Amsterdam: +31 20 737 20 66
Almelo: +31 546 89 82 46
Leeuwarden: +31 20 236 10 24

Doelstelling initiatiefnemer relevant voor niet opnemen alternatief in plan-MER. Toename stikstofdepositie N2000-gebied toereikend passend beoordeeld (systeemanalyse)

Annotatie ABRvS 11 maart 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:741, M en R 2020/38

Essentie

Doelstelling initiatiefnemer van belang voor het oordeel of een geopperd locatiealternatief een redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatief voor plan-MER is. Onzekere toekomstige gebeurtenissen hoeven niet in het plan-MER te worden beschouwd. Bevoegd gezag mag zonder tegendeskundigenonderzoek of de overlegging van andere objectief verifieerbare gegevens uitgaan van een door een deskundige opgestelde passende beoordeling (systeemanalyse met betrekking tot gevolgen stikstofdepositie op gevoelige hexagonen in N2000-gebieden) .

Samenvatting

De raad heeft toegelicht dat het in dit geval, waarin sprake is van zeer specifieke bedrijfsactiviteiten en waarbij de aanwezigheid van infrastructuur en de (onderzoeks)bedrijven die nu op het OLP-terrein voor de productie, verwerking en verspreiding van medische isotopen zorgen van groot belang is, niet voor de hand ligt om bij de vervanging van een bestaande reactor op zoek te gaan naar een nieuwe locatie waar deze specifieke infrastructuur met de daaruit voortvloeiende voordelen nog niet aanwezig is. Voor de locatie Borssele zou al deze infrastructuur op locatie opgericht moeten worden. Deze infrastructuur vertegenwoordigt een aanzienlijke waarde, waar honderden gespecialiseerde professionals werkzaam zijn. Dit leidt tot een aanzienlijk hogere aanvangsinvestering, tot een verlies aan werkgelegenheid in de omgeving Petten en tot de noodzaak van verhuizing van medewerkers, aldus de raad. De raad heeft zich naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat er, rekening houdend met de doelstellingen van het plan, op landelijk niveau geen realistische locatiealternatieven waren die in het plan-MER redelijkerwijs in beschouwing hadden moeten worden genomen.

Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het realiseren van productiefaciliteiten voor de verdere verwerking van therapeutische isotopen, de ontwikkeling van een Energy & Health Campus en de ontmanteling van de HFR niet in beschouwing hoefden te worden genomen in het plan-MER. Hierbij is allereerst van belang dat het voorliggende plan niet voorziet in de realisatie van deze productiefaciliteiten of in een Energy & Health Campus. Ook ligt de HFR buiten het plangebied en leidt realisatie van de Pallas-reactor er niet toe dat de HFR ontmanteld moet worden. Verder is van belang dat zowel de ontwikkeling van een Energy & Health Campus als de ontmanteling van de HFR onzekere toekomstige gebeurtenissen zijn. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat Stichting Pallas heeft toegelicht dat verwerking van therapeutische isotopen op het OLP-terrein weliswaar de voorkeur verdient omdat daarmee minder tijd verloren gaat, maar niet noodzakelijk is voor exploitatie van de Pallas-reactor. Het is niet uitgesloten dat zich in de toekomst nog andere bedrijven dan Curium op het OLP-terrein zullen vestigen die de geproduceerde isotopen verder verwerken, maar daarvoor bestaan nog geen concrete plannen, aldus Stichting Pallas. De raad heeft er verder op gewezen dat ook de plannen voor de ontwikkeling van een Energy & Health Campus op dit moment nog onvoldoende concreet zijn. Wat betreft de ontmanteling van de HFR heeft de raad toegelicht dat de HFR onder de verantwoordelijkheid van een andere rechtspersoon valt, namelijk de internationaal opererende nucleaire dienstverlener Nuclear Research & consultancy Group. Ook is de HFR eigendom van een andere rechtspersoon, te weten Joint Research Centre. Deze rechtspersonen hebben volgens de raad nog geen concrete plannen om de HFR in de toekomst te ontmantelen.

De raad heeft uiteengezet dat een overschrijding van de kritische depositiewaarde niet zonder meer betekent dat de kwaliteit van een habitattype slecht is. Zoals de Afdeling onder meer heeft overwogen in de uitspraak van 6 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:940, geeft de kritische depositiewaarde – kort weergegeven – aan bij welke mate van stikstofdepositie wordt aangenomen dat niet langer op voorhand kan worden uitgesloten dat er een risico is dat de kwaliteit van het habitattype wordt aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van de stikstofdepositie. Overschrijding van deze waarde betekent dan ook niet dat vaststaat dat een aantasting van de kwaliteit van een habitattype plaatsvindt, maar uitsluitend dat de mogelijkheid van een aantasting niet zonder meer afwezig is. Anders dan [appellant sub 1] en Stichting Duinbehoud betogen, betekent het enkele feit dat de stikstofdepositie op een aantal habitattypen toeneemt terwijl de kritische depositiewaarde al wordt overschreden dan ook niet zonder meer dat de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden worden aangetast. In het door Arcadis opgestelde rapport “Passende beoordeling stikstofdepositie Pallas-reactor” van 28 februari 2019 (hierna: de passende beoordeling 2019) is onderbouwd waarom is uitgesloten dat als gevolg van de bouw en het gebruik van de Pallas-reactor enig effect optreedt op de habitattypen die voorkomen in de Natura 2000-gebieden “Zwanenwater & Pettemerduinen” en “Duinen Den Helder-Callantsoog”. De passende beoordeling 2019 concludeert dan ook dat de realisatie van de Pallas-reactor niet leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden “Zwanenwater & Pettemerduinen” en “Duinen Den Helder & Callantsoog”. De enkele stelling van Stichting Duinbehoud op de zitting dat naar eigen waarneming de kwaliteit van verschillende habitattypen – anders dan blijkt uit de veldonderzoeken die in het kader van de passende boordeling 2019 zijn gedaan – slecht is, is ontoereikend voor het oordeel dat de raad zich bij de vaststelling van het plan niet op de conclusies uit de passende beoordeling 2019 heeft mogen baseren. Stichting Duinbehoud heeft haar stelling niet met een tegenrapport of andere objectief verifieerbare gegevens onderbouwd. Gelet hierop heeft de raad zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat het plan niet leidt tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden “Zwanenwater & Pettemerduinen” en “Duinen Den Helder & Callantsoog”.

Uitspraak

ABRvS 11 maart 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:741, bestemmingsplan “Pallas-reactor”, gemeente Schagen

Annotatie M.A.A. Soppe

1.         De gemeenteraad van Schagen heeft op 2 april 2019 het bestemmingsplan “Pallas-reactor” vastgesteld. Hiermee wordt de planologische basis geboden voor de realisatie van een multifunctionele nucleaire reactor (Pallasreactie) in Petten. Deze reactor is bedoeld voor het produceren van medische isotopen, industriële isotopen en het uitvoeren van technologisch onderzoek. In deze uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld over de tegen het bestemmingsplan ingestelde beroepen. Daarin is onder meer het opgestelde MER bestreden. Appellanten vinden dat in het plan-MER ten onrechte geen locatiealternatieven zijn onderzocht. Daarbij hebben zij met name aangevoerd dat de Pallas-reactor gehuisvest kan worden op de bestaande site van de nucleaire inrichting te Borssele. Deze locatie ligt niet nabij een Natura 2000-gebied. Daarnaast ligt in de gemeente Borsele ook de opslag van de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval, zodat een keuze voor deze gemeente zou betekenen dat het radioactieve afval niet meer apart hoeft te worden opgeslagen en vervoerd.

2.         De Afdeling herhaalt nog eens dat het antwoord op de vraag welke alternatieven in een MER redelijkerwijs in beschouwing moeten worden genomen, afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. Daarbij wordt verwezen naar de uitspraak ABRvS 8 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV3215, JM 2012/53, inzake het rijksinpassingsplan “Windenergie langs de dijken van de Noordoostpolder”. Uit die uitspraak volgt ook dat het niet in strijd met de smb-richtlijn is als de omstandigheden van het geval maken dat in het plan-MER niet meer dan één locatiealternatief wordt beschreven.
Om te bepalen of een (geopperd) locatiealternatief een redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatief ex art. 7.7 lid 1 sub b Wm is, komt onder meer betekenis toe aan de doelstelling van de initiatiefnemer. Een alternatief is geen redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatief als daarmee niet kan worden beantwoord aan de doelstelling van de initiatiefnemer (zie bijvoorbeeld ook ABRvS 23 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3003 en ABRvS 29 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:301, JM 2020/32). In r.o. 7.2 van de onderhavige uitspraak wordt aan de hand van het plan-MER uiteengezet dat Nederland, als enige land in Europa, in Petten beschikt over een op één plek geconcentreerde productie (bestraling) en verwerking van medische isotopen. Naast de productie vindt ook de bewerking en verspreiding van de isotopen plaats op het desbetreffende terrein. Eén en ander vergt een nauwgezette logistieke finetuning tussen de verschillende op het terrein aanwezige bedrijven/bedrijfsonderdelen. Deze werkwijze is van groot belang voor een maximale de kwaliteit van de isotopen. Hoewel de Afdeling dat niet expliciet benoemt, lijkt zij ervan uit te gaan dat de doelstelling van de initiatiefnemer is om de positieve aspecten van de huidige werkwijze te behouden. De Afdeling acht het (kennelijk) gelet daarop aannemelijk dat op landelijk niveau geen realistische locatiealternatieven bestaan die in het MER redelijkerwijs in beschouwing hadden moeten worden genomen. Wat betreft de door appellanten geopperde alternatieve locatie in Borsele, wordt daarbij ook gewicht toegekend aan het gegeven dat een verplaatsing daarnaartoe zou leiden tot een aanzienlijk hogere aanvangsinvestering, tot een verlies aan werkgelegenheid in de omgeving van Petten en tot de noodzaak van verhuizing van medewerkers. Ook dit betreffen kennelijk relevante omstandigheden om te bepalen of in mer-verband locatiealternatieven voorhanden zijn. Dat financiële kaders bepalend kunnen zijn voor de keuze om een bepaald alternatief niet in het MER te beschrijven, is overigens al vaker in de jurisprudentie duidelijk gemaakt. Zie o.a. ABRvS 29 december 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR8378, M en R 2005/89 en ABRvS 29 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2382.

3.         De Pallas-reactor dient ter vervanging van de bestaande nucleaire reactor (Hoge Flux Reactor), die bijna 60 jaar operationeel is en tegen het einde van zijn economische levensduur loopt. In het MER is de ontmanteling van de bestaande reactor niet meegenomen. Een appellant meent dat zulks wel had gemoeten. Verder is er in de beroepsgronden op gewezen dat de Pallas-reactor onder meer therapeutische isotopen produceert. De bouw van productiefaciliteiten voor de verdere verwerking van deze isotopen zou in het MER ten onrechte buiten beschouwing zijn gebleven In dat verband wijst de desbetreffende appellant ook op de plannen voor een Energy & Health Campus waarvan de Pallas-reactor deel gaat uitmaken.
De Afdeling is van oordeel dat de gemeenteraad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het realiseren van productiefaciliteiten voor de verdere verwerking van therapeutische isotopen, de ontwikkeling van een Energy & Health Campus en de ontmanteling van de bestaande reactor niet in beschouwing hoefden te worden genomen in het MER. Daarbij wordt overwogen dat het bestemmingsplan zelf niet voorziet in de realisatie van deze productiefaciliteiten of in een Energy & Health Campus. Ook ligt de bestaande reactor buiten het plangebied. Verder acht de Afdeling het van belang dat zowel de ontwikkeling van een Energy & Health Campus als de ontmanteling van de bestaande reactor onzekere toekomstige gebeurtenissen zijn (zie meer uitgebreid r.o. 8.4). Die laatste woorden sluiten aan bij de jurisprudentie van de Afdeling over de vraag welke ontwikkelingen als autonoom moeten worden aangemerkt en aldus tot de in het MER te hanteren referentiesituatie moeten worden gerekend. Volgens vaste rechtspraak worden tot de autonome ontwikkelingen in een MER gerekend die ontwikkelingen die in voldoende concrete mate planologisch zijn voorzien dan wel over de uitvoering waarvan voldoende zekerheid bestaat (zie in dit verband bijvoorbeeld ABRvS 25 april 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA3768, M en R 2008/36 (r.o. 2.14) en ABRvS 13 maart 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ4023, JM 2013/69 (r.o. 12.6)). Voor zover de door de desbetreffende appellant bedoelde ontwikkelingen voor de toepassing van het Besluit mer niet als één integrale activiteit hoeven te worden aangemerkt (daar gaat de Afdeling van uit), behoefden ze derhalve ook niet in de in het MER gehanteerde referentiesituatie te worden meegenomen.

4.         In beroep is betoogd dat het opgestelde plan-MER ook onvolledig is, omdat een onderzoek naar alternatieve productietechnieken ontbreekt. Volgens een appellant kunnen de medische isotopen die de Pallas-reactor zal produceren ook met een deeltjesversneller worden geproduceerd. De Afdeling overweegt dat de gemeenteraad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat – mede gelet op de in het MER beschreven onzekerheden omtrent alternatieve productietechnieken – onvoldoende alternatieve productiecapaciteit voorhanden is dan wel zal zijn om te voorzien in de bestaande en toekomstige vraag naar bepaalde isotopen. Oftewel is het probleemoplossend vermogen (waarbij de doelstelling van de initiatiefnemer bepalend is) van de geopperde alternatieve productietechnieken onvoldoende om die technieken als volwaardige alternatieven in het MER te hebben moeten beschrijven.

5.         Een week eerder dan de uitspraak over de Pallas-reactor, heeft de Afdeling een uitspraak gedaan over het provinciale inpassingsplan en de Natura 2000-vergunning voor de overnachtingshaven Lobith (ECLI:NL:RVS:2020:682). De aanleg van de overnachtingshaven Lobith leidt tot een tijdelijke toename van stikstofdepositie op tal van overbelaste hexagonen in veel Natura 2000-gebieden. De hoogste bijdragen zijn berekend ter plaatse van het Natura 2000-gebied Rijntakken (tijdelijke bijdrage tot maximaal ruim 5 mol N/ha/jaar). In de gebruiksfase is er uitsluitend op hexagonen in dat gebied eveneens sprake van een permanente bijdrage van circa 0,03/0,04 mol N/ha/jaar. In zowel de oorspronkelijke passende beoordeling als in de aanvullende passende beoordeling is aan de hand van een ecologische systeemanalyse beoordeeld dat de stikstofdepositietoenames in zowel de aanleg- als in de gebruiksfase niet leiden tot de aantasting van de natuurlijke kenmerken. Daarbij is gelet op de relevante instandhoudingsdoelstellingen. De Afdeling accordeert de in de (aanvullende) passende beoordeling getrokken conclusie. Het valt op dat in de ecologische systeemanalyse nadrukkelijk (overwegende) betekenis is toegekend aan de beperktheid van de stikstofdepositietoenames. Die zouden reeds daarom niet van merkbare invloed kunnen zijn op de kwaliteit van de betreffende habitats. De Afdeling haalt dat in r.o. 18.3 van de Lobithuitspraak expliciet aan wat betreft de stikstofdepositietoename in de gebruiksfase voor Rijntakken. Het valt te verwachten dat deze overweging in de praktijk zal worden omarmd en (nog) vaker zal worden gebruikt in ecologische toetsen. Daarbij moet echter wel worden bedacht dat uit de Lobithuitspraak niet blijkt dat een expliciete beroepsgrond is gericht tegen dit betreffende ecologische oordeel, laat staan dat terzake een tegendeskundigenrapport is overgelegd. De onderhavige uitspraak (r.o. 11.2) laat zien dat het bevoegd gezag zonder zo’n tegendeskundigenonderzoek (of de overlegging van andere objectief verifieerbare gegevens) mag uitgaan van een door een deskundige opgestelde passende beoordeling. In de aan het bestemmingsplan “Pallas-reactor” ten grondslag gelegde passende beoordeling blijkt dat in de aanlegfase tijdelijk tot maximaal 4,37 mol N/ha/jaar op een overbelast hexagoon in een Natura 2000-gebied wordt gedeposeerd. In de gebruiksfase is sprake van een permanente toename tot maximaal 0,15 mol N/ha/jaar op een overbelast hexagoon. Gelijk in de (aanvullende) passende beoordeling overnachtingshaven Lobith is in de passende beoordeling voor de Pallas-reactor een ecologische systeemanalyse uitgevoerd. Die heeft geleid tot de conclusie dat geen sprake is van de aantasting van de natuurlijke kenmerken van enig Natura 2000-gebied. Appellant heeft dat oordeel niet bestreden met een tegendeskundigenrapport of andere objectief verifieerbare gegevens, zodat de gemeenteraad zich terecht heeft mogen baseren op de conclusies in de passende beoordeling.


Gerelateerd

Informele mer-beoordeling bestemmingsplan moet zien op gehele woningbouwlocatie
Annotatie MA.A. Soppe ABRvS 20 januari 2021,  ECLI:NL:RVS:2021:80
Voorschriften OBM moeten te herleiden zijn tot mer-beoordelingsaanmeldnotitie
Annotatie Soppe ABRvS 13 november 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:3820, M en R 2020/18
Ontgrondingsvergunningen omvatten inhoudelijk geen wijziging ten opzichte van de voorheen verleende tijdelijke vergunningen en vallen daarom niet onder de mer-(beoordelings)plicht
Annotatie Soppe ABRvS 21 augstus 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2822, M en R 2020/55
Verzuim expliciet mer-beoordelingsbesluit fataal voor bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, TBR 2019/113
Geen expliciet mer-beoordelingsbesluit voor bestemmingsplan woonwijk
Annotatie ABRvS 9 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2298, M en R 2019/106
Bouw 40 woningen met steigerplaatsen voor afmeren van een boot, ziet niet op een jachthaven in de zin van het Besluit mer; art. 8:69a Awb in relatie tot mer-beoordeling en art. 7.2a Wm
Annotatie Soppe ABRvS 8 april 2020,  ECLI:NL:RVS:2020:1010, M en R 2020/62
Omvang van Europese onderzoeksverplichtingen naar milieueffecten voor het verlengen van de termijn van elektriciteitsproductie door twee Belgische kerncentrales
Erwin Noordover schreef een annotatie bij HvJ EU 29 juli 2019, C-411/17, ECLI:EU:C:2019:622 (Inter-Environnement Wallonie…
Ontbreken expliciet mer-beoordelingsbesluit is herstelbaar en reikwijdte mer-beoordelingsplichtige activiteit (samenhang andere activiteiten)
Annotatie Soppe ABRvS 18 december 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:4327, M en R 2020/6
Concept plan-MER hoeft ingevolge de Wet openbaarheid bestuur niet openbaar te worden gemaakt
Annotatie Soppe ABRvS 10 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3299, M en R 2019/27
Staat mer-richtlijn toe dat slechts één van de noodzakelijke besluiten aan mer-plicht wordt verbonden?
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 3 juli 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:2217, M en R 2019/84
Toename endotoxinen leidt tot mer-plicht
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 22 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1632, M en R 2019/81
Voor andere bevredigende oplossing Wnb-ontheffing gebruik maken van milieueffectrapportage en beoordeling bestemmingsplan
Annotatie ABRvS 8 mei 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1491, M en R 2019/78
Wijziging bestaande bebouwing in permanent logiesverblijf voor arbeidsmigranten geen stedelijk ontwikkelingsproject
Annotatie ABRvS 17 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1253, M en R 2019/61
Omgevingsvergunning eerste fase mag niet buiten behandeling worden gelaten vanwege mer-beoordelingsplicht tweede fase
Annotatie Soppe ABRvS 3 april 2019,  ECLI:NL:RVS:2019:1013, M en R 2019/60
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe ABRvS 7 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:758, M en R 2018/60
Wijziging tracébesluit verplicht niet tot opstellen van nieuw MER
Annotatie Soppe ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:596, M en R 2019/45
Mer-beoordelingsbeslissing voorafgaand aan terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan
Annotatie Kevelam en Soppe ABRvS 26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3131, M en R 2018/129
Toename emissie endotoxinen vanwege pluimveehouderij leidt tot mer-plicht
Annotatie Soppe ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2496, M en R 2018/113
Winning delfstoffen onder water geen delfstoffenwinning uit landbodem uit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1986, M en R 2018/100
Geen kaderstellend mer-plichtigplan ingeval van één-op-één inpassing vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2066, M en R 2018/101
Treffen maatregelen op grond van mer-evaluatie achteraf
Annotatie Soppe ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:608, M en R 2018/58
Inspraak over ontwerpbesluit voldoende vroegtijdige inspraak
Annotatie Kevelam ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, M en R 2018/84
Functiewijziging winkelcentrum geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie D-11.2 Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:348, TBR 2018/62
Herstructurering N280 Roermond is wijziging autoweg in de zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 24 januari 2018,  ECLI:NL:RVS:2018:224, M en R 2018/46
Geen MER nodig na mer-beoordeling als eerder vergunde milieugevolgen niet toenemen
Annotatