Amsterdam: +31 20 737 20 66
Leeuwarden: +31 20 236 10 24

Toename endotoxinen leidt tot mer-plicht

Annotatie ABRvS 22 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1632, M en R 2019/81

Essentie

Verslechtering van de belasting vanwege endotoxinen kan niet worden uitgesloten; de aanvraag OBM voor de wijziging van een pluimvee- in een varkenshouderij kan leiden tot belangrijke nadelige gevolgen die vereisen dat een milieueffectrapport wordt gemaakt .

Samenvatting

In de uitspraak van de Afdeling van 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2496, is aan de orde geweest – kort weergegeven – dat een bestuursorgaan bij zijn beslissing over de vraag of een milieueffectrapport moet worden gemaakt mede de mogelijke gevolgen van verspreiding van endotoxine, en het daarover opgestelde endotoxinekader, mag betrekken. Dat heeft het college in dit geval ook gedaan. Het heeft geconcludeerd dat het endotoxinekader, met het oog op het halen van de advieswaarde voor endotoxine van de Gezondheidsraad, een aan te houden afstand van 114 m aanbeveelt. Het college heeft daarbij opgemerkt dat, zoals [appellante sub 1] ook betoogt, de emissie van zwevende deeltjes weliswaar afneemt, maar de emissiepunten wijzigen en de kortste afstand van de emissiepunten tot de dichtstbijzijnde woning ([locatie 2]) wordt verkleind tot ongeveer 52 meter. Daarom kan een verslechtering van de belasting vanwege endotoxinen niet worden uitgesloten en kan de aanvraag volgens het college leiden tot belangrijke nadelige gevolgen die vereisen dat een milieueffectrapport wordt gemaakt. De Afdeling ziet geen grond voor het oordeel dat het college met deze motivering niet heeft mogen oordelen dat een milieueffectrapport moet worden gemaakt. De vraag of het college deze conclusie ook heeft mogen trekken met het oog op de geurbelasting, kan gelet hierop in het midden blijven.

Uitspraak

ABRvS 22 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1632, omgevingsvergunning voor het veranderen van een veehouderij, gemeente Leudal

Annotatie J. Kevelam en M.A.A. Soppe

1. Een agrariër wil zijn pluimveehouderij wijzigen in een zogenoemde “Livar-varkenshouderij” en heeft daartoe op grond van artikel 2.2a aanhef en onder i Bor een vergunning ex artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder i Wabo aangevraagd. Het betreft de omgevingsvergunning beperkte milieutoets (hierna: OBM). Een dergelijke omgevingsvergunning mag alleen worden geweigerd indien er mogelijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen als bedoeld in artikel 7.17 lid 1 Wm in verband waarmee een milieueffectrapport (hierna: MER) moet worden gemaakt (zie artikel 2.17 Wabo jo. 5.13b lid 1 Bor).

Het college van burgemeester en wethouders van Leudal (hierna: college) heeft in zijn primaire besluit positief op de aanvraag beslist en de OBM verleend. Daarbij is voor het aspect geur aangegeven dat wordt voldaan aan de ter zake relevante normstelling. Dit besluit is in bezwaar gehandhaafd. Tegen deze beslissing op bezwaar is door onder meer CIRO+ B.V. (dat een longcentrum voor de behandeling van mensen met een chronische aandoening op korte afstand van de veehouderij exploiteert) en een aantal omwonenden beroep ingesteld.

2. In beroep oordeelt de rechtbank dat het college niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat zich wat het aspect geur betreft geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen voordoen die nopen tot het maken van een MER. De rechtbank oordeelt dat – voor zover hier relevant – de vraag of een MER moet worden gemaakt niet gelijkgesteld kan worden met een beoordeling of aan de geldende milieuregels wordt voldaan. Het college heeft volgens de rechtbank onvoldoende onderzoek gedaan. Bij de geurbeoordeling had de bijzondere gevoeligheid van de patiënten van het longcentrum van CIRO+ moeten worden betrokken. Ook is onvoldoende gemotiveerd hoe de buitenverblijven van de stallen zijn betrokken bij de berekening van de geuremissie. De rechtbank heeft het besluit op bezwaar bij uitspraak van 18 april 2018 vernietigd. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld door de agrariër.

