ENVIR ADVOCATEN
Romkeslaan 59
8933 AR Leeuwarden
T +31 20 236 10 24
F +31 20 796 92 22

ENVIR ADVOCATEN
Jan van Goyenkade 10 III
1075 HP Amsterdam
T +31 20 737 20 66
F +31 20 796 92 22


Datum: 04-09-2020

Passende beoordeling voor een bestemmingsplan en toch geen milieueffectrapport?

Als voor een bestemmingsplan, of ander plan of programma, een passende beoordeling moet worden opgesteld, is daarmee automatisch de plicht ontstaan voor dit plan een milieueffectrapport (hierna: (“plan-MER“) op te stellen. De onderzoekslasten voor een bestemmingsplan worden hiermee significant verzwaard, ongeacht of de mogelijke milieueffecten aanleiding geven tot een dergelijk onderzoek. Deze koppeling tussen een passende beoordeling en een plan-MER is temeer problematisch sinds de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak, waarbij het Programma Aanpak Stikstof is komen te vervallen. Sindsdien vormt een kleine hoeveelheid stikstofdepositie op een overbelast Natura 2000-gebied al een risico op een passende beoordeling, en daarmee ook een risico op een plan-MER-plicht. Om meer recht te doen aan de mogelijke omvang van de milieueffecten van een plan, bevat de twintigste tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet een wijziging van het Besluit milieueffectrapportage. Deze wijziging maakt het mogelijk om op basis van een milieueffectbeoordeling van het bestemmingsplan (hierna: “plan-m.e.r.-beoordeling“) te concluderen dat geen plan-MER moet worden opgesteld, ongeacht of er een passende beoordeling van het plan moet worden verricht.

Achtergrond loskoppeling passende beoordeling en plan-MER-plicht

Met de wijziging van het Besluit-m.e.r. worden twee situaties gecreëerd waarin de verplichting tot het verrichten van een passende beoordeling niet automatisch ook een plan-MER vereist. Vanuit de praktijk is namelijk de vraag gekomen naar de mogelijkheid om de plan-MER-plicht weg te nemen, als een plan-mer noch vanuit milieuoverwegingen, noch vanuit verplichtingen uit Europa noodzakelijk is. Een plan-MER is in die situaties immers een overbodige verplichting, maar leidt wel tot kosten en vertraging. Dit is bijvoorbeeld het geval bij kleinere projecten, zoals kleinschalige woningbouw, waar geen relevante milieueffecten optreden. Voor de duidelijkheid: een plan-m.e.r.-beoordeling is niet in alle situaties mogelijk. Als het plan of programma, waarvoor een passende beoordeling moet worden opgesteld, betrekking heeft op een project dat valt onder onderdeel C van het Besluit-m.e.r., dan is het plan of programma altijd plan-MER-plichtig.

Plan-m.e.r.-beoordeling

De koppeling tussen het opstellen van een passende beoordeling en een plan-MER voor een plan of programma is opgenomen in art. 7.2a, lid 1 Wm. Het tweede lid van dit artikel bevatte al de mogelijkheid om op deze koppeling een uitzondering te maken, namelijk voor categorieën van gevallen, waarin sprake is van kleine gebieden en kleine wijzigingen die geen aanzienlijke milieueffecten hebben. Deze uitzondering wordt uitgewerkt in een nieuw artikel 3 van het Besluit milieueffectrapportage (“Besluit-m.e.r.“). Hiermee wordt de mogelijkheid gecreëerd om voor twee specifieke situaties door middel van een m.e.r.-beoordeling te concluderen dat geen plan-MER hoeft te worden opgesteld.

De eerste situatie betreft een plan dat het gebruik bepaalt van een klein gebied. Hiervoor moet dan worden voldaan aan drie eisen, namelijk:

  • een bestuursorgaan van de gemeente moet bevoegd gezag zijn. De plan-m.e.r.-beoordeling is hierdoor uitgesloten voor plannen of programma’s van de provincies of het Rijk;
  • het plan moet zien op een omvang van het grondgebied van de gemeente dat klein is in verhouding tot het totale grondgebied van de gemeente;
  • het bevoegd gezag heeft beoordeeld of het plan geen aanzienlijke milieueffecten heeft.

