Amsterdam: +31 20 737 20 66
Almelo: +31 546 89 82 46
Leeuwarden: +31 20 236 10 24

Planologische vergelijking bij bepalen mer-plicht bestemmingsplan

Annotatie ABRvS 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2078, M en R 2015/125

Essentie

Bij het bepalen van de m.e.r.-plicht van het bestemmingsplan is uitgegaan van een planologische vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan. Onduidelijk is of dit ook is toegestaan indien de voorgaande planologische mogelijkheden niet (volledig) zijn benut.

Samenvatting

De raad stelt dat geen verplichting bestaat tot het maken van een MER nu het ter toetsing voorliggende bestemmingsplan geen nieuwe activiteiten mogelijk maakt ten opzichte van het vorige bestemmingsplan. Uit de planregels volgt naar het oordeel van de Afdeling dat het plan inderdaad geen bedrijfsactiviteiten mogelijk maakt die met het vorige bestemmingsplan nog niet waren toegestaan. Voor zover appellant betoogt dat het plan niet conserverend van aard is, mist het derhalve feitelijke grondslag. Daarbij is bovendien van belang dat het plan – gelet op artikel 4, lid 4.4.2 van de planregels – geen activiteiten toestaat die ertoe leiden dat een plicht ontstaat op grond van artikel 7.2, eerste lid, van de Wm om een MER te maken. Voorts acht de Afdeling de eerst ter zitting door [appellant] ingenomen stelling dat het plan activiteiten mogelijk maakt die nog niet feitelijk plaatsvinden en waarvoor om die reden reeds voor de vaststelling van dit plan een MER moet worden gemaakt onvoldoende onderbouwd. Het betoog faalt reeds daarom.

Uitspraak

ABRvS 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2078, bestemmingsplan “VAR 2013”, gemeente Voorst

Annotatie M.A.A. Soppe

1.         Bij het beoordelen van de vraag of er voor een bestemmingsplan een m.e.r.-(beoordelings)plicht bestaat op grond van art. 7.2 lid 1 Wm jo. het Besluit m.e.r., is van belang van welke referentiekader moet worden uitgegaan. Is dat de feitelijk bestaande situatie ten tijde van de vaststelling van het plan of zijn dat de planologische mogelijkheden in het voorgaande bestemmingsplan (voor zover die niet ten volle zijn gerealiseerd)? De gemeenteraad van Voorst gaat van het laatste uit. Aangezien het aan de orde zijnde bestemmingsplan geen bedrijfsactiviteiten mogelijk maakt die ook niet reeds waren toegestaan op grond van het voorgaande bestemmingsplan, was er naar zijn oordeel geen sprake van een wijziging of uitbreiding van een industrieterrein zoals bedoeld in onderdeel D-11.3 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en kon een MER achterwege blijven.  Eerst tijdens de zitting wordt door de appellant gesteld dat het nieuwe bestemmingsplan bedrijfsactiviteiten mogelijk maakt die nog niet feitelijk plaatsvinden en dat er daarom weldegelijk sprake is van een uitbreiding of wijziging van een industrieterrein. De Afdeling acht die stelling onvoldoende onderbouwd en gaat daar aan voorbij. Aldus blijft de praktijk nog enigszins worstelen met de vraag wat rechtens als referentiekader heeft te gelden.

