Amsterdam: +31 20 737 20 66
Leeuwarden: +31 20 236 10 24

Wijziging tracébesluit verplicht niet tot opstellen van nieuw MER

Annotatie ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:596, M en R 2019/45

Essentie

Wijziging tracébesluit (verdiepte ligging in plaats van tunnel) verplicht niet tot het opstellen van een MER nu is voldaan aan de twee voorwaarden van art. 7.36a Wm: 1) er is voor het oorspronkelijke tracébesluit reeds een MER gemaakt en 2) de gegevens die in dat MER zijn opgenomen kunnen redelijkerwijs aan het wijzigingsbesluit ten grondslag worden gelegd; daarbij is van belang dat uit het rapport Validatierapport MER is gebleken dat de wijziging in het tracé niet afdoet aan de conclusies uit het MER.

Samenvatting

Uit de toelichting van het tracébesluit, het rapport “Validatie MER” en het verhandelde ter zitting leidt de Afdeling af dat de minister het wijzigingsbesluit 2017 met toepassing van artikel 7.36a van de Wet milieubeheer heeft vastgesteld. Gelet op het betoog van VvE Meander moet de Afdeling beoordelen of aan de twee voorwaarden van dit artikel is voldaan of niet. De eerste voorwaarde houdt in – kort samengevat – dat voor de activiteit een milieueffectrapport moet zijn gemaakt. De activiteit waar het hier om gaat is de verbreding van de A9 als onderdeel van het project Schiphol-Amsterdam-Almere. Voor dit project is in het kader van het tracébesluit uit 2011 een milieueffectrapport gemaakt, de zogenoemde Trajectnota/MER. Daarom is aan de eerste voorwaarde voldaan. Voor de tweede voorwaarde is van belang dat VvE Meander aanvoert dat het tracé in het wijzigingsbesluit 2017 afwijkt van het tracébesluit uit 2011 en de varianten die daarvoor zijn beoordeeld in de Trajectnota/MER. De Afdeling stelt vast dat in de Trajectnota/MER voor de inpassing van de verbrede A9 in Amstelveen een tunnel op maaiveld, een halfverdiepte tunnel en een verdiepte tunnel zijn beoordeeld. Volgens het rapport “Validatie MER” zijn er slechts geringe verschillen in effecten tussen de tunnel en de verdiepte ligging. Waar sprake is van een negatief verschil zijn deze in vergelijking met de autonome situatie echter positief. Volgens de “Validatie MER” veranderen de conclusies van de Trajectnota/MER niet door de verdiepte ligging. VvE Meander heeft de bevindingen van de “Validatie MER” niet gemotiveerd bestreden. De Afdeling is van oordeel dat ook is voldaan aan de voorwaarde van onderdeel b van artikel 7.36a van de Wet milieubeheer. Dit betekent dat voor het wijzigingsbesluit 2017 geen nieuw milieueffectrapport hoefde te worden gemaakt.

Uitspraak

ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:596, tracébesluit “Weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere (2017)” , minister I&W

Annotatie M.A.A. Soppe

1.         In deze uitspraak is een wijziging van het tracébesluit ‘Weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere (2017)’ aan de orde (hierna: het wijzigingsbesluit). Middels deze wijziging is een tunnel in de A9 bij Amstelveen vervangen door een verdiepte ligging van 1.300 meter met twee overkappingen. VvE Meander (hierna: Meander) stelde in beroep dat voor het in 2017 genomen wijzigingsbesluit een nieuw MER had moeten worden opgesteld. Het ten behoeve van het oorspronkelijke tracébesluit opgestelde MER was haars inziens niet meer bruikbaar omdat het tracé in Amstelveen door het wijzigingsbesluit fundamenteel is gewijzigd ten opzichte van het oorspronkelijke tracébesluit. De Afdeling beoordeelt de grief van Meander aan de hand van art. 7.36a Wm. Dit artikel houdt in dat het bevoegd gezag een project-mer-plichtig besluit niet neemt dan nadat (a) het toepassing heeft gegeven aan de art. 7.22 en 7.23 en aan paragraaf 7.8 of 7.9 Wm en (b) indien de gegevens die in het MER zijn opgenomen redelijkerwijs niet meer aan het besluit ten grondslag kunnen worden gelegd. De minister van Infrastructuur en Milieu (thans Infrastructuur en Waterstaat) meende dat dit artikel zich niet verzette tegen de vaststelling van het wijzigingsbesluit. De Afdeling gaat daarin mee.

