Amsterdam: +31 20 737 20 66
Almelo: +31 546 89 82 46
Leeuwarden: +31 20 236 10 24

Wijziging Kernenergiewetvergunning Borssele is geen wijziging in de zin van Besluit m.e.r

Annotatie ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:517, M en R 2014/80

Essentie

Een wijziging van een vergunning die niet mogelijk maakt dat er er feitelijke wijzigingen binnen de inrichting plaats kunnen vinden, is geen wijziging in de zin van het Besluit milieueffectrapportage. Geen sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht.

Samenvatting

De aangevraagde wijzigingen hebben niet tot gevolg dat binnen de KCB feitelijke wijzigingen plaatsvinden. Zij hebben uitsluitend betrekking op de actualisatie van het Veiligheidsrapport. De aangevraagde wijzigingen vallen niet onder een activiteit als bedoeld in onderdeel D, categorie 22.3, onder 5°, van de bijlage bij het Besluit mer, reeds omdat hetgeen is aangevraagd geen wijziging, uitbreiding of oprichting als bedoeld in onderdeel A, tweede lid, van de bijlage bij het Besluit mer is. De omstandigheid dat hetgeen is aangevraagd in de toekomst tot gevolg kan hebben dat componenten van de KCB moeten worden vervangen maakt het voorgaande niet anders. Er bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat voorafgaand aan het nemen van het bestreden besluit geen m.e.r.-beoordeling hoefde plaats te vinden.

Uitspraak

ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:517, wijziging Kernenergiewetvergunning Borssele, ministerie EZ

Annotatie M.A.A. Soppe

1.         Uit deze uitspraak volgt onder meer dat de Afdeling van oordeel is dat het in het Besluit m.e.r. veelvuldig gehanteerde begrip wijzing van een inrichting uitsluitend ziet op de situatie waarin een vergunning het mogelijk maakt dat er feitelijke wijzigingen binnen de inrichting plaats kunnen vinden. De aan de orde zijnde wijziging van de Kernenergiewetvergunning voor de kerncentrale Borssele (hierna: wijzigingsvergunning) ziet uitsluitend op de actualisatie van het zogeheten Veiligheidsrapport en biedt derhalve geen basis om feitelijke wijzigingen in de kerncentrale door te voeren. Dat het nieuwe Veiligheidsrapport impliceert dat de ontwerpbedrijfsduur van 40 naar 60 jaar gaat en dat zulks er in de toekomst toe leidt dat componenten van de kerncentrale moeten worden vervangen, maakt dat niet anders.

2.         Nu de Afdeling oordeelt dat er geen sprake is van een wijzing van een inrichting in de zin van het Besluit m.e.r., concludeert zij dat er ingevolge het Besluit m.e.r. geen verplichting bestond om voor de wijzigingsvergunning een m.e.r.-beoordeling te verrichten op grond van onderdeel D, onder 22.3, van de bijlage bij het Besluit m.e.r. (hierna: D-22.3). Helemaal bevredigend is de op de definitie van het begrip “wijziging” in onderdeel A van de bijlage bij het Besluit gebaseerde toetsingswijze niet. In kolom 2, onder sub 5, van D-22.3 Besluit m.e.r. wordt melding gemaakt van de wijziging van het tijdstip van de buitengebruikstelling of ontmanteling van meer dan vijf jaar. De bedoeling van de wetgever lijkt mij evident: een Kernenergiewetvergunning waarbij uitsluitend wordt voorzien in een wijzing van het tijdstip van de buitengebruikstelling van een kernenergiecentrale met 5 jaar of meer, moet aan een m.e.r.-beoordelingsplicht worden onderworpen. Derhalve ook als de zo’n vergunning geen feitelijke wijzigingen van de kernenergiecentrale mogelijk maakt. Wat er verder ook van zij, de aan de orde zijnde wijzigingsvergunning ziet niet op de buitengebruikstelling of ontmanteling, maar uitsluitend op een nieuw Veiligheidsrapport. Dat rapport impliceert dat de ontwerpbedrijfsduur wordt verlengd, maar omvat zelf geen juridische regulering van de termijn waarbinnen de kernenergiecentrale Borssele open mag zijn. De oorspronkelijke Kernenergiewetvergunning uit 1973 geldt voor onbepaalde tijd. In artikel 15a lid 1 Kernenergiewet is bepaald dat de vergunning uit 1973 vervalt met ingang van 31 december 2033. Dat de Afdeling tot de conclusie komt dat er vanwege D-22.3 geen m.e.r.-beoordelingsplicht voor de wijzigingsvergunning bestond, lijkt mij al met al juist.