2.         De uitspraak ABRvS 7 september 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR6907, JM 2011/135, lijkt volstrekt helder over het te hanteren referentiekader. De Afdeling overweegt daarin (r.o. 2.11.4) als volgt: “Dat de uitbreiding volgens de raad ook onder het voorheen geldende bestemmingsplan was toegestaan betekent niet dat deze is aan te merken als een bestaande, ongewijzigd blijvende voorziening waarvoor geen m.e.r.-plicht bestaat, aangezien de daadwerkelijke uitbreiding ten tijde van het bestreden besluit niet had plaatsgevonden”. Hieruit volgt dat bij het bepalen van de m.e.r.-(beoordelings)plicht van een bestemmingsplan moet worden uitgegaan van hetgeen dat plan mogelijk maakt ten opzichte van de legaal bestaande feitelijke situatie ten tijde van de vaststelling van het plan. Twijfel omtrent deze conclusie is ontstaan door de uitspraken ABRvS 18 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2229, JM 2014/103 en ABRvS 26 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4264, JM 2015/24. In die uitspraken maakt de Afdeling voor de vraag of er een m.e.r.-(beoordelings)plicht bestaat een vergelijking met de voorheen bestaande planologische situatie. Daarbij blijft in het midden in hoeverre de bestaande planologische mogelijkheden reeds feitelijk waren ingevuld, hetgeen op zijn minst de suggestie wekt dat dat er niet toe doet. Die suggestie blijft ook na de onderhavige uitspraak bestaan. De Afdeling geeft in casu niet aan waarom appellant zijn stelling onvoldoende heeft onderbouwd. Is dat omdat onvoldoende is aangetoond dat de op grond van het voorgaande plan bestaande planologische mogelijkheden niet volledig zijn benut of is dat omdat appellant onvoldoende heeft onderbouwd dat als referentiekader bij het bepalen van de m.e.r.-(beoordelings)plicht van een bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de legaal bestaande feitelijke situatie? Het gegeven dat in het bestemmingsplan een planregel is opgenomen ten gevolge waarvan m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten niet zijn toegestaan (aan die regel kent de Afdeling betekenis toe in haar oordeelsvorming), wijst er op dat er kennelijk geen sprake is van een zodanige bestemmingsregeling dat de huidige feitelijke situatie strikt conserverend is bestemd. Wijzigingen in de bestaande bedrijfsvoering lijken daarmee mogelijk. Als dat zo is en wanneer bij het bepalen van de m.e.r.-(beoordelings)plicht de legaal bestaande feitelijke situatie als referentiekader zou hebben te gelden, staat daarmee overigens niet vast dat er alsdan sprake is van de wijziging en/of uitbreiding van een industrieterrein in de zin van D-11.3. Uit ABRvS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1467, M en R 2014/113, volgt dat een relatief geringe wijziging in het planologisch regime voor een bestaand industrieterrein geen wijziging in de zin van Besluit m.e.r. behelst.

3.         Naar mijn mening dient de legaal bestaande feitelijke situatie als referentiekader te worden gehanteerd. Ik kan mij derhalve goed vinden in de hiervoor genoemde uitspraak van 7 september 2011. Daarbij speelt met name (ook) de communautaire achtergrond van de m.e.r.-regelgeving een rol. De m.e.r.-richtlijn noch de smb-richtlijn bieden een basis voor het achterwege laten van een m.e.r.-(beoordeling) als er voor het desbetreffende project in het verleden reeds een vergunning is verleend dan wel reeds een plan is vastgesteld voor zover dat project of plan niet is gerealiseerd. Dat kan alleen anders zijn indien er in het verleden al een MER is gemaakt en dat rapport (eventueel na een aanvulling) nog voldoende volledig en actueel is. Wat betreft de m.e.r.-richtlijn zij in dat verband naar analogie verwezen naar de jurisprudentie van het Hof van Justitie zoals behandeld in paragraaf 3 van mijn bijdrage “Communautaire grenzen aan het beperken van de project-m.e.r.-plicht tot het eerste ruimtelijk plan over een gefaseerd te realiseren project (mede bezien in het licht van de Omgevingswet)”, in P.J.J. van Buuren e.a. [red], Toonbeelden; Gedachten over provinciaal omgevingsrecht ter herinnering aan Toon de Gier, Deventer 2013, pp. 161-163.