De tweede situatie betreft kleine wijzigingen van een plan waarvan het bevoegd gezag heeft beoordeeld dat die geen aanzienlijke milieueffecten hebben. Verder betrekt het bevoegd gezag bij deze beoordeling de context van het plan dat wordt gewijzigd en de mate van waarschijnlijkheid dat de wijzigingen aanzienlijke milieueffecten zullen hebben. Weliswaar kan een wijziging klein lijken, maar niettemin kan het grote gevolgen voor het milieu hebben. Overigens is het niet noodzakelijk eerst een m.e.r.-beoordeling te doorlopen: als het op voorhand duidelijk is dat er aanzienlijke milieueffecten optreden, kan gelijk een plan-MER worden opgesteld.

Voor beide situaties moet dus een beoordeling van de milieueffecten worden uitgevoerd. Bij deze beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met de criteria van bijlage II bij de SMB-richtlijn. Deze bijlage bevat een lijst met verschillende kenmerken, zoals de waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van de effecten van het plan, de cumulatieve aard van die effecten en de risico’s voor de menselijke gezondheid of het milieu. Dit zijn andere kenmerken dan genoemd in bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn, waarmee rekening moet worden gehouden bij de m.e.r.-beoordeling van projecten. Aard en inhoud van de m.e.r.-beoordeling voor een plan en voor een project zullen dan ook verschillen. Verder moet voor de plan-m.e.r.-beoordeling advies worden gevraagd van de bestuursorganen en instanties die daartoe zijn aangewezen en van één van de genoemde ministers of een door die minister aangewezen bestuursorgaan. Het is nog niet duidelijk of van deze mogelijkheid een bestuursorgaan aan te wijzen, gebruik wordt gemaakt.

Er komt geen apart besluit over de verrichte m.e.r.-beoordeling voor een plan of programma. Een dergelijk besluit is wel vereist bij een project-m.e.r.-beoordeling, voordat op een aanvraag voor het desbetreffende project kan worden besloten. Voor de plan-m.e.r.-beoordeling is voorgeschreven dat het resultaat hiervan met de bijhorende motivering wordt opgenomen in het plan zelf. Als een partij het niet eens is met deze plan-m.e.r.-beoordeling, en de daarbij horende conclusie of wel of niet een plan-MER moet worden opgesteld, kan dit dus over de boeg van het bijhorende plan ter discussie worden gesteld.

Met de invoering van een plan-m.e.r.-beoordeling in de Nederlandse regelgeving wordt uitvoering gegeven aan art. 3, lid 3 SMB-richtlijn. Hierin is al de mogelijkheid opgenomen om voor plannen en programma’s die zien op kleine gebieden op lokaal niveau en voor kleine wijzigingen van plannen en programma’s te concluderen dat geen plan-MER moet worden opgesteld, omdat zij geen aanzienlijke milieueffecten hebben. Voor de invulling van deze toets kan onder meer worden gekeken naar de ‘Uitvoering van richtlijn 2001/42 betreffende de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s’ van de Europese Commissie. Daarin benadrukt de Commissie onder meer het belang van de vaststelling of een plan of programma aanzienlijke milieueffecten heeft. Daargelaten of sprake is van een klein gebied op lokaal niveau of een kleine wijziging, moet altijd een plan-MER worden verricht als er aanzienlijke milieueffecten optreden.

