ENVIR ADVOCATEN
Keizersgracht 451-1V
1017 DK Amsterdam
T +31 20 737 20 66
F +31 20 796 92 22


Datum: 29-12-2014

Bestemmingsplan en maximale lichtercapaciteit

In de uitspraak van de Afdeling (ABRvS) van 17 december 2014 komen de volgende onderwerpen aan de orde: (1) het belanghebbende-begrip, (2) maximering lichtercapaciteit in planregels van het bestemmingsplan? (3) Primaire waterkering.

Deze uitspraak van de ABRvS van 17 december 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:4543) gaat over het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan “Zeezicht” van de gemeente Velsen.

Conclusies uit de uitspraak

  1. De belanghebbendheid van een deel van de partijen is in dit geval gelegen in een rechtstreeks belang dat is gelegen in (kort gezegd) een verminderde overslagcapaciteit in Velsen die uiteindelijk tot gevolg kan hebben dat er minder schepen in de haven van Amsterdam aan kunnen komen met alle economische, financiële en ruimtelijke gevolgen van dien.
  2. De maximering van de overslagcapaciteit in de planregels is (1) geen milieukwaliteitseis, (2) de maximering is ruimtelijk relevant, maar (3) deze maximering is wel een beperking ten opzichte van hetgeen is vergund in de verleende milieuvergunning, daar heeft de raad bij vaststelling van het plan geen rekenschap van gegeven. Deze planregels zijn daarom in strijd met art. 3:2 Awb (onzorgvuldige voorbereiding) en 3:46 Awb (motiveringsplicht).
  3. In de legger is bindend vastgelegd waar een primaire waterkering precies ligt (of moet komen te liggen). In het bestemmingsplan moet aan gronden waarop de primaire waterkering ligt de (dubbel)bestemming “waterkering” worden toegekend.

Belanghebbende

Onder meer de gemeente Amsterdam is opgekomen tegen het bestemmingsplan “Zeezicht” van de gemeente Velsen. De Afdeling gaat allereerst in op de vraag of de gemeente wel als belanghebbende (ingevolge art. 1:2, eerste lid Awb) bij dit besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan kan worden aangemerkt.

De gemeente Amsterdam geeft in deze procedure aan dat zij als belanghebbende moet worden aangemerkt omdat haar belangen rechtstreeks bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan zijn betrokken. De gemeente Amsterdam is namelijk enig aandeelhouder van het Havenbedrijf Amsterdam en aan het Havenbedrijf is een milieuvergunning verleend voor de overslaglocatie / lichterlocatie IJ-palen. Deze overslaginrichting is gelegen in het Noorderbuitenkanaal in de gemeente Velsen. Bij deze overslaglocatie kunnen bulkcarriers afmeren waar een deel van de lading door middel van lichteren wordt overgeslagen naar kleinere schepen en duwbakken. Daardoor vermindert de diepgang van de zeeschepen zodanig dat het Noordzeekanaal kan worden bevaren en de haven van Amsterdam kan worden bereikt. De gemeente Amsterdam stelt dat zij in haar vermogenrechtelijke belangen wordt geraakt door de in het bestemmingsplan voorziene maximering van de lichtercapaciteit. Schepen zullen naar mening van de gemeente naar andere havens gaan als de maximale capaciteit is bereikt hierdoor loopt de gemeente (1) havengelden mis en (2) verslechtert de concurrentiepositie van de Amsterdamse haven, dat kan vervolgens leiden tot (a) nadelige economische en financiële gevolgen en (b) ten kosten gaan van de werkgelegenheid in Amsterdam en (c) leiden tot leegstand in het havengebied en (d) lagere grondprijzen in het havengebied. De Afdeling acht deze gevolgen niet uitgesloten en merkt de gemeente daarom als belanghebbende bij het besluit aan. Deze conclusie van de Afdeling lijkt mij overigens niet heel evident. Een andere uitkomst had mij in ieder geval niet bevreemd.

Ook de beide ondernemingen die de drijvende kranen en de lichterschepen exploiteren worden gelet op de beperking in hun bedrijfsvoering als gevolg van het maximeren van de lichtercapaciteit in het plan eveneens als belanghebbenden aangemerkt.

Maximering lichtercapaciteit als milieukwaliteitseis?