4.         Tenslotte een opmerking over de planregel die m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten als bedoeld in het Besluit m.e.r. uitsluit. De Afdeling gaat in casu uit van de verbindendheid van die regel, waarschijnlijk reeds vanwege het feit dat appellant niet tegen de legitimiteit van die regel heeft geageerd (althans daarvan blijkt niet uit de uitspraak; zie voor een in dit opzicht soortgelijke uitspraak ABRvS 23 november 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU5380, JM 2012/12). Over de legitimiteit van een dergelijke in de praktijk veelvuldig voorkomende planregel is evenwel discussie mogelijk. Wanneer de motivering voor zo’n regel uitsluitend is gelegen in het voorkomen van een plan-m.e.r.-plicht voor het bestemmingsplan, komt het mij voor dat die regel niet dienstbaar is aan een goede ruimtelijke ordening en om die reden niet in het plan thuis hoort. Dat is anders indien de planregel (in ieder geval mede) is ingegeven vanwege de gedachte dat de m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten in de regel een hogere milieubelasting hebben dan de niet m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten en dat het gemeentebestuur het om die reden wenselijk vindt dat voor het toestaan van de eerstbedoelde activiteiten een separaat planologisch traject moet worden doorlopen.


Gerelateerd

Informele mer-beoordeling bestemmingsplan moet zien op gehele woningbouwlocatie
Annotatie MA.A. Soppe ABRvS 20 januari 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:80
Voorschriften OBM moeten te herleiden zijn tot mer-beoordelingsaanmeldnotitie
Annotatie Soppe ABRvS 13 november 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:3820, M en R 2020/18
Ontgrondingsvergunningen omvatten inhoudelijk geen wijziging ten opzichte van de voorheen verleende tijdelijke vergunningen en vallen daarom niet onder de mer-(beoordelings)plicht
Annotatie Soppe ABRvS 21 augstus 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2822, M en R 2020/55
Geen expliciet mer-beoordelingsbesluit voor bestemmingsplan woonwijk
Annotatie ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, M en R 2019/106
Bouw 40 woningen met steigerplaatsen voor afmeren van een boot, ziet niet op een jachthaven in de zin van het Besluit mer; art. 8:69a Awb in relatie tot mer-beoordeling en art. 7.2a Wm
Annotatie Soppe ABRvS 8 april 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:1010, M en R 2020/62
Doelstelling initiatiefnemer relevant voor niet opnemen alternatief in plan-MER. Toename stikstofdepositie N2000-gebied toereikend passend beoordeeld (systeemanalyse)
Annotatie Soppe ABRvS 11 maart 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:741, M en R 2020/38
Omvang van Europese onderzoeksverplichtingen naar milieueffecten voor het verlengen van de termijn van elektriciteitsproductie door twee Belgische kerncentrales
Erwin Noordover schreef een annotatie bij HvJ EU 29 juli 2019, C-411/17, ECLI:EU:C:2019:622 (Inter-Environnement Wallonie…
Ontbreken expliciet mer-beoordelingsbesluit is herstelbaar en reikwijdte mer-beoordelingsplichtige activiteit (samenhang andere activiteiten)
Annotatie Soppe ABRvS 18 december 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:4327, M en R 2020/6
Concept plan-MER hoeft ingevolge de Wet openbaarheid bestuur niet openbaar te worden gemaakt
Annotatie Soppe ABRvS 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3299, M en R 2019/27
Verzuim expliciet mer-beoordelingsbesluit fataal voor bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, TBR 2019/113
Staat mer-richtlijn toe dat slechts één van de noodzakelijke besluiten aan mer-plicht wordt verbonden?
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 3 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2217, M en R 2019/84
Toename endotoxinen leidt tot mer-plicht
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 22 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1632, M en R 2019/81
Voor andere bevredigende oplossing Wnb-ontheffing gebruik maken van milieueffectrapportage en beoordeling bestemmingsplan
Annotatie ABRvS 8 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1491, M en R 2019/78
Wijziging bestaande bebouwing in permanent logiesverblijf voor arbeidsmigranten geen stedelijk ontwikkelingsproject
Annotatie ABRvS 17 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1253, M en R 2019/61
Omgevingsvergunning eerste fase mag niet buiten behandeling worden gelaten vanwege mer-beoordelingsplicht tweede fase
Annotatie Soppe ABRvS 3 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1013, M en R 2019/60
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe ABRvS 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:758, M en R 2018/60