Vooruitlopen op de Omgevingswet

Met de plan-m.e.r.-beoordeling in het Besluit-m.e.r. wordt vooruitgelopen op de Omgevingswet. De Omgevingswet bevat ook de plan-m.e.r.-beoordeling voor kleine gebieden op lokaal niveau en voor kleine wijzigingen. Maar daarnaast wordt ook een plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd voor plannen en programma’s die een kader vormen voor andere projecten dan in m.e.r.-richtlijn. Dit is een mogelijke uitbreiding van de plan-MER-plicht ten opzichte van het huidige recht en vormt een implementatie van art. 3, lid 4 smb-richtlijn. Als een plan of programma het kader vormt voor verlening van een vergunning voor een project, moet worden bepaald of er aanzienlijke milieueffecten zijn die aanleiding geven tot het opstellen van een plan-MER, ook al is dit project niet genoemd in de m.e.r.-richtlijn.

Afrondend: toepassing plan-m.e.r.-beoordeling afhankelijk van invulling begrippen

In hoeverre de plan-m.e.r.-beoordeling leidt tot een vermindering van het aantal plan-MER’ren, is onder meer afhankelijk van de invulling van de begrippen ‘kleine gebieden op lokaal niveau’ en ‘kleine wijzigingen’. Een plan voor een binnenstedelijke ontwikkeling in stedelijke omgeving zal eerder hieraan voldoen dan een plan voor een uitbreidingslocatie in landelijk gebied ter uitbreiding van een dorp. Stel dat in beide gevallen een passende beoordeling moet worden opgesteld voor een bestemmingsplan om de ontwikkeling mogelijk te maken. Voor de binnenstedelijke situatie kan waarschijnlijk de conclusie worden getrokken dat sprake is van een klein gebied op lokaal niveau. Als dan uit de plan-m.e.r.-beoordeling blijkt dat de ontwikkeling geen aanzienlijke milieueffecten heeft, kan het bestemmingsplan met passende beoordeling en zonder plan-MER worden vastgesteld. In het tweede voorbeeld wordt mogelijk al niet voldaan aan de eis van een klein gebied op lokaal niveau, zodat daarom geen m.e.r.-beoordeling mogelijk is. En mocht wel aan die eis worden voldaan, dan moet ook in dit voorbeeld uit de plan-m.e.r.-beoordeling blijken dat geen aanzienlijke milieueffecten optreden.

De inwerkingtreding van de nieuwe regels voor een plan-m.e.r.-beoordeling in het Besluit-m.e.r. is onbekend. Hopelijk gebeurt dit nog op korte termijn, zodat hiervan zoveel mogelijk gebruik kan worden gemaakt voordat de Omgevingswet inwerking treedt. De lessen die we hieruit kunnen trekken, zullen helpen bij het werken onder de Omgevingswet.

 

Volg ENVIR Advocaten op Twitter via @enviradvocaten.


