Amsterdam: +31 20 737 20 66
Almelo: +31 546 89 82 46
Leeuwarden: +31 20 236 10 24

Toepassing kruimelgevallenregeling in relatie tot kolom 1 en kolom 2 uit categorieën Besluit mer

Annotatie ABRvS 3 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1192, TBR 2017/99

Essentie

De aangevraagde activiteit (tijdelijke losvoorziening) is een activiteit die is opgenomen in kolom 1 van onderdeel D-2.1 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. zodat reeds daarom de uitzonderingsbepaling van art. 5 onderdeel 6 bijlage II Bor in de weg staat aan toepassing van de kruimelgevallenregeling. Er komt geen betekenis toe aan kolom 2 van onderdeel D-2.1.

Artikel 5, zesde lid, van bijlage II van het Bor, in samenhang gelezen met artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2º, van de Wabo, is een regel die is gesteld in het kader van de goede ruimtelijke ordening. Dit is van belang voor de toetsing aan het relativiteitsvereiste.

Samenvatting

De Afdeling stelt voorop dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat de aangevraagde activiteit een activiteit is die is opgenomen in D 2.1 van het Besluit milieueffectrapportage, zodat de uitzonderingsbepaling in artikel 5, zesde lid, van bijlage II van het Bor aan toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2º, van de Wabo in de weg staat.

Artikel 5, zesde lid, van bijlage II van het Bor, in samenhang gelezen met artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2º, van de Wabo, is een regel die is gesteld in het kader van de goede ruimtelijke ordening. In de afweging van hetgeen een goede ruimtelijke ordening in dit geval inhoudt komen niet alleen milieubelangen aan de orde, maar ook de belangen van het behouden en herstellen van een uit ruimtelijk oogpunt goed woon-, werk- en ondernemersklimaat. Vergelijk de uitspraak van 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:106. De door (appellant) en andere aangevoerde belangen, waaronder de vrees voor verkeerscongestie, zijn ruimtelijke belangen. De Afdeling is daarom van oordeel dat artikel 5, zesde lid, van bijlage II van het Bor mede de strekking heeft de door (appellant) en andere genoemde belangen te beschermen. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat niet op voorhand is uitgesloten dat het realiseren van een tijdelijke losvoorziening op het perceel ten behoeve van het bouwrijp maken van de Bloemendalerpolder zal leiden tot een minder goed ondernemersklimaat, door bijvoorbeeld verkeerscongestie als gevolg van de zandtransporten. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte overwogen dat artikel 8:69a van de Awb aan vernietiging van het besluit van 14 januari 2016 in de weg staat.

Uitspraak

ABRvS 3 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1192, omgevingsvergunning realiseren van tijdelijke losvoorziening, gemeente Weesp

Annotatie A.G.A. Nijmeijer en M.A.A. Soppe

1. De onderdelen 9 en 11 van de kruimgelgevallenlijst in art. 4 bijlage II Bor zien – kort gezegd – op het aan bestaande gebouwen toekennen van andere gebruiksfuncties respectievelijk op het tijdelijk afwijkend gebruik van gronden en/of bouwwerken. Art. 5 onderdeel 6 bijlage II Bor bepaalt dat deze onderdelen toepassing missen als er sprake is van een activiteit als bedoeld in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. In de praktijk bestond onduidelijkheid over de vraag of de desbetreffende onderdelen reeds buiten toepassing moeten worden gelaten als een aangevraagde omgevingsvergunning voorziet in een activiteit die is omschreven in kolom 1 dan wel dat dit alleen het geval is indien de activiteit de in kolom 2 opgenomen drempelwaarde overschrijdt (kolom 2 bevat de zogeheten gevallen waaronder de m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt). Rechtbanken hielden er verschillende opvattingen op na. Zie bijvoorbeeld enerzijds Rechtbank Amsterdam 23 september 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:6029 en de in de onderhavige zaak bestreden uitspraak Rechtbank Midden-Nederland 19 mei 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:2742 (kolom 2 heeft géén relevantie) en anderzijds Vzr. Rechtbank Noord-Nederland 26 april 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:102TBR 2016/102 m. gastnt. Koolen (kolom 2 heeft wél relevantie). Er werd dan ook met veel belangstelling uitgekeken naar het salomonsoordeel van de Afdeling. Dat is met r.o. 3.3 van deze uitspraak gegeven. Daarin accordeert de Afdeling het oordeel van de rechtbank dat de aangevraagde activiteit (tijdelijke losvoorziening) een activiteit is die is opgenomen in onderdeel D-2.1 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. zodat reeds daarom de uitzonderingsbepaling van art. 5 onderdeel 6 bijlage II Bor in de weg staat aan toepassing van de kruimelgevallenregeling. Voor een juiste duiding van het oordeel van de Afdeling, is het goed te vermelden dat de rechtbank in eerste aanleg expliciet en beargumenteerd heeft geoordeeld dat het gegeven dat de drempelwaarde in kolom 2 niet wordt overschreden (hetgeen in casu het geval was), voor de reikwijdte van art. 5 onderdeel 6  bijlage II Bor irrelevant is.