3. In de voorliggende uitspraak inzake het hoger beroep oordeelt de Afdeling – onder verwijzing naar haar uitspraak van 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3448 – dat de vraag of de inrichting zal kunnen voldoen aan de daarvoor geldende (milieu)regels niet gelijkgesteld kan worden met de vraag of zich belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen voordoen die nopen tot het maken van een MER. Het enkele feit dat aan de geldende geurnormen wordt voldaan, betekent niet dat vanwege de toename van geuremissie geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu aan de orde kunnen zijn. Het college heeft dus een onjuiste beoordelingswijze toegepast. In hoger beroep voert de agrariër nog aan dat de bijzondere gevoeligheid van het longcentrum van CIRO+ niet hoeft te leiden tot een weigering van de OBM. Ook wordt volgens de agrariër in het advies van de Gezondheidsraad (“Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen: vervolgadvies, nr. 2018/04”) van 14 februari 2018 niet ingegaan op de relatie geur en gezondheid. Dit mag de agrariër niet baten, reeds nu het college een onjuist beoordelingskader heeft toegepast door enkel aan de normstelling te toetsen. De uitspraak van de rechtbank blijft in hoger beroep dus in stand.

4.  Dit oordeel van de Afdeling is in overeenstemming met eerdere jurisprudentie op dit punt. Zie onder meer ABRvS 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3448, r.o. 3.1, M en R 2018/28 m.nt. Soppe, ABRvS 1 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:260, r.o. 5.1 en ABRvS 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1144, r.o. 7.2. Dat een mer-beoordeling zich niet mag beperken tot een toets aan normstelling, laat onverlet dat het bevoegd gezag over veel beoordelingsruimte beschikt. Hij dient aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval (met inachtneming van de relevante criteria in bijlage III bij de mer-richtlijn) te besluiten of er al dan niet sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieugevolgen (zie o.a. ABRvS 1 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3546, r.o. 4.4, M en R 2015/22 m.nt. Soppe). Daarbij kan het bevoegd gezag, zo leert de onderhavige uitspraak, doorslaggevende betekenis toekennen aan de specifieke situatie ter plaatse (i.c. de bijzondere gevoeligheid van patiënten van een longcentrum in de nabijheid van de veehouderij).

5. Na de uitspraak van de rechtbank op 18 april 2018 heeft het college op 17 juli 2018 een nieuwe beslissing op de bezwaren genomen. Nieuwe geurberekeningen hebben laten zien dat er sprake is van een overschrijding van de geurnormen bij het longcentrum van CIRO+ en bij een woning van een omwonende. Ook is – onder verwijzing naar de “Notitie handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid, endotoxine toetsingskader 1.0” van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht (hierna: endotoxinekader) – een verslechtering van de belasting met endotoxinen ter hoogte van de woning van een omwonende niet uitgesloten. Om die reden is volgens het college sprake van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die eisen dat een MER wordt gemaakt. De OBM is om die reden (alsnog) geweigerd. De agrariër heeft van rechtswege (eveneens) beroep ingesteld tegen dit besluit (welk beroep in het kader van de onderhavige hoger beroepprocedure is meegenomen).

6. Onder verwijzing naar haar uitspraak van 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2496, M en R 2018/113, m.nt. Soppe, oordeelt de Afdeling dat het bevoegd gezag bij de vraag of een MER moet worden gemaakt mede de gevolgen van de verspreiding van endotoxinen en het daarover opgestelde endotoxinekader mag betrekken. In het endotoxinekader worden op basis van het endotoxinerapport afstanden genoemd die zouden moeten worden aangehouden om aan de door de Gezondheidsraad geformuleerde advieswaarde van 30 endotoxine units per kubieke meter lucht te voldoen. Toepassing van het endotoxinekader levert in dit geval een aan te houden afstand van 114 meter op. De kortste afstand van de als gevolg van de aanvraag OBM gewijzigde emissiepunten tot de dichtstbijzijnde woning wordt verkleind tot ongeveer 52 meter. Een verslechtering van de belasting vanwege endotoxinen kan niet worden uitgesloten. Dat leidt volgens het college tot belangrijke nadelige milieugevolgen en daarmee tot een mer-plicht. De Afdeling acht dat oordeel rechtmatig.