Wijziging tracébesluit verplicht niet tot opstellen van nieuw MER
Annotatie Soppe ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:596, M en R 2019/45
Mer-beoordelingsbeslissing voorafgaand aan terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3131, M en R 2018/129
Toename emissie endotoxinen vanwege pluimveehouderij leidt tot mer-plicht
Annotatie Soppe ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2496, M en R 2018/113
Winning delfstoffen onder water geen delfstoffenwinning uit landbodem uit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1986, M en R 2018/100
Geen kaderstellend mer-plichtigplan ingeval van één-op-één inpassing vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2066, M en R 2018/101
Treffen maatregelen op grond van mer-evaluatie achteraf
Annotatie Soppe ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:608, M en R 2018/58
Inspraak over ontwerpbesluit voldoende vroegtijdige inspraak
Annotatie Kevelam ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, M en R 2018/84
Functiewijziging winkelcentrum geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie D-11.2 Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:348, TBR 2018/62
Herstructurering N280 Roermond is wijziging autoweg in de zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 24 januari 2018,  ECLI:NL:RVS:2018:224, M en R 2018/46
Geen MER nodig na mer-beoordeling als eerder vergunde milieugevolgen niet toenemen
Annotatie Soppe ABRvS 13 december 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:3448, M en R 2018/28
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 19 juli 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:1939, M en R 2017/135
Toepassing kruimelgevallenregeling in relatie tot kolom 1 en kolom 2 uit categorieën Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1192, TBR 2017/99
Feitelijk bestaande (planologische legale) situatie bepalend voor mer-(beoordelings)plicht bestemmingsplan bij Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694, M en R 2017/72
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe Vz. ABRvS 2 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:561, M en R 2017/83
De Wet tarieven: de Commissie m.e.r. uit de markt geprijsd?
Milieu & Recht 2016/19
Omgevingsplan en m.e.r.
In deze bijdrage wordt de werkingssfeer van de voorgestelde m.e.r.-regelgeving ten aanzien van het omgevingsplan besproken. Verder wordt er ingegaan op de reikwijdte van de m.e.r.-(beoordelings)plicht voor zover die is verbonden aan het omgevingsplan.
Geen m.e.r.-beoordelingsplicht voor besluiten niet genoemd in kolom 4 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 30 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3170, M en R 2017/92
Functionele ontgronding is winning oppervlaktedelfstoffen Besluit mer
Annotatie ABRvS 15 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3152, M en R 2017/13
Betekenis kosten bij bepaling mer-alternatieven
Annotatie Soppe ABRvS 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2988, M en R 2017/35
Informele mer-beoordeling voldoende bij formele mer-beoordelingsplicht
Annotatie Soppe ABRvS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2535, M en R 2016/149
Planologische vergelijking bij bepalen m.e.r.-(beoordelings)plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 13 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1944, M en R 2017/18
Betekenis voorzienbaarheidscriterium voor activiteiten in Besluit mer zonder term ‘capaciteit’
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:482, M en R 2016/69
Bepalen en effectueren mer-plicht bij grensoverschrijdende activiteiten
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:465, M en R 2016/78
Eventuele toekomstige gaswinning niet betrekken bij mer-beoordeling exploratieboring
ABRvS Kevelam en Soppe 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:155, M en R 2016/64
Wijziging geluidvoorschrift kartbaan geen wijziging activiteit categorie D-43 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3949, M en R 2016/52
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3557, M en R 2016/14
Geen mer-beoordeling als activiteit niet voldoet aan kolom 1-omschrijving Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 19 augstus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2631, M en R 2015/143
Recycling is geen verwijdering afvalstoffen uit categorie D-18.1 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2457, M en R 2015/156
Relativiteitsvereiste in relatie tot plan-mer-regeling en artikel 7.2a Wm
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1713, TBR 2015/114
