Amsterdam: +31 20 737 20 66
Almelo: +31 546 89 82 46
Leeuwarden: +31 20 236 10 24

Wijziging bestaande bebouwing in permanent logiesverblijf voor arbeidsmigranten geen stedelijk ontwikkelingsproject

Annotatie ABRvS 17 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1253, M en R 2019/61

Essentie

Wijziging bestaande bebouwing in permanent logiesverblijf voor arbeidsmigranten geen stedelijk ontwikkelingsproject.

Samenvatting

Onder verwijzing naar haar uitspraak van 15 maart 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:694) en haar uitspraak van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) overweegt de Afdeling dat het antwoord op de vraag of sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage, afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Uit deze uitspraak volgt eveneens dat het antwoord op de vraag of een activiteit kan worden aangemerkt als een activiteit als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, niet afhankelijk is van het antwoord op de vraag of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan.

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het college met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo, gelezen in samenhang met artikel 4, aanhef en onder 9, van bijlage II bij het Bor, omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen voor de logiesaccommodatie. Daartoe is van belang dat de wijziging van het gebruik, gelet op de aard en omvang, niet kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Weliswaar verandert het gebruik van het perceel door het huisvesten van arbeidsmigranten, maar dat betekent niet dat de wijziging van het gebruik moet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Daarbij is van belang dat het ruimtebeslag van de bestaande bebouwing beperkt is en dat de functiewijziging niet gepaard gaat met een uitbreiding van de bebouwing op het perceel. Verder wordt op het perceel slechts voorzien in een beperkt aantal parkeerplaatsen. Gelet hierop acht de Afdeling – op grond van wat [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben aangevoerd – niet aannemelijk dat de wijziging van het gebruik een dusdanige verkeersaantrekkende werking heeft dat daarmee milieugevolgen gepaard gaan die ertoe moeten leiden dat de ontwikkeling moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject in bovenbedoelde zin.

Uitspraak

ABRvS 17 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1253, omgevingsvergunning voor het gebruik van de bebouwing voor het huisvesten van arbeidsmigranten, gemeente Hollands Kroon

Annotatie J. Gundelach

1. Deze Afdelingsuitspraak biedt inzicht in welk type projecten niet als stedelijke ontwikkelingsprojecten in de zin van kolom 1 van categorie D 11.2 van de bijlage bij het Besluit mer behoeven te worden aangemerkt. Het belang ervan is gelegen in het volgende. Aan de onderdelen 9 (kort samengevat: het gebruik van bouwwerken eventueel tezamen met beperkte bouwactiviteiten en het gebruik van het aansluitend terrein) en 11 (kort samengevat: tijdelijk gebruik van gronden of bouwwerken) uit de kruimelgevallenregeling van artikel 4 bijlage II Bor kan niet altijd toepassing worden gegeven. Dat is het geval als het gaat om een activiteit als bedoeld in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit mer. Doorslaggevend is of de activiteit valt onder een activiteitenomschrijving in kolom 1 van die onderdelen; de drempelwaarde in kolom 2 is daarbij niet relevant (ABRvS 3 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1192, r.o. 3.3). Een van de activiteiten die vaak aan de orde kan zijn bij toepassing deze onderdelen, is de activiteit ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ uit categorie D 11.2. Is sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, dan kunnen de onderdelen 9 en 11 uit de kruimelgevallenregeling niet worden toegepast.

2. Niet ieder project gericht op stedelijke ontwikkeling kwalificeert als een stedelijk ontwikkelingsproject. Dat is duidelijk geworden uit de ABRvS-uitspraak van 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694, die overigens niet is gewezen in het kader van de toepassing van de kruimelgevallenregeling. De vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijk ontwikkeling een rol. Ook is het antwoord op de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, niet afhankelijk van het antwoord op de vraag of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan.