3.         Opmerkelijk is overigens dat de Afdeling in r.o. 9.2 citeert uit D-22.3 zoals dat luidde tot 24 oktober 2012. Daarin werd (in kolom 1) gesproken over de behandeling en de opslag van radioactief afval. Aangezien de wijzigingsvergunning is genomen op 18 maart 2013, had de Afdeling moeten uitgaan van de huidige tekst van D-22.3. Zie (art. XIII van) het Besluit van 11 augustus 2012 tot herstel van gebreken van wetstechnische en inhoudelijk ondergeschikte aard in enkele besluiten op de beleidsterreinen van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Stb. 2012, 424. Voor de uitkomst van het geding maakt het geen verschil dat de Afdeling niet van de juiste redactie is uitgegaan. Zij heeft immers niet geconcludeerd dat D-22.3 sowieso niet van toepassing was omdat de omschrijving in kolom 1 zag op de behandeling en opslag van radioactief afval. Wellicht is de Afdeling bij haar toetsing wel van de juiste redactie uitgegaan.

4.         Appellanten hebben aangevoerd dat de verplichting om voor de wijzigingsvergunning een m.e.r.-beoordeling uit te voeren ook voort zou vloeien uit de m.e.r.-richtlijn en het Verdrag inzake milieu-effectrapportage in grensoverschrijdend verband (Verdrag van Espoo). De Afdeling gaat hieraan voorbij, zonder een inhoudelijke toetsing te verrichten. In lijn met eerdere uitspraken stelt de Afdeling dat de (huidige) m.e.r.-richtlijn, die door de EU in overeenstemming met het Verdrag van Espoo is gebracht, is geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Nu niet is bestreden dat de m.e.r.-richtlijn correct is geïmplementeerd, komt aan de m.e.r.-richtlijn volgens de Afdeling geen rechtstreekse werking toe. Zie in gelijke zin ABRvS 5 februari 2014, nrs. 201001848/1/A4 en 201300528/1/A4 (r.o. 3.10; deze uitspraak is tevens in aflevering 5 gepubliceerd; zie ook JM 2014/37) en eerder ABRvS 24 augustus 2011, nr. 201000106/1 (r.o. 2.6.3), M en R 2011/192; BR 2011/175. Deze jurisprudentie illustreert dat de Afdeling niet zelfstandig toetst of een richtlijnbepaling al dan niet correct is omgezet in het nationale recht. Een appellant die zich beroept op een m.e.r.-richtlijnbepaling (of een andere richtlijnbepaling) zal gemotiveerd moeten uiteenzetten waarom die bepaling niet correct in het Nederlandse wet- en regelgeving is omgezet. Alleen als dat met succes wordt gedaan en de desbetreffende bepaling zich er ook overigens voor leent om rechtstreeks door de rechter toegepast te worden, zal de Afdeling het bestreden besluit aan die bepaling toetsen (uitgaande van de concreet-inhoudelijke toetsingsmethode).

5.         Het oordeel dat er op basis van het Besluit m.e.r. geen m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, nu de wijzigingsvergunning geen betrekking heeft op het mogelijk maken van feitelijke wijzigingen binnen de inrichting, is overigens inhoudelijk in lijn met de m.e.r.-richtlijn. De werkingssfeer van deze richtlijn strekt zich uitsluitend uit tot de projecten zoals die staan opgenomen in de bijlagen I en II bij die richtlijn. Tot die projecten behoort ook de oprichting of wijziging van een kernenergiecentrale (zie bijlage I, onder 2b, en bijlage II, onder 13, van de bijlage bij de m.e.r.-richtlijn). Uit HvJ EU 17 maart 2011, zaaknr. C-275/09, JM 2011/60 en HvJ EU 19 april 2012, zaaknr. C-121/11, volgt evenwel dat van een project in de zin van de m.e.r.-richtlijn alleen sprake is indien er sprake is van werken of ingrepen die de materiële toestand van de plaats veranderen. Onder verwijzing naar deze jurisprudentie heeft de Afdeling in ABRvS 27 juni 2012, nr. 201101874/1/A4, geoordeeld dat bijvoorbeeld een vergunning waarbij het gebruik van een bestaand spoor wordt geïntensiveerd geen project in de zin van de m.e.r.-richtlijn is. De thans aan de orde zijnde wijzigingsvergunning verandert niet de materiële toestand van de plaats. Derhalve ziet het niet op een project in de zin van de m.e.r.-richtlijn.