Gerelateerd

Een plan-MER-plicht voor het Activiteitenbesluit en de -regeling hoeft geen probleem te zijn
Er blijft veel (media-)aandacht voor tegenstanders van windparken die met nieuwe rechtspraak van het Europese…
Investeren uit de stikstofcrisis, en snel een beetje!
Meer dan een jaar geleden sneuvelde het Programma Aanpak Stikstof bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Dit…
Nationale Omgevingsvisie naar de Kamer: niet alles kan en zeker niet overal
De definitieve Nationale Omgevingsvisie, de NOVI, is op 11 september 2020 aan de Kamer aangeboden….
Activiteitenbesluit en -regeling (toch) plan-MER-plichtig?
Moeten het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer onderworpen worden aan een strategische milieueffectbeoordeling (hierna…
Leges bij een bouwplan, hoe zit het ook alweer?
Hoe zit het ook alweer met het betalen van leges bij een aanvraag voor een…
Toetsing van geluidsnormen voor windturbines aan het voorzorgsbeginsel
Helaas is het Nederland niet gelukt de Europese doelstelling voor duurzaam opgewekte energie te halen….
Regeling voor de gebruiksvergoeding bij het opleggen van gedoogplichten vanaf nu open voor consultatie
Inleiding Tot en met 24 juni a.s. kan gereageerd worden op de consultatieversie van de…
Curator pas op: bestuurs- en omgevingsrecht!
Ondanks alle getroffen steunmaatregelen, waaronder de NOW subsidie lijkt het onvermijdelijk dat straks meer faillissementen…
Normaal maatschappelijk risico: nu nog voer voor debat en onzekerheid
Normaal maatschappelijk risico, hoe zat het ook alweer? Op basis van de huidige Wet ruimtelijke…
De Omgevingswet komt, maar is er niet op 1 januari 2021
Uitstel maar geen afstel Uitstel, maar geen afstel. Op 1 april 2020 bracht de minister…
Gasloos bouwen: toereikende planregel kan plan-mer stikstof voorkomen
Na de stikstofuitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van mei 2019 is het zoeken naar mogelijkheden…
Windpark Greenport Venlo kan doorgaan!
Windpark Greenport Venlo kan doorgaan! De beroepen tegen het provinciale inpassingsplan en de omgevingsvergunning van…
De ruimtelijke aanvaardbaarheid van geluidsbelasting bij windturbines
Voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting van windturbines bij woningen en andere gevoelige gebouwen…
Hobbels bij het legaliseren van bestaand windpark: voorschriften op grond van m.e.r.-beoordeling
De vergunningverlening voor Windpark Hartelburg II begint zich te ontwikkelen tot een interessante soap. Het…
Tijdelijk zonnepark van 4,3 hectare is niet m.e.r.-beoordelingsplichtig
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft bij uitspraak van 14 augustus jl. (ECLI:NL:RVS:2019:2770) geoordeeld over een mogelijke…
ENVIR in het nieuws over stikstof
In de media zijn de afgelopen tijd meerdere berichten en items verschenen over de gevolgen…
Stikstof en woningbouw: business meeting met oplossingen
Honderden bouwprojecten komen op losse schroeven te staan door de recente stikstofuitspraak van de Raad…
Verbod asbestdaken per 2024/2025 gaat niet door
De Eerste Kamer heeft op 4 juni 2019 het wetsvoorstel dat een verbod per eind…
Emissiehandel: de impact van de Brexit
Het Verenigd Koninkrijk is een van de grootste uitstoters van broeikasgassen in Europa en de…
Emissiehandel: start op tijd met de voorbereiding van de vierde handelsperiode
De nieuwe handelsperiode voor het emissiehandelsysteem van de EU (EU ETS) staat voor de deur:…
Last tot ongedaanmaking kan ook zien op vergunningvrije activiteiten
Op 7 november 2018 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) uitspraak…
Klimaat & zon: burgerparticipatie hoe gaat dat nu?
Dat burgerparticipatie (ook nu al) een rol speelt in bestuursrechtelijke procedures volgt uit de uitspraak…
Klimaat & burgerparticipatie; hoe vorm te geven?
Windenergie en zonne-energie leveren een belangrijke bijdrage aan het behalen van de klimaatdoelstellingen, maar niet…
Strijd met de Dienstenrichtlijn: brancheringsregeling Appingedam niet evenredig
De raad van de gemeente Appingedam moet aan de bak. Dit volgt uit een tussenuitspraak…
Bestemmingsplanprocedure: bedrijf wegbestemd of niet?
Vaak krijg ik de vraag van bedrijven wat de gemeente nu wel of niet mag…
Het festivalseizoen is geopend; Tips om te zorgen dat de evenementenvergunningen en bestemmingsplannen er ook klaar voor zijn
