Amsterdam: +31 20 737 20 66
Leeuwarden: +31 20 236 10 24

Instemmingsbesluit geen plan uit artikel 19j Natuurbeschermingswet 1998

Annotatie ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3578, M en R 2016/63

Essentie

Instemmingsbesluit is geen plan ex art. 19j Nbw 1998. Een verplichting om een passende beoordeling op te stellen en daarmee een plan-MER is er daarom niet. De Afdeling is van oordeel dat de aanwijzing van een mijnbouwwetvergunning als het m.e.r.-plichtige besluit in onderdeel C, onder 17.2, van de bijlage bij het Besluit m.e.r. in overeenstemming is met hetgeen het Hof in het arrest Wells heeft uitgesproken. Gelet op het doel en de strekking van de m.e.r.-richtlijn, ligt het aanwijzen van het instemmingsbesluit als m.e.r.-plichtig besluit niet voor de hand. Gezien de aard van het winningsplan kunnen de onderzochte milieugevolgen immers maar zeer beperkt aan de orde komen, namelijk voor zover deze samenhangen met het risico op bodemdaling.

Samenvatting

In dit geval is geen sprake van een plan als bedoeld in artikel 19j, eerste lid, van de Nbw 1998. Reeds hierom volgt uit dit artikel geen verplichting tot het opstellen van een planmilieueffectrapport. De keuze om ter implementatie van de mer-richtlijn in het Besluit milieueffectrapportage de besluiten over mijnbouwwerken aan te wijzen als mer-plichtige besluiten is naar het oordeel van de Afdeling in dit opzicht in overeenstemming met hetgeen het Hof van Justitie in het arrest Wells heeft geoordeeld over het tijdstip waarop een milieueffectbeoordeling moet worden verricht. Het aanwijzen van een besluit over instemming met een winningsplan als mer-plichtig ligt, gelet op het doel en strekking van de richtlijn, ook niet voor de hand. Immers, bij het nemen van een dergelijk besluit kunnen, gegeven de aard van het winningsplan waarop de instemming betrekking heeft, de onderzochte milieugevolgen van de gaswinning maar zeer ten dele aan de orde zijn, namelijk uitsluitend voor zover zij samenhangen met risico op schade door bodembewegingen. De Afdeling concludeert gezien het voorgaande dat geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat het Besluit milieueffectrapportage, door het niet in de bijlage, onderdeel C, categorie 17.2, opnemen van het besluit tot instemming met een winningsplan als mer-plichtig besluit, een onjuiste implementatie van de mer-richtlijn is. Nu evenmin is gebleken dat de volledige toepassing van deze richtlijn niet is verzekerd, komt appellanten een rechtstreeks beroep op de mer-richtlijn niet toe. In zoverre bestaat dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat bij de voorbereiding van het besluit over instemming met het winningsplan een milieueffectrapport had moeten worden opgesteld.

Uitspraak

ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3578, instemmingsbesluit winningsplan Groningen, ministerie EZ

Annotatie J. Kevelam en M.A.A. Soppe

1.         Deze uitspraak handelt over het besluit van de minister van Economische Zaken (hierna: minister van EZ) waarbij instemming is verleend aan het door de NAM ingediende (gas)winningsplan Groningen en het meet- en monitoringsplan seismisch risico Groningen (hierna: het instemmingsbesluit). Een winningsplan gaat over de vraag hoe er gewonnen wordt. Het winningsplan wordt ingevolge art. 34 lid 1 en 2 Mijnbouwwet opgesteld door de houder van de winningsvergunning en bevat onder andere de wijze of duur van de winning, de verwachte of de gewonnen hoeveelheden delfstoffen of aardwarmte en de verwachtingen over bodembeweging en hoe schade als gevolg van bodembeweging wordt voorkomen. Het winningsplan behoeft op grond van art. 34 lid 3 Mijnbouwwet de instemming van de minister van EZ. Ingevolge art. 36 lid 1 kan de minister van EZ zijn instemming met het opgestelde winningsplan slechts weigeren in het belang van een planmatig beheer van delfstoffen of in verband met het risico van schade ten gevolge van bewegingen van de aardbodem. Ook voorschriften en beperkingen die in een instemmingsbesluit opgenomen kunnen worden, moeten gebaseerd zijn op een van voorgaande gronden.

2.         Een aantal appellanten vindt dat het goedkeuringsbesluit voorafgegaan had moeten worden door het opstellen van een plan- dan wel een project-MER. Wat betreft de plan-m.e.r., wordt een beroep gedaan op art. 19j Nbw 1998 juncto art. 7.2a lid 1 Wm. De Afdeling gaat daar niet in mee nu het instemmingsbesluit haars inziens niet is op te vatten als het vaststellen van een plan als bedoeld in ar. 19j lid 1 Nbw 1998. De Afdeling motiveert dit oordeel niet. Dat is wel jammer, aangezien het op de Habitatrichtlijn en de smb-richtlijn gestoelde planbegrip niet strak is gedefinieerd. De jurisprudentie dienaangaande is dan ook sterk casuïstisch. Zo is een peilbesluit (ex art. 5.2 lid 1 Waterwet) wel een plan in de zin van art. 7.2a lid 1 Wm (zie o.a. AbRvS 27 maart 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ7465), maar is een Tracé(wet)besluit dat niet (aldus o.a. AbRvS 13 januari 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BK9010, TBR 2010/88,  M en R 2010/61). Aangezien het instemmingsbesluit ziet op een winningsplan welke de laatste publiekrechtelijke stap tot de daadwerkelijke gaswinning vormt, kunnen wij ons overigens wel voorstellen dat de Afdeling dit besluit niet aanmerkt als een plan in de zin van art. 19j Nbw 1998 en daarmee evenmin als een plan in de zin van art. 7.2a lid 1 Wm.

