Amsterdam: +31 20 737 20 66
Almelo: +31 546 89 82 46
Leeuwarden: +31 20 236 10 24

Treffen maatregelen op grond van mer-evaluatie achteraf

Annotatie ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:608, M en R 2018/58

Essentie

Toepassing art. 7.42 Wm; bij discrepantie tussen verwachting MER en daadwerkelijke optredende milieugevolgen, kan het nodig zijn maatregelen te treffen. Betuweroute geeft meer trillinghinder aan woning dan in MER beschreven. De weigering door de staatssecretaris om maatregelen te treffen om trillinghinder te verminderen, is niet toereikend gemotiveerd.

Samenvatting

Artikel 7.42, eerste lid, van de Wet milieubeheer luidt: “Indien uit het in artikel 7.39 bedoelde onderzoek of het in artikel 7.41, eerste lid, bedoelde verslag blijkt dat de activiteit in belangrijke mate nadeliger gevolgen voor het milieu heeft dan die welke bij het vaststellen van het plan, dan wel bij het nemen van het besluit werden verwacht, neemt het bevoegd gezag, indien dat naar zijn oordeel nodig is, de hem ter beschikking staande maatregelen ten einde die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken”. De woning van [appellante] ligt op korte afstand van de Betuweroute. Bij de evaluatie van het milieueffectrapport voor de Betuweroute is naar voren gekomen dat de gevolgen van de Betuweroute wat het aspect trillingen betreft nadeliger zijn dan in het milieueffectrapport uit 1992 werd verwacht. Uit onderzoek is gebleken dat in de woning van [appellante] de streefwaarden voor nieuwe aanleg die zijn opgenomen in paragraaf 10.5.3.2 van de SBR-richtlijn, deel B: “Hinder voor personen in gebouwen”, worden overschreden. Op grond van nader onderzoek naar mogelijkheden om die trillinghinder te beperken dan wel te verminderen heeft de staatssecretaris zich op het standpunt gesteld dat voor de woning [locatie] te [woonplaats] geen doelmatige maatregelen toepasbaar zijn. Bij de beoordeling van de doelmatigheid is de staatssecretaris uitgegaan van een richtbedrag van € 47.000,00 per woning. De Afdeling is van oordeel dat de staatssecretaris met de weergave van de wijze waarop hij de mate van trillinghinder vaststelt en de maatregelen die hij in dit verband beziet, het door hem gehanteerde beoordelingskader voor trillinghinder in woningen langs de Betuweroute voldoende heeft gemotiveerd. Ten aanzien van het door de staatssecretaris gehanteerde richtbedrag van € 47.000,00 stelt de Afdeling vast dat dit bedrag in de brief van 29 april 2015 weliswaar wordt genoemd en ter onderbouwing van dit bedrag ook in die brief naar de hiervoor genoemde onderzoeken wordt verwezen, maar daarmee is naar het oordeel van de Afdeling niet inzichtelijk geworden op welke wijze de staatssecretaris heeft bepaald dat maatregelen aan een woning ter beperking van trillinghinder in beginsel niet doelmatig zijn indien zij meer kosten dan een richtbedrag van € 47.000,00. Dit gebrek heeft niet alleen betrekking op maatregelen aan de woning, maar ook op bronmaatregelen, waarvan blijkens het rapport “Trillingsonderzoek Betuweroute, Onderzoek naar mitigerende maatregelen”, nr. D79-PBO-KA-1400090″, van Movares van 6 mei 2015 in dit geval, onbetwist, alleen de maatregel “floating slab track” in aanmerking komt. Appellante betoogt dat de staatssecretaris onvoldoende heeft onderzocht of er nog andere – combinaties van – maatregelen denkbaar zijn dan die welke in het besluit zijn genoemd en wat deze zouden kosten. De Afdeling stelt vast dat de in de woning van [appellante] optredende trillingwaarden die zijn vermeld in het rapport van Movares van 1 juli 2016 niet worden betwist. De Afdeling stelt voorts met appellante vast dat in het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd waarom andere combinaties van maatregelen dan het onderheien van de woning en het verstijven van de vloer van de 1e verdieping niet doelmatig kunnen worden geacht.