3. De uitspraak van 15 maart 2017 heeft navolging gevonden in ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:348, ABRvS 18 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1297, ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2414 en nu dus ook in de onderhavige uitspraak. Deze vier uitspraken zijn wel gewezen in het licht van de kruimelgevallenregeling. In de eerste drie uitspraken ging het om een gebruikswijziging van een (deel van een) bestaand gebouw, te weten de wijziging van onder meer woongerelateerde detailhandel in grootschalige (perifere) detailhandel in een deel van de Villa ArenA, de vestiging van een Decathlonwinkel in een bestaand gebouw dat al voor detailhandel werd gebruikt en de transformatie van een leegstaand bedrijfspand in een leisurecentrum met horeca. In de eerste twee uitspraken acht de Afdeling het onder meer van belang, dat er een beperkte functiewijziging is, waarbij de nieuwe functie nog altijd was gericht op reeds toegestane detailhandel. In de uitspraak van 18 juli 2018 vindt de Afdeling het van belang dat reeds bedrijvigheid was toegestaan, waartoe het vergunde leisurecentrum kon worden gerekend. Deze jurisprudentie riep de vraag of op alleen gebruik dat reeds in het verlengde lag van planologisch toegestaan gebruik, niet als stedelijk ontwikkelingsproject kon kwalificeren. De onderhavige uitspraak geeft antwoord op die vraag. De uitspraak laat zien dat ook ingeval van een wijziging in een geheel andere functie (een woningfunctie in plaats van bedrijventerrein) toch geen sprake hoeft te zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject.

4. Uit de vijf ABRvS-uitspraken kunnen criteria worden afgeleid die (tezamen) maken dat een project niet als stedelijk ontwikkelingsproject behoeft te worden gekwalificeerd: * het gaat om de transformatie van een bestaand pand; * het bebouwde oppervlak en het bouwvolume van het gebouw nemen niet toe; de opzet en de vormgeving ervan wijzigen niet; * het project ligt in een bestaand stedelijk gebied of gemengd gebied (bijvoorbeeld aan de rand van een bedrijventerrein); * de wijziging van het gebruik heeft geen dusdanige andere verkeersaantrekkende werking of andere werking, dat daarmee milieugevolgen gepaard gaan die ertoe moeten leiden dat het project wel als stedelijk ontwikkelingsproject moet worden aangemerkt. Wanneer wel sprake is van milieugevolgen die maken dat een project als stedelijk ontwikkelingsproject kwalificeert, valt niet goed uit deze vijf uitspraken af te leiden. Ik meen dat het bevoegd gezag dienaangaande een zekere mate aan beoordelingsruimte toekomt, die naar mijn verwachting door de bestuursrechter terughoudend zal worden getoetst. In de onderhavige uitspraak vindt de Afdeling het verder nog relevant dat het ruimtebeslag van de bestaande bebouwing beperkt is.

5. In lijn met de ABRvS-uitspraken en onder toepassing van vergelijkbare criteria zijn ook rechtbanken tot het oordeel gekomen dat bepaalde projecten geen stedelijke ontwikkelingsprojecten behelsden. Zie Rb. Limburg 2 oktober 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:9249 (gebruik van leegstaande panden als trampolinehal en soccerhal), Rb. Oost-Brabant 6 november 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:5778 (gebruik van leegstaand pand voor de huisvesting van 250 asielzoekers), Rb. Noord-Holland 5 oktober 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:9184 (gebruik van kantoorpand voor de huisvesting van 64 arbeidsmigranten voor tien jaar) en Rb. Limburg 11 juli 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:6666 (gebruik van bedrijfspand voor detailhandel in sportartikelen).

6. De Afdeling vindt het voor het niet kwalificeren als stedelijk ontwikkelingsproject van belang, dat het bouwvolume niet toeneemt. De rechtbanken gaan hier wisselend mee om. De rechtbank Noord-Holland achtte de bouw van 160 tijdelijke wooneenheden voor sociale huurwoningen en de huisvesting van statushouders en de bouw van vier tijdelijke cultureel-maatschappelijk ruimtes een stedelijk ontwikkelingsproject (2 augustus 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:7652). De rechtbank achtte het relevant dat het aantal vierkante meters bebouwd terrein fors toe zou nemen. Ook de rechtbank Noord-Nederland kwalificeerde de bouw van een tijdelijk asielzoekerscentrum als een stedelijk ontwikkelingsproject (28 december 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:5015). De rechtbank focust daarbij overigens niet op de toename van bebouwing, maar meent dat het betrekkelijk groot aantal personen dat gehuisvest wordt en de tijdelijke maar toch vrij lange duur (6 jaar) maken dat van een stedelijk ontwikkelingsproject moet worden gesproken.