3.         Nadat de Afdeling heeft geconcludeerd dat een plan-m.e.r.-plicht niet aan de orde is, wordt ingegaan op de door appellanten veronderstelde project-m.e.r.-plicht. De commerciële winning van aardgas is een activiteit die wordt genoemd in onderdeel C, onder 17.2, en onderdeel D, onder 17.1, van de bijlage bij het Besluit m.e.r. (hierna: C-17.2 respectievelijk D-17.1). Het instemmingsbesluit en het winningsplan zelf zijn niet opgenomen in kolom 4 van van C-17.2 en D-17.1. De Afdeling concludeert dan ook met recht dat er op grond van het Besluit m.e.r. geen project-m.e.r.-plicht bestaat voor het instemmingbesluit. Appellanten hebben betoogd dat dit wellicht zo moge zijn, maar dat deze conclusie impliceert dat er strijd is met de m.e.r.-richtlijn.

4.         De in het Besluit m.e.r. voor project-m.e.r.-(beoordelings)plicht aangewezen projecten zijn bijna allemaal te herleiden tot de m.e.r.-richtlijn. Dat geldt ook voor gaswinning. Uit art. 2 lid 1 m.e.r.-richtlijn vloeit voort dat de ingevolge die richtlijn vereiste project-m.e.r. moet plaatsvinden alvorens een vergunning wordt verleend. Art. 1 lid 2 m.e.r.-richtlijn definieert het begrip ‘vergunning’ als “het besluit van de bevoegde instantie of instanties waardoor de opdracht¬gever het recht verkrijgt om het project uit te voeren”. Jurisprudentie van het Hof van Justitie (hierna: Hof) maakt duidelijk dat het Hof het niet strijdig met art. 2 lid 1 m.e.r.-richtlijn acht indien er ingevolge het nationale rechtsstelsel ter zake van een project meerdere als vergunning aan te merken besluiten nodig zijn. De diverse te nemen deelbesluiten (hierna spreken wij gemakshalve ook van deelvergunningen) worden door het Hof tezamen als de vergunning in de zin van art. 1 lid 2 m.e.r.-richtlijn beschouwd. Zie o.a. HvJ EG 7 januari 2004, zaak C-201/02, ECLI:EU:C:2004:12, AB 2004/150 (Wells), op welk arrest appellanten in casu wijzen, HvJ EG 4 mei 2006, zaak C-290/03, ECLI:EU:C:2006:286 en HvJ EU 17 maart 2011, zaak C-275/09, ECLI:EU:C:2011:154, JM 2011/60. Over de vraag hoe in dat geval invulling aan de project-m.e.r.-plicht moet worden gegeven, overweegt het Hof in het Wellsarrest dat wanneer er voor een onder de m.e.r.-richtlijn begrepen project een project-m.e.r. is vereist en de besluitvorming over dat project zich uitstrekt over verschillende fasen, te weten door het treffen van een basisbesluit en voorts een uitvoeringsbesluit dat niet mag afwijken van de in het basisbesluit vastgelegde parameters, de project-m.e.r. moet worden verricht ten behoeve van het basisbesluit. Uitsluitend indien de milieueffecten pas in de procedure met betrekking tot het uitvoeringsbesluit kunnen worden onderscheiden, moet de beoordeling tijdens die procedure plaatsvinden. De oordeelsvorming van het Hof is zodanig verwoord dat het erop lijkt dat het Hof heeft willen aangeven dat de project-m.e.r. in het kader van uitsluitend één deelvergunning moet worden verricht. Uit latere jurisprudentie blijkt dat het Hof dat beeld nogal heeft bijgesteld. In het geval waarin voor bijvoorbeeld het eerste deelvergunningbesluit een project-m.e.r. is verricht, zal in latere vergunningfases (derhalve in het kader van de totstandkoming van de overige deelvergunningen) door het bevoegde gezag (of de bevoegde gezagen) moeten worden geverifieerd (op grondslag van art. 3 m.e.r.-richtlijn) of er redenen zijn om een reeds in een eerder stadium van de vergunningverlening verrichte project-m.e.r. al dan niet deels aan te vullen dan wel te actualiseren in verband met gewijzigde omstandigheden in het project of de projectomgeving. Zie HvJ EU 3 maart 2011, zaak C-50/09, ECLI:EU:C:2011:109, JM 2011/59. Het Hof heeft in lijn daarmee geoordeeld dat het niet is toegestaan om in de nationale regelgeving uitsluitend te voorzien in een project-m.e.r.-plicht voor bijvoorbeeld het eerste deelvergunningbesluit. Zie HvJ EG 4 mei 2006, zaak C-508/03, ECLI:EU:C:2006:287.  Het dient kennelijk in de nationale m.e.r.-regeling mogelijk te zijn dat de project-m.e.r.-plicht ook aan de orde kan komen in het kader van de totstandkoming van de latere deelvergunning(en) dan wel dat ten minste in die nationale regelgeving is verzekerd dat voorafgaande aan de verlening van die vergunningen wordt geverifieerd of de verrichte milieueffectbeoordeling nog aanvulling behoeft, bijvoorbeeld vanwege veranderingen in de projectomgeving of vanwege het feit dat bepaalde milieuaspecten in een eerder stadium niet of onvoldoende in kaart konden worden gebracht. Verder dient dan in de nationale m.e.r.-regelgeving verzekerd te zijn dat die aanvulling kan doorwerken in de nog te verlenen (deel)vergunning(en). Dat vloeit voort uit art. 8 m.e.r.-richtlijn.

5.         In de bijdrage van M.A.A. Soppe, Communautaire grenzen aan het beperken van de project-m.e.r.-plicht tot het eerste ruimtelijk plan over een gefaseerd te realiseren project (mede bezien in het licht van de Omgevingswet), in: P.J.J. van Buuren e.a. (red.), Toonbeelden, Gedachten over provinciaal omgevingsrecht ter herinnering aan Toon de Gier, Kluwer 2013, p. 159-165, is aan de hand van vorenstaande analyse aangegeven dat het Besluit m.e.r. zich niet volledig met de m.e.r.-richtlijn verdraagt (zie paragraaf 3.1). Daarbij lag de scope op de situatie waarin de m.e.r.-plicht in kolom 4 van onderdeel C of D is gekoppeld aan een ruimtelijk plan, maar het geldt ook voor situaties zoals die welke thans voorligt.

6.         De Afdeling constateert in casu dat in Nederland voor de activiteit gaswinning verschillende vergunningen nodig zijn. Naast de winningsvergunning zijn dat vergunningen voor het oprichten en in werking hebben van de voor de gaswinning noodzakelijke mijnbouwwerken. In r.o. 15.7 overweegt de Afdeling gemotiveerd dat de keuze om ter implementatie van de m.e.r.-richtlijn in het Besluit m.e.r. de besluiten over mijnbouwwerken aan te wijzen als m.e.r.-plichtige besluiten (in kolom 4 van C-17.2 en D-17.1), in overeenstemming is met hetgeen het Hof heeft geoordeeld over het tijdstip waarop een MER moet worden gemaakt. Wij kunnen ons op zich vinden in de oordeelsvorming van de Afdeling. Wat echter wordt gemist is het in de oordeelsvorming betrekken van de overige in punt 4 van deze noot genoemde arresten. Wellicht is de simpele verklaring daarvoor dat appellanten enkel op het Wellsarrest hebben gewezen en niet ook op de andere arresten van het Hof. De Afdeling oordeelt heden ten dage strikt op hetgeen appellanten invoeren en er bestond in onderhavige casus voorts geen verplichting om ambtshalve aan het communautaire recht te toetsen. Als appellanten wel op de overige arresten hadden gewezen, dan had de Afdeling naar verwachting een andere conclusie getrokken. Naar onze opvatting is het instemmingsbesluit met het winningsplan eveneens aan te merken als een voor de gaswinning benodigde (deel)vergunning. Als er in het verleden voor de gaswinning reeds een project-MER is gemaakt, had ons inziens voorafgaande aan het instemmingsbesluit moeten worden bezien of dat MER nog voldoende volledig en actueel is Zo nodig had een aanvulling moeten worden opgesteld en had de nieuwe informatie – via het instemmingsbesluit – moeten doorwerken in het winningsplan. Daaraan doet niet af dat, zoals de Afdeling aan het slot van r.o. 5.7 overweegt, bij in een winningsplan alleen met milieugevolgen rekening kan worden gehouden voor zover zij samenhangen met het risico op schade door bodembewegingen. Dit beperkte besluitvormingskader zal buiten toepassing kunnen (of zelfs moeten) worden gelaten vanwege het rechtstreeks werkende art. 8 m.e.r.-richtlijn.

Overigens ligt er thans een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer dat – onder andere – de beoordeling van een winningsplan op een aantal punten verruimt (zie Kamerstukken II 2015/16, 34 348, nr. 2). Voor zover hier relevant, moet in de eerste plaats een houder van een winningsvergunning bij het opstellen van een winningsplan of een wijziging daarvan een risicobeoordeling maken ten aanzien van de voorgenomen wijze van winning. Bij deze risicobeoordeling moeten alle veiligheidsrisico’s van de winning van delfstoffen of aardwarmte expliciet in kaart worden gebracht. In de risicobeoordeling dient het mijnbouwbedrijf in te gaan op mogelijke gevolgen voor omwonenden en het milieu en op welke wijze deze kunnen worden beperkt. Staatstoezicht op de Mijnen beoordeelt de door het mijnbouwbedrijf gemaakte risicobeoordeling en rapporteert dit oordeel als een zelfstandig onderdeel binnen haar advies over het winningsplan. Ten tweede zijn, net als bij het verlenen van opsporings- of winningsvergunningen, de toetsingsgronden voor een winningsplan aangevuld. Ingevolge het wetsvoorstel zijn deze toetsingsgronden de belangen van veiligheid voor omwonenden, het voorkomen van ernstige schade aan gebouwen en infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan. De risicobeoordeling die een mijnbouwbedrijf indient, zal volgens de memorie van toelichting hierbij een belangrijke rol spelen (zie Kamerstukken II 2015/16, 34  348, nr. 3, p. 13 en 14). Daarnaast wordt getoetst op het planmatig gebruik van delfstoffen, aardwarmte, grondwater met het oog op de winning van drinkwater en mogelijkheden tot het opslaan van stoffen (zie uitvoeriger: J. Kevelam, De juridische bescherming van drinkwaterbronnen bij schaliegaswinning, Universiteit Utrecht 2015, masterscriptie).

7.         Mede gelet op het feit dat de winningsvergunning al uit de jaren 60 van de vorige eeuw dateert, derhalve uit het pre-m.e.r.-tijdperk, en ons ook overigens niet is gebleken dat er nadien voor een besluit over de aan de orde zijnde gaswinning een project-MER is gemaakt, is niet ondenkbaar dat er in het verleden nimmer een dergelijk MER is gemaakt. Als dat zo is, hadden appellanten wellicht met succes kunnen stellen dat voorafgaande aan het instemmingsbesluit alsnog een project-MER had moeten worden vervaardigd. Een winningsplan is een noodzakelijke (deel)vergunning om gas te mogen winnen. Vraag is wel of gaswinning de materiële toestand van de plaats kan veranderen. Dat laatste is in beginsel een voorwaarde om als een project in de zin van de m.e.r.-richtlijn te kunnen worden aangemerkt. Alleen voor projecten kan er een m.e.r.-(beoordelings)plicht bestaan. Zie bijvoorbeeld HvJ EU-arrest van 19 april 2012, zaak C-121/11, ECLI:EU:C:2012:225.  Daarin overweegt het Hof dat de “loutere verlenging van een bestaande exploitatievergunning voor een plaats voor het begraven van afvalstoffen zonder dat er sprake is van werken of ingrepen die de materiële toestand van de plaats veranderen, niet als een “project” in de zin van de m.e.r.-richtlijn kan worden aangemerkt” en aldus niet onder de werkingssfeer van die richtlijn wordt begrepen. Bepalend voor de vraag of de gaswinning een project is, zal allereerst relevant zijn of de bebouwde productievoorzieningen reeds aanwezig zijn. Als dat zo is, dan zou vervolgens een oordeel moeten worden geveld of de vanwege gaswinning te veroorzaken bodemdaling als een verandering van de materiële toestand van de plaats heeft te gelden. Wij kunnen ons voorstellen dat zulks het geval is. Aangezien appellanten in beroep niet de vraag hebben opgeworpen dat er in het verleden nog geen project-MER is gemaakt en dat zulks daarom alsnog had moeten geschieden voorafgaande aan het instemmingsbesluit, gaat de Afdeling hier in casu in het geheel niet op in.

8.         In deze aflevering is ook de uitspraak AbRvS 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:155, geplaatst. Die uitspraak handelt over de exploratiefase van aardgas. Voor de proefboorlocatie in Wapse is een omgevingsvergunning verleend. Ten behoeve daarvan is een m.e.r.-beoordeling verricht met als uitkomst dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen zijn te verwachten. Het opstellen van een MER is daarom niet nodig geacht. Milieudefensie komt hiertegen op en stelt dat in de m.e.r.-beoordeling ook rekening had moeten worden gehouden met de mogelijke milieueffecten van de winning van gas. De Afdeling volgt Milieudefensie hierin niet, hetgeen weinig verrassend is gelet op de jurisprudentie over het samenhang- en voorzienbaarheidscriterium (zie bijvoorbeeld de uitspraak AbRvS 5 november 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AN7220, waar appellanten naar verwijzen). Daaruit volgt dat alleen sprake is van voorzienbaarheid als ten tijde van het te nemen besluit ook voldoende vaststaat dat die toekomstige  ontwikkeling zal geschieden. Zoals de Afdeling terecht constateert, is er voor de gaswinning nog helemaal geen zekerheid dat die zal plaatsvinden. De vergunde proefboring dient nu juist om te onderzoeken of er gas gewonnen kan gaan worden.

9.         Milieudefensie wijst ter onderbouwing van haar stelling dat ook de gaswinning in de m.e.r.-beoordeling had moeten worden betrokken voorts op HvJ EU 11 februari 2015, ECLI:EU:C:2015:79, M en R 2015/73 (zie nader over dit arrest de daarbij geplaatste annotatie van Soppe).  Het Hof heeft in dat arrest onder meer geoordeeld dat in het kader van een m.e.r.-beoordeling rekening moet worden gehouden met cumulatieve effecten van andere projecten. Terecht merkt de Afdeling op dat het Hof niet als eis heeft gesteld dat de gevolgen van eventuele toekomstige gaswinning moeten worden betrokken bij de beoordeling of in verband met de exploratieboring een MER moet worden gemaakt.  Daarbij is van belang dat de gaswinning een onzekere toekomstige gebeurtenis betreft. Bij de beoordeling van cumulatieve effecten van toekomstige projecten dient er, zo kan uit de uitspraak worden afgeleid, sprake te zijn van voldoende zekerheid omtrent de realisatie ervan.