2. Wij kunnen ons voorstellen dat deze uitspraak door de bouwpraktijk niet met gejuich wordt ontvangen. Die praktijk is gediend met een zo ruim mogelijk toepassingsbereik van de kruimelgevallenregeling. Evenwel hebben wij in punt 4 van onze annotatie bij ABRS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4648 in TBR 2015/113, gemotiveerd uiteengezet dat wij geen ruimte zagen om bij de toepassing van art. 5 onderdeel 6 bijlage II Bor betekenis toe te kennen aan kolom 2 van de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Onze argumentatie stemt overeen met de argumentatie van de rechtbank in de onderhavige zaak. Wij zijn dan ook niet verrast dat de Afdeling de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep omarmt. Wil de wetgever de reikwijdte van art. 5 onderdeel 6 uitbreiden, door ook betekenis te laten toekomen aan de gevallen/drempelwaarden in kolom 2 van de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., dan is een wetswijziging vereist. Wij hebben daartoe in onze annotatie in TBR 2015/113 een concreet voorstel gedaan.

3. Gezien deze uitspraak kunnen de onderdelen 9 en 11 van de kruimgelgevallenlijst niet worden toegepast indien zij betrekking hebben op de ontwikkeling van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in onderdeel D-11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Onlangs is over deze categorie een verhelderende uitspraak gedaan. Zie ABRS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694, M en R 2017/72 m.nt. Soppe. Daarin heeft de Afdeling geoordeeld over een bestemmingsplan waarin de nieuwbouw van een Hornbachvestiging met drive-in aan de orde was. Het bevoegd gezag (gemeenteraad van Duiven) stelde zich ten principale op het standpunt dat van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject geen sprake was aangezien er per saldo geen aanzienlijke negatieve milieugevolgen kunnen zijn (daarbij werd gewezen op het feit dat het bestemmingsplan voorziet in een herontwikkeling van een perceel op een bestaand bedrijventerrein waarop thans drie bedrijfsgebouwen staan). De door het bevoegd gezag gevolgde redeneerlijn is grotendeels letterlijk te herleiden tot de nota van toelichting bij het Besluit m.e.r. (zie Stb. 2011/102, p. 51). Daarin staat beschreven dat het voor de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject van belang is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn. Anders dan bijvoorbeeld Koolen (zie zijn annotatie bij Rechtbank Noord-Nederland 26 april 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:2041TBR 2016/102), achten wij deze redeneerlijn onnavolgbaar. Het moge zo zijn dat een ontwikkeling per saldo geen aanzienlijke milieugevolgen kan hebben, maar dat zegt ons inziens niets of die ontwikkeling moet worden gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject. Eerst zal moeten worden bezien of een ontwikkeling als stedelijke ontwikkeling kan worden gekwalificeerd. Zo ja, dan zal moeten worden bezien of er een (in)formele m.e.r.-beoordeling of een plan-MER nodig is in welk kader de milieugevolgen moeten worden onderzocht. In de uitspraak van 15 maart 2017 gaat de Afdeling ons inziens dan ook terecht voorbij aan de vorenbedoelde nota van toelichting en laat er geen misverstand over bestaan dat het al dan niet per saldo mogelijk kunnen optreden van nadelige milieugevolgen geen relevantie heeft voor de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Dat neemt overigens niet weg dat de Afdeling onderkent dat het begrip ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ ruimte voor interpretatie laat. Specifiek ten aanzien van wijzigingen van zo’n project oordeelt de Afdeling dat het afhankelijk van onder meer de aard en de omvang van de ingreep is of er al dan niet gesproken moet worden van een wijziging van een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit m.e.r. Zie (onder meer) hierover de hiervoorgenoemde annotatie van Soppe.

