ENVIR ADVOCATEN
Romkeslaan 59
8933 AR Leeuwarden
T +31 20 236 10 24
F +31 20 796 92 22

ENVIR ADVOCATEN
Jan van Goyenkade 10 III
1075 HP Amsterdam
T +31 20 737 20 66
F +31 20 796 92 22


Datum: 08-07-2020

Activiteitenbesluit en -regeling (toch) plan-MER-plichtig?

Moeten het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer onderworpen worden aan een strategische milieueffectbeoordeling (hierna plan-MER)? Deze vraag is weer opgekomen na een nieuwe uitspraak van het Hof van Justitie (“HvJ”) op prejudiciële vragen vanuit België over de noodzaak om milieunormen voor windturbines aan een plan-MER te onderwerpen. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft eenzelfde vraag eerder ontkennend beantwoord naar aanleiding van de D’Oultremont-uitspraak van het HvJ. Moet de Afdeling bestuursrechtspraak nu tot een ander oordeel komen op basis van de nieuwe uitspraak?

Belgische milieunormen zijn plan-MER-plichtig

De uitspraak van het HvJ d.d. 25 juni 2020 betrof vragen van de Belgische rechter over een mogelijke plan-MER-plicht bij milieuregels voor windturbines. Deze regels waren opgenomen in een besluit en een omzendbrief van de Vlaamse regering. De regels betroffen onder meer slagschaduw, veiligheid en geluid. Deze prejudiciële vragen werden gesteld in een procedure tegen een vergunning voor de bouw en exploitatie van vijf windturbines in België.

Een plan-MER is enkel voorgeschreven voor plannen en programma’s, zodat het HvJ eerst moet vaststellen of het Vlaamse besluit en de omzendbrief als zodanig zijn aan te merken. Zij concludeert dat hiervan sprake is. Daarbij betrekt het HvJ onder meer dat de omzendbrief de mogelijkheid biedt om gebieden te gebruiken voor de realisatie van windturbines die voorheen niet in aanmerking kwamen. Ook vormt het nastreven van het doel van transformatie naar een geografische zone een illustratie dat sprake is van een programmatische of planmatige aard van de besluitvorming.

Het HvJ komt vervolgens tot de conclusie dat de Belgische regels plan-MER-plichtig zijn. Plannen en programma’s die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben en kaderstellend zijn voor toekomstige vergunningen zijn op grond van de SMB-richtlijn plan-MER-plichtig. Het staat vast dat de regels voor windturbines in ieder geval aanzienlijke milieueffecten hebben. Verder overweegt het HvJ dat de regels in het besluit en de omzendbrief weliswaar geen volledig uitputtend kader voor de vergunningverlening bevatten, maar wel voldoende belangrijk zijn voor de voorwaarden waaronder een vergunning kan worden verleend in het betrokken geografische gebied.

Activiteitenbesluit en -regeling niet plan-MER-plichtig bij D’Oultremont-uitspraak

Als het voorgaande bij u een gevoel van déjà vu oproept, dan bent u vast bekend met de al oudere D’Oultremont-uitspraak van het HvJ. Deze uitspraak was ook gedaan naar aanleiding van Belgische prejudiciële vragen over een mogelijke plan-MER-plicht voor Belgische milieuregels voor windturbines. Ook in deze uitspraak kwam het HvJ tot de conclusie dat er een plan-MER-plicht bestond.

Naar aanleiding van de D’Outlremont-uitspraak moest de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich uitlaten over de vraag of ook de regels voor windturbines in het Activiteitenbesluit en de -regeling plan-MER-plichtig zijn. Bij uitspraak van 3 april 2019 oordeelde de Afdeling dat een dergelijke plicht niet bestond. Daarvoor leidt de Afdeling uit de D’Oultremont-uitspraak af dat er sprake is van een plan of programma als er een relatie is met concrete projecten. Ook uit de totstandkomingsgeschiedenis van de SMB-richtlijn volgt volgens de Afdeling dat voor het begrip plannen of programma enige concretisering van belang wordt geacht. Verder wijst de Afdeling op het guidance document “Uitvoering van richtlijn 2001/42 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s“, waarin als voorbeelden worden genoemd plannen waarin uiteen wordt gezet hoe gronden worden ontwikkeld of waarin regels worden gegeven voor ontwikkelingen in bepaalde gebieden. De Afdeling leidt uit het bovenstaande af dat een plan of programma als bedoeld in de SMB-richtlijn een planmatig of programmatisch karakter moet hebben, wat ten minste enige concretisering van een project vooronderstelt.