Gerelateerd

Noodzaak vvgb-natuur vanwege vervallen PAS; herstelmogelijkheden na verlening Wabo-besluit.
Marieke Kaajan schreef een annotatie bij ABRvS 9 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2935 in M en R…
Geen vergunningplicht Wnb bij intern salderen
Annotatie M.M. Kaajan ABRvS 27 januari 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:175
5 km-afkap in AERIUS Calculator bij verkeersbewegingen ViA15
Annotatie M.M. Kaajan ABRvS 20 januari 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:105
Ontheffing soortenbescherming voor het bevaarbaar maken en heropenen van het Hoofdpolderkanaal
Fleur Onrust schreef een annotatie bij ABRvS 2 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2091 in M en R 2020/92….
Toetsing van het bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012 aan de Wet natuurbescherming
Marieke Kaajan schreef een annotatie bij ABRvS 9 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2170 in OGR 2020/207. 1….
Kroniek Natuurbeschermingsrecht – Gebiedsbescherming (deel 2)
In het tweede deel van de jaarlijkse terugkerende Kroniek Natuurbeschermingsrecht schreven Marieke Kaajan en Fleur…
Relativiteit bij het MER: deelaspecten van het milieuonderzoek
Erwin schreef een noot onder ABRvS 18 maar 2020, ECLI:NL:RVS:2020:801 in M en R 2020/49….
De Habitatrichtlijn en de grote boze wolf
Fleur Onrust schreef een annotatie bij HvJ EU 11 juni 2020, ECLI:EU:C:2020:458 in OGR 2020/149….
Actualiteiten bescherming Natura 2000-gebieden 2019/2020
Marieke Kaajan schreef een artikel in M en R 2020/41 over de ontwikkelingen in de rechtspraak, het…
Het dubbele toetsingsmoment van de Wnb; bij vaststelling plan én uitvoering concrete activiteit.
Marieke Kaajan schreef een annotatie bij Rb. Noord-Holland 25 maart 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:2186 in M en…
Aanleg rieteilanden en rietkraag is een beschermingsmaatregel waarmee in de passende beoordeling rekening mag worden gehouden
Marieke schreef een noot onder ABRvS 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4360 in M en R 2020/10…
De effecten van ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan op Natura-2000 gebieden.
Marieke Kaajan schreef een annotatie bij ABRvS 22 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2020:212 in OGR 2020/9. 1….
Programma Aanpak Stikstof; Uitzondering vergunningplicht weiden van vee/bemesten van gronden
Marieke schreef een noot onder ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1604 in M en R 2019/83…
De ADC-toets centraal
Derek schreef een noot bij ABRvS 24 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2560 in JM 2019/156, afl. 11,…
Eisen passende beoordeling voor een programma (PAS).
Marieke schreef een noot onder ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603 in M en R 2019/68…
Actualiteiten Natuurbeschermingsrecht 2018/2019
Marieke schreef een artikel in M en R 2019/88 over de actualiteiten van het natuurbeschermingsrecht…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2019 – Soortenbescherming (deel 2)
Marieke en Fleur schreven een kroniek over de ontwikkelingen van het natuurbeschermingsrecht inzake soortenbescherming in…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2019 – Gebiedsbescherming (deel 1)
Marieke en Fleur schreven een kroniek over de ontwikkelingen van het natuurbeschermingsrecht in 2019 in…
Het PAS-arrest; en nu?
Marieke schreef een artikel in M en R 2019/18 over de gevolgen van het PAS-arrest….
Beperkingen AERIUS Calculator
Marieke Kaajan schreef een annotatie bij ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:619 in OGR 2019/108. 1….
Gevolgen PAS-uitspraak voor passende beoordelingen: wanneer met welke maatregelen rekening te houden
Erwin Noordover schreef een noot bij ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603 in OGR 2019.  1. De…
Voor andere bevredigende oplossing Wnb-ontheffing gebruik maken van milieueffectrapportage en beoordeling bestemmingsplan
Annotatie ABRvS 8 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1491, M en R 2019/78
Welke gegevens moeten ter inzage worden gelegd? ADC-toets Wnb
Marieke schreef een noot bij ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2454 in M en R 2018/124. …
Besluitbegrip. Besluit tot goedkeuring van een faunabeheerplan. Vaststelling faunabeheerplan.
M. Bauman, D. Sietses & J.V. van Ophen schreven een noot onder ABRvS 20 maart…
Lucht boven Natura 2000-gebied onderdeel van het gebied?
Marieke scheef een noot bij Rb. Den Haag 7 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:2665 in M en…
Ten onrechte aanvraag omgevingsvergunning buiten behandeling gelaten wegens ontbreken ecologische quickscan
Annotatie ABRvS 13 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:815, M en R 2019/47
Bestemmingsplanregeling; verzekeren dat een passende beoordeling niet is vereist
Marieke scheef een noot bij ABRvS 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3530 in M en R 2018/42. …
Het verschil tussen ‘mitigerende’ en ‘compenserende’ maatregelen
Marieke schreef een noot bij HvJ EU 25 juli 2018, ECLI:EU:C:2018:593 in M en R…
Randvoorwaarden PAS – arrest HvJ
Met het arrest van het Hof van Justitie van 7 november 2018 (over de Programmatische…
Randvoorwaarden voor verkleining van een reeds aangewezen Natura 2000-gebied
Marieke schreef een noot bij HvJ EU 19 oktober 2017, ECLI:EU:C:2017:774 (Vereniging Hoekschewaards Landschap) in…
Windpark De Drentse Monden en Oostermoer: Ontvankelijkheid, participatie, draagvlak.
D. Sietses & H.D. Tolsma schreven een noot bij ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616 in…
Actualiteiten Natuurbeschermingsrecht 2018
Marieke schreef een artikel over hetgeen zij besprak tijdens haar presentatie op de Actualiteitendag van…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht – Gebiedsbescherming (deel 2)
In de jaarlijks terugkerende kroniek Natuurbeschermingsrecht schreven Fleur Onrust en Marieke Kaajan in BR 2018/62…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht – Soortenbescherming (deel 1)
In de jaarlijks terugkerende kroniek Natuurbeschermingsrecht schreven Fleur Onrust en Marieke Kaajan in BR 2018/49…
Gebruik van een eerder verrichte passende beoordeling bij een nieuw bestemmingsplan
Marieke Kaajan schreef een annotatie bij ABRvS 11 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1185 in OGR 2018/109. 1….
Belanghebbendheid bij een ontheffing voor een windpark