7. Anders zijn de uitspraken van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam d.d. 6 februari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:648 en van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg d.d. 22 maart 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:2684. De Amsterdamse voorzieningenrechter meende dat de bouw van een tijdelijk woongebouw (voor 10 jaar) bestaande uit 142 woningen voor de huisvesting van studenten en statushouders op een braakliggend perceel geen stedelijk ontwikkelingsproject is. De rechter vindt daarbij relevant dat het project wordt gerealiseerd op braakliggend terrein in reeds bestaand stedelijk gebied, volgens het bestemmingsplan het perceel volledig mag worden bebouwd voor een gemengde bestemming, de aard van het bouwproject een beperkte impact op de omgeving heeft dan op grond van het bestemmingsplan mogelijk was, ook op de aangrenzende percelen bouwwerken voor woningen staan en het aantal van 142 woningen voor 180 personen gelet op de omgeving beperkte aantallen betreffen. De Limburgse voorzieningenrechter meende dat het realiseren van tijdelijke logiesgebouwen voor 300 arbeidsmigranten geen stedelijk ontwikkelingsproject behelsde. Het project past naar zijn aard binnen de omgeving, het sluit aan op grootschalige bedrijfspanden, wordt ontsloten door een grote provinciale weg en ligt ingeklemd tussen twee vakantieparken. Van een louter agrarische omgeving was al geen sprake. Ook de omvang vormt geen aanleiding om uit te gaan van een stedelijk ontwikkelingsproject. Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat hoewel het bebouwde oppervlakte toeneemt, het perceel landschappelijk wordt ingepast door taluds en een groenstrook en de bebouwing (grotendeels) aan het zicht wordt onttrokken. De ruimtelijke uitstraling is beperkt.

8. De vraag is natuurlijk of de Afdeling dit soort uitspraken zal billijken. Initiatiefnemers en waarschijnlijk ook (sommige) gemeenten zullen het waarderen als meer projecten niet als stedelijk ontwikkelingsproject behoeven te worden gekwalificeerd. In plaats van een uitgebreide procedure met veelal een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad, kan dan een reguliere procedure worden gevolgd. Wel moeten gemeenten erop bedacht zijn dat, als een project niet kwalificeert als een stedelijk ontwikkelingsproject en niet tijdig op de omgevingsvergunningaanvraag wordt beslist, een omgevingsvergunning van rechtswege ontstaat. Dat is ook het geval als burgemeester en wethouders de aanvrager hebben meegedeeld dat de uitgebreide procedure van toepassing is. Als dat achteraf niet blijkt te kloppen (omdat bijvoorbeeld het project ten onrechte als stedelijk ontwikkelingsproject is aangemerkt) en niet tijdig op de aanvraag is beslist, is toch een omgevingsvergunning van rechtswege ontstaan (ABRS 6 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:912, r.o. 7.2).


