ENVIR ADVOCATEN
Keizersgracht 451-1V
1017 DK Amsterdam
T +31 20 737 20 66
F +31 20 796 92 22


Datum: 03-12-2015

De NeR gaat per 1 januari 2016 op in het Activiteitenbesluit

Per 1 januari 2016 treedt de zogenaamde 4e tranche Activiteitenbesluit in werking. In dit bericht sta ik stil bij één van de wijzigingen die met de 4e tranche wort ingevoerd namelijk het opgaan van de NeR in het Activiteitenbesluit.

Met de tweede fase, vierde tranche Activiteitenbesluit worden verschillende veranderingen doorgevoerd. De staatsbladpublicatie van de wijziging met toelichting beslaat 234 pagina’s. Een omvangrijk document waarbij meerdere wijzigingen worden doorgevoerd. Zo wordt onder meer een groot aantal activiteiten die nu nog als type C inrichting aangemerkt wordt, straks als type B inrichting aangemerkt, waardoor de vergunningplicht niet langer geldt voor die inrichtingen. In het hiernavolgende ga ik in op een andere wijziging, namelijk het feit dat de Nederlandse emissie Richtlijn (NeR) per 1 januari 2016 komt te vervallen. De inhoudelijke regels van de NeR worden per gelijke datum opgenomen in het Activiteitenbesluit.

Wat verandert er nu precies?

De NeR vervalt. Maar de normen uit de NeR komen vrijwel allemaal ongewijzigd in het Activiteitenbesluit te staan, onder andere in afdeling 2.3 (lucht en geur) en 5.1 (industriële emissies). De zogenaamde “informatieve” onderdelen van de NeR komen in het nieuwe Informatiedocument Industriële Emissies (IdIE), te staan. Dit Informatiedocument Industriële Emissies heeft geen wettelijke status en is beschikbaar op www.infomil.nl 

De huidige NeR is aangewezen als BBT-document, die status zullen de regels als ze eenmaal zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit niet meer hebben. De regels in het Activiteitenbesluit gelden direct, dat wil zeggen dat er geen voorschriften meer over emissie-eisen opgenomen hoeven te worden in Wabo-vergunningen voor milieu. Voor IPPC-installaties geldt wel dat BBT-conclusies voorgaan als de inhoud van het Activiteitenbesluit verschilt van de inhoud van de BBT-conclusies.

Afdeling 2.3 Lucht van het Activiteitenbesluit werkt straks als een vangnetregeling. De activiteiten zoals neergelegd in hoofdstuk 3 en 4 kunnen alleen worden uitgevoerd voor zover hoofdstuk 3 en 4 hiervoor ruimte geven. Voor zogenaamde zeer zorgwekkende stoffen geldt een afwijkende regeling (art 2.3 b Activiteitenbesluit).

Emissiegrenswaarden, wat verandert er?

De emissiegrenswaarden zijn neergelegd in artikel 2.5 Activiteitenbesluit. De normen gelden per stofklasse. In de Activiteitenregeling is in Bijlage 12 een lijst opgenomen met stoffen en vervolgens is een onderverdeling van de stoffen in stofklassen gemaakt. Voor zogenaamde difffuse stofemissies is in bijlage 3 Activiteitenbesluit een indeling gemaakt in zogenaamde stuifklassen. In artikel 2.6 Activiteitenbesluit is een vrijstellingsbepaling opgenomen.

De emissiegrenswaarden zoals neergelegd in afdeling 2.3 Activiteitenbesluit zijn direct werkend. Dat betekent dat er in de vergunning geen voorschriften over emissie/ lucht opgenomen hoeven te worden. De stof emissie-eis zoals deze nu in de NeR is opgenomen zal in artikel 2.5 Activiteitenbesluit worden neergelegd. Let op, die norm verschilt van de huidige stof-emissie norm uit het Activiteitenbesluit.

In de inrichting dienen ten minste de beste beschikbare technieken te worden toegepast (2.14, eerste lid, onderdeel c, onder 1, van de Wabo). De emissiegrenswaarden zoals genoemd in de artikelen 2.5 en 2.6 zijn de met de beste beschikbare technieken geassocieerde emissie niveau’s. Het bevoegd gezag kan afwijken van de emissiegrenswaarden zoals genoemd in de artikelen 2.5 en 2.6. Afwijken kan door andere emissiegrenswaarden vast te stellen of door de emissiegrenswaarden aan te vullen of te vervangen door gelijkwaardige parameters of gelijkwaardige technische maatregelen. Die gelijkwaardige technische maatregelendie moeten dan wel een gelijkwaardig niveau van milieubescherming garanderen. Afwijken is mogelijk met een maatwerkvoorschrift, maar een goede motivering is dan wel een vereiste. Daarbij is informatie afkomstig van de inrichting altijd noodzakelijk en de inrichting is dan ook verplicht deze informatie te leveren op grond van art. 1.15 Activiteitenebsluit. Ook buiten de periode zoals bedoeld in artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit kan het bevoegd gezag informatie opvragen over de emissies van de inrichting.

Afwijken met een maatwerkvoorschrift kan leiden tot strengere emissiegrenswaarden, maar ook tot minder strenge grenswaarden. Artikel 2.7 geeft de afwijkingsgronden. De afwijkingsmogelijkheid in het Activiteitenbesluit is beperkt tot de gronden die ook worden genoemd in de EU-richtlijn industriële emissies (Rie) (en artikel 5.5, zevende lid, van het Bor). De afwijkingsgronden zijn (1) de geografische ligging; (2) lokale milieuomstandigheden; en (3) kosteneffectiviteit. Kosteneffectiviteit wordt in het nieuwe systeem gebaseerd op het systeem uit de NeR. Als de afweging van de kosten van de maatregel en de baten van de maatregel in beginsel vallen binnen de range is sprake van kosteneffectiviteit. Anders dan thans het geval kan dan – in beginsel – geen afweging meer gemaakt worden door het bevoegd gezag of de maatregel als kosteneffectief wordt beschouwd.

De in de huidige vergunning opgenomen voorschriften voor emissies / lucht blijven nog 3 jaar geldig.

Status

Het wijzigingsbesluit van het Activiteitenbesluit is 1 oktober 2015 gepubliceerd in Staatsblad nummer 327. De streefdatum voor inwerkingtreding van de vierde tranche is 1 januari 2016. In de staatsbladpublicatie is tevens een handige transponeringstabel afgedrukt voor de omzetting van de oude NeR bepalingen naar de nieuwe Activiteitenbesluit bepalingen over emissies.

Fleur Onrust (ENVIR Advocaten)