6.         Subsidiair betoogt een aantal appellanten dat art. 15a lid 1 Kernenergiewet de wijziging van het tijdstip van buitengebruikstelling als bedoeld in D-22.3 onder sub 5 tot gevolg heeft. Onder verwijzing naar HvJ EU 17 maart 2011, zaaknr. C-275/09, JM 2011/60, wordt gesteld dat er ook daarom een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt voor de wijzigingsvergunning. Het arrest van het Hof geeft onder meer aan hoe de m.e.r.-(beoordelings)plicht moet worden geëffectueerd indien een vergunning een fase vormt van een procedure die uiteindelijk gericht is op de goedkeuring van een project als bedoeld in de m.e.r.-richtlijn. De Afdeling concludeert dat de wijzigingsvergunning geen fase is van een procedure die uiteindelijk is gericht op de uitvoering van een activiteit waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt en dat het subsidiaire betoog van appellanten daarom niet slaagt. Een nadere onderbouwing wordt niet gegeven. Ik ga er echter vanuit dat de Afdeling vindt dat de wijzigingsvergunning niet voorziet in dan wel nadere besluitvorming voorbereid met betrekking tot het veranderen van de materiële toestand van de plaats.


Gerelateerd

Niet elk bedrijventerrein is een industrieterrein in de zin van categorie D 11.3 Besluit mer
Annotatie T. Rötscheid ABRvS 10 maart 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:516
Informele mer-beoordeling bestemmingsplan moet zien op gehele woningbouwlocatie
Annotatie M.A.A. Soppe ABRvS 20 januari 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:80
Voorschriften OBM moeten te herleiden zijn tot mer-beoordelingsaanmeldnotitie
Annotatie Soppe ABRvS 13 november 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:3820, M en R 2020/18
Ontgrondingsvergunningen omvatten inhoudelijk geen wijziging ten opzichte van de voorheen verleende tijdelijke vergunningen en vallen daarom niet onder de mer-(beoordelings)plicht
Annotatie Soppe ABRvS 21 augstus 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2822, M en R 2020/55
Geen expliciet mer-beoordelingsbesluit voor bestemmingsplan woonwijk
Annotatie ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, M en R 2019/106
Bouw 40 woningen met steigerplaatsen voor afmeren van een boot, ziet niet op een jachthaven in de zin van het Besluit mer; art. 8:69a Awb in relatie tot mer-beoordeling en art. 7.2a Wm
Annotatie Soppe ABRvS 8 april 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:1010, M en R 2020/62
Doelstelling initiatiefnemer relevant voor niet opnemen alternatief in plan-MER. Toename stikstofdepositie N2000-gebied toereikend passend beoordeeld (systeemanalyse)
Annotatie Soppe ABRvS 11 maart 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:741, M en R 2020/38
Omvang van Europese onderzoeksverplichtingen naar milieueffecten voor het verlengen van de termijn van elektriciteitsproductie door twee Belgische kerncentrales
Erwin Noordover schreef een annotatie bij HvJ EU 29 juli 2019, C-411/17, ECLI:EU:C:2019:622 (Inter-Environnement Wallonie…
Ontbreken expliciet mer-beoordelingsbesluit is herstelbaar en reikwijdte mer-beoordelingsplichtige activiteit (samenhang andere activiteiten)
Annotatie Soppe ABRvS 18 december 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:4327, M en R 2020/6
Concept plan-MER hoeft ingevolge de Wet openbaarheid bestuur niet openbaar te worden gemaakt
Annotatie Soppe ABRvS 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3299, M en R 2019/27
Verzuim expliciet mer-beoordelingsbesluit fataal voor bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, TBR 2019/113
Staat mer-richtlijn toe dat slechts één van de noodzakelijke besluiten aan mer-plicht wordt verbonden?
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 3 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2217, M en R 2019/84
Toename endotoxinen leidt tot mer-plicht
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 22 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1632, M en R 2019/81
Voor andere bevredigende oplossing Wnb-ontheffing gebruik maken van milieueffectrapportage en beoordeling bestemmingsplan
Annotatie ABRvS 8 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1491, M en R 2019/78
Wijziging bestaande bebouwing in permanent logiesverblijf voor arbeidsmigranten geen stedelijk ontwikkelingsproject
Annotatie ABRvS 17 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1253, M en R 2019/61
Omgevingsvergunning eerste fase mag niet buiten behandeling worden gelaten vanwege mer-beoordelingsplicht tweede fase
Annotatie Soppe ABRvS 3 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1013, M en R 2019/60
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe ABRvS 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:758, M en R 2018/60