Erwin Noordover en Neeltje Walgemoed schreven een noot onder ABRvS 24 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:168, BR…
Prejudiciële vragen PAS: en nu?
Op 17 mei jl. deed de ABRvS twee (tussen)uitspraken over de Programmatische Aanpak Stikstof. In…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht – Soortenbescherming (deel 1)
In de jaarlijks terugkerende kroniek Natuurbeschermingsrecht schreven Fleur Onrust en Marieke Kaajan in BR 2017/53…
Natuurbescherming onder de Omgevingswet: eenvoudig en beter?
In MenR 2017/45 ging Marieke Kaajan in op de consultatieversie van de Aanvullingswet Natuur in…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht – Gebiedsbescherming (deel 2)
Deel 2 van de jaarlijks terugkerende kroniek Natuurbeschermingsrecht, geschreven door Marieke Kaajan en Fleur Onrust,…
Actualiteiten natuurbeschermingsrecht 2017
In MenR 2017/78 werd, naar aanleiding van de Actualiteitendag van de Vereniging van Milieurecht, het…
Programmatische Aanpak Stikstof; prejudiciële vragen weiden en bemesten
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1260 in MenR 2017/85. 1….
Programmatische Aanpak Stikstof; prejudiciële vragen (algemeen)
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1259 in MenR 2017/84. 1….
Relatie tussen luchthavenbesluit en Wet natuurbescherming
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 18 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:129 in MenR 2017/53. 1….
Overgangsrecht Programmatische Aanpak Stikstof
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 14 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3327 en 28 december 2016,…
Passende beoordeling en rol van PAS-maatregelen
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 24-02-2016, ECLI:NL:RVS:2016:497 in M en R 2016/68. Noot 1. Hoewel juridisch…
Stikstofbeoordeling bij plannen; mitigerende maatregelen in planvoorschriften verzekeren
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 20-04-2016, ECLI:NL:RVS:2016:1072 in M en R 2016/98. Noot 1. Deze twee met…
Omvang motiveringsplicht bij toename stikstofdepositie
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 30-03-2016, ECLI:NL:RVS:2016:866 in M en R 2016/82. Noot 1. ABRvS 23…
Passende beoordeling bij kleine toename stikstofdepositie; geen cumulatie met nog niet vastgesteld uitwerkingsplan
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 08-06-2016, ECLI:NL:RVS:2016:1612 in M en R 2016/112 Noot 1. Deze uitspraak –…
Gebruikmaken van een eerdere passende beoordeling
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 22‑06‑2016, ECLI:NL:RVS:2016:1745  in M en R 2016/115. Noot 1. Art. 19j, lid…
Stikstofregeling in bestemmingsplan
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 1 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1515 in M en R…
Beperkte beroepsmogelijkheden tegen beheerplan; relatie met bestaand gebruik
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2041 in M en R…
Verschil tussen instandhoudingsmaatregelen, preventieve en compenserende maatregelen
Marieke Kaajan schreef een noot onder HvJ EU 21-07-2016, ECLI:EU:C:2016:583 in M en R 2016/131. Noot 1….
Natuurbeschermingsrecht in vogelvlucht; Actualiteiten en vragen uit de praktijk
Marieke Kaajan schreef in M en R 2016/73 het artikel: Natuurbeschermingsrecht in vogelvlucht; Actualiteiten en vragen…
Meldingsbevestiging PAS is geen besluit
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 02‑11‑2016, ECLI:NL:RVS:2016:2903 in M en R 2017/22. Noot 1. Met deze uitspraak…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht en Ffw 2016 (deel 2)
Kroniek Natuurbeschermingsrecht en Ffw 2016 (deel 2) F. Onrust en M.M. Kaajan[1]     Inleiding…
Windturbines en ecologie: soortenbescherming (II)
Erwin Noordover en Neeltje Walgemoed schreven ‘Windturbines en ecologie: soortenbescherming (ii)’, Nederlands Tijdschrift voor Energierecht,…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht en Ffw 2016 (deel 1)
Verschenen in: BR 2016/50 Inleiding Een jaar verstreken; tijd dus voor een overzicht van de…
De Wet natuurbescherming: soortenbescherming
In Journaal Flora en fauna verscheen het artikel van Fleur Onrust en Luuk Boerema over…
Windturbines en Ecologie: Gebiedsbescherming (I)
Erwin Noordover schreef ‘Windturbines en Ecologie: Gebiedsbescherming’, Nederlands Tijdschrift voor Energierecht, 2016, nr. 1.
Een nieuwe Beleidslijn Tijdelijke Natuur
Op 10 september 2015 is de Beleidslijn Tijdelijke Natuur in de Staatscourant gepubliceerd.[1] De beleidslijn heeft…
Standaard voorschriften Nbw-vergunning vernietigd
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 23-12-2015, ECLI:NL:RVS:2015:3980. Noot 1. De spoorlijn Budel-Weert levert…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2015 – deel 2 Soortenbescherming
Fleur Onrust en Marieke Kaajan schreven de Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2015 – deel 2 inzake soortenbescherming….
Cumulatie met uitwerkingsplan verplicht?
Marieke Kaajan schreef een noot bij Vz. ABRvS 12-11-2015, ECLI:NL:RVS:2015:3575. Noot 1. Op grond van art. 19f,…
PAS: vragen uit de praktijk
De inwerkingtreding van het Programma Aanpak Stikstof heeft geleid tot vele vragen in de praktijk….
Nieuw leefgebied binnen N2000-gebied = mitigatie
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 14-10-2015, ECLI:NL:RVS:2015:3194. Noot 1. Met het arrest Briels…
Aanvaardbare wijzigingsbevoegdheid onder de voorwaarde dat significante effecten zijn uitgesloten
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 16-09-2015, ECLI:NL:RVS:2015:2891. Noot 1. Al eerder heb ik…
Referentiesituatie bij plannen indien bebouwing teniet is gegaan
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 19-08-2015, ECLI:NL:RVS:2015:2639. Noot 1. Een van de aspecten…
Toetsing van plannen aan de Nbw
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 05-08-2015, ECLI:NL:RVS:2015:2471. Noot 1. Het is een terugkerend…
Nbw-toestemming zonder ADC-toets; feit of fictie?
Het arrest Briels heeft geleid tot een stroom aan jurisprudentie waarmee het verschil tussen compensatie…
Bevoegd gezag Nbw-vergunning sinds 1 juli 2015
Marieke Kaajan schreef een nooit onder ABRvS 29-07-2015, ECLI:NL:RVS:2015:2406. Noot 1. Geeft een verleende Nbw-vergunning onverkort…
Kroniek Nbw en Ffw 2015 (deel 1)
De Nbw is geen rustig bezit. Het afgelopen jaar verscheen er weer veel jurisprudentie en…
Bestemmingsplannen en stikstof