2.         Op zich is jurisprudentie over de toepassing van art. 7.36a Wm niet bijzonder. Tot op heden kende die jurisprudentie geen strakke structuur. Die brengt de Afdeling in deze zaak wel aan. De Afdeling oordeelt dat art. 7.36a Wm twee voorwaarden bevat. De eerste is gebaseerd op sub a van die bepaling en houdt volgens de Afdeling in dat er voor het project een MER is gemaakt. Het valt op dat de inhoudelijke toetsing niet diepgaand is. De Afdeling constateert dat er in het kader van het oorspronkelijke tracébesluit uit 2011 een MER is gemaakt. Daarmee is volgens de Afdeling aan de eerste voorwaarde voldaan. De Afdeling toetst niet (eigener beweging) of de destijds gevolgde mer-procedure en de inhoud van het MER voldoen aan de huidige eisen dienaangaande (c.q. voldoen aan de bepalingen waarnaar in art. 7.36a sub a Wm wordt verwezen). Dat had wel gekund omdat het MER voor het oorspronkelijke tracébesluit in 2009 is gemaakt. Sinds die tijd zijn er de nodige wijzigingen in de mer-regelgeving doorgevoerd. Dat hoeft niet automatisch te betekenen dat het MER uit 2009 en de in dat verband gevoerde procedure daar niet mee overeenstemmen, maar een onderzoek dienaangaande blijft achtwege.

3.         De tweede voorwaarde (gestoeld op art. 7.36a sub b Wm) houdt in dat de gegevens in het MER redelijkerwijs aan het besluit ten grondslag moeten kunnen worden gelegd. Ten behoeve van het wijzigingsbesluit is het rapport ‘Validatie MER’ (hierna: Validatierapport) opgesteld. Dat betreft een aanvulling op het MER. De Afdeling stelt vast dat uit het Validatierapport volgt dat er slechts geringe verschillen in milieueffecten zijn tussen de tunnel en de verdiepte ligging. Waar sprake is van een negatief verschil, zijn deze in vergelijking met de autonome situatie echter positief. De conclusies van het MER wijzigen volgens het Validatierapport dan ook niet door de verdiepte ligging. Meander heeft het Validatierapport niet gemotiveerd bestreden. De Afdeling oordeelt mede daarom dat met het Validatierapport is aangetoond dat ook aan de tweede voorwaarde is voldaan.

4.         Bestudering van het Validatierapport laat zien dat er voor de aspecten geluid, externe veiligheid, landschap, cultuurhistorie en ruimte sprake is van een verslechtering ten opzichte van de tunnelsituatie.  Ook zal het wijzigingsbesluit leiden tot een toename van verkeer op het onderliggende wegennet. Het Validatierapport geeft aan dat de verslechteringen relatief zijn, omdat ook met betrekking tot de desbetreffende milieuaspecten nog altijd sprake zal zijn van een verbetering ten opzichte van de autonome situatie. De Afdeling wijst daar ook op, maar ik vraag mij af wat daarvan de relevantie is in de context van art. 7.36a Wm. Het zal niet zo zijn dat een MER ook na wijzigingen in het project steeds voor het mer-plichtige besluit kan worden gebruikt, als er in een concreet geval sprake blijft van een verbetering ten opzichte van de autonome situatie. In de eindconclusie van het Validatierapport wordt geconstateerd dat het Validatierapport geen aanleiding geeft om de keuze voor het alternatief ter hoogte van Amstelveen (de te realiseren verbreding van de A9 naar 2×4 rijstroken) te herzien. Het lijkt erop dat gegevens die in het MER zijn opgenomen in ieder geval redelijkerwijs nog aan het mer-plichtige besluit ten grondslag kunnen worden gelegd, als de wijzigingen in het project geen aanleiding geven voor het in mer-verband onderzoeken van andere alternatieven dan wel dat er daardoor argumenten kunnen ontstaan voor het kiezen van een ander eerder in mer-verband onderzocht alternatief. Ik kan mij vinden in dat praktisch goed hanteerbare ‘alternatievencriterium’. De Afdeling gaat in haar oordeelsvorming niet expliciet in op het alternatievencriterium, maar onderbouwt haar oordeel mede door erop te wijzen dat in het Validatierapport is vastgesteld dat de conclusies van het MER niet wijzigen. Die vaststelling in het Validatierapport is ingegeven door het alternatievencriterium, dat aldus wel impliciet door de Afdeling wordt onderschreven.

