Amsterdam: +31 20 737 20 66
Leeuwarden: +31 20 236 10 24

image_pdf

Datum: 24-12-2020

Vereisen geurbeheersplan als aan normstelling Wet geurhinder en veehouderij is voldaan?

Marcel Soppe

Medio dit jaar heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) zich uitgelaten over het al dan niet in een omgevingsvergunning voor een veehouderij kunnen eisen dat een geurbeheersplan wordt opgesteld. In ABRvS 22 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1741, heeft de Afdeling als volgt overwogen:

Aangezien in de aangevraagde situatie wordt voldaan aan de Wgv en die wet het exclusieve toetsingskader vormt voor de beoordeling van geurhinder vanwege de stallen van de inrichting, kon het college de gevraagde vergunning niet weigeren vanwege de geuremissies vanuit de stallen van de inrichting en kon het college geen lagere geurbelasting eisen door het voorschrijven van een geurbeheersplan. Daardoor zou feitelijk de Wgv buiten toepassing worden gelaten. Dit betekent dat als wordt voldaan aan de Wgv, ervan moet worden uitgegaan dat er geen geurhinder bij gevoelige receptoren wordt verwacht en/of is onderbouwd, zodat BBT 12, het opzetten van een geurbeheersplan, niet toepasbaar is. Het college heeft dan ook terecht geen geurbeheersplan, gericht op het voorkomen en verminderen van geuremissies vanuit de stallen van de inrichting, voorgeschreven.” (r.o. 6.4).

Dit duidelijke rechtsoordeel is vandaag enigszins genuanceerd met de uitspraak ABRvS 23 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3101. In r.o. 7.2 preciseert de Afdeling haar uitspraak van 22 juli 2020 als volgt:

“Als een nadere precisering van de in de uitspraak van 22 juli 2020 neergelegde rechtsopvatting overweegt de Afdeling dat op grond van artikel 2, tweede lid, van de Wgv, het bevoegd gezag, voor zover hier van belang, bij de beslissing op de aanvraag ook in acht neemt dat in de inrichting ten minste de voor de veehouderij in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast. BBT 12 is alleen toepasbaar in gevallen waar geurhinder bij gevoelige receptoren wordt verwacht en/of is onderbouwd. In het nu voorliggende geval wordt aan de geurnormen van de Wgv voldaan. De stichting heeft niet onderbouwd en evenmin is het anderszins aannemelijk geworden dat in dit geval niettemin sprake is van geurhinder bij gevoelig receptoren op grond waarvan een geurbeheersplan zou moeten worden voorgeschreven. Daarbij neemt de Afdeling tevens in aanmerking dat van het vergunde type luchtwasser niet is gebleken dat het daarbij behorende rendement niet zou worden gehaald en dat het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) handvatten biedt om de goede werking van het gekozen luchtwassysteem te waarborgen”.

Vanwege de eis om de beste beschikbare technieken toe te passen en meer in het bijzonder vanwege BBT 12 (zie voor de inhoud ervan r.o. 7.1 van de uitspraak), is het dus niet zonder meer een gegeven dat een geurbeheersplan niet geëist kan (of moet) worden wanneer wordt voldaan aan de geurnormen van de Wgv. Anders dan uit de uitspraak van 22 juli 2020 kon worden afgeleid zou er ook dan sprake kunnen zijn van dermate geurhinder bij geurgevoelige receptoren die het moeten opstellen van een geurbeheersplan rechtvaardigen. Het is in een rechterlijke procedure vervolgens aan de desbetreffende procespartij om te onderbouwen dan wel aannemelijk te maken dat van dergelijke geurhinder sprake is. Ik kan mij eigenlijk niet voorstellen hoe dat zou moeten worden gedaan als aan de geurnormstelling in de Wgv wordt voldaan. De Afdeling zegt daar ook helemaal niets over. Het komt mij dan ook voor dat de door de Afdeling aangebrachte precisering met name nodig is geweest om een sluitende juridische redeneerlijn te krijgen, maar dat die de facto geen wijziging aanbrengt in de jurisprudentie. Te meer omdat de Afdeling ervan uitgaat dat een luchtwasser die is vermeld in de lijst van huisvestingssystemen in de bijlage bij de Regeling ammoniak en veehouderij de bijbehorende geuremissierendementen zal behalen. De Afdeling tekent daarbij aan dat het Activiteitenbesluit handvatten biedt om de goede werking van het gekozen luchtwassysteem te waarborgen (zie met name de artikelen 3.124 e.v. van het Activiteitenbesluit). In beroepsprocedures inzake omgevingsvergunningen voor veehouderijen waarin luchtwassers zijn vergund, wordt door eisers/appellanten ook met regelmaat gesteld dat in de vergunningvoorschriften een eenmalige rendementsmeting zou moeten worden voorgeschreven (waarbij wordt gewezen op BBT 28). Daartoe zou aanleiding zijn omdat luchtwassers niet (altijd) het voorgeschreven rendement zouden behalen. Gezien de hiervoor geciteerde overweging van de Afdeling, lijkt het erop dat de Afdeling een rendementsmeting niet nodig zal vinden indien er sprake is van een luchtwasser die is vermeld in de lijst van huisvestingssystemen in de bijlage bij de Regeling ammoniak en veehouderij.