Wijziging tracébesluit verplicht niet tot opstellen van nieuw MER
Annotatie Soppe ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:596, M en R 2019/45
Mer-beoordelingsbeslissing voorafgaand aan terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3131, M en R 2018/129
Toename emissie endotoxinen vanwege pluimveehouderij leidt tot mer-plicht
Annotatie Soppe ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2496, M en R 2018/113
Winning delfstoffen onder water geen delfstoffenwinning uit landbodem uit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1986, M en R 2018/100
Geen kaderstellend mer-plichtigplan ingeval van één-op-één inpassing vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2066, M en R 2018/101
Treffen maatregelen op grond van mer-evaluatie achteraf
Annotatie Soppe ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:608, M en R 2018/58
Inspraak over ontwerpbesluit voldoende vroegtijdige inspraak
Annotatie Kevelam ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, M en R 2018/84
Functiewijziging winkelcentrum geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie D-11.2 Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:348, TBR 2018/62
Herstructurering N280 Roermond is wijziging autoweg in de zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 24 januari 2018,  ECLI:NL:RVS:2018:224, M en R 2018/46
Geen MER nodig na mer-beoordeling als eerder vergunde milieugevolgen niet toenemen
Annotatie Soppe ABRvS 13 december 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:3448, M en R 2018/28
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 19 juli 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:1939, M en R 2017/135
Toepassing kruimelgevallenregeling in relatie tot kolom 1 en kolom 2 uit categorieën Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1192, TBR 2017/99
Feitelijk bestaande (planologische legale) situatie bepalend voor mer-(beoordelings)plicht bestemmingsplan bij Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694, M en R 2017/72
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe Vz. ABRvS 2 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:561, M en R 2017/83
De Wet tarieven: de Commissie m.e.r. uit de markt geprijsd?
Milieu & Recht 2016/19
Omgevingsplan en m.e.r.
In deze bijdrage wordt de werkingssfeer van de voorgestelde m.e.r.-regelgeving ten aanzien van het omgevingsplan besproken. Verder wordt er ingegaan op de reikwijdte van de m.e.r.-(beoordelings)plicht voor zover die is verbonden aan het omgevingsplan.
Geen m.e.r.-beoordelingsplicht voor besluiten niet genoemd in kolom 4 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 30 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3170, M en R 2017/92
Functionele ontgronding is winning oppervlaktedelfstoffen Besluit mer
Annotatie ABRvS 15 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3152, M en R 2017/13
Betekenis kosten bij bepaling mer-alternatieven
Annotatie Soppe ABRvS 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2988, M en R 2017/35
Informele mer-beoordeling voldoende bij formele mer-beoordelingsplicht
Annotatie Soppe ABRvS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2535, M en R 2016/149
Planologische vergelijking bij bepalen m.e.r.-(beoordelings)plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 13 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1944, M en R 2017/18
Betekenis voorzienbaarheidscriterium voor activiteiten in Besluit mer zonder term ‘capaciteit’
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:482, M en R 2016/69
Bepalen en effectueren mer-plicht bij grensoverschrijdende activiteiten
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:465, M en R 2016/78
Eventuele toekomstige gaswinning niet betrekken bij mer-beoordeling exploratieboring
ABRvS Kevelam en Soppe 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:155, M en R 2016/64
Wijziging geluidvoorschrift kartbaan geen wijziging activiteit categorie D-43 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3949, M en R 2016/52
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3557, M en R 2016/14
Geen mer-beoordeling als activiteit niet voldoet aan kolom 1-omschrijving Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 19 augstus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2631, M en R 2015/143
Recycling is geen verwijdering afvalstoffen uit categorie D-18.1 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2457, M en R 2015/156
Planologische vergelijking bij bepalen mer-plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2078, M en R 2015/125