7. De agrariër zal dus een MER moeten opstellen en vervolgens een omgevingsvergunning milieu moeten aanvragen. De vraag is welk onderzoek van de agrariër mag worden verlangd bij het opstellen van het MER. Het lijkt ons inziens (veel) te veel gevraagd om de nog openstaande vragen over de relatie tussen volksgezondheid en endotoxinen bij een individuele agrariër neer te leggen (zie hierover reeds uitgebreider de annotatie van Soppe bij de uitspraak van 25 juli 2018). Er is immers een aanzienlijk aantal vragen waarvoor verder wetenschappelijk onderzoek is vereist over zowel de te hanteren advieswaarde als de wijze waarop kan worden berekend welke concentratie endotoxinen zal worden veroorzaakt door een veehouderij (zie ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:644, r.o. 5.6 en ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2395, M en R 2018/103, m.nt. Kevelam). Zie overigens over de lopende (wetenschappelijke) onderzoeken in dit verband de eveneens in deze aflevering opgenomen annotatie van Bleumink en De Graaf. Wij menen dat in het MER voor wat betreft het aspect endotoxinen zou mogen worden aangesloten bij de huidige (reeds bekende) onderzoeken en inzichten. Vervolgens zal dan in het MER kunnen worden bezien of er alternatieven en/of maatregelen zijn die maken dat er minder endotoxinen worden uitgestoten en/of dat de gevolgen van de emissie anderszins kunnen worden ondervangen.

8. Stel dat in onderhavig geval de eventuele beschikbare maatregelen al duidelijk zijn en (aanvullend) onderzoek niet nodig is, dan zou wellicht (wederom) kunnen worden volstaan met een aanvraag om een OBM. In een mer-beoordeling mag rekening worden gehouden met de beschikbare (mitigerende) maatregelen, waarbij de tijdige uitvoering ervan wordt vastgelegd en als voorschrift(en) verbonden aan de OBM (zie artikel 7.16 Wm jo. 7.20a lid 1 Wm). Het treffen van maatregelen ter beperking van de nadelige gevolgen van de uitstoot van endotoxinen is op dit moment – ondanks de hiervoor geconstateerde wetenschappelijke onduidelijkheden – niet ondenkbaar. Met het treffen van toereikende maatregelen zouden belangrijke nadelige milieugevolgen op voorhand kunnen worden voorkomen en zou niet (meer) tot een mer-plicht hoeven te worden geconcludeerd. De hier bedoelde optie is in Rb. Oost-Brabant 2 november 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:5366, M en R 2019/10, m.nt. Bleumink en De Graaf, nadrukkelijk benoemd. Daarbij heeft de rechtbank voorts overwogen dat artikel 7:20a Wm een verruimde beslissingsgrondslag biedt voor de OBM, zodat “verweerder op basis van dit artikel ook kan afwijken van de gemeentelijke geurverordening”. Wanneer uitsluitend op de redactie van artikel 7.20a Wm wordt afgegaan, valt enig begrip op te brengen voor deze laatste conclusie. Wordt echter naar de achtergrond van dat artikel gekeken, dan lijkt die conclusie niet houdbaar. De verruimde beslissingsgrondslag in artikel 7.20a Wm is uitsluitend ingegeven vanwege het opheffen van het verbod om aan bepaalde mer-beoordelingsplichtige besluiten, meer in het bijzonder wat betreft de OBM, voorschriften te verbinden (zie o.a. Kamerstukken II 2016/16, 34 287, nr. 3, p. 26). Daarmee gaat een vergelijking met de verruimde beslissingsgrondslag ex artikel 7.35 lid 3 Wm mank (zie over dit verschil ook Bleumink en De Graaf onder m.n. punt 5 van hun zojuist aangehaalde annotatie). Met dat artikellid is wel beoogd om in bepaalde (project)mer-plichtige besluiten, als uitkomst van een opgesteld MER, voorschriften te verbinden die verder gaan (c.q. meer bescherming bieden) dan de bestaande materiële (milieu)normstelling. Als een OBM wordt verleend, is er geen MER opgesteld. Om dan op basis van uitsluitend een mer-beoordelingsnotitie/aanmeldingsnotitie in de OBM vanwege milieuoverwegingen een voorschrift op te nemen ingevolge waarvan wordt afgeweken van bijvoorbeeld de gemeentelijke geurverordening, lijkt ons een (forse) brug te ver. Als het bevoegd gezag redenen heeft om naar aanleiding van de mer-beoordelingsnotitie te twijfelen of de geldende milieuregelgeving toereikend is, dan lijkt de conclusie te moeten zijn dat belangrijke nadelige milieugevolgen niet zijn uit te sluiten en dat een MER moet worden gemaakt. Daarna kan op basis van artikel 7.35 lid 3 Wm aan het desbetreffende besluit wellicht een voorschrift worden verbonden waarmee wordt afgeweken van de gemeentelijke geurverordening. Overigens wijzen wij erop dat over de toepassing van artikel 7.35 lid 3 Wm nauwelijks jurisprudentie voorhanden is. Over de reikwijdte daarvan bestaan dan ook de nodige vragen. Zie in dat kader M.A. Boeve en F.A.G. Groothuijse, Milieumaatregelen in m.e.r.-plichtige bestemmingsplannen en projectbesluiten, Structurele evaluatie milieuwetgeving, Arnhem 2010.