Gerelateerd

Een plan-MER-plicht voor het Activiteitenbesluit en de -regeling hoeft geen probleem te zijn
Er blijft veel (media-)aandacht voor tegenstanders van windparken die met nieuwe rechtspraak van het Europese…
Investeren uit de stikstofcrisis, en snel een beetje!
Meer dan een jaar geleden sneuvelde het Programma Aanpak Stikstof bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Dit…
Passende beoordeling voor een bestemmingsplan en toch geen milieueffectrapport?
Als voor een bestemmingsplan, of ander plan of programma, een passende beoordeling moet worden opgesteld,…
Curator pas op: bestuurs- en omgevingsrecht!
Ondanks alle getroffen steunmaatregelen, waaronder de NOW subsidie lijkt het onvermijdelijk dat straks meer faillissementen…
Stikstofcumulatietoets bestemmingsplan niet nodig en regeling interne saldering bestemmingsplan behoeft geen passende beoordeling
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vandaag meerdere interessante uitspraken gedaan over het Natura 2000-gebiedsbeschermingsrecht in relatie tot stikstof. Zo heeft de Afdeling overwogen, dat de stikstofcumulatietoets voor een bestemmingsplan niet hoefde te zien op ontwikkelingen die niet door het plan zelf, maar door andere plannen mogelijk zijn gemaakt. Ook heeft de Afdeling een oordeel gegeven over een in een bestemmingsplan opgenomen regeling voor interne saldering. Als in zo’n regeling wordt aangesloten bij het bestaande planologisch toegelaten gebruik, dan hoeft dat niet passend beoordeeld te worden.
Kerstuitspraken met betrekking tot Natura 2000-toetsen
Poortgebied Bergsche Heide (Steenbergen), uitbreiding hotel de Harmonie in Giethoorn (Steenwijkerland) en aanleg nieuw dorp Reeve en aanleg van het Reevediep (beiden in Kampen)
Hobbels bij het legaliseren van bestaand windpark: voorschriften op grond van m.e.r.-beoordeling
De vergunningverlening voor Windpark Hartelburg II begint zich te ontwikkelen tot een interessante soap. Het…
Tijdelijk zonnepark van 4,3 hectare is niet m.e.r.-beoordelingsplichtig
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft bij uitspraak van 14 augustus jl. (ECLI:NL:RVS:2019:2770) geoordeeld over een mogelijke…
ENVIR in het nieuws over stikstof
In de media zijn de afgelopen tijd meerdere berichten en items verschenen over de gevolgen…
Verbod asbestdaken per 2024/2025 gaat niet door
De Eerste Kamer heeft op 4 juni 2019 het wetsvoorstel dat een verbod per eind…
Emissiehandel: de impact van de Brexit
Het Verenigd Koninkrijk is een van de grootste uitstoters van broeikasgassen in Europa en de…
Emissiehandel: start op tijd met de voorbereiding van de vierde handelsperiode
De nieuwe handelsperiode voor het emissiehandelsysteem van de EU (EU ETS) staat voor de deur:…
Volksgezondheidsrisico’s door endotoxinen: meer handvatten voor de praktijk
Bij de besluitvorming over veehouderijen spelen volksgezondheidsrisico’s veroorzaakt door endotoxinen voor omwonenden een steeds grotere rol. In haar uitspraak van 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2395 geeft de Afdeling meer handvatten voor de praktijk hoe hiermee om te gaan.
Geurnormen achtergrondbelasting in bestemmingsplan toegestaan
Het is mogelijk om geurnormen voor de achtergrondbelasting in een bestemmingsplan op te nemen. Dit is in beginsel ruimtelijk relevant en aanvaardbaar. Zo oordeelt de Afdeling in haar recente uitspraak van 19 juli 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1969). Dit is een van de weinige uitspraken waarin de Afdeling dit zo expliciet overweegt.
Meer duidelijkheid over implementatie PGS 29
Op 15 februari heeft de minister van I&M in een brief meer duidelijkheid gegeven over…
De NeR gaat per 1 januari 2016 op in het Activiteitenbesluit
Per 1 januari 2016 treedt de zogenaamde 4e tranche Activiteitenbesluit in werking. In dit bericht…
Terechte weigering handhavend optreden
Voor het corrigeren van de gemeten emissiewaarden vanwege meetonzekerheden overeenkomstig de voorschriften 2.6 en 2.9…
Veranderingsvergunning voor een inrichting
Wanneer kan er een veranderingsvergunning voor een inrichting verleend worden? Een veranderingsvergunning kan slechts worden verleend…
Bestuursdwang vanwege verontreiniging op campingterrein
Lessen uit de Afdelingsuitspraak van 8 april 2015 over de toepassing van bestuursdwang bij bodemverontreiniging…
Bestemmingsplan en maximale lichtercapaciteit
In de uitspraak van de Afdeling (ABRvS) van 17 december 2014 komen de volgende onderwerpen…
Stil gebied geen noodzaak voor maatwerkvoorschrift windturbinegeluid
Met de uitspraak van 10 december 2014 (zaaknr. 201403936) maakt de Afdeling bestuursrechtspraak duidelijk dat,…
Grenswaarden met de PAS: oplossing of nieuwe problemen?
Op 7 oktober jl. heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel PAS tot wijziging…