Amsterdam, het Havenbedrijf en de beide ondernemingen die de kranen en lichterschepen exploiteren kunnen zich niet verenigen met de planregels waarin de lichtercapaciteit wordt gemaximeerd. Partijen voeren daartoe aan dat de planregels waarin de maximering is opgenomen, milieukwaliteitseisen bevat waarvoor de milieuwet- en regelgeving het exclusieve kader vormt en dat hierom deze maximering niet in het bestemmingsplan mag worden geregeld. De Afdeling overweegt echter dat dit geen milieukwaliteitseisen zijn. Omdat een milieukwaliteitseisen “wettelijk eisen (zijn) die zich primair richten tot de overheid en waarin met behulp van een kwaliteitswaarde wordt voorgeschreven aan welke kwaliteit een onderdeel van de omgeving op een bepaald moment moet voldoen”. De maximering van de lichtercapaciteit gaat naar mening van de Afdeling niet over een eis inzake de kwaliteit van de omgeving. Deze conclsuie lijkt mij voor de hand liggend. Uiteindelijk heeft de maximering misschien wel effecten op de milieukwaliteit maar het is niet een directe eis die hier op betrekking heeft. Als de Afdeling dit wel had aangenomen, zouden vele regels onder deze noemer moeten worden gebracht.

Maximering capaciteit als ruimtelijke relevant aan te merken?

De planregel inzake de maximering van de lichtercapaciteit moet echter wel zijn vastgelegd met het oog op een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling overweegt vervolgens dat hieraan wordt voldaan. De maximering is ruimtelijk relevant, zo stelt de Afdeling. De Afeling neemt daarbij in oveweging dat de raad heeft aangegeven dat de maximering van de lichtercapaciteit is ingegeven om nautische onveiligheid in de omgeving van de lichterlocatie te voorkomen. De ligging in de vaargeul en het mogelijke gevaar dat het lichteren oplevert voor de overige scheepvaart maakt dat het vanuit planologisch oogpunt ongewenst is dat de lichteractivteiten ter plaatse worden uitgebreid.

Maximering capaciteit in bestemmingsplan en milieuvergunning

De Afdeling kijkt vervolgens naar de maximering van de lichtercapaciteit in de planregels in relatie tot de verleende milieuvergunning. De Afdeling overweegt dat in de milieuvergunning uit 1998 geen maximale lichtercapaciteit is bepaald. De milieuvergunning moet naar het oordeel van de Afdeling zo worden uitgelegd dat een vastgelegde te lichteren hoeveelheid per jaar is vergund, maar dat geen maximum van de verschillende bulkgoederen die worden overgeslagen per soort zijn vastgelegd. De bulkgoederen zijn dus onderling inwisselbaar. De planregels leggen echter wel een bindende maximale hoeveelheid per soort bulkgoederen vast. Dit ziet de Afdeling als een beperking van de planregels ten opzichte van de milieuvergunning. De planregels berusten niet op een deugdelijke motivering en zijn onvoldoende zorgvuldig voorbereid nu niet blijkt dat de raad bij vaststelling van de planregels hiermee rekening heeft gehouden.

Primaire waterkering

Het hoogheemraadschap is eveneens opgekomen tegen dit plan. Kort gezegd omdat aan een bepaalde duinenrij niet de dubbelbestemming “Waterstaat- Waterstaatkundige functie” is toegekend.  Het Hoogheemraadschap stelt dat dat wel had gemoeten omdat ook deze duinenrij op de legger van het Hoogheemraadschap als onderdeel van de “primaire waterkering” is aangemerkt. De raad acht de legger echter niet bepalend voor de ligging van de primaire waterkering en baseert zich op kaarten bij de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk en de kaarten bij de Provinciale Ruimtelijke Verordening van de provincie Noord-Holland. De Afdeling overweegt dat deze duinenrij als (onderdeel van de) primaire waterkering als bedoeld in art. 1.1 Waterwet moet worden aangemerkt omdat deze in de legger als primaire waterkering is opgenomen. De legger is (mede) bedoeld om “op gedetailleerd schaalniveau” aan te duiden waar een primaire waterkering precies ligt of moet komen te liggen. Ingevolge artikel 2.3.3 Barro moet een bestemmingsplan de bestemming “waterkering” toekennen aan gronden waarop een primaire waterkering ligt of die de functie van primaire waterkering hebben. (Een dubbelbestemming is overigens ook toegestaan). Dat is hier ten onrechte niet gebeurd. De Afdeling concludeert daarom dat het plan in zoverre in strijd is met art. 2.3.3. eerste lid van het Barro.