5.         Het alternatievencriterium biedt niet altijd soelaas. De wijziging van een tunnel in een verdiepte aanleg past in casu binnen het alternatief ter hoogte van Amstelveen (de te realiseren verbreding van de A9 naar 2×4 rijstroken). Soms zijn de wijzigingen in het voorgenomen project zodanig dat ze niet meer binnen een in het MER onderzocht alternatief kunnen worden begrepen (bijvoorbeeld bij de verschuiving van een tracé). Alsdan is het voor de toets aan art. 7.36a sub b Wm van belang om (bijvoorbeeld in een Validatierapport) te onderzoeken of de wijzigingen in het project leiden tot significante andere milieueffecten dan die welke in het MER zijn beschreven, dan wel of de door de wijzigingen te veroorzaken milieueffecten blijven binnen de in een MER aangehouden bandbreedte bij de milieueffectbeschrijvingen. Zie bijvoorbeeld ABRvS 2 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2087 (r.o. 21 e.v.). Het is de vraag wanneer gesproken moet worden van ‘significante’ andere milieueffecten. Daarvan zal naar mijn inschatting niet snel kunnen worden gesproken. Het lijkt met name van belang om de door wijzigingen in het project optredende andere milieueffecten in een aanvulling op het MER inzichtelijk te maken en te bezien of eventuele (mitigerende) maatregelen nodig zijn. Zolang aan de hand van het MER en de aanvulling erop kan worden onderbouwd dat het mer-plichtige besluit kan worden genomen, lijkt daarmee tevens vast te staan dat van ‘significante’ andere milieueffecten geen sprake is.


