ENVIR ADVOCATEN
Keizersgracht 451-1V
1017 DK Amsterdam
T +31 20 737 20 66
F +31 20 796 92 22


Datum: 02-11-2015

Toch geen overgangsrecht voor Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen?

Met de uitspraak van 1 oktober 2015 gaat de rechtbank Zeeland-West-Brabant lijnrecht in tegen een eerdere uitspraak van de ABRvS.

In deze uitspraak van 17 december 2014 concludeerde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), anders dan voorheen, dat de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen niet langer als bestuursorgaan kan worden aangemerkt. Daardoor zijn beslissingen van deze Stichting niet langer besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, en kan hier dus niet meer bij de bestuursrechter over worden geprocedeerd. Over deze uitspraak schreef ik eerder dit bericht.

Overgangsregeling

Met het oog op de consequenties van de uitspraak van 17 december formuleerde de ABRvS tegelijkertijd een overgangsregeling. Deze regeling hield in dat alle tot 1 maart 2015 genomen beslissingen over het al dan niet verstrekken van een nationale hypotheekgarantie en beslissingen omtrent het al dan niet kwijtschelden van schulden als gevolg van aan geldgevers uitbetaalde verliesdeclaraties, worden aangemerkt als besluiten als bedoeld in art. 1:3 Awb. Door dit overgangsregime kon, ondanks dat formeel bezien geen sprake is van een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit, tegen beslissingen tot 1 maart 2015 genomen wel bezwaar worden gemaakt en beroep worden ingesteld.

De consequentie hiervan is ook dat als geen bezwaar of beroep werd ingesteld tegen een beslissing van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen die voor 1 maart 2015 wordt genomen, deze beslissing onherroepelijk zou worden.

Het is deze overgangsregeling die nu door de rechtbank Zeeland-West-Brabant buiten toepassing wordt gelaten. De rechtbank draagt hiervoor een aantal redenen aan:

  1. De overgangsregeling van de ABRvS vindt haar basis niet in bestaande wet- of regelgeving, maar moet worden beschouwd als “rechtersrecht” of “rechterlijk overgangsrecht”;
  2. Hoewel rechtersrecht in bepaalde situaties waarde volgens de rechtbank kan hebben, moet hier voorzichtig en terughoudend mee om worden gegaan. Het is immers in beginsel de wetgever en niet de rechterlijke macht die regels maakt;
  3. Deze terughoudendheid geldt in het bijzonder in een situatie als deze, waar de overgangsregeling betrekking heeft op de bevoegdheid van de bestuursrechter en de invulling van het besluitbegrip in de Algemene wet bestuursrecht. Dat zijn zulke belangrijke onderdelen van het Nederlandse rechtssysteem, dat zij van openbare orde worden beschouwd. In dit geval gaat dat om onderdelen waaraan iedere rechter ambtshalve dient te toetsen en waarvan in principe niet kan worden afgeweken;
  4. De rechtbank vindt het voorts van belang dat ook zonder de overgangsregeling geen vacuüm op het gebied van rechtsbescherming ontstaat. Als de bestuursrechter niet bevoegd is, kan een procedure bij de civiele rechter worden gestart. Mede daarom bestaat er geen noodzaak voor een overgangsregeling waardoor de bestuursrechter nog een bepaalde periode bevoegd blijft;
  5. Tot slot waren andere redenen die voor de ABRvS relevant waren om een overgangsregeling op te stellen (betrokkenen moeten zich kunnen instellen op een andere werkwijze, werklast voor de Stichting) niet overtuigend voor de rechtbank.

Dat betekent dat de rechtbank Zeeland-West-Brabant de overgangsregeling van de ABRvS buiten toepassing laat en zich onbevoegd verklaart om te oordelen over het lopende geschil. Partijen zullen verder moeten procederen bij de civiele rechter.

Consequenties

De vraagt rijst hoe moet worden omgegaan met deze uitspraak? Anders dan bij een standaard civiele procedure, gelden voor een bestuursrechtelijke procedure strikte termijnen. Als er bijvoorbeeld niet op tijd bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, kan niet meer over een besluit worden geklaagd. Dat geldt voor een civiele en ook voor een bestuursrechtelijke procedure. Als de lijn van de rechtbank Zeeland-West-Brabant niet gedeeld wordt door de ABRvS of de civiele rechter, maar wel door een partij is gevolgd, kan dus een situatie ontstaan dat tegen een beslissing van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen ten onrechte geen bezwaar is gemaakt. De vraag is wanneer de ABRvS duidelijkheid geeft door zich opnieuw uit te spreken over het door haar geformuleerde overgangsregime. Het is raadzaam om tot die tijd uit te gaan van de geldigheid van het overgangsregime zoals geformuleerd door de ABRvS op 17 december 2014.

Marieke Kaajan


Gerelateerd

Last tot ongedaanmaking kan ook zien op vergunningvrije activiteiten
Beperking belanghebbendheid bij Wnb-ontheffing (soorten)
In de uitspraak van 24 januari 2018 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van…
Schaarse vergunningen; Wat? Wie en Hoe?
Op 25 mei 2016 is de conclusie over schaarse vergunning van staatsraad advocaat-generaal Widdershoven verschenen….
Het pleit beslecht: wel overgangsrecht Stichting WEW
De uitspraak van de ABRvS van 23 maart 2016 maakt een einde aan de discussie:…
Een unicum: ABRvS komt terug op tussenuitspraak
Terugkomen op een tussenuitspraak is een uitzondering. Maar het kan wel! Zie hiervoor de uitspraak…
4 tips om terugbetalen ontvangen subsidie te voorkomen
Subsidie ontvangen is mooi en soms onmisbaar. Maar als je die subsidie aan het einde…
Handhaving tegen permanente bewoning recreatiewoningen
Op deze zonnige zomerdag midden in de vakantieperiode een uitspraak over handhaving gericht tegen het…
Uitbreiden omvang van het geding met nieuwe besluitonderdelen
Zeer interessante uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 juni 2015…
Voorlopig einde van het alcoholslot
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen heeft door de uitspraak van de Raad van State (ABRvS) van…
Watervergunning geweigerd op grond van de onjuiste Keur
Interessante uitspraak van de Afdeling over de bestuursprocesrechtelijke vraag aan welke regels een besluit getoetst…
Naar uniform toezicht en handhaving bij tankstations
Er wordt gewerkt aan een landelijke aanpak bij toezicht en handhaving van tankstations. Naar uniform…
Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen niet langer een bestuursorgaan
De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 17 december 2014 (zaaknr. 201402823) is een breuk…
UberPOP als medepleger aangemerkt door Voorzieningenrechter CBb
Interessante uitspraak, waarbij de problemen over de toelaatbaarheid van andere initiatieven in de deeleconomie en…
Uitspraak grote kamer over kernbegrip “bestuursorgaan”
De grote kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft uitspraak gedaan…