Het Activiteitenbesluit en de -regeling zijn dan slechts een plan of programma als die een planmatig of programmatisch karakter hebben. Dit houdt in dat de bepalingen door hun inhoud en doelstelling concreet moeten bijdragen aan (de uitvoering van) een of meer projecten. Die concretisering kan zien op de realisatie van het project zelf, maar ook op daaraan voorafgaande besluiten zoals de selectie van geschikte locaties. Volgens de Afdeling hebben het Activiteitenbesluit en de -regeling niet zodanige concretisering in zich dat sprake is van een plan of programma. De milieuregels voor de windturbines dragen namelijk niet concreet bij aan de wijze waarop windparken tot stand komen. Deze milieuregels geven slechts randvoorwaarden waaraan ieder windpark ná realisatie daarvan moet voldoen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Structuurvisie Wind op Land, waarin zoeklocaties voor grootschalige windmolenparken zijn opgenomen en waarvoor een plan-MER is opgesteld. Daarbij wijst de Afdeling erop dat de regels die voorlagen in D’Oultremont wel een concrete relatie tot planologische projecten hadden, zodat daar wel sprake was van een plan of programma.

Geen reden om Activiteitenbesluit en -regeling alsnog aan plan-MER te onderwerpen

Moet de Afdeling terugkomen op haar oordeel dat het Activiteitenbesluit en de -regeling niet zijn aan te merken als een plan of programma? De recente uitspraak van het HvJ geeft geen nieuwe kaders voor de wijze waarop moet worden vastgesteld of sprake is van een plan of programma ten opzichte van de D’Oultremont-uitspraak. Daarbij wordt ook door het HvJ in de nieuwe uitspraak gewezen op locatiespecifieke aspecten van de Belgische regels: de omzendbrief bevat bijvoorbeeld elementen waarmee rekening moet worden gehouden bij de locatiekeuze, waarbij het principe van planmatige aanpak wordt besproken. De omzendbrief is blijkens de uitspraak bedoeld om vanuit ruimtelijk, milieu- en windtechnisch oogpunt optimale locaties af te bakenen en een overzicht te geven van gebieden die in aanmerking komen voor de bouw van windturbines. Oftewel, de omzendbrief bevat een planmatig of programmatisch karakter zoals door de Afdeling bestuursrechtspraak geduid. Hiervan uitgaande lijkt een heroverweging van de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak op dit punt niet nodig.

Voor omgevingsrechtelijke vragen over de realisatie en exploitatie van windturbines of duurzame energieprojecten in de breedte, bijv. over milieueffectrapportages, kunt u contact opnemen met Erwin Noordover.