9. Ook in het ruimtelijk spoor kan het voor de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een plan ten aanzien van het thema endotoxinen relevant zijn dat er maatregelen kunnen worden getroffen in het milieuspoor en deze als voorschrift(en) aan een omgevingsvergunning kunnen worden verbonden. Recent oordeelde de Afdeling over de vaststelling van een wijzigingsplan waarin ook het thema endotoxinen een relevant toetsingsaspect was (zie ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1730, r.o. 10.1). Hierin was geen toepassing gegeven aan het endotoxinekader. Het bevoegd gezag is immers niet verplicht om het endotoxinekader toe te passen (zie ook ABRvS 27 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:948, r.o. 94 en ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:619, r.o. 10.1). Blijkens de uitspraak van 29 mei 2019 ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het college het wijzigingsplan vanwege onaanvaardbare gezondheidsrisico’s niet in redelijkheid heeft kunnen vaststellen. Hierbij kent de Afdeling onder meer gewicht toe aan het feit dat aan een omgevingsvergunning voorschriften kunnen worden verbonden ter beperking van nadelige gevolgen als de uitstoot van endotoxinen. Daarbij kan het zowel gaan om een omgevingsvergunning milieu als om een OBM.


Gerelateerd

Passende beoordeling bestemmingsplan voor kleine gebieden hoeft niet perse tot plan-mer-plicht te leiden
Annotatie M.A.A. Soppe bij ABRvS 19 mei 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:1054
Niet elk bedrijventerrein is een industrieterrein in de zin van categorie D 11.3 Besluit mer
Annotatie T. Rötscheid ABRvS 10 maart 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:516, M en R 2021/57
Informele mer-beoordeling bestemmingsplan moet zien op gehele woningbouwlocatie
Annotatie M.A.A. Soppe ABRvS 20 januari 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:80
Voortoets mogelijk ondanks dat de stikstofdepositie de KDW overstijgt
Derek Sietses schreef een annotatie bij ABRvS 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1110 in JM 2020/154. Tot voor…
Voorschriften OBM moeten te herleiden zijn tot mer-beoordelingsaanmeldnotitie
Annotatie Soppe ABRvS 13 november 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:3820, M en R 2020/18
Ontgrondingsvergunningen omvatten inhoudelijk geen wijziging ten opzichte van de voorheen verleende tijdelijke vergunningen en vallen daarom niet onder de mer-(beoordelings)plicht
Annotatie Soppe ABRvS 21 augstus 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2822, M en R 2020/55
Relativiteit bij het MER: deelaspecten van het milieuonderzoek
Erwin schreef een noot onder ABRvS 18 maar 2020, ECLI:NL:RVS:2020:801 in M en R 2020/49….
Kroniek Natuurbeschermingsrecht – Soortenbescherming (deel 1)
In de jaarlijks terugkerende kroniek Natuurbeschermingsrecht schreven Fleur Onrust en Marieke Kaajan in BR 2020/48…
Geen expliciet mer-beoordelingsbesluit voor bestemmingsplan woonwijk
Annotatie ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, M en R 2019/106
Aanleg rieteilanden en rietkraag is een beschermingsmaatregel waarmee in de passende beoordeling rekening mag worden gehouden
Marieke schreef een noot onder ABRvS 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4360 in M en R 2020/10…
Bouw 40 woningen met steigerplaatsen voor afmeren van een boot, ziet niet op een jachthaven in de zin van het Besluit mer; art. 8:69a Awb in relatie tot mer-beoordeling en art. 7.2a Wm
Annotatie Soppe ABRvS 8 april 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:1010, M en R 2020/62
Doelstelling initiatiefnemer relevant voor niet opnemen alternatief in plan-MER. Toename stikstofdepositie N2000-gebied toereikend passend beoordeeld (systeemanalyse)
Annotatie Soppe ABRvS 11 maart 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:741, M en R 2020/38
Omvang van Europese onderzoeksverplichtingen naar milieueffecten voor het verlengen van de termijn van elektriciteitsproductie door twee Belgische kerncentrales
Erwin Noordover schreef een annotatie bij HvJ EU 29 juli 2019, C-411/17, ECLI:EU:C:2019:622 (Inter-Environnement Wallonie…