Het is weer voorjaar, de eerste festivals en buitevenementen zijn al weer achter de rug,…
Prejudiciële vragen of buiten werkingstelling van het PAS; en dan?
Tijdens de meerdaagse zitting op 30 november en 1 december 2016 bij de Afdeling bestuursrechtspraak…
Mooie deal: Van der Lee Transport verkocht aan het Belgische Vervaeke
Trots dat ons kantoor op het gebied van milieurecht verkoper heeft kunnen bijstaan in de…
Geen uitzondering op de beginselplicht tot handhaving
De uitspraak laat zien hoe belangrijk het is voor bedrijven om altijd te controleren of…
Burgemeester en openbare orde: vuurwerk en vlooienmarkt
De Afdeling heeft in de afgelopen twee weken een tweetal uitspraken gedaan over de bevoegdheid...
Aanvullingswet Natuur in de Omgevingswet
Tot 21 januari a.s. kan gereageerd worden op de Aanvullingswet Natuur in de Omgevingswet. In…
Digitale vs analoge verbeelding en achtererfgebied
De ABRvS heeft op 13 juli 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1918) nogmaals bevestigd dat de digitale verbeelding (plankaart)…
Wind op zee en land: wat staat er op korte termijn op de agenda?
Het realiseren van wind op land en op zee leidt van oudsher al tot een…
Geen aanhaakverplichting bij Wet natuurbescherming
Goed nieuws: in afwijking van de Wet natuurbescherming wordt nu voorgesteld om de aanhaakverplichting niet…
Kunnen bestemmingsplannen profiteren van de PAS?
10 maart jl. sprak Marieke Kaajan op het eerste VBR-seminar over de rol van de…
Meer duidelijkheid over implementatie PGS 29
Op 15 februari heeft de minister van I&M in een brief meer duidelijkheid gegeven over…
Een unicum: ABRvS komt terug op tussenuitspraak
Terugkomen op een tussenuitspraak is een uitzondering. Maar het kan wel! Zie hiervoor de uitspraak…
Alles weten over de PAS?
Lees dan hier het digitaal magazine, met een bijdrage van Marieke Kaajan.
De NeR gaat per 1 januari 2016 op in het Activiteitenbesluit
Per 1 januari 2016 treedt de zogenaamde 4e tranche Activiteitenbesluit in werking. In dit bericht…
Stikstof en bestemmingsplannen; one down more to come?!
In de uitspraak van 19 augustus 2015 vernietigt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van…
Recente ontwikkelingen Natuurbeschermingswet
Er zijn veel ontwikkelingen gaande op het gebied van de Nbw. Kijk hier voor een…
Terechte weigering handhavend optreden
Voor het corrigeren van de gemeten emissiewaarden vanwege meetonzekerheden overeenkomstig de voorschriften 2.6 en 2.9…
Uitbreiden omvang van het geding met nieuwe besluitonderdelen
Zeer interessante uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 juni 2015…
Veranderingsvergunning voor een inrichting
Wanneer kan er een veranderingsvergunning voor een inrichting verleend worden? Een veranderingsvergunning kan slechts worden verleend…
Bestuursdwang vanwege verontreiniging op campingterrein
Lessen uit de Afdelingsuitspraak van 8 april 2015 over de toepassing van bestuursdwang bij bodemverontreiniging…
Planschade en de uitleg van “met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid”
De Afdeling (ABRvS) heeft op 18 maart 2015 een tweetal planschade uitspraken gedaan waarin uitleg…
Artikel Volkskrant over procedure bij de Raad van State
Marieke Kaajan wordt als natuurbeschermingswet deskundige geciteerd in de Volkskrant. Uit de Volkskrant 24 februari…
Programma Aanpak Stikstof is rem op de economische ontwikkeling
Uiterlijk 20 februari kan iedereen een zienswijze indienen tegen het PAS. Er is alle reden…
Bestemmingsplan, EHS en Flora en faunawet
Zorg dat de aanwijzingen uit een onderzoeksrapport (Ffw) dat aan een bestemmingsplan ten grondslag wordt…
Bestemmingsplan en maximale lichtercapaciteit
In de uitspraak van de Afdeling (ABRvS) van 17 december 2014 komen de volgende onderwerpen…
Stil gebied geen noodzaak voor maatwerkvoorschrift windturbinegeluid
Met de uitspraak van 10 december 2014 (zaaknr. 201403936) maakt de Afdeling bestuursrechtspraak duidelijk dat,…
Bestemmingsplan en stikstof; gaat het ooit nog goed?
Bestemmingsplannen met activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken leveren de praktijk veel hoofdbrekens op. In de uitspraak…
Grenswaarden met de PAS: oplossing of nieuwe problemen?
Op 7 oktober jl. heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel PAS tot wijziging…