Fleur Onrust


Gerelateerd

Last tot ongedaanmaking kan ook zien op vergunningvrije activiteiten
Klimaat & zon: burgerparticipatie hoe gaat dat nu?
Dat burgerparticipatie (ook nu al) een rol speelt in bestuursrechtelijke procedures volgt uit de uitspraak…
Strijd met de Dienstenrichtlijn: brancheringsregeling Appingedam niet evenredig
De raad van de gemeente Appingedam moet aan de bak. Dit volgt uit een tussenuitspraak…
Bestemmingsplanprocedure: bedrijf wegbestemd of niet?
Vaak krijg ik de vraag van bedrijven wat de gemeente nu wel of niet mag…
Het festivalseizoen is geopend; Tips om te zorgen dat de evenementenvergunningen en bestemmingsplannen er ook klaar voor zijn
Het is weer voorjaar, de eerste festivals en buitevenementen zijn al weer achter de rug,…
Prejudiciële vragen of buiten werkingstelling van het PAS; en dan?
Tijdens de meerdaagse zitting op 30 november en 1 december 2016 bij de Afdeling bestuursrechtspraak…
Mooie deal: Van der Lee Transport verkocht aan het Belgische Vervaeke
Trots dat ons kantoor op het gebied van milieurecht verkoper heeft kunnen bijstaan in de…
Geen uitzondering op de beginselplicht tot handhaving
De uitspraak laat zien hoe belangrijk het is voor bedrijven om altijd te controleren of…
Digitale vs analoge verbeelding en achtererfgebied
De ABRvS heeft op 13 juli 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1918) nogmaals bevestigd dat de digitale verbeelding (plankaart)…
Kunnen bestemmingsplannen profiteren van de PAS?
10 maart jl. sprak Marieke Kaajan op het eerste VBR-seminar over de rol van de…
Meer duidelijkheid over implementatie PGS 29
Op 15 februari heeft de minister van I&M in een brief meer duidelijkheid gegeven over…
Een unicum: ABRvS komt terug op tussenuitspraak
Terugkomen op een tussenuitspraak is een uitzondering. Maar het kan wel! Zie hiervoor de uitspraak…
Alles weten over de PAS?
Lees dan hier het digitaal magazine, met een bijdrage van Marieke Kaajan.
De NeR gaat per 1 januari 2016 op in het Activiteitenbesluit
Per 1 januari 2016 treedt de zogenaamde 4e tranche Activiteitenbesluit in werking. In dit bericht…
Stikstof en bestemmingsplannen; one down more to come?!
In de uitspraak van 19 augustus 2015 vernietigt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van…
Recente ontwikkelingen Natuurbeschermingswet
Er zijn veel ontwikkelingen gaande op het gebied van de Nbw. Kijk hier voor een…
Terechte weigering handhavend optreden
Voor het corrigeren van de gemeten emissiewaarden vanwege meetonzekerheden overeenkomstig de voorschriften 2.6 en 2.9…
Uitbreiden omvang van het geding met nieuwe besluitonderdelen
Zeer interessante uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 juni 2015…
Veranderingsvergunning voor een inrichting
Wanneer kan er een veranderingsvergunning voor een inrichting verleend worden? Een veranderingsvergunning kan slechts worden verleend…
Bestuursdwang vanwege verontreiniging op campingterrein
Lessen uit de Afdelingsuitspraak van 8 april 2015 over de toepassing van bestuursdwang bij bodemverontreiniging…
Planschade en de uitleg van “met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid”
De Afdeling (ABRvS) heeft op 18 maart 2015 een tweetal planschade uitspraken gedaan waarin uitleg…
Artikel Volkskrant over procedure bij de Raad van State
Marieke Kaajan wordt als natuurbeschermingswet deskundige geciteerd in de Volkskrant. Uit de Volkskrant 24 februari…
Bestemmingsplan, EHS en Flora en faunawet
Zorg dat de aanwijzingen uit een onderzoeksrapport (Ffw) dat aan een bestemmingsplan ten grondslag wordt…
Stil gebied geen noodzaak voor maatwerkvoorschrift windturbinegeluid
Met de uitspraak van 10 december 2014 (zaaknr. 201403936) maakt de Afdeling bestuursrechtspraak duidelijk dat,…
Bestemmingsplan en stikstof; gaat het ooit nog goed?
Bestemmingsplannen met activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken leveren de praktijk veel hoofdbrekens op. In de uitspraak…
Grenswaarden met de PAS: oplossing of nieuwe problemen?
Op 7 oktober jl. heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel PAS tot wijziging…