ENVIR ADVOCATEN
Keizersgracht 451-1V
1017 DK Amsterdam
T +31 20 737 20 66
F +31 20 796 92 22


Datum: 15-12-2016

Burgemeester en openbare orde: vuurwerk en vlooienmarkt

De Afdeling heeft in de afgelopen twee weken een tweetal uitspraken gedaan over de bevoegdheid van de burgemeester in het kader van de handhaving van de openbare orde.

Vlooienmarkt

Wat was er in de uitspraak over de vlooienmarkt aan de hand? In de uitspraak van de Afdeling van 7 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3253) had de burgemeester aan een evenementenvergunning op grond van de APV het voorschrift verbonden dat de vergunninghouder (IJ-hallen) met het GVB pontverkeer een afspraak diende te maken over de inzet van een extra pont op de dagen van de vlooienmarkten. De burgemeester meende dat de openbare orde en veiligheid in gevaar kwam, zonder de inzet van extra pontverkeer. Bij het verlenen van de evenementenvergunning op grond van de APV is de burgemeester echter gebonden aan het toetsingskader van de APV voor evenementenvergunningen.

APV

Op grond van de APV is de burgemeester alleen bevoegd voorschriften op te nemen die strekken ter bescherming van de belangen die in het geding komen als gevolg van het evenement. Omdat het gevaar voor de openbare orde en veiligheid in dit geval niet wordt veroorzaakt door de vlooienmarkten op zichzelf bezien, was de burgemeester niet bevoegd het voorschrift aan de vergunningen te verbinden.

Bevoegdheid van de burgemeester

Op 14 december 2016 heeft de Afdeling eveneens een uitspraak gedaan over de bevoegdheid van de burgemeester op grond van de APV. Of eigenlijk over de vraag of in plaats van het college van burgemeester en wethouders in dit geval niet de burgemeester bevoegd was. Wat was er aan de orde. Het college van burgemeester en wethouders van Hilversum hadden een aanwijzingsbesluit genomen waarin een gebied was aangewezen waar rond de jaarwisseling geen consumentenvuurwerk mag worden afgestoken. De vuurwerkhandelaren die tegen het besluit in beroep waren gekomen, hadden aangevoerd dat het college dit besluit niet had mogen nemen omdat de openbare orde en veiligheid aan de orde was en daarmee de burgermeester exclusief bevoegd was om dit besluit te nemen.

Afdeling bestuursrechtspraak

Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak is het college van burgemeester en wethouders wel bevoegd het vuurwerkverbod in te stellen. Met de aanwijzing van het gebied wordt geen invulling gegeven aan het begrip ‘handhaving van de openbare orde’ ten aanzien waarvan de burgemeester exclusief bevoegd is. Het gaat hier niet om een situatie van ‘feitelijk herstellen en bewaren’ van de openbare orde. Het gaat, aldus de Afdeling, in dit geval om het stellen van nadere regels op het terrein van de openbare orde en die bevoegdheid heeft het college van burgemeester en wethouders ook.

Vuurwerkbesluit

Een andere interessante vraag die in deze procedure aan de orde is, is of het besluit niet in strijd is met het landelijke Vuurwerkbesluit. De Afdeling overweegt dat in het Vuurwerkbesluit algemene regels zijn gegeven voor de verkoop en het afsteken van vuurwerk. Regels over het aanwijzen van plaatsen waar vuurwerk mag worden afgestoken, kent het Vuurwerkbesluit niet. Het Vuurwerkbesluit beoogt dus niet uniform en uitputtend het afsteken van vuurwerk te regelen, aldus de Afdeling.

Lessen uit deze uitspraken:

De handhaving van de openbare orde door de burgemeester mag niet zo maar worden gebruikt en is voor het feitelijk herstellen van de openbare orde niet een exclusieve bevoegdheid van de burgemeester. Handhaving van de openbare orde is exclusief de bevoegdheid van de burgemeester, als het gaat om het ‘feitelijk herstellen en bewaren’ van de openbare orde is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om hierover te besluiten.

Handhaving

Een voorschrift dat ziet op de handhaving van de openbare orde kan niet door de burgemeester aan een (APV) vergunning worden verbonden als de activiteit waarop de vergunning ziet op zichzelf geen gevaar voor de openbare orde met zich mee brengt.

Links