4. Een beroep van een belanghebbende op het bepaalde in art. 5 onderdeel 6 bijlage II Bor ketst blijkens deze uitspraak niet af op het relativiteitsvereiste. De Afdeling zet die bepaling daarvoor in de sleutel van art. 2.12 lid 1 aanhef en onder a Wabo. Een regel waarvan de Afdeling al eerder oordeelde dat die is gesteld in het kader van de goede ruimtelijke ordening waarbij onder meer ook de belangen van het behouden en het herstellen van een uit ruimtelijk oogpunt goed woon-, werk- en ondernemersklimaat aan de orde komen (zie ABRS 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:106 en eerder ABRS 8 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3602). Bezien in de context van art. 2.12 lid 1 aanhef en onder a Wabo, verbaast het oordeel van de Afdeling in dezen evenmin. Een interessante vraag is of art. 5 onderdeel 6 bijlage II Bor kan worden gezien als een ‘bevoegdheidskwestie’. Een bevestigend antwoord is ons inziens verdedigbaar en blijkt in zekere zin ook uit de hierboven afgedrukte uitspraak: als art. 5 onderdeel 6 bijlage II Bor aan de orde is, is er geen bevoegdheid om art. 2.12 lid 1 aanhef en onder a onder 2º Wabo te gebruiken. De Afdeling spreekt in zo’n situatie – blijkens een uitspraak van 22 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:487 (met name r.o. 2.1) – echter van een ‘gebrek in de toepassing’ van de bevoegdheid. Dat vinden wij een discutabele kwalificatie, waaraan wellicht ten grondslag ligt dat de Afdeling weg wil blijven van de vraag of de rechter ambtshalve aan art. 5 onderdeel 6 van bijlage II bij het Bor moet toetsen. In genoemde uitspraak van 22 februari 2017 merkt de Afdeling op dat er geen sprake is van een kwestie van openbare orde over de bevoegdheid van het college om de omgevingsvergunning te verlenen en dat ambtshalve toetsing daarom niet aan de orde is. Overigens is de uitspraak van 22 februari 2017 ook relevant vanwege de (uitvoerig beargumenteerde) uitleg die wordt gegeven aan onderdeel 11 van art. 4 bijlage II Bor: bij de bepaling van de daar genoemde termijn van tien jaren moet de feitelijke afwijking van het bestemmingsplan worden meegerekend. Wordt voor strijdig gebruik dat feitelijk al negen jaar plaatsvindt (al dan niet legaal) een omgevingsvergunning gevraagd op basis van onderdeel 11 van art. 4 bijlage II Bor, dan is de maximale geldingsduur van die vergunning dus één jaar (zie r.o. 3.4 van de uitspraak). Dat is een juiste uitleg, zo menen wij.