Ontbreken expliciet mer-beoordelingsbesluit is herstelbaar en reikwijdte mer-beoordelingsplichtige activiteit (samenhang andere activiteiten)
Annotatie Soppe ABRvS 18 december 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:4327, M en R 2020/6
De ADC-toets centraal
Derek schreef een noot bij ABRvS 24 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2560 in JM 2019/156, afl. 11,…
Actualiteiten Natuurbeschermingsrecht 2018/2019
Marieke schreef een artikel in M en R 2019/88 over de actualiteiten van het natuurbeschermingsrecht…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2019 – Soortenbescherming (deel 2)
Marieke en Fleur schreven een kroniek over de ontwikkelingen van het natuurbeschermingsrecht inzake soortenbescherming in…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2019 – Gebiedsbescherming (deel 1)
Marieke en Fleur schreven een kroniek over de ontwikkelingen van het natuurbeschermingsrecht in 2019 in…
Prejudiciële vragen Habitatrichtlijn; hoe om te gaan met natuurwaarden waarvoor een gebied niet is aangewezen
Marieke schreef een noot bij HvJ EU 7 november 2018, ECLI:EU:C:2018:883 in 1. Dit arrest,…
Verzuim expliciet mer-beoordelingsbesluit fataal voor bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, TBR 2019/113
Staat mer-richtlijn toe dat slechts één van de noodzakelijke besluiten aan mer-plicht wordt verbonden?
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 3 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2217, M en R 2019/84
Quick scan juridische uitvoerbaarheid inkrimping veestapel
Onderzoek in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving, Utrecht: Universiteit Utrecht, Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law 2017 (31 pp.).
Voor andere bevredigende oplossing Wnb-ontheffing gebruik maken van milieueffectrapportage en beoordeling bestemmingsplan
Annotatie ABRvS 8 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1491, M en R 2019/78
Besluitbegrip. Besluit tot goedkeuring van een faunabeheerplan. Vaststelling faunabeheerplan.
M. Bauman, D. Sietses & J.V. van Ophen schreven een noot onder ABRvS 20 maart…
Wijziging bestaande bebouwing in permanent logiesverblijf voor arbeidsmigranten geen stedelijk ontwikkelingsproject
Annotatie ABRvS 17 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1253, M en R 2019/61
Omgevingsvergunning eerste fase mag niet buiten behandeling worden gelaten vanwege mer-beoordelingsplicht tweede fase
Annotatie Soppe ABRvS 3 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1013, M en R 2019/60
Lucht boven Natura 2000-gebied onderdeel van het gebied?
Marieke scheef een noot bij Rb. Den Haag 7 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:2665 in M en…
Schorsing vergunningen gebaseerd op het PAS
Marieke schreef een noot bij ABRvS 9 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:795 in M en R 2018/61. …
Wijziging tracébesluit verplicht niet tot opstellen van nieuw MER
Annotatie Soppe ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:596, M en R 2019/45
Het verschil tussen ‘mitigerende’ en ‘compenserende’ maatregelen
Marieke schreef een noot bij HvJ EU 25 juli 2018, ECLI:EU:C:2018:593 in M en R…
Effectiviteit van luchtwassers voor geurreductie
Annotatie Kevelam ABRvS 28 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3885, M en R 2019/13
Omgevingsrechtelijke besluitvorming voor zonneparken: een overzicht
In Bouwrecht 2018/77 gingen Erwin Noordover en Neeltje Walgemoed in op de omgevingsrechtelijke besluitvorming voor…
Actualiteiten Natuurbeschermingsrecht 2018
Marieke schreef een artikel over hetgeen zij besprak tijdens haar presentatie op de Actualiteitendag van…
Concept plan-MER hoeft ingevolge de Wet openbaarheid bestuur niet openbaar te worden gemaakt
Annotatie Soppe ABRvS 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3299, M en R 2019/27
Mer-beoordelingsbeslissing voorafgaand aan terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3131, M en R 2018/129
Artikel 5.16 Wm niet buiten toepassing vanwege WHO-advieswaarden luchtkwaliteit
Annotatie ABRvS 19 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3061, M en R 2018/127
Geen wettelijk kader endotoxinen. Bevoegd gezag dient te bepalen welke maatregelen bij endotoxinen in het belang van de bescherming van het milieu nodig zijn. Bij die bepaling heeft het bevoegd gezag beoordelingsruimte.
Annotatie Kevelam ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2395, M en R 2018/103
Toename emissie endotoxinen vanwege pluimveehouderij leidt tot mer-plicht
Annotatie Soppe ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2496, M en R 2018/113
Weigering verklaring van geen bedenkingen geitenhouderij vanwege volksgezondheidsrisico’s
Annotatie Kevelam ABRvS 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2189, M en R 2018/102
Winning delfstoffen onder water geen delfstoffenwinning uit landbodem uit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1986, M en R 2018/100
Geen kaderstellend mer-plichtigplan ingeval van één-op-één inpassing vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2066, M en R 2018/101
Alternatieve locaties in een milieueffectrapport
Erwin Noordover schreef een noot onder ABRvS 2 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1436, in BR 2018/59 over…
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe ABRvS 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:758, M en R 2018/60
Ook bij één besluit verplichte Wro-coördinatie ingeval van toepasselijkheid artikel 9f Elektriciteitswet 1998
Annotatie Kevelam ABRvS 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:766, M en R 2018/74
Treffen maatregelen op grond van mer-evaluatie achteraf
Annotatie Soppe ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:608, M en R 2018/58
Inspraak over ontwerpbesluit voldoende vroegtijdige inspraak
Annotatie Kevelam ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, M en R 2018/84
Functiewijziging winkelcentrum geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie D-11.2 Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:348, TBR 2018/62
Herstructurering N280 Roermond is wijziging autoweg in de zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 24 januari 2018,  ECLI:NL:RVS:2018:224, M en R 2018/46
Geen MER nodig na mer-beoordeling als eerder vergunde milieugevolgen niet toenemen
Annotatie Soppe ABRvS 13 december 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:3448, M en R 2018/28
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 19 juli 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:1939, M en R 2017/135
Toepassing kruimelgevallenregeling in relatie tot kolom 1 en kolom 2 uit categorieën Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1192, TBR 2017/99
Feitelijk bestaande (planologische legale) situatie bepalend voor mer-(beoordelings)plicht bestemmingsplan bij Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694, M en R 2017/72
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe Vz. ABRvS 2 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:561, M en R 2017/83
Stront aan de knikker? Het fosfaatrechtenstelsel in het licht van art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM
Milieu & Recht 2017/5 (61), p. 388-400
De Wet tarieven: de Commissie m.e.r. uit de markt geprijsd?
Milieu & Recht 2016/19
Geen vergunningvoorschriften gebruik of milieuaspecten aan omgevingsvergunning bouwen
Annotatie Soppe ABRvS 14 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3331, M en R 2017/39
Omgevingsplan en m.e.r.
In deze bijdrage wordt de werkingssfeer van de voorgestelde m.e.r.-regelgeving ten aanzien van het omgevingsplan besproken. Verder wordt er ingegaan op de reikwijdte van de m.e.r.-(beoordelings)plicht voor zover die is verbonden aan het omgevingsplan.
Geen m.e.r.-beoordelingsplicht voor besluiten niet genoemd in kolom 4 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 30 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3170, M en R 2017/92
Functionele ontgronding is winning oppervlaktedelfstoffen Besluit mer
Annotatie ABRvS 15 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3152, M en R 2017/13
Betekenis kosten bij bepaling mer-alternatieven
Annotatie Soppe ABRvS 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2988, M en R 2017/35