Gerelateerd

Passende beoordeling bestemmingsplan voor kleine gebieden hoeft niet perse tot plan-mer-plicht te leiden
Annotatie M.A.A. Soppe bij ABRvS 19 mei 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:1054
Niet elk bedrijventerrein is een industrieterrein in de zin van categorie D 11.3 Besluit mer
Annotatie T. Rötscheid ABRvS 10 maart 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:516, M en R 2021/57
Informele mer-beoordeling bestemmingsplan moet zien op gehele woningbouwlocatie
Annotatie M.A.A. Soppe ABRvS 20 januari 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:80
Voorschriften OBM moeten te herleiden zijn tot mer-beoordelingsaanmeldnotitie
Annotatie Soppe ABRvS 13 november 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:3820, M en R 2020/18
Ontgrondingsvergunningen omvatten inhoudelijk geen wijziging ten opzichte van de voorheen verleende tijdelijke vergunningen en vallen daarom niet onder de mer-(beoordelings)plicht
Annotatie Soppe ABRvS 21 augstus 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2822, M en R 2020/55
Geen expliciet mer-beoordelingsbesluit voor bestemmingsplan woonwijk
Annotatie ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, M en R 2019/106
Bouw 40 woningen met steigerplaatsen voor afmeren van een boot, ziet niet op een jachthaven in de zin van het Besluit mer; art. 8:69a Awb in relatie tot mer-beoordeling en art. 7.2a Wm
Annotatie Soppe ABRvS 8 april 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:1010, M en R 2020/62
Doelstelling initiatiefnemer relevant voor niet opnemen alternatief in plan-MER. Toename stikstofdepositie N2000-gebied toereikend passend beoordeeld (systeemanalyse)
Annotatie Soppe ABRvS 11 maart 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:741, M en R 2020/38
Omvang van Europese onderzoeksverplichtingen naar milieueffecten voor het verlengen van de termijn van elektriciteitsproductie door twee Belgische kerncentrales
Erwin Noordover schreef een annotatie bij HvJ EU 29 juli 2019, C-411/17, ECLI:EU:C:2019:622 (Inter-Environnement Wallonie…
Ontbreken expliciet mer-beoordelingsbesluit is herstelbaar en reikwijdte mer-beoordelingsplichtige activiteit (samenhang andere activiteiten)
Annotatie Soppe ABRvS 18 december 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:4327, M en R 2020/6
Verzuim expliciet mer-beoordelingsbesluit fataal voor bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, TBR 2019/113
Staat mer-richtlijn toe dat slechts één van de noodzakelijke besluiten aan mer-plicht wordt verbonden?
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 3 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2217, M en R 2019/84
Toename endotoxinen leidt tot mer-plicht
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 22 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1632, M en R 2019/81
Voor andere bevredigende oplossing Wnb-ontheffing gebruik maken van milieueffectrapportage en beoordeling bestemmingsplan
Annotatie ABRvS 8 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1491, M en R 2019/78
Wijziging bestaande bebouwing in permanent logiesverblijf voor arbeidsmigranten geen stedelijk ontwikkelingsproject
Annotatie ABRvS 17 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1253, M en R 2019/61
Omgevingsvergunning eerste fase mag niet buiten behandeling worden gelaten vanwege mer-beoordelingsplicht tweede fase
Annotatie Soppe ABRvS 3 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1013, M en R 2019/60
Concept plan-MER hoeft ingevolge de Wet openbaarheid bestuur niet openbaar te worden gemaakt
Annotatie Soppe ABRvS 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3299, M en R 2019/27
Mer-beoordelingsbeslissing voorafgaand aan terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3131, M en R 2018/129
Toename emissie endotoxinen vanwege pluimveehouderij leidt tot mer-plicht
Annotatie Soppe ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2496, M en R 2018/113
Winning delfstoffen onder water geen delfstoffenwinning uit landbodem uit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1986, M en R 2018/100
Geen kaderstellend mer-plichtigplan ingeval van één-op-één inpassing vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2066, M en R 2018/101
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe ABRvS 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:758, M en R 2018/60
Treffen maatregelen op grond van mer-evaluatie achteraf
Annotatie Soppe ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:608, M en R 2018/58
Inspraak over ontwerpbesluit voldoende vroegtijdige inspraak
Annotatie Kevelam ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, M en R 2018/84
Functiewijziging winkelcentrum geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie D-11.2 Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:348, TBR 2018/62
Herstructurering N280 Roermond is wijziging autoweg in de zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 24 januari 2018,  ECLI:NL:RVS:2018:224, M en R 2018/46
Geen MER nodig na mer-beoordeling als eerder vergunde milieugevolgen niet toenemen
Annotatie Soppe ABRvS 13 december 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:3448, M en R 2018/28
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 19 juli 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:1939, M en R 2017/135
Toepassing kruimelgevallenregeling in relatie tot kolom 1 en kolom 2 uit categorieën Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1192, TBR 2017/99
Feitelijk bestaande (planologische legale) situatie bepalend voor mer-(beoordelings)plicht bestemmingsplan bij Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694, M en R 2017/72
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe Vz. ABRvS 2 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:561, M en R 2017/83
De Wet tarieven: de Commissie m.e.r. uit de markt geprijsd?
Milieu & Recht 2016/19
Omgevingsplan en m.e.r.
In deze bijdrage wordt de werkingssfeer van de voorgestelde m.e.r.-regelgeving ten aanzien van het omgevingsplan besproken. Verder wordt er ingegaan op de reikwijdte van de m.e.r.-(beoordelings)plicht voor zover die is verbonden aan het omgevingsplan.
Geen m.e.r.-beoordelingsplicht voor besluiten niet genoemd in kolom 4 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 30 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3170, M en R 2017/92
Functionele ontgronding is winning oppervlaktedelfstoffen Besluit mer
Annotatie ABRvS 15 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3152, M en R 2017/13
