

Annotatie ABRvS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1333, M en R 2015/106

Essentie

Afdeling geeft toepassing aan samenhang- en voorzienbaarheidscriterium. Op grond daarvan hebben twee fasen van een ontwikkeling van een bedrijventerrein in termen van het Besluit m.e.r. te gelden als één (samenhangende) activiteit. Formele m.e.r.-beoordeling is ten onrechte achterwege gebleven. Een verwijzing naar enkele deelrapporten bij de plantoelichting doet daar niet aan af. Compenserende maatregelen vanwege aantasting EHS dienen vanwege de Verordening Ruimte Noord-Brabant in het bestemmingsplan te worden geborgd, bijvoorbeeld via een voorwaardelijke verplichting.

Samenvatting

Het bestemmingsplan voorziet in een bedrijventerrein van 39 ha, de zogeheten fase 1 van het bedrijventerrein. Met de ontwikkeling van fase 1 wordt de drempelwaarde van 75 ha in het Besluit m.e.r. niet overschreden. Uit de gedingstukken volgt echter dat de ontwikkeling van fase 1 van het bedrijventerrein niet op zichzelf staat, maar deel uitmaakt van de totale ontwikkeling van het bedrijventerrein Foodpark De Kempkens. Volgens de plantoelichting is het gemeentebestuur voornemens het gehele bedrijventerrein gefaseerd te ontwikkelen. Volgens de zienswijzennota zal de exacte omvang van fase 2 op een later moment worden bepaald. De Afdeling wijst verder op de in de plantoelichting aangehaalde “Structuurvisie De Kempkens e.o.” uit 2009 en op de “Structuurvisie Veghel 2030” uit 2013. Gelet op de tekst en de kaarten in deze structuurvisies is het de beleidskeuze van de raad om fase 1 en 2 van het bedrijventerrein Foodpark met een oppervlakte van 100 ha gefaseerd te ontwikkelen tot het jaar 2030 en mogelijk ook daarna. Voorts is het plangebied een aaneengesloten gebied en bevat artikel 7, lid 7.4, van de planregels een wijzigingsbevoegdheid voor het college van burgemeester en wethouders om de bestemming “Groen” ter plaatse van de aanduiding “wetgevingszone – wijzigingsgebied”, die de begrenzing vormt van fase 1 van het bedrijventerrein, te wijzigen in de bestemming “Bedrijventerrein” in geval van ontwikkeling van fase 2 van het bedrijventerrein. Het namens de raad ter zitting naar voren gebrachte standpunt dat de ontwikkeling van fase 2 onzeker was ten tijde van de vaststelling van het plan vanwege onduidelijkheid over de omlegging van het tracé N279 en vanwege onzekerheid over de marktruimte, doet er niet aan af dat de ontwikkeling van het totale bedrijventerrein gelet op het vastgestelde gemeentelijk beleid vanaf het begin van het besluitvormingsproces is beoogd. Niet is gebleken dat de raad zijn beleid heeft bijgesteld vanwege de ter zitting genoemde onzekerheden. Gelet op het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat voor de toepassing van het Besluit m.e.r. de totale ontwikkeling van het bedrijventerrein, die in twee fasen wordt uitgevoerd, dient te worden bezien als één samenhangende activiteit. Dit betekent voor de m.e.r.-beoordelingsplicht dat niet alleen rekening moet worden gehouden met de in het plan voorziene ontwikkeling van fase 1 van het bedrijventerrein, maar ook met de voorzienbare verdere ontwikkeling van fase 2. Nu de totale ontwikkeling van het bedrijventerrein een oppervlakte van ongeveer 100 ha betreft, wordt de drempelwaarde die is opgenomen in onderdeel D, categorie 11.3, van de bijlage bij het Besluit m.e.r. overschreden. De raad diende voorafgaande aan de vaststelling van het plan de m.e.r.-beoordelingsprocedure te volgen. Ten onrechte heeft de raad dit niet gedaan. Weliswaar zijn bij een aantal onderzoeken die aan het plan ten grondslag liggen de gevolgen vanwege fase 2 onderzocht, maar hiermee wordt niet voldaan aan de vereisten die de wet aan de m.e.r.-beoordelingsprocedure stelt.

Het standpunt van de raad dat maatregelen ter voorkoming van negatieve effecten op de EHS bij de uitwerking van het ontwerp van de openbare ruimte zullen worden meegenomen gaat voorbij aan de in artikel 4.2, vierde lid, van de Verordening ruimte 2012 opgenomen verplichting dat het bestemmingsplan zelf moet strekken tot beperking van deze negatieve effecten. Dat betekent naar het oordeel van de Afdeling dat het bestemmingsplan in dit geval een regeling dient te bevatten waarin de aanbevolen maatregelen zijn opgenomen ter beperking van bedoelde negatieve effecten, bijvoorbeeld door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de planregels tot het treffen van deze maatregelen. Nu een dergelijke regeling ontbreekt is het plan in zoverre vastgesteld in strijd met artikel 4.2, vierde lid, van de Verordening 2012.

Uitspraak

ABRvS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1333, bestemmingsplan “Bedrijventerrein Foodpark”, gemeente Veghel

Annotatie J. Gundelach en M.A.A. Soppe

1.         De onderhavige uitspraak past in de jurisprudentiële lijn dat een toekomstige ontwikkeling vanwege het samenhang- en voorzienbaarheidscriterium moet worden betrokken bij het bepalen van de m.e.r.-(beoordelings)plicht van bijvoorbeeld een bestemmingsplan, mits die ontwikkeling voldoende concreet is. In de voorliggende zaak had de gemeenteraad bij het bepalen van de m.e.r.-(beoordelings)plicht van het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Foodpark” rekening moeten houden met de voorzienbare uitbreiding ervan (eerder had de voorzitter van de Afdeling anders geoordeeld; zie Vz. ABRvS 13 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3151, JM 2014/121). Uit onder meer enkele gemeentelijke structuurvisies blijkt volgens de Afdeling duidelijk de beleidskeuze van de raad om in beginsel voor 2030 het bedrijventerrein Foodpark De Kempkens met een oppervlakte van 100 ha te ontwikkelen. Het voorliggende plan voorziet in de ontwikkeling van fase 1 en heeft betrekking op 39 hectare. De resterende 61 hectare is voorzien in fase 2. In de regels van het bestemmingsplan wordt middels een wijzigingsbevoegdheid ook al geanticipeerd op fase 2. In beroep is door de raad aangegeven dat de ontwikkeling van fase 2 niet zeker is vanwege de omlegging van een weg en de ontwikkelingen in de markt. Ons inziens terecht gaat de Afdeling daar niet in mee, met name niet nu er geen kenbaar stuk is waaruit is gebleken dat de gemeente haar beleid voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan heeft bijgesteld vanwege de genoemde onzekerheden.

2.         Uit deze uitspraak mag niet worden afgeleid dat wanneer een bepaalde ontwikkeling maar is opgenomen in een bestuurlijke visie, deze als voorzienbaar in termen van de m.e.r.-regeling moet worden gezien. De betreffende visie moet voldoende concreet zijn over zowel het voornemen als de termijn waarbinnen dat zal worden gerealiseerd. Zie bijvoorbeeld ABRvS 10 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:3180 (r.o. 11.3) en ABRvS 20 juli 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR2262 (r.o. 2.3.3). Het is evident dat er sprake is van voorzienbare ontwikkelingen indien die zijn neergelegd in een ter inzage gelegd voorontwerpbestemmingsplan. Verwezen zij naar ABRvS 20 mei 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI4504, JM 2009/88 (r.o. 2.19.3) en ABRvS 20 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2026 (r.o. 4.4).