Informele mer-beoordeling voldoende bij formele mer-beoordelingsplicht
Annotatie Soppe ABRvS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2535, M en R 2016/149
Planologische vergelijking bij bepalen m.e.r.-(beoordelings)plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 13 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1944, M en R 2017/18
Betekenis voorzienbaarheidscriterium voor activiteiten in Besluit mer zonder term ‘capaciteit’
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:482, M en R 2016/69
Bepalen en effectueren mer-plicht bij grensoverschrijdende activiteiten
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:465, M en R 2016/78
Eventuele toekomstige gaswinning niet betrekken bij mer-beoordeling exploratieboring
ABRvS Kevelam en Soppe 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:155, M en R 2016/64
Wijziging geluidvoorschrift kartbaan geen wijziging activiteit categorie D-43 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3949, M en R 2016/52
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3557, M en R 2016/14
Geen mer-beoordeling als activiteit niet voldoet aan kolom 1-omschrijving Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 19 augstus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2631, M en R 2015/143
Recycling is geen verwijdering afvalstoffen uit categorie D-18.1 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2457, M en R 2015/156
Vergunningplicht beweiden en uitrijden van mest
Een Nbw-vergunning is ook nodig voor het beweiden van koeien en het uitrijden van mest….
Relativiteitsvereiste in de weg aan vernietiging omgevingsvergunning beperkte milieutoets
Annotatie Soppe Rb Oost-Brabant 2 juli 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:3318, M en R 2015/121
Planologische vergelijking bij bepalen mer-plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2078, M en R 2015/125
Relativiteitsvereiste in relatie tot plan-mer-regeling en artikel 7.2a Wm
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1713, TBR 2015/114
Twee fasen bedrijventerrein één samenhangende activiteit bij toepassing Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1333, M en R 2015/106
De programmatische aanpak stikstof: komt de PAS van pas?
D. Sietses & A. Drahmann schreven een artikel in BR 2015/48, afl. 6 over de…
Achterwege laten plan-mer-plicht bestemmingsplan ingeval van vergunning Natuurbeschermingswet 1998 met passende beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1161, M en R 2015/105
Revisie- of veranderingsvergunning?
Marieke Kaajan beschreef wanneer een revisievergunning kan worden verlangd. In Niewsbrief StAB 2015-1 verscheen een…
De curator als overtreder
Erwin Noordover schreef ‘De curator als overtreder’ in Tijdschrift voor Insolventierecht, 2015/12. Een failliet bedrijf…
Exploratieboringen aardgas en aardolie niet mer-plichtig ingevolge mer-richtlijn
Annotatie Soppe HvJEU 11 februari 2015, ECLI:EU:C:2015:79, M en R 2015/73
Hoofdlijnen milieubestuursrecht
Hoofdlijnen milieubestuursrecht, 2015, hoofdstuk 9 (Milieueffectrapportage), pag. 187-208
Integrale beoordeling milieugevolgen bij informele mer-beoordeling
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4648, TBR 2015/113
Verwerking licht asbesthoudend staalschroot in smelten staal valt onder categorie C-21-5 en D-21.5
Annotatie Soppe ABRvS 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4531, M en R 2015/50
Geen omgevingsvergunningplichte beperkte milieutoets melkrundveehouderij onder drempel categorie D-14 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 29 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3841, M en R 2015/37
Tailormade regelgeving voor windturbineparken op de Noordzee
Erwin Noordover en Annemarie Drahmann schreven ‘Tailormade regelgeving voor windturbineparken op de Noordzee’, TO oktober…
Mer-beoordelingsbesluit inhoudende dat MER moet worden gemaakt bij uitbreiding ontgronding
Annotatie Soppe ABRvS 1 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3546, M en R 2015/22
Reikwijdte van plan-m.e.r. is beperkt tot m.e.r.-plichtige onderdelen plan; planregels om te voldoen aan de Natuurbeschermingswet 1998 niet toegestaan