Tussenuitspraak

ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:608, besluit geen trillinghinder beperkende maatregelen te nemen woning gemeente Duiven, staatssecretaris I&W

Annotatie M.A.A. Soppe

1.         Als een besluit of plan vergezeld is gegaan van een MER, heeft de wetgever het van belang geacht dat via een evaluatie achteraf (ex post evaluatie) wordt nagegaan of de daadwerkelijk optredende milieugevolgen in meer of mindere mate corresponderen met de bevindingen in dat rapport. Het bevoegd gezag kan naar aanleiding van het verplichte evaluatieonderzoek ex art. 7.39 Wm (plan-mer) of het monitoringsverslag ex art. 7.41 Wm (besluit-mer), maatregelen treffen als de mer-plichtige activiteit in belangrijke mate nadeliger gevolgen voor het milieu heeft. Aldus is neergelegd in art. 7.42 lid 1 Wm. Hoewel de ex post evaluatieregeling al decennia bestaat (namelijk net zo lang als de mer-regeling zelf), is er bij mijn weten niet eerder een uitspraak van de Afdeling over de toepassing van dat artikellid geweest. Dat maakt de voorliggende uitspraak meer dan het publiceren waard.

2.         In casu is uit de evaluatie van het MER voor de Betuweroute gebleken dat de trillingshinder van het treinverkeer op deze route meer hinder veroorzaakt dan in het MER uit 1992 is beschreven. Dat is onder meer het geval voor een op korte afstand van de Betuweroute gelegen woning van appellant. De staatssecretaris van het toenmalige ministerie van Infrastructuur en Milieu (thans Infrastructuur en Waterstaat) heeft bij besluit van 1 november 2016 desalniettemin besloten om geen trillinghinder beperkende maatregelen te nemen aan de woning van appellant. Dat besluit is in bezwaar overeind gebleven, waarna appellant beroep heeft ingesteld.

3.         De Afdeling toetst in de r.o. 4 e.v. vrij indringend of de weigering om maatregelen te treffen rechtmatig is. De Afdeling komt daarbij tot de conclusie dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd op welke wijze hij de mate van trillinghinder vaststelt en welke eventuele maatregelen bij trillinghinder kunnen worden getroffen. In het beoordelingskader van de staatssecretaris is evenwel bepaald dat als uitgangspunt heeft te gelden dat trillinghinder beperkende maatregelen het richtbedrag van € 47.000,- per woning niet te boven mogen gaan. Ten aanzien van dat bedrag oordeelt de Afdeling dat de staatssecretaris onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat er geen sprake is van doelmatige maatregelen indien deze meer kosten dan het richtbedrag. Daarnaast is de Afdeling van oordeel dat het bestreden besluit onduidelijkheid laat bestaan over de vraag of er combinaties van maatregelen mogelijk zijn waarmee de trillinghinder met een redelijke investering voelbaar kan worden teruggebracht. De staatssecretaris is in het kader van een bestuurlijke lus opgedragen alsnog een toereikende motivering van zijn besluit te geven dan wel een gewijzigd of nieuw besluit te nemen.

4.         Een ex post evaluatieregeling – die vanwege de kennisvergaringsfunctie sowieso toegevoegde waarde heeft –  heeft voor belanghebbenden pas meerwaarde als er zo nodig ook wat met de resultaten van een evaluatie moet worden gedaan. Ik vind de vrij indringende toetsingswijze van de Afdeling dan ook toe te juichen. Die toetsingswijze zou belanghebbende partijen, waaronder begrepen milieugroeperingen, wel eens wakker kunnen schudden. Bij discrepanties tussen prognoses in het MER en de daadwerkelijk optredende milieugevolgen kan het immers zin hebben om het bevoegd gezag te verzoeken om op grondslag van art. 7.42 lid 1 Wm maatregelen te nemen. Bij een niet toereikend gemotiveerde weigering door het bevoegd gezag zal een gang naar de bestuursrechter succes kunnen hebben. Wellicht dat de eerstvolgende uitspraak over art. 7.42 Wm niet lang op zich laat wachten.