Kunnen bestemmingsplannen profiteren van het programma aanpak stikstof (PAS)? Lees een instructief en praktisch artikel…
Beperkte toepassing art. 19kd Nbw bij plannen
Marieke Kaajan schreef een noot bij ABRvS 1 april 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:999 en 1010) over art….
Vergunningplicht beweiden en uitrijden van mest
Een Nbw-vergunning is ook nodig voor het beweiden van koeien en het uitrijden van mest….
Flora en faunawet ontheffing en zelf in de zaak voorzien
In AB 2015/164 verscheen een annotatie van Annemarie Drahmann (Stibbe) en Fleur Onrust (ENVIR Advocaten)…
Mitigatie en compensatie (part 2)
Marieke Kaajan schreef de volgende noot bij ABRvS 11 maart 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:706, inz. Buitenring Parkstad…
Op feitelijke situatie is Nbw niet van toepassing
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 08-07-2015, ECLI:NL:RVS:2015:2155. Noot 1. Deze uitspraak is een…
Criteria voor voorlopige aanwijzing Natura 2000-gebied
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 01-07-2015, ECLI:NL:RVS:2015:2041 Noot 1. Het komt al niet…
Vergunningvrij bestaand gebruik Nbw
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 24-06-2015, ECLI:NL:RVS:2015:1946 Noot 1. Deze uitspraak is een weinig voorkomend…
Van EHS tot NNN en de doorwerking in bestemmingsplannen
Fleur Onrust schreef in het digitale magazine Natuur in de Gemeente een column over de EHS…
De programmatische aanpak stikstof: komt de PAS van pas?
D. Sietses & A. Drahmann schreven een artikel in BR 2015/48, afl. 6 over de…
Achterwege laten plan-mer-plicht bestemmingsplan ingeval van vergunning Natuurbeschermingswet 1998 met passende beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1161, M en R 2015/105
Voortoets of passende beoordeling?
Geen passende beoordeling? Dan ook vaak geen plan-merplicht. Toch is een voortoets vaak niet voldoende….
Beperkt beroep beheerplan Nbw
Marieke Kaajan schreef in Milieu en Recht 2015/21 de volgende noot onder ABRvS 24 september…
Foerageergebied buiten Natura 2000-gebied: mititgatie
Een van de eerste zaken na het arrest Briels waaruit blijkt wanneer sprake is van…
Mitigatie en compensatie; toepassing arrest Briels
Het arrest Briels leidt tot veel discussie over het verschil tussen mitigatie en compensatie. Marieke…
ORNIS-criterium ook bij Habitatrichtlijnsoorten
En de ontwikkeling van windturbines betreft een dwingende reden van groot openbaar belang. Zie de…
Elektrovisserij leidt tot overtreding Ffw
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 19 november 2014, nr. 201404288 inzake de overtreding van…
Jaaroverzicht jurisprudentie flora en faunawet 2014 JFF
In dit jurisprudentie overzicht behandelen Fleur Onrust en A. Drahmann de jurisprudentie Ffw van de…
Andere definitie Nbw-bestaand gebruik bij bestemmingsplan
In deze noot van Marieke Kaajan wordt de definitie van bestaand gebruik in de zin…
Honden aanlijnen en stikstofdepositie; geen mitigatie
Een aanlijn- en opruimplicht bij honden; is dat een mitigerende maatregel? In MenR 2015/6 schreef…
Bestemmingsplan en Flora en faunawet (BR 2014/136)
Fleur Onrust schreef in BR 2014/136. Essentie uitspraak: De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan…
Kwaliteit van de deskundigenrapporten bij ontheffing Ffw
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann in Bouwrecht over de kwaliteit van deskundigenrapporten die…
Planvoorschriften en Natuurbeschermingswet
Deze annotatie van Marieke Kaajan en Marcel Soppe in MenR 2014/143 gaat in op de mogelijke…
Bestaand gebruik volgt ook uit melding Besluit Melkveehouderij
Uit een melding op grond van het Besluit Melkveehouderij kan ook de omvang van (vergund)…
Belang van de ‘Soortenstandaard’ bij de verlening ontheffing Ffw
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann in Br over de uitspraak van de Rechtbank…
Bescherming van natuur in de Omgevingswet
In het Themanummer Omgevingswet van Milieu en Recht (2014/8) schreef Marieke Kaajan een artikel over de mate…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2014
Marieke Kaajan schreef de “Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2014”, BR 2014/75. Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2014 1.Inleiding Er is weer een…
Project of andere handeling?
Laagvliegen boven en nabij Natura 2000-gebieden, en het landen op onverharde delen van deze gebieden…
Flora en faunawet en dwingende redenen
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann het artikel, “Dwingende redenen van groot openbaar belang…
Nieuw habitat geen mitigerende maar compenserende maatregel
Annotatie Soppe HvJ EU 15 mei 2014, ECLI:EU:C:2014:330, TBR 2014/154
Effectbeoordeling Duitse Natura 2000-gebieden
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 16 april 2014, ECLI-nr: NL:RVS:2014:1312 inz. De beoordeling van…
Aanleggen nieuw habitattype is compensatie
Marieke Kaajan schreef een noot over de uitleg van het verschil tussen mitigatie en compensatie. In…
Hanteren drempelwaarde 0,051 mol/ha/jaar bij vergunning Natuurbeschermingswet 1998 niet aanvaard
Annotatie Soppe ABRvS 9 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1207, AB 2014/164
Externe saldering en directe samenhang – Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 9 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1207 inz. Externe saldering en…
Bestaand gebruik – Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:537 inz. Bestaand gebruik Nbw,…
Salderen met bestaande rechten – Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 12 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:446 inz. Salderen met bestaande rechten die…
Effecten op buitenlandse Natura 2000-gebieden en bestaande rechten
Marieke Kaajan en Erwin Noordover schreven een noot onder ABRvS 5 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:285 inz….
Highlights en actualiteiten van het natuurbeschermingsrecht
Marieke Kaajan schreeft “Highlights en actualiteiten van het natuurbeschermingsrecht”, Nieuwsbrief StAB 2014/1, p. 7-15. Zie het gehele…
Dwangsom en Flora en faunawet
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann een noot onder ABRvS 25 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1247, BR 2014/9….
Wijziging Nbw-vergunning na de referentiedatum
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1891, BR 2014/20. 1. Met deze uitspraak…
Flora en faunawet, tijdelijke verstoring vaste rust- en verblijfplaats