3.         Het totaal tot stand te brengen bedrijventerrein Foodpark heeft een oppervlakte van 100 hectare en overschrijdt daarmee de drempelwaarde in onderdeel D-11.3 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Voorafgaande aan de vaststelling van het bestemmingsplan had daarom een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure moeten worden doorlopen waarin zowel fase 1 en als fase 2 aan de orde hadden moeten komen. De verrichte informele m.e.r.-beoordeling voor uitsluitend de in het bestemmingsplan voorziene fase 1 is naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende. Daaraan kan volgens haar niet afdoen dat bij een aantal onderzoeken die aan het bestemmingsplan ten grondslag zijn gelegd ook de gevolgen vanwege fase 2 zijn onderzocht. De Afdeling overweegt dat daarmee niet wordt voldaan aan de vereisten die de wet aan de m.e.r.-beoordelingsprocedure stelt. Daarbij zal zij in ieder geval het oog hebben op de materiële eisen. Die komen er in de kern op neer dat de m.e.r.-beoordeling een integrale beoordeling bevat van de mogelijke nadelige milieugevolgen in relatie tot de selectiecriteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn. Dat een verwijzing naar (milieu)onderzoeken in of bij de plantoelichting reeds daarom niet toereikend is, volgt ook uit ABRvS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4648, JM 2015/23 (r.o. 20.4). Een milieuaspectenstudie waarin niet op alle relevante factoren uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn is ingegaan, volstaat evenmin als substituut voor een m.e.r.-beoordeling (zie ABRvS 16 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW5961, M en R 2013/9, JM 2012/96 (r.o. 2.11.4)). De materiële gebreken lijken wellicht te kunnen worden opgeheven via een aanvullend onderzoek in het kader van de bestuurlijke lus. De Afdeling past die in casu niet toe. Wellicht is dat (mede) vanwege de idee dat het gebrek om een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure te doorlopen naar zijn aard niet kan worden hersteld door middel van een bestuurlijke lus. Aldus zou kunnen worden afgeleid uit ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6766, AB 2013/97, JM 2013/25.

4.         De uitvoering van het bestemmingsplan kan negatieve effecten hebben op aan het plangebied grenzende en omliggende EHS-gebieden. Deze effecten kunnen worden voorkomen door het treffen van mitigerende maatregelen. Die maatregelen zijn naar het oordeel van de Afdeling ten onrechte niet geborgd in het bestemmingsplan, bijvoorbeeld door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de planregels tot het treffen van deze maatregelen. De Afdeling baseert de verplichting daartoe uitsluitend op de redactie van art. 4.2 lid 2 Verordening ruimte 2012 van Noord-Brabant. Zou de verordening daar niet expliciet toe hebben verplicht, dan zou de Afdeling wellicht anders hebben geoordeeld. In ABRvS 10 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX9716, achtte de Afdeling het toereikend dat de in verband met de EHS noodzakelijke compenserende maatregelen op grond van het bestemmingsplan mogelijk werden gemaakt. Een noodzaak om in het bestemmingsplan vast te leggen dat die maatregelen ook daadwerkelijk zouden worden getroffen achtte de Afdeling niet aanwezig. Zie in soortgelijke zin onder meer ABRvS 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1851, ABRvS 2 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4561, JM 2012/74, Gst. 2012/79 en ABRvS 7 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU7002, JM 2012/22, BR 2012/26. Sinds ABRvS 6 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2929, AB 2014/449, BR 2014/114, TBR 2014/186, is de Afdeling van oordeel dat er geen noodzaak is om een maatregel (middels een voorwaardelijke verplichting) in het bestemmingsplan te borgen als de gemeente het in haar macht heeft om de desbetreffende maatregel te treffen en er voorts geen sprake is van belemmeringen die zich daartegen verzetten. Voor veel natuurcompenserende maatregelen zal dat betekenen dat het in zoverre ook daarom niet nodig is om ze juridisch in het bestemmingsplan te borgen. Dat zal echter wel moeten blijven geschieden zolang een verplichting daartoe in een provinciale ruimtelijke verordening is opgenomen.