Gerelateerd

Niet elk bedrijventerrein is een industrieterrein in de zin van categorie D 11.3 Besluit mer
Annotatie T. Rötscheid ABRvS 10 maart 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:516
Informele mer-beoordeling bestemmingsplan moet zien op gehele woningbouwlocatie
Annotatie M.A.A. Soppe ABRvS 20 januari 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:80
Voorschriften OBM moeten te herleiden zijn tot mer-beoordelingsaanmeldnotitie
Annotatie Soppe ABRvS 13 november 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:3820, M en R 2020/18
Ontgrondingsvergunningen omvatten inhoudelijk geen wijziging ten opzichte van de voorheen verleende tijdelijke vergunningen en vallen daarom niet onder de mer-(beoordelings)plicht
Annotatie Soppe ABRvS 21 augstus 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2822, M en R 2020/55
Geen expliciet mer-beoordelingsbesluit voor bestemmingsplan woonwijk
Annotatie ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, M en R 2019/106
Bouw 40 woningen met steigerplaatsen voor afmeren van een boot, ziet niet op een jachthaven in de zin van het Besluit mer; art. 8:69a Awb in relatie tot mer-beoordeling en art. 7.2a Wm
Annotatie Soppe ABRvS 8 april 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:1010, M en R 2020/62
Doelstelling initiatiefnemer relevant voor niet opnemen alternatief in plan-MER. Toename stikstofdepositie N2000-gebied toereikend passend beoordeeld (systeemanalyse)
Annotatie Soppe ABRvS 11 maart 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:741, M en R 2020/38
Omvang van Europese onderzoeksverplichtingen naar milieueffecten voor het verlengen van de termijn van elektriciteitsproductie door twee Belgische kerncentrales
Erwin Noordover schreef een annotatie bij HvJ EU 29 juli 2019, C-411/17, ECLI:EU:C:2019:622 (Inter-Environnement Wallonie…
Ontbreken expliciet mer-beoordelingsbesluit is herstelbaar en reikwijdte mer-beoordelingsplichtige activiteit (samenhang andere activiteiten)
Annotatie Soppe ABRvS 18 december 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:4327, M en R 2020/6
Concept plan-MER hoeft ingevolge de Wet openbaarheid bestuur niet openbaar te worden gemaakt
Annotatie Soppe ABRvS 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3299, M en R 2019/27
Verzuim expliciet mer-beoordelingsbesluit fataal voor bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, TBR 2019/113
Staat mer-richtlijn toe dat slechts één van de noodzakelijke besluiten aan mer-plicht wordt verbonden?
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 3 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2217, M en R 2019/84
Toename endotoxinen leidt tot mer-plicht
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 22 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1632, M en R 2019/81
Voor andere bevredigende oplossing Wnb-ontheffing gebruik maken van milieueffectrapportage en beoordeling bestemmingsplan
Annotatie ABRvS 8 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1491, M en R 2019/78
Wijziging bestaande bebouwing in permanent logiesverblijf voor arbeidsmigranten geen stedelijk ontwikkelingsproject
Annotatie ABRvS 17 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1253, M en R 2019/61
Omgevingsvergunning eerste fase mag niet buiten behandeling worden gelaten vanwege mer-beoordelingsplicht tweede fase
Annotatie Soppe ABRvS 3 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1013, M en R 2019/60
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe ABRvS 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:758, M en R 2018/60
Wijziging tracébesluit verplicht niet tot opstellen van nieuw MER
Annotatie Soppe ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:596, M en R 2019/45
Mer-beoordelingsbeslissing voorafgaand aan terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3131, M en R 2018/129
Toename emissie endotoxinen vanwege pluimveehouderij leidt tot mer-plicht
Annotatie Soppe ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2496, M en R 2018/113
Winning delfstoffen onder water geen delfstoffenwinning uit landbodem uit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1986, M en R 2018/100
Geen kaderstellend mer-plichtigplan ingeval van één-op-één inpassing vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2066, M en R 2018/101