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann een noot onder ABRvS 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1925, BR 2014/8….
Salderen van deposities via een depositiebank
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1931 inz. Salderen van deposities via een depositiebank,…
Passende beoordeling niet verplicht ondanks inhoudelijke ecologische voortoets
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 16 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1573, MenR 2014/57. (1) Deze uitspraak is,…
Flora en faunawet (Ffw) verklaring van geen bedenkingen
Fleur Onrust schreef met A. Drahmann een noot onder de uitspraak Rb Utrecht 6 september 2012,…
Projectbesluit artikel 3.10 Wro geen plan in zin van artikel 19j Natuurbeschermingswet 1998
Annotatie Soppe Rb Noord-Holland 15 augustus 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:7078, M en R 2014/28
Effectbeoordeling stikstofdepositie
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 1 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ9099 inz. Effectbeoordeling stikstofdepositie Nbw,…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2013
Marieke Kaajan schreef de “Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2013”, BR 2013/99. Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2013 1.Inleiding Net als in…
Flora en faunawet en verklaring van geen bedenkingen
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann een noot onder ABRvS 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:57, inz….
Bestaand gebruik in de Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 3 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:107 inz. Bestaand gebruik zoals gedefinieerd in…
De beoordeling van effecten op buitenlandse Natura 2000-gebieden
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:3 inz. De beoordeling van effecten…
Stikstofverordening Noord-Brabant
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 19 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA3654 inz. de Stikstofverordening Noord-Brabant, MenR…
Stikstofbeleid Provincie Overijssel – Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 22 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA0687 inz. het “Beleidskader Natura 2000…
Ontwikkelingsruimte met de PAS, of toch niet?
Marieke Kaajan schreef het artikel “Ontwikkelingsruimte met de PAS, of toch niet?”, Agr.r. 2013 (afl. 3),…
Toegestane situatie op de peildatum vormt referentiesituatie voor passende beoordeling voor plannen
Annotatie Soppe ABRvS 1 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ9083, M en R 2013/97
Definitie project in de Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 3 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ7579 over de: Definitie project Nbw, StAB 2013/65….
Flora en faunawet en Vvgb
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann een noot onder Rb Midden-Nederland 7 februari 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ1898, inz….
Flora- en faunawet: nieuwe donkere wolken boven Nederland?
Fleur Onrust schreef met A.Drahmann een artikel “​Flora- en faunawet: nieuwe donkere wolken boven Nederland?”, in BR…
Bestaand gebruik – Natuurbeschermingswet
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 21 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3744 inz. Bestaand gebruik…
Effectbeoordeling en saldering – Natuurbeschermingswet
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 10 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX9705 inz. Effectbeoordeling en saldering…
De beoordeling van effecten op buitenlandse Natura 2000-gebieden
Marieke Kaajan schreef samen met A.C. Collignon een noot onder ABRvS 29 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX5932 inz….
De (on)mogelijkheid van een koepelvergunning – Natuurbeschermingswet
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 15 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX4650 inz. De (on)mogelijkheid…
Flora- en faunawet pilot Tijdelijke natuur
Fleur Onrust schreef een noot onder de uitspraak ABRvS 25 juli 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BX2544), BR 2012/140. 1. Dit…
Art. 19kd Nbw in combinatie met vergunningplicht art. 19d Nbw
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 30 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6948 inz. Art. 19kd…
Saldering op grond van de Nbw door middel van intrekking van een (milieu)vergunning
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 4 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW0777 inz. Saldering op…
Gebiedsbescherming in het wetsvoorstel natuur: oude wijn in nieuwe zakken?!
Marieke Kaajan schreef het artikel “Gebiedsbescherming in het wetsvoorstel natuur: oude wijn in nieuwe zakken?!”, MenR. 2011/181….
Effectbeoordeling stikstofdepositie
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 28 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW0169 inz. Effectbeoordeling stikstofdepositie, StAB…
Overdraagbaarheid Natuurbeschermingswet-vergunningen
Lees hier de noot die Marieke Kaajan schreef onder ABRvS 21 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV9525 inz. Overdraagbaarheid Natuurbeschermingswetvergunningen, StAB…
Vergunningplicht Natuurbeschermingswet voor het uitrijden van mest
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 18 januari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV1162 inz. Vergunningplicht Natuurbeschermingswet voor het…
Boom Basics Omgevingsrecht
M.M. Kaajan en F. Onrust schreven samen met V.L. van ’t Lam (red), J.C. van…
De uitleg van artikel 19kd Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 7 september 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR6898 inz. De uitleg van art….
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2011
Marieke Kaajan schreef de “Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2011”, BR 2012/102. Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2011 1.Inleiding In de kroniek…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2010
Marieke Kaajan schreef de “Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2010”, BR 2011/67. Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2010 1Inleiding Het natuurbeschermingsrecht in Nederland,…
Einde aan de crisis in de Natuurbeschermingswet
Marieke Kaajan schreef het artikel “Einde aan de crisis in de Natuurbeschermingswet”, TO 2010/2, p. 31-41….