Gerelateerd

Passende beoordeling bestemmingsplan voor kleine gebieden hoeft niet perse tot plan-mer-plicht te leiden
Annotatie M.A.A. Soppe bij ABRvS 19 mei 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:1054
Niet elk bedrijventerrein is een industrieterrein in de zin van categorie D 11.3 Besluit mer
Annotatie T. Rötscheid ABRvS 10 maart 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:516, M en R 2021/57
Informele mer-beoordeling bestemmingsplan moet zien op gehele woningbouwlocatie
Annotatie M.A.A. Soppe ABRvS 20 januari 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:80
Voorschriften OBM moeten te herleiden zijn tot mer-beoordelingsaanmeldnotitie
Annotatie Soppe ABRvS 13 november 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:3820, M en R 2020/18
Ontgrondingsvergunningen omvatten inhoudelijk geen wijziging ten opzichte van de voorheen verleende tijdelijke vergunningen en vallen daarom niet onder de mer-(beoordelings)plicht
Annotatie Soppe ABRvS 21 augstus 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2822, M en R 2020/55
Geen expliciet mer-beoordelingsbesluit voor bestemmingsplan woonwijk
Annotatie ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, M en R 2019/106
Bouw 40 woningen met steigerplaatsen voor afmeren van een boot, ziet niet op een jachthaven in de zin van het Besluit mer; art. 8:69a Awb in relatie tot mer-beoordeling en art. 7.2a Wm
Annotatie Soppe ABRvS 8 april 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:1010, M en R 2020/62
Doelstelling initiatiefnemer relevant voor niet opnemen alternatief in plan-MER. Toename stikstofdepositie N2000-gebied toereikend passend beoordeeld (systeemanalyse)
Annotatie Soppe ABRvS 11 maart 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:741, M en R 2020/38
Omvang van Europese onderzoeksverplichtingen naar milieueffecten voor het verlengen van de termijn van elektriciteitsproductie door twee Belgische kerncentrales
Erwin Noordover schreef een annotatie bij HvJ EU 29 juli 2019, C-411/17, ECLI:EU:C:2019:622 (Inter-Environnement Wallonie…
Ontbreken expliciet mer-beoordelingsbesluit is herstelbaar en reikwijdte mer-beoordelingsplichtige activiteit (samenhang andere activiteiten)
Annotatie Soppe ABRvS 18 december 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:4327, M en R 2020/6
Verzuim expliciet mer-beoordelingsbesluit fataal voor bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, TBR 2019/113
Staat mer-richtlijn toe dat slechts één van de noodzakelijke besluiten aan mer-plicht wordt verbonden?
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 3 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2217, M en R 2019/84
Toename endotoxinen leidt tot mer-plicht
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 22 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1632, M en R 2019/81
Voor andere bevredigende oplossing Wnb-ontheffing gebruik maken van milieueffectrapportage en beoordeling bestemmingsplan
Annotatie ABRvS 8 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1491, M en R 2019/78
Wijziging bestaande bebouwing in permanent logiesverblijf voor arbeidsmigranten geen stedelijk ontwikkelingsproject
Annotatie ABRvS 17 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1253, M en R 2019/61
Omgevingsvergunning eerste fase mag niet buiten behandeling worden gelaten vanwege mer-beoordelingsplicht tweede fase
Annotatie Soppe ABRvS 3 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1013, M en R 2019/60
Wijziging tracébesluit verplicht niet tot opstellen van nieuw MER
Annotatie Soppe ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:596, M en R 2019/45
Concept plan-MER hoeft ingevolge de Wet openbaarheid bestuur niet openbaar te worden gemaakt
Annotatie Soppe ABRvS 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3299, M en R 2019/27
Mer-beoordelingsbeslissing voorafgaand aan terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3131, M en R 2018/129
Toename emissie endotoxinen vanwege pluimveehouderij leidt tot mer-plicht
Annotatie Soppe ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2496, M en R 2018/113
Winning delfstoffen onder water geen delfstoffenwinning uit landbodem uit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1986, M en R 2018/100
Geen kaderstellend mer-plichtigplan ingeval van één-op-één inpassing vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2066, M en R 2018/101