Inspraak over ontwerpbesluit voldoende vroegtijdige inspraak
Annotatie Kevelam ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, M en R 2018/84
Functiewijziging winkelcentrum geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie D-11.2 Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:348, TBR 2018/62
Herstructurering N280 Roermond is wijziging autoweg in de zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 24 januari 2018,  ECLI:NL:RVS:2018:224, M en R 2018/46
Geen MER nodig na mer-beoordeling als eerder vergunde milieugevolgen niet toenemen
Annotatie Soppe ABRvS 13 december 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:3448, M en R 2018/28
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 19 juli 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:1939, M en R 2017/135
Toepassing kruimelgevallenregeling in relatie tot kolom 1 en kolom 2 uit categorieën Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1192, TBR 2017/99
Feitelijk bestaande (planologische legale) situatie bepalend voor mer-(beoordelings)plicht bestemmingsplan bij Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694, M en R 2017/72
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe Vz. ABRvS 2 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:561, M en R 2017/83
De Wet tarieven: de Commissie m.e.r. uit de markt geprijsd?
Milieu & Recht 2016/19
Omgevingsplan en m.e.r.
In deze bijdrage wordt de werkingssfeer van de voorgestelde m.e.r.-regelgeving ten aanzien van het omgevingsplan besproken. Verder wordt er ingegaan op de reikwijdte van de m.e.r.-(beoordelings)plicht voor zover die is verbonden aan het omgevingsplan.
Geen m.e.r.-beoordelingsplicht voor besluiten niet genoemd in kolom 4 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 30 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3170, M en R 2017/92
Functionele ontgronding is winning oppervlaktedelfstoffen Besluit mer
Annotatie ABRvS 15 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3152, M en R 2017/13
Betekenis kosten bij bepaling mer-alternatieven
Annotatie Soppe ABRvS 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2988, M en R 2017/35
Informele mer-beoordeling voldoende bij formele mer-beoordelingsplicht
Annotatie Soppe ABRvS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2535, M en R 2016/149
Planologische vergelijking bij bepalen m.e.r.-(beoordelings)plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 13 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1944, M en R 2017/18
Betekenis voorzienbaarheidscriterium voor activiteiten in Besluit mer zonder term ‘capaciteit’
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:482, M en R 2016/69
Bepalen en effectueren mer-plicht bij grensoverschrijdende activiteiten
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:465, M en R 2016/78
Eventuele toekomstige gaswinning niet betrekken bij mer-beoordeling exploratieboring
ABRvS Kevelam en Soppe 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:155, M en R 2016/64
Wijziging geluidvoorschrift kartbaan geen wijziging activiteit categorie D-43 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3949, M en R 2016/52
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3557, M en R 2016/14
Geen mer-beoordeling als activiteit niet voldoet aan kolom 1-omschrijving Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 19 augstus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2631, M en R 2015/143
Recycling is geen verwijdering afvalstoffen uit categorie D-18.1 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2457, M en R 2015/156
Planologische vergelijking bij bepalen mer-plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2078, M en R 2015/125
Relativiteitsvereiste in relatie tot plan-mer-regeling en artikel 7.2a Wm
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1713, TBR 2015/114
Twee fasen bedrijventerrein één samenhangende activiteit bij toepassing Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1333, M en R 2015/106
Achterwege laten plan-mer-plicht bestemmingsplan ingeval van vergunning Natuurbeschermingswet 1998 met passende beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1161, M en R 2015/105
Exploratieboringen aardgas en aardolie niet mer-plichtig ingevolge mer-richtlijn