Gerelateerd

Informele mer-beoordeling bestemmingsplan moet zien op gehele woningbouwlocatie
Annotatie MA.A. Soppe ABRvS 20 januari 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:80
Voorschriften OBM moeten te herleiden zijn tot mer-beoordelingsaanmeldnotitie
Annotatie Soppe ABRvS 13 november 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:3820, M en R 2020/18
Ontgrondingsvergunningen omvatten inhoudelijk geen wijziging ten opzichte van de voorheen verleende tijdelijke vergunningen en vallen daarom niet onder de mer-(beoordelings)plicht
Annotatie Soppe ABRvS 21 augstus 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2822, M en R 2020/55
Verzuim expliciet mer-beoordelingsbesluit fataal voor bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, TBR 2019/113
Geen expliciet mer-beoordelingsbesluit voor bestemmingsplan woonwijk
Annotatie ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, M en R 2019/106
Bouw 40 woningen met steigerplaatsen voor afmeren van een boot, ziet niet op een jachthaven in de zin van het Besluit mer; art. 8:69a Awb in relatie tot mer-beoordeling en art. 7.2a Wm
Annotatie Soppe ABRvS 8 april 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:1010, M en R 2020/62
Doelstelling initiatiefnemer relevant voor niet opnemen alternatief in plan-MER. Toename stikstofdepositie N2000-gebied toereikend passend beoordeeld (systeemanalyse)
Annotatie Soppe ABRvS 11 maart 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:741, M en R 2020/38
Omvang van Europese onderzoeksverplichtingen naar milieueffecten voor het verlengen van de termijn van elektriciteitsproductie door twee Belgische kerncentrales
Erwin Noordover schreef een annotatie bij HvJ EU 29 juli 2019, C-411/17, ECLI:EU:C:2019:622 (Inter-Environnement Wallonie…
Ontbreken expliciet mer-beoordelingsbesluit is herstelbaar en reikwijdte mer-beoordelingsplichtige activiteit (samenhang andere activiteiten)
Annotatie Soppe ABRvS 18 december 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:4327, M en R 2020/6
Concept plan-MER hoeft ingevolge de Wet openbaarheid bestuur niet openbaar te worden gemaakt
Annotatie Soppe ABRvS 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3299, M en R 2019/27
Staat mer-richtlijn toe dat slechts één van de noodzakelijke besluiten aan mer-plicht wordt verbonden?
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 3 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2217, M en R 2019/84
Toename endotoxinen leidt tot mer-plicht
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 22 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1632, M en R 2019/81
Voor andere bevredigende oplossing Wnb-ontheffing gebruik maken van milieueffectrapportage en beoordeling bestemmingsplan
Annotatie ABRvS 8 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1491, M en R 2019/78
Wijziging bestaande bebouwing in permanent logiesverblijf voor arbeidsmigranten geen stedelijk ontwikkelingsproject
Annotatie ABRvS 17 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1253, M en R 2019/61
Omgevingsvergunning eerste fase mag niet buiten behandeling worden gelaten vanwege mer-beoordelingsplicht tweede fase
Annotatie Soppe ABRvS 3 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1013, M en R 2019/60
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe ABRvS 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:758, M en R 2018/60
Wijziging tracébesluit verplicht niet tot opstellen van nieuw MER
Annotatie Soppe ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:596, M en R 2019/45
Mer-beoordelingsbeslissing voorafgaand aan terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3131, M en R 2018/129
Toename emissie endotoxinen vanwege pluimveehouderij leidt tot mer-plicht
Annotatie Soppe ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2496, M en R 2018/113
Winning delfstoffen onder water geen delfstoffenwinning uit landbodem uit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1986, M en R 2018/100
Geen kaderstellend mer-plichtigplan ingeval van één-op-één inpassing vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2066, M en R 2018/101
Treffen maatregelen op grond van mer-evaluatie achteraf
Annotatie Soppe ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:608, M en R 2018/58
Inspraak over ontwerpbesluit voldoende vroegtijdige inspraak
Annotatie Kevelam ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, M en R 2018/84
Functiewijziging winkelcentrum geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie D-11.2 Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:348, TBR 2018/62
Herstructurering N280 Roermond is wijziging autoweg in de zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 24 januari 2018,  ECLI:NL:RVS:2018:224, M en R 2018/46
Geen MER nodig na mer-beoordeling als eerder vergunde milieugevolgen niet toenemen
Annotatie Soppe ABRvS 13 december 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:3448, M en R 2018/28
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 19 juli 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:1939, M en R 2017/135
Feitelijk bestaande (planologische legale) situatie bepalend voor mer-(beoordelings)plicht bestemmingsplan bij Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694, M en R 2017/72
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe Vz. ABRvS 2 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:561, M en R 2017/83
De Wet tarieven: de Commissie m.e.r. uit de markt geprijsd?
Milieu & Recht 2016/19
Omgevingsplan en m.e.r.
In deze bijdrage wordt de werkingssfeer van de voorgestelde m.e.r.-regelgeving ten aanzien van het omgevingsplan besproken. Verder wordt er ingegaan op de reikwijdte van de m.e.r.-(beoordelings)plicht voor zover die is verbonden aan het omgevingsplan.
Geen m.e.r.-beoordelingsplicht voor besluiten niet genoemd in kolom 4 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 30 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3170, M en R 2017/92
Functionele ontgronding is winning oppervlaktedelfstoffen Besluit mer
Annotatie ABRvS 15 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3152, M en R 2017/13
Betekenis kosten bij bepaling mer-alternatieven
Annotatie Soppe ABRvS 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2988, M en R 2017/35
Informele mer-beoordeling voldoende bij formele mer-beoordelingsplicht