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe ABRvS 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:758, M en R 2018/60
Treffen maatregelen op grond van mer-evaluatie achteraf
Annotatie Soppe ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:608, M en R 2018/58
Inspraak over ontwerpbesluit voldoende vroegtijdige inspraak
Annotatie Kevelam ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, M en R 2018/84
Functiewijziging winkelcentrum geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie D-11.2 Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:348, TBR 2018/62
Herstructurering N280 Roermond is wijziging autoweg in de zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 24 januari 2018,  ECLI:NL:RVS:2018:224, M en R 2018/46
Geen MER nodig na mer-beoordeling als eerder vergunde milieugevolgen niet toenemen
Annotatie Soppe ABRvS 13 december 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:3448, M en R 2018/28
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 19 juli 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:1939, M en R 2017/135
Toepassing kruimelgevallenregeling in relatie tot kolom 1 en kolom 2 uit categorieën Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1192, TBR 2017/99
Feitelijk bestaande (planologische legale) situatie bepalend voor mer-(beoordelings)plicht bestemmingsplan bij Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694, M en R 2017/72
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe Vz. ABRvS 2 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:561, M en R 2017/83
De Wet tarieven: de Commissie m.e.r. uit de markt geprijsd?
Milieu & Recht 2016/19
Omgevingsplan en m.e.r.
In deze bijdrage wordt de werkingssfeer van de voorgestelde m.e.r.-regelgeving ten aanzien van het omgevingsplan besproken. Verder wordt er ingegaan op de reikwijdte van de m.e.r.-(beoordelings)plicht voor zover die is verbonden aan het omgevingsplan.
Geen m.e.r.-beoordelingsplicht voor besluiten niet genoemd in kolom 4 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 30 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3170, M en R 2017/92
Functionele ontgronding is winning oppervlaktedelfstoffen Besluit mer
Annotatie ABRvS 15 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3152, M en R 2017/13
Betekenis kosten bij bepaling mer-alternatieven
Annotatie Soppe ABRvS 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2988, M en R 2017/35
Informele mer-beoordeling voldoende bij formele mer-beoordelingsplicht
Annotatie Soppe ABRvS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2535, M en R 2016/149
Planologische vergelijking bij bepalen m.e.r.-(beoordelings)plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 13 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1944, M en R 2017/18
Betekenis voorzienbaarheidscriterium voor activiteiten in Besluit mer zonder term ‘capaciteit’
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:482, M en R 2016/69
Bepalen en effectueren mer-plicht bij grensoverschrijdende activiteiten
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:465, M en R 2016/78
Eventuele toekomstige gaswinning niet betrekken bij mer-beoordeling exploratieboring
ABRvS Kevelam en Soppe 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:155, M en R 2016/64
Wijziging geluidvoorschrift kartbaan geen wijziging activiteit categorie D-43 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3949, M en R 2016/52
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3557, M en R 2016/14
Geen mer-beoordeling als activiteit niet voldoet aan kolom 1-omschrijving Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 19 augstus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2631, M en R 2015/143
Recycling is geen verwijdering afvalstoffen uit categorie D-18.1 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2457, M en R 2015/156
Planologische vergelijking bij bepalen mer-plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2078, M en R 2015/125
Relativiteitsvereiste in relatie tot plan-mer-regeling en artikel 7.2a Wm
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1713, TBR 2015/114
Achterwege laten plan-mer-plicht bestemmingsplan ingeval van vergunning Natuurbeschermingswet 1998 met passende beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1161, M en R 2015/105