Annotatie Soppe HvJEU 11 februari 2015, ECLI:EU:C:2015:79, M en R 2015/73
Hoofdlijnen milieubestuursrecht
Hoofdlijnen milieubestuursrecht, 2015, hoofdstuk 9 (Milieueffectrapportage), pag. 187-208
Integrale beoordeling milieugevolgen bij informele mer-beoordeling
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4648, TBR 2015/113
Verwerking licht asbesthoudend staalschroot in smelten staal valt onder categorie C-21-5 en D-21.5
Annotatie Soppe ABRvS 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4531, M en R 2015/50
Mer-beoordelingsbesluit inhoudende dat MER moet worden gemaakt bij uitbreiding ontgronding
Annotatie Soppe ABRvS 1 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3546, M en R 2015/22
Reikwijdte van plan-m.e.r. is beperkt tot m.e.r.-plichtige onderdelen plan; planregels om te voldoen aan de Natuurbeschermingswet 1998 niet toegestaan
Annotatie Kaajan en Soppe ABRvS 6 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2942, M en R 2014/143
Opzet en vormgeving-criterium ingeval van wijziging activiteit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1467, M en R 2014/113
Co-vergistingsintallatie is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig vanwege categorieën D-18.4, D-21.6 en D-22.1
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:555, M en R 2014/79
Wijziging Kernenergiewetvergunning Borssele is geen wijziging in de zin van Besluit m.e.r
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:517, M en R 2014/80
Opnemen maximale capaciteit vergassingsinstallatie categorie C-18.4 Belsuit mer in planregels toegestaan
Annotatie Soppe ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:170, M en R 2014/46
Activiteit categorie C-18.4 Besluit m.e.r zowel verwijdering als nuttige toepassing afvalstoffen
Annotatie Soppe Rb Noord-Nederland 14 januari 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:149, M en R 2014/45
Communautaire grenzen aan het beperken van de project-m.e.r.-plicht tot het eerste ruimtelijk plan over een gefaseerd te realiseren project (mede bezien in het licht van de Omgevingswet)
P.J.J. van Buuren e.a. (red.), Toonbeelden, Gedachten over provinciaal omgevingsrecht ter herinnering aan Toon de Gier, Kluwer 2013, p. 159-165
Cumulatie projecten leidt tot formele mer-beoordelingsplicht ontgrondingsvergunning
Annotatie Soppe ABRvS 3 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:149, M en R 2013/127
Reikwijdte van categorie D.35c van het Besluit mer (conserven)
Annotatie Soppe ABRvS 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:18, M en R 2013/116
En weer een moderniseringsslag … Of vormt de Omgevingswet dan toch het eindstation voor een eigentijds m.e.r.-systeem? Uiteenzetting van de belangrijkste wijzigingen in de m.e.r.-regelgeving ingevolge de Omgevingswet
TO 2013, nr. 2, p. 55-67
Hoofdlijnen regelgeving inzake milieueffectrapportage
Vastgoedrecht 2013, nr. 1 p. 7-14
Eén stedelijk ontwikkelingsproject in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 9 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY8002, AB 2013/96
Geen mer-beoordeling voor uitwerkingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6741, TBR 2013/43
Samenhangende ontgrondingslocatie voor bepaling mer-(beoordelingsplicht)
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6766, AB 2013/97
Nieuwe en bestaande windturbines windpark in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe Rb Haarlem 12 december 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6096, M en R 2013/42
Geen samenhangende installaties windturbines Lelystad
Annotatie Soppe ABRvS 14 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3088, M en R 2013/41
Besluit-MER beperkt tot bestemmingsplan dat deel is van groter plan
Annotatie Soppe ABRvS 3 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8982, M en R 2013/26
Passende beoordeling en plan-mer voor bestemmingsplan met significante effecten Natura 2000-gebied en plan-mer-gebrek is niet passeerbaar
Annotatie Soppe ABRvS 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1871, TBR 2012/166
Plan-mer-plicht als bestemmingsplan meer mogelijk maakt van vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 30 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6920, TBR 2012/129
Bangert en Oosterpolder: lange leve de duidelijkheid
Toets 2008, nr. 5, p. 4-9