Betekenis kosten bij bepaling mer-alternatieven
Annotatie Soppe ABRvS 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2988, M en R 2017/35
Informele mer-beoordeling voldoende bij formele mer-beoordelingsplicht
Annotatie Soppe ABRvS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2535, M en R 2016/149
Planologische vergelijking bij bepalen m.e.r.-(beoordelings)plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 13 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1944, M en R 2017/18
Betekenis voorzienbaarheidscriterium voor activiteiten in Besluit mer zonder term ‘capaciteit’
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:482, M en R 2016/69
Bepalen en effectueren mer-plicht bij grensoverschrijdende activiteiten
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:465, M en R 2016/78
Eventuele toekomstige gaswinning niet betrekken bij mer-beoordeling exploratieboring
ABRvS Kevelam en Soppe 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:155, M en R 2016/64
Wijziging geluidvoorschrift kartbaan geen wijziging activiteit categorie D-43 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3949, M en R 2016/52
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3557, M en R 2016/14
Geen mer-beoordeling als activiteit niet voldoet aan kolom 1-omschrijving Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 19 augstus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2631, M en R 2015/143
Recycling is geen verwijdering afvalstoffen uit categorie D-18.1 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2457, M en R 2015/156
Planologische vergelijking bij bepalen mer-plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2078, M en R 2015/125
Relativiteitsvereiste in relatie tot plan-mer-regeling en artikel 7.2a Wm
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1713, TBR 2015/114
Twee fasen bedrijventerrein één samenhangende activiteit bij toepassing Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1333, M en R 2015/106
Achterwege laten plan-mer-plicht bestemmingsplan ingeval van vergunning Natuurbeschermingswet 1998 met passende beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1161, M en R 2015/105
Exploratieboringen aardgas en aardolie niet mer-plichtig ingevolge mer-richtlijn
Annotatie Soppe HvJEU 11 februari 2015, ECLI:EU:C:2015:79, M en R 2015/73
Hoofdlijnen milieubestuursrecht
Hoofdlijnen milieubestuursrecht, 2015, hoofdstuk 9 (Milieueffectrapportage), pag. 187-208
Integrale beoordeling milieugevolgen bij informele mer-beoordeling
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4648, TBR 2015/113
Verwerking licht asbesthoudend staalschroot in smelten staal valt onder categorie C-21-5 en D-21.5
Annotatie Soppe ABRvS 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4531, M en R 2015/50
Mer-beoordelingsbesluit inhoudende dat MER moet worden gemaakt bij uitbreiding ontgronding
Annotatie Soppe ABRvS 1 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3546, M en R 2015/22
Reikwijdte van plan-m.e.r. is beperkt tot m.e.r.-plichtige onderdelen plan; planregels om te voldoen aan de Natuurbeschermingswet 1998 niet toegestaan
Annotatie Kaajan en Soppe ABRvS 6 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2942, M en R 2014/143
Opzet en vormgeving-criterium ingeval van wijziging activiteit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1467, M en R 2014/113
Co-vergistingsintallatie is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig vanwege categorieën D-18.4, D-21.6 en D-22.1
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:555, M en R 2014/79
Wijziging Kernenergiewetvergunning Borssele is geen wijziging in de zin van Besluit m.e.r
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:517, M en R 2014/80
Opnemen maximale capaciteit vergassingsinstallatie categorie C-18.4 Belsuit mer in planregels toegestaan
Annotatie Soppe ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:170, M en R 2014/46
Activiteit categorie C-18.4 Besluit m.e.r zowel verwijdering als nuttige toepassing afvalstoffen
Annotatie Soppe Rb Noord-Nederland 14 januari 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:149, M en R 2014/45
Communautaire grenzen aan het beperken van de project-m.e.r.-plicht tot het eerste ruimtelijk plan over een gefaseerd te realiseren project (mede bezien in het licht van de Omgevingswet)
P.J.J. van Buuren e.a. (red.), Toonbeelden, Gedachten over provinciaal omgevingsrecht ter herinnering aan Toon de Gier, Kluwer 2013, p. 159-165
Cumulatie projecten leidt tot formele mer-beoordelingsplicht ontgrondingsvergunning
Annotatie Soppe ABRvS 3 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:149, M en R 2013/127
Reikwijdte van categorie D.35c van het Besluit mer (conserven)
Annotatie Soppe ABRvS 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:18, M en R 2013/116
En weer een moderniseringsslag … Of vormt de Omgevingswet dan toch het eindstation voor een eigentijds m.e.r.-systeem? Uiteenzetting van de belangrijkste wijzigingen in de m.e.r.-regelgeving ingevolge de Omgevingswet
TO 2013, nr. 2, p. 55-67
Eén stedelijk ontwikkelingsproject in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 9 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY8002, AB 2013/96
Geen mer-beoordeling voor uitwerkingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6741, TBR 2013/43
Samenhangende ontgrondingslocatie voor bepaling mer-(beoordelingsplicht)
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6766, AB 2013/97
Nieuwe en bestaande windturbines windpark in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe Rb Haarlem 12 december 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6096, M en R 2013/42
Geen samenhangende installaties windturbines Lelystad
Annotatie Soppe ABRvS 14 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3088, M en R 2013/41
Besluit-MER beperkt tot bestemmingsplan dat deel is van groter plan
Annotatie Soppe ABRvS 3 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8982, M en R 2013/26
Passende beoordeling en plan-mer voor bestemmingsplan met significante effecten Natura 2000-gebied en plan-mer-gebrek is niet passeerbaar
Annotatie Soppe ABRvS 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1871, TBR 2012/166
Plan-mer-plicht als bestemmingsplan meer mogelijk maakt van vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 30 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6920, TBR 2012/129
Bangert en Oosterpolder: lange leve de duidelijkheid
Toets 2008, nr. 5, p. 4-9