Twee fasen bedrijventerrein één samenhangende activiteit bij toepassing Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1333, M en R 2015/106
Achterwege laten plan-mer-plicht bestemmingsplan ingeval van vergunning Natuurbeschermingswet 1998 met passende beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1161, M en R 2015/105
Exploratieboringen aardgas en aardolie niet mer-plichtig ingevolge mer-richtlijn
Annotatie Soppe HvJEU 11 februari 2015, ECLI:EU:C:2015:79, M en R 2015/73
Hoofdlijnen milieubestuursrecht
Hoofdlijnen milieubestuursrecht, 2015, hoofdstuk 9 (Milieueffectrapportage), pag. 187-208
Integrale beoordeling milieugevolgen bij informele mer-beoordeling
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4648, TBR 2015/113
Verwerking licht asbesthoudend staalschroot in smelten staal valt onder categorie C-21-5 en D-21.5
Annotatie Soppe ABRvS 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4531, M en R 2015/50
Mer-beoordelingsbesluit inhoudende dat MER moet worden gemaakt bij uitbreiding ontgronding
Annotatie Soppe ABRvS 1 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3546, M en R 2015/22
Reikwijdte van plan-m.e.r. is beperkt tot m.e.r.-plichtige onderdelen plan; planregels om te voldoen aan de Natuurbeschermingswet 1998 niet toegestaan
Annotatie Kaajan en Soppe ABRvS 6 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2942, M en R 2014/143
Opzet en vormgeving-criterium ingeval van wijziging activiteit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1467, M en R 2014/113
Co-vergistingsintallatie is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig vanwege categorieën D-18.4, D-21.6 en D-22.1
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:555, M en R 2014/79
Wijziging Kernenergiewetvergunning Borssele is geen wijziging in de zin van Besluit m.e.r
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:517, M en R 2014/80
Opnemen maximale capaciteit vergassingsinstallatie categorie C-18.4 Belsuit mer in planregels toegestaan
Annotatie Soppe ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:170, M en R 2014/46
Activiteit categorie C-18.4 Besluit m.e.r zowel verwijdering als nuttige toepassing afvalstoffen
Annotatie Soppe Rb Noord-Nederland 14 januari 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:149, M en R 2014/45
Communautaire grenzen aan het beperken van de project-m.e.r.-plicht tot het eerste ruimtelijk plan over een gefaseerd te realiseren project (mede bezien in het licht van de Omgevingswet)
P.J.J. van Buuren e.a. (red.), Toonbeelden, Gedachten over provinciaal omgevingsrecht ter herinnering aan Toon de Gier, Kluwer 2013, p. 159-165
Cumulatie projecten leidt tot formele mer-beoordelingsplicht ontgrondingsvergunning
Annotatie Soppe ABRvS 3 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:149, M en R 2013/127
Reikwijdte van categorie D.35c van het Besluit mer (conserven)
Annotatie Soppe ABRvS 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:18, M en R 2013/116
En weer een moderniseringsslag … Of vormt de Omgevingswet dan toch het eindstation voor een eigentijds m.e.r.-systeem? Uiteenzetting van de belangrijkste wijzigingen in de m.e.r.-regelgeving ingevolge de Omgevingswet
TO 2013, nr. 2, p. 55-67
Hoofdlijnen regelgeving inzake milieueffectrapportage
Vastgoedrecht 2013, nr. 1 p. 7-14
Eén stedelijk ontwikkelingsproject in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 9 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY8002, AB 2013/96
Geen mer-beoordeling voor uitwerkingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6741, TBR 2013/43
Samenhangende ontgrondingslocatie voor bepaling mer-(beoordelingsplicht)
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6766, AB 2013/97
Nieuwe en bestaande windturbines windpark in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe Rb Haarlem 12 december 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6096, M en R 2013/42
Geen samenhangende installaties windturbines Lelystad
Annotatie Soppe ABRvS 14 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3088, M en R 2013/41
Besluit-MER beperkt tot bestemmingsplan dat deel is van groter plan
Annotatie Soppe ABRvS 3 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8982, M en R 2013/26
Passende beoordeling en plan-mer voor bestemmingsplan met significante effecten Natura 2000-gebied en plan-mer-gebrek is niet passeerbaar
Annotatie Soppe ABRvS 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1871, TBR 2012/166
Plan-mer-plicht als bestemmingsplan meer mogelijk maakt van vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 30 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6920, TBR 2012/129
Bangert en Oosterpolder: lange leve de duidelijkheid
Toets 2008, nr. 5, p. 4-9