Relativiteitsvereiste in relatie tot plan-mer-regeling en artikel 7.2a Wm
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1713, TBR 2015/114
Twee fasen bedrijventerrein één samenhangende activiteit bij toepassing Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1333, M en R 2015/106
Achterwege laten plan-mer-plicht bestemmingsplan ingeval van vergunning Natuurbeschermingswet 1998 met passende beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1161, M en R 2015/105
Exploratieboringen aardgas en aardolie niet mer-plichtig ingevolge mer-richtlijn
Annotatie Soppe HvJEU 11 februari 2015, ECLI:EU:C:2015:79, M en R 2015/73
Hoofdlijnen milieubestuursrecht
Hoofdlijnen milieubestuursrecht, 2015, hoofdstuk 9 (Milieueffectrapportage), pag. 187-208
Integrale beoordeling milieugevolgen bij informele mer-beoordeling
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4648, TBR 2015/113
Verwerking licht asbesthoudend staalschroot in smelten staal valt onder categorie C-21-5 en D-21.5
Annotatie Soppe ABRvS 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4531, M en R 2015/50
Mer-beoordelingsbesluit inhoudende dat MER moet worden gemaakt bij uitbreiding ontgronding
Annotatie Soppe ABRvS 1 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3546, M en R 2015/22
Reikwijdte van plan-m.e.r. is beperkt tot m.e.r.-plichtige onderdelen plan; planregels om te voldoen aan de Natuurbeschermingswet 1998 niet toegestaan
Annotatie Kaajan en Soppe ABRvS 6 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2942, M en R 2014/143
Opzet en vormgeving-criterium ingeval van wijziging activiteit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1467, M en R 2014/113
Co-vergistingsintallatie is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig vanwege categorieën D-18.4, D-21.6 en D-22.1
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:555, M en R 2014/79
Opnemen maximale capaciteit vergassingsinstallatie categorie C-18.4 Belsuit mer in planregels toegestaan
Annotatie Soppe ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:170, M en R 2014/46
Activiteit categorie C-18.4 Besluit m.e.r zowel verwijdering als nuttige toepassing afvalstoffen
Annotatie Soppe Rb Noord-Nederland 14 januari 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:149, M en R 2014/45
Communautaire grenzen aan het beperken van de project-m.e.r.-plicht tot het eerste ruimtelijk plan over een gefaseerd te realiseren project (mede bezien in het licht van de Omgevingswet)
P.J.J. van Buuren e.a. (red.), Toonbeelden, Gedachten over provinciaal omgevingsrecht ter herinnering aan Toon de Gier, Kluwer 2013, p. 159-165
Cumulatie projecten leidt tot formele mer-beoordelingsplicht ontgrondingsvergunning
Annotatie Soppe ABRvS 3 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:149, M en R 2013/127
Reikwijdte van categorie D.35c van het Besluit mer (conserven)
Annotatie Soppe ABRvS 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:18, M en R 2013/116
En weer een moderniseringsslag … Of vormt de Omgevingswet dan toch het eindstation voor een eigentijds m.e.r.-systeem? Uiteenzetting van de belangrijkste wijzigingen in de m.e.r.-regelgeving ingevolge de Omgevingswet
TO 2013, nr. 2, p. 55-67
Hoofdlijnen regelgeving inzake milieueffectrapportage
Vastgoedrecht 2013, nr. 1 p. 7-14
Eén stedelijk ontwikkelingsproject in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 9 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY8002, AB 2013/96
Geen mer-beoordeling voor uitwerkingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6741, TBR 2013/43
Samenhangende ontgrondingslocatie voor bepaling mer-(beoordelingsplicht)
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6766, AB 2013/97
Nieuwe en bestaande windturbines windpark in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe Rb Haarlem 12 december 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6096, M en R 2013/42
Geen samenhangende installaties windturbines Lelystad
Annotatie Soppe ABRvS 14 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3088, M en R 2013/41
Besluit-MER beperkt tot bestemmingsplan dat deel is van groter plan
Annotatie Soppe ABRvS 3 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8982, M en R 2013/26
Passende beoordeling en plan-mer voor bestemmingsplan met significante effecten Natura 2000-gebied en plan-mer-gebrek is niet passeerbaar
Annotatie Soppe ABRvS 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1871, TBR 2012/166
Plan-mer-plicht als bestemmingsplan meer mogelijk maakt van vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 30 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6920, TBR 2012/129
Bangert en Oosterpolder: lange leve de duidelijkheid
Toets 2008, nr. 5, p. 4-9