Annotatie Kaajan en Soppe ABRvS 6 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2942, M en R 2014/143
Opzet en vormgeving-criterium ingeval van wijziging activiteit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1467, M en R 2014/113
Co-vergistingsintallatie is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig vanwege categorieën D-18.4, D-21.6 en D-22.1
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:555, M en R 2014/79
Wijziging Kernenergiewetvergunning Borssele is geen wijziging in de zin van Besluit m.e.r
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:517, M en R 2014/80
Opnemen maximale capaciteit vergassingsinstallatie categorie C-18.4 Belsuit mer in planregels toegestaan
Annotatie Soppe ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:170, M en R 2014/46
Activiteit categorie C-18.4 Besluit m.e.r zowel verwijdering als nuttige toepassing afvalstoffen
Annotatie Soppe Rb Noord-Nederland 14 januari 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:149, M en R 2014/45
Communautaire grenzen aan het beperken van de project-m.e.r.-plicht tot het eerste ruimtelijk plan over een gefaseerd te realiseren project (mede bezien in het licht van de Omgevingswet)
P.J.J. van Buuren e.a. (red.), Toonbeelden, Gedachten over provinciaal omgevingsrecht ter herinnering aan Toon de Gier, Kluwer 2013, p. 159-165
Windparken en leefomgeving
Marieke Kaajan en Erwin Noordover schreven samen “Windparken en leefomgeving: een toelichting op enkele angels uit…
Cumulatie projecten leidt tot formele mer-beoordelingsplicht ontgrondingsvergunning
Annotatie Soppe ABRvS 3 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:149, M en R 2013/127
Reikwijdte van categorie D.35c van het Besluit mer (conserven)
Annotatie Soppe ABRvS 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:18, M en R 2013/116
Gaan de wieken sneller draaien met de Structuurvisie wind op land?
In Bouwrecht 2013/89 gingen Erwin Noordover en Aaldert ten Veen in op de Rijksstructuurvisie wind…
En weer een moderniseringsslag … Of vormt de Omgevingswet dan toch het eindstation voor een eigentijds m.e.r.-systeem? Uiteenzetting van de belangrijkste wijzigingen in de m.e.r.-regelgeving ingevolge de Omgevingswet
TO 2013, nr. 2, p. 55-67
Eén stedelijk ontwikkelingsproject in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 9 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY8002, AB 2013/96
Geen mer-beoordeling voor uitwerkingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6741, TBR 2013/43
Samenhangende ontgrondingslocatie voor bepaling mer-(beoordelingsplicht)
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6766, AB 2013/97
Nieuwe en bestaande windturbines windpark in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe Rb Haarlem 12 december 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6096, M en R 2013/42
Geen samenhangende installaties windturbines Lelystad
Annotatie Soppe ABRvS 14 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3088, M en R 2013/41
Besluit-MER beperkt tot bestemmingsplan dat deel is van groter plan
Annotatie Soppe ABRvS 3 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8982, M en R 2013/26
Passende beoordeling en plan-mer voor bestemmingsplan met significante effecten Natura 2000-gebied en plan-mer-gebrek is niet passeerbaar
Annotatie Soppe ABRvS 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1871, TBR 2012/166
Plan-mer-plicht als bestemmingsplan meer mogelijk maakt van vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 30 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6920, TBR 2012/129
Het Besluit milieueffectrapportage (Cat. 18.2 bijlage D)
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 10 november 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO3494 inz. het Besluit milieueffectrapportage (Cat….
Revisievergunning Corus
Marieke Kaajan schreef een noot onder ABRvS 28 mei 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD2643 inz. Revisievergunning, MenR 2008/73. 1…
Bangert en Oosterpolder: lange leve de duidelijkheid
Toets 2008, nr. 5, p. 4-9