Gerelateerd

Informele mer-beoordeling bestemmingsplan moet zien op gehele woningbouwlocatie
Annotatie MA.A. Soppe ABRvS 20 januari 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:80
Voorschriften OBM moeten te herleiden zijn tot mer-beoordelingsaanmeldnotitie
Annotatie Soppe ABRvS 13 november 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:3820, M en R 2020/18
Ontgrondingsvergunningen omvatten inhoudelijk geen wijziging ten opzichte van de voorheen verleende tijdelijke vergunningen en vallen daarom niet onder de mer-(beoordelings)plicht
Annotatie Soppe ABRvS 21 augstus 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2822, M en R 2020/55
Geen expliciet mer-beoordelingsbesluit voor bestemmingsplan woonwijk
Annotatie ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, M en R 2019/106
Bouw 40 woningen met steigerplaatsen voor afmeren van een boot, ziet niet op een jachthaven in de zin van het Besluit mer; art. 8:69a Awb in relatie tot mer-beoordeling en art. 7.2a Wm
Annotatie Soppe ABRvS 8 april 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:1010, M en R 2020/62
Doelstelling initiatiefnemer relevant voor niet opnemen alternatief in plan-MER. Toename stikstofdepositie N2000-gebied toereikend passend beoordeeld (systeemanalyse)
Annotatie Soppe ABRvS 11 maart 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:741, M en R 2020/38
Omvang van Europese onderzoeksverplichtingen naar milieueffecten voor het verlengen van de termijn van elektriciteitsproductie door twee Belgische kerncentrales
Erwin Noordover schreef een annotatie bij HvJ EU 29 juli 2019, C-411/17, ECLI:EU:C:2019:622 (Inter-Environnement Wallonie…
Ontbreken expliciet mer-beoordelingsbesluit is herstelbaar en reikwijdte mer-beoordelingsplichtige activiteit (samenhang andere activiteiten)
Annotatie Soppe ABRvS 18 december 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:4327, M en R 2020/6
Concept plan-MER hoeft ingevolge de Wet openbaarheid bestuur niet openbaar te worden gemaakt
Annotatie Soppe ABRvS 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3299, M en R 2019/27
Verzuim expliciet mer-beoordelingsbesluit fataal voor bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, TBR 2019/113
Staat mer-richtlijn toe dat slechts één van de noodzakelijke besluiten aan mer-plicht wordt verbonden?
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 3 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2217, M en R 2019/84
Toename endotoxinen leidt tot mer-plicht
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 22 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1632, M en R 2019/81
Voor andere bevredigende oplossing Wnb-ontheffing gebruik maken van milieueffectrapportage en beoordeling bestemmingsplan
Annotatie ABRvS 8 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1491, M en R 2019/78
Omgevingsvergunning eerste fase mag niet buiten behandeling worden gelaten vanwege mer-beoordelingsplicht tweede fase
Annotatie Soppe ABRvS 3 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1013, M en R 2019/60
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe ABRvS 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:758, M en R 2018/60
Wijziging tracébesluit verplicht niet tot opstellen van nieuw MER
Annotatie Soppe ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:596, M en R 2019/45
Mer-beoordelingsbeslissing voorafgaand aan terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3131, M en R 2018/129
Toename emissie endotoxinen vanwege pluimveehouderij leidt tot mer-plicht
Annotatie Soppe ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2496, M en R 2018/113
Winning delfstoffen onder water geen delfstoffenwinning uit landbodem uit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1986, M en R 2018/100
Geen kaderstellend mer-plichtigplan ingeval van één-op-één inpassing vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2066, M en R 2018/101
Treffen maatregelen op grond van mer-evaluatie achteraf
Annotatie Soppe ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:608, M en R 2018/58
Inspraak over ontwerpbesluit voldoende vroegtijdige inspraak
Annotatie Kevelam ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, M en R 2018/84
Functiewijziging winkelcentrum geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie D-11.2 Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:348, TBR 2018/62
Herstructurering N280 Roermond is wijziging autoweg in de zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 24 januari 2018,  ECLI:NL:RVS:2018:224, M en R 2018/46
Geen MER nodig na mer-beoordeling als eerder vergunde milieugevolgen niet toenemen
Annotatie Soppe ABRvS 13 december 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:3448, M en R 2018/28
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 19 juli 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:1939, M en R 2017/135
Toepassing kruimelgevallenregeling in relatie tot kolom 1 en kolom 2 uit categorieën Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1192, TBR 2017/99
Feitelijk bestaande (planologische legale) situatie bepalend voor mer-(beoordelings)plicht bestemmingsplan bij Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694, M en R 2017/72
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe Vz. ABRvS 2 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:561, M en R 2017/83
De Wet tarieven: de Commissie m.e.r. uit de markt geprijsd?
Milieu & Recht 2016/19
Omgevingsplan en m.e.r.
In deze bijdrage wordt de werkingssfeer van de voorgestelde m.e.r.-regelgeving ten aanzien van het omgevingsplan besproken. Verder wordt er ingegaan op de reikwijdte van de m.e.r.-(beoordelings)plicht voor zover die is verbonden aan het omgevingsplan.
Geen m.e.r.-beoordelingsplicht voor besluiten niet genoemd in kolom 4 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 30 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3170, M en R 2017/92
Functionele ontgronding is winning oppervlaktedelfstoffen Besluit mer
Annotatie ABRvS 15 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3152, M en R 2017/13
Betekenis kosten bij bepaling mer-alternatieven
Annotatie Soppe ABRvS 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2988, M en R 2017/35
Informele mer-beoordeling voldoende bij formele mer-beoordelingsplicht