Exploratieboringen aardgas en aardolie niet mer-plichtig ingevolge mer-richtlijn
Annotatie Soppe HvJEU 11 februari 2015, ECLI:EU:C:2015:79, M en R 2015/73
Hoofdlijnen milieubestuursrecht
Hoofdlijnen milieubestuursrecht, 2015, hoofdstuk 9 (Milieueffectrapportage), pag. 187-208
Integrale beoordeling milieugevolgen bij informele mer-beoordeling
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4648, TBR 2015/113
Verwerking licht asbesthoudend staalschroot in smelten staal valt onder categorie C-21-5 en D-21.5
Annotatie Soppe ABRvS 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4531, M en R 2015/50
Mer-beoordelingsbesluit inhoudende dat MER moet worden gemaakt bij uitbreiding ontgronding
Annotatie Soppe ABRvS 1 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3546, M en R 2015/22
Reikwijdte van plan-m.e.r. is beperkt tot m.e.r.-plichtige onderdelen plan; planregels om te voldoen aan de Natuurbeschermingswet 1998 niet toegestaan
Annotatie Kaajan en Soppe ABRvS 6 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2942, M en R 2014/143
Opzet en vormgeving-criterium ingeval van wijziging activiteit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1467, M en R 2014/113
Co-vergistingsintallatie is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig vanwege categorieën D-18.4, D-21.6 en D-22.1
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:555, M en R 2014/79
Wijziging Kernenergiewetvergunning Borssele is geen wijziging in de zin van Besluit m.e.r
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:517, M en R 2014/80
Opnemen maximale capaciteit vergassingsinstallatie categorie C-18.4 Belsuit mer in planregels toegestaan
Annotatie Soppe ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:170, M en R 2014/46
Activiteit categorie C-18.4 Besluit m.e.r zowel verwijdering als nuttige toepassing afvalstoffen
Annotatie Soppe Rb Noord-Nederland 14 januari 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:149, M en R 2014/45
Communautaire grenzen aan het beperken van de project-m.e.r.-plicht tot het eerste ruimtelijk plan over een gefaseerd te realiseren project (mede bezien in het licht van de Omgevingswet)
P.J.J. van Buuren e.a. (red.), Toonbeelden, Gedachten over provinciaal omgevingsrecht ter herinnering aan Toon de Gier, Kluwer 2013, p. 159-165
Cumulatie projecten leidt tot formele mer-beoordelingsplicht ontgrondingsvergunning
Annotatie Soppe ABRvS 3 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:149, M en R 2013/127
Reikwijdte van categorie D.35c van het Besluit mer (conserven)
Annotatie Soppe ABRvS 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:18, M en R 2013/116
En weer een moderniseringsslag … Of vormt de Omgevingswet dan toch het eindstation voor een eigentijds m.e.r.-systeem? Uiteenzetting van de belangrijkste wijzigingen in de m.e.r.-regelgeving ingevolge de Omgevingswet
TO 2013, nr. 2, p. 55-67
Eén stedelijk ontwikkelingsproject in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 9 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY8002, AB 2013/96
Geen mer-beoordeling voor uitwerkingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6741, TBR 2013/43
Samenhangende ontgrondingslocatie voor bepaling mer-(beoordelingsplicht)
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6766, AB 2013/97
Nieuwe en bestaande windturbines windpark in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe Rb Haarlem 12 december 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6096, M en R 2013/42
Geen samenhangende installaties windturbines Lelystad
Annotatie Soppe ABRvS 14 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3088, M en R 2013/41
Besluit-MER beperkt tot bestemmingsplan dat deel is van groter plan
Annotatie Soppe ABRvS 3 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8982, M en R 2013/26
Passende beoordeling en plan-mer voor bestemmingsplan met significante effecten Natura 2000-gebied en plan-mer-gebrek is niet passeerbaar
Annotatie Soppe ABRvS 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1871, TBR 2012/166
Plan-mer-plicht als bestemmingsplan meer mogelijk maakt van vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 30 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6920, TBR 2012/129
Bangert en Oosterpolder: lange leve de duidelijkheid
Toets 2008, nr. 5, p. 4-9