Gerelateerd

Een plan-MER-plicht voor het Activiteitenbesluit en de -regeling hoeft geen probleem te zijn
Er blijft veel (media-)aandacht voor tegenstanders van windparken die met nieuwe rechtspraak van het Europese…
Activiteiten in het verleden bieden in EU ETS wel garantie voor toewijzing in de toekomst
De meer dan 11.000 deelnemers aan het emissiehandelsysteem van de EU (EU ETS) moeten jaarlijks…
Nationale Omgevingsvisie naar de Kamer: niet alles kan en zeker niet overal
De definitieve Nationale Omgevingsvisie, de NOVI, is op 11 september 2020 aan de Kamer aangeboden….
Passende beoordeling voor een bestemmingsplan en toch geen milieueffectrapport?
Als voor een bestemmingsplan, of ander plan of programma, een passende beoordeling moet worden opgesteld,…
Green Powerhouse Noordzee stap dichterbij met Noordzeeakkoord
Na ruim anderhalf jaar overleg en onderhandeling is in de zomer van 2020 het Noordzeeakkoord…
Kunststofproducten voor eenmalig gebruik aan banden
Hoewel in maart 2020 alweer het tweede Europese actieplan voor de circulaire economie werd gepresenteerd,…
Toetsing van geluidsnormen voor windturbines aan het voorzorgsbeginsel
Helaas is het Nederland niet gelukt de Europese doelstelling voor duurzaam opgewekte energie te halen….
Voldoende maatregelen treffen waardoor van ‘opzet’ (Wnb) geen sprake meer is?
Soortenbescherming (Wnb) in relatie tot de energietransitie en het treffen van ‘mitigerende maatregelen’ In de…
Actualiteiten bescherming Natura 2000
De laatste tijd verschijnen er weer veel interessante uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de…
Uitvoering Klimaatakkoord: hoe werkt de CO2-heffing?
Ter uitvoering van het Klimaatakkoord, is het kabinet hard aan de slag met de voorbereiding…
Juridisering van draagvlak en participatie
Ter uitwerking van het Klimaatakkoord zijn in Nederland 30 energieregio’s bezig met het opstellen van…
Hof van Justitie EU bevestigt: geen matiging gefixeerde boete bij niet tijdig inleveren emissierechten
De EU ETS jaarafsluiting De jaarafsluiting voor het emissiehandelsysteem van de EU (EU ETS) is…
Windpark Greenport Venlo kan doorgaan!
Windpark Greenport Venlo kan doorgaan! De beroepen tegen het provinciale inpassingsplan en de omgevingsvergunning van…
De ruimtelijke aanvaardbaarheid van geluidsbelasting bij windturbines
Voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting van windturbines bij woningen en andere gevoelige gebouwen…
Hobbels bij het legaliseren van bestaand windpark: voorschriften op grond van m.e.r.-beoordeling
De vergunningverlening voor Windpark Hartelburg II begint zich te ontwikkelen tot een interessante soap. Het…
Emissiehandel: de impact van de Brexit
Het Verenigd Koninkrijk is een van de grootste uitstoters van broeikasgassen in Europa en de…
Beperking belanghebbendheid bij Wnb-ontheffing (soorten)
In de uitspraak van 24 januari 2018 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van…
Wind op zee en land: wat staat er op korte termijn op de agenda?
Het realiseren van wind op land en op zee leidt van oudsher al tot een…
Vooringenomenheid bij subsidieverlening
Procedure inzake EnerGo subsidie. Uitspraak van het CBB van 13 juni 2016 (ECLI:NL:CBB:2016:155) over vooringenomenheid…
Natuur op NWEA Winddagen
Kom naar de bijeenkomst op 15 juni a.s. op de NWEA Winddagen over natuurwetgeving, en…
Windpark Wieringermeer mag worden aangelegd
Met twee uitspraken op 4 mei 2016 concludeerde de ABRvS dat Windpark Wieringermeer magen kan…
Interview Marieke Kaajan
Marieke Kaajan werd door het blad net.nl geïnterviewd over haar werkzaamheden bij grote energieprojecten (in…
De NeR gaat per 1 januari 2016 op in het Activiteitenbesluit
Per 1 januari 2016 treedt de zogenaamde 4e tranche Activiteitenbesluit in werking. In dit bericht…
Nbw-vergunning centrale Eemshaven: mitigatie van stikstof-effecten is toch mogelijk
De uitspraak van 9 september jl. voegt weer een hoofdstuk toe aan de discussie over…
Marieke Kaajan spreker op NWEA Winddag
Op 12 juni a.s. spreekt Marieke Kaajan op de NWEA Winddag 2015 over “Natuuwetgeving en…
Wind op zee; let goed op het (ontwerp-) kavelbesluit!
Wind op zee geniet de laatste tijd veel publiciteit. Dat is ook niet zo vreemd;…
Hoe kunnen we windenergie beter bewaren?
ENVIR partner Marieke Kaajan schreef een opinie in de Volkskrant over windenergie. Of u nu…
Baanbrekende uitspraak voor Nbw- en Ffw-zaken
Het 1%- of ORNIS-criterium kan nu ook bij diersoorten worden toegepast. Het verkrijgen van toestemming…
Stil gebied geen noodzaak voor maatwerkvoorschrift windturbinegeluid
Met de uitspraak van 10 december 2014 (zaaknr. 201403936) maakt de Afdeling bestuursrechtspraak duidelijk dat,…
Advies Raad van State wetsvoorstel Windenergie op zee
Op 20 oktober jl. heeft de Raad van State advies uitgebracht over het wetsvoorstel over…