Annotatie Soppe ABRvS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2535, M en R 2016/149
Planologische vergelijking bij bepalen m.e.r.-(beoordelings)plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 13 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1944, M en R 2017/18
Betekenis voorzienbaarheidscriterium voor activiteiten in Besluit mer zonder term ‘capaciteit’
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:482, M en R 2016/69
Bepalen en effectueren mer-plicht bij grensoverschrijdende activiteiten
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:465, M en R 2016/78
Eventuele toekomstige gaswinning niet betrekken bij mer-beoordeling exploratieboring
ABRvS Kevelam en Soppe 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:155, M en R 2016/64
Wijziging geluidvoorschrift kartbaan geen wijziging activiteit categorie D-43 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3949, M en R 2016/52
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3557, M en R 2016/14
Geen mer-beoordeling als activiteit niet voldoet aan kolom 1-omschrijving Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 19 augstus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2631, M en R 2015/143
Recycling is geen verwijdering afvalstoffen uit categorie D-18.1 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2457, M en R 2015/156
Planologische vergelijking bij bepalen mer-plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2078, M en R 2015/125
Relativiteitsvereiste in relatie tot plan-mer-regeling en artikel 7.2a Wm
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1713, TBR 2015/114
Twee fasen bedrijventerrein één samenhangende activiteit bij toepassing Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1333, M en R 2015/106
Achterwege laten plan-mer-plicht bestemmingsplan ingeval van vergunning Natuurbeschermingswet 1998 met passende beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1161, M en R 2015/105
Exploratieboringen aardgas en aardolie niet mer-plichtig ingevolge mer-richtlijn
Annotatie Soppe HvJEU 11 februari 2015, ECLI:EU:C:2015:79, M en R 2015/73
Hoofdlijnen milieubestuursrecht
Hoofdlijnen milieubestuursrecht, 2015, hoofdstuk 9 (Milieueffectrapportage), pag. 187-208
Integrale beoordeling milieugevolgen bij informele mer-beoordeling
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4648, TBR 2015/113
Verwerking licht asbesthoudend staalschroot in smelten staal valt onder categorie C-21-5 en D-21.5
Annotatie Soppe ABRvS 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4531, M en R 2015/50
Mer-beoordelingsbesluit inhoudende dat MER moet worden gemaakt bij uitbreiding ontgronding
Annotatie Soppe ABRvS 1 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3546, M en R 2015/22
Reikwijdte van plan-m.e.r. is beperkt tot m.e.r.-plichtige onderdelen plan; planregels om te voldoen aan de Natuurbeschermingswet 1998 niet toegestaan
Annotatie Kaajan en Soppe ABRvS 6 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2942, M en R 2014/143
Opzet en vormgeving-criterium ingeval van wijziging activiteit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1467, M en R 2014/113
Co-vergistingsintallatie is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig vanwege categorieën D-18.4, D-21.6 en D-22.1
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:555, M en R 2014/79
Wijziging Kernenergiewetvergunning Borssele is geen wijziging in de zin van Besluit m.e.r
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:517, M en R 2014/80
Opnemen maximale capaciteit vergassingsinstallatie categorie C-18.4 Belsuit mer in planregels toegestaan
Annotatie Soppe ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:170, M en R 2014/46
Activiteit categorie C-18.4 Besluit m.e.r zowel verwijdering als nuttige toepassing afvalstoffen
Annotatie Soppe Rb Noord-Nederland 14 januari 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:149, M en R 2014/45
Communautaire grenzen aan het beperken van de project-m.e.r.-plicht tot het eerste ruimtelijk plan over een gefaseerd te realiseren project (mede bezien in het licht van de Omgevingswet)
P.J.J. van Buuren e.a. (red.), Toonbeelden, Gedachten over provinciaal omgevingsrecht ter herinnering aan Toon de Gier, Kluwer 2013, p. 159-165
Cumulatie projecten leidt tot formele mer-beoordelingsplicht ontgrondingsvergunning
Annotatie Soppe ABRvS 3 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:149, M en R 2013/127
Reikwijdte van categorie D.35c van het Besluit mer (conserven)
Annotatie Soppe ABRvS 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:18, M en R 2013/116
En weer een moderniseringsslag … Of vormt de Omgevingswet dan toch het eindstation voor een eigentijds m.e.r.-systeem? Uiteenzetting van de belangrijkste wijzigingen in de m.e.r.-regelgeving ingevolge de Omgevingswet
TO 2013, nr. 2, p. 55-67
Hoofdlijnen regelgeving inzake milieueffectrapportage
Vastgoedrecht 2013, nr. 1 p. 7-14
Eén stedelijk ontwikkelingsproject in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 9 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY8002, AB 2013/96
Geen mer-beoordeling voor uitwerkingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6741, TBR 2013/43
Samenhangende ontgrondingslocatie voor bepaling mer-(beoordelingsplicht)
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6766, AB 2013/97
Nieuwe en bestaande windturbines windpark in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe Rb Haarlem 12 december 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6096, M en R 2013/42
Geen samenhangende installaties windturbines Lelystad
Annotatie Soppe ABRvS 14 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3088, M en R 2013/41
Besluit-MER beperkt tot bestemmingsplan dat deel is van groter plan
Annotatie Soppe ABRvS 3 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8982, M en R 2013/26
Passende beoordeling en plan-mer voor bestemmingsplan met significante effecten Natura 2000-gebied en plan-mer-gebrek is niet passeerbaar
Annotatie Soppe ABRvS 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1871, TBR 2012/166
Plan-mer-plicht als bestemmingsplan meer mogelijk maakt van vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 30 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6920, TBR 2012/129
Bangert en Oosterpolder: lange leve de duidelijkheid
Toets 2008, nr. 5, p. 4-9