Annotatie Soppe ABRvS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2535, M en R 2016/149
Planologische vergelijking bij bepalen m.e.r.-(beoordelings)plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 13 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1944, M en R 2017/18
Betekenis voorzienbaarheidscriterium voor activiteiten in Besluit mer zonder term ‘capaciteit’
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:482, M en R 2016/69
Bepalen en effectueren mer-plicht bij grensoverschrijdende activiteiten
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:465, M en R 2016/78
Eventuele toekomstige gaswinning niet betrekken bij mer-beoordeling exploratieboring
ABRvS Kevelam en Soppe 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:155, M en R 2016/64
Wijziging geluidvoorschrift kartbaan geen wijziging activiteit categorie D-43 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3949, M en R 2016/52
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3557, M en R 2016/14
Geen mer-beoordeling als activiteit niet voldoet aan kolom 1-omschrijving Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 19 augstus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2631, M en R 2015/143
Recycling is geen verwijdering afvalstoffen uit categorie D-18.1 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2457, M en R 2015/156
Planologische vergelijking bij bepalen mer-plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2078, M en R 2015/125
Relativiteitsvereiste in relatie tot plan-mer-regeling en artikel 7.2a Wm
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1713, TBR 2015/114
Twee fasen bedrijventerrein één samenhangende activiteit bij toepassing Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1333, M en R 2015/106
Achterwege laten plan-mer-plicht bestemmingsplan ingeval van vergunning Natuurbeschermingswet 1998 met passende beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1161, M en R 2015/105
Exploratieboringen aardgas en aardolie niet mer-plichtig ingevolge mer-richtlijn
Annotatie Soppe HvJEU 11 februari 2015, ECLI:EU:C:2015:79, M en R 2015/73
Hoofdlijnen milieubestuursrecht
Hoofdlijnen milieubestuursrecht, 2015, hoofdstuk 9 (Milieueffectrapportage), pag. 187-208
Integrale beoordeling milieugevolgen bij informele mer-beoordeling
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4648, TBR 2015/113
Verwerking licht asbesthoudend staalschroot in smelten staal valt onder categorie C-21-5 en D-21.5
Annotatie Soppe ABRvS 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4531, M en R 2015/50
Mer-beoordelingsbesluit inhoudende dat MER moet worden gemaakt bij uitbreiding ontgronding
Annotatie Soppe ABRvS 1 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3546, M en R 2015/22
Reikwijdte van plan-m.e.r. is beperkt tot m.e.r.-plichtige onderdelen plan; planregels om te voldoen aan de Natuurbeschermingswet 1998 niet toegestaan
Annotatie Kaajan en Soppe ABRvS 6 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2942, M en R 2014/143
Opzet en vormgeving-criterium ingeval van wijziging activiteit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1467, M en R 2014/113
Co-vergistingsintallatie is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig vanwege categorieën D-18.4, D-21.6 en D-22.1
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:555, M en R 2014/79
Wijziging Kernenergiewetvergunning Borssele is geen wijziging in de zin van Besluit m.e.r
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:517, M en R 2014/80
Opnemen maximale capaciteit vergassingsinstallatie categorie C-18.4 Belsuit mer in planregels toegestaan
Annotatie Soppe ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:170, M en R 2014/46
Activiteit categorie C-18.4 Besluit m.e.r zowel verwijdering als nuttige toepassing afvalstoffen
Annotatie Soppe Rb Noord-Nederland 14 januari 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:149, M en R 2014/45
Communautaire grenzen aan het beperken van de project-m.e.r.-plicht tot het eerste ruimtelijk plan over een gefaseerd te realiseren project (mede bezien in het licht van de Omgevingswet)
P.J.J. van Buuren e.a. (red.), Toonbeelden, Gedachten over provinciaal omgevingsrecht ter herinnering aan Toon de Gier, Kluwer 2013, p. 159-165
Cumulatie projecten leidt tot formele mer-beoordelingsplicht ontgrondingsvergunning
Annotatie Soppe ABRvS 3 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:149, M en R 2013/127
Reikwijdte van categorie D.35c van het Besluit mer (conserven)
Annotatie Soppe ABRvS 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:18, M en R 2013/116
En weer een moderniseringsslag … Of vormt de Omgevingswet dan toch het eindstation voor een eigentijds m.e.r.-systeem? Uiteenzetting van de belangrijkste wijzigingen in de m.e.r.-regelgeving ingevolge de Omgevingswet
TO 2013, nr. 2, p. 55-67
Hoofdlijnen regelgeving inzake milieueffectrapportage
Vastgoedrecht 2013, nr. 1 p. 7-14
Eén stedelijk ontwikkelingsproject in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 9 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY8002, AB 2013/96
Geen mer-beoordeling voor uitwerkingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6741, TBR 2013/43
Samenhangende ontgrondingslocatie voor bepaling mer-(beoordelingsplicht)
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6766, AB 2013/97
Nieuwe en bestaande windturbines windpark in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe Rb Haarlem 12 december 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6096, M en R 2013/42
Geen samenhangende installaties windturbines Lelystad
Annotatie Soppe ABRvS 14 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3088, M en R 2013/41
Besluit-MER beperkt tot bestemmingsplan dat deel is van groter plan
Annotatie Soppe ABRvS 3 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8982, M en R 2013/26
Passende beoordeling en plan-mer voor bestemmingsplan met significante effecten Natura 2000-gebied en plan-mer-gebrek is niet passeerbaar
Annotatie Soppe ABRvS 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1871, TBR 2012/166
Plan-mer-plicht als bestemmingsplan meer mogelijk maakt van vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 30 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6920, TBR 2012/129
Bangert en Oosterpolder: lange leve de duidelijkheid
Toets 2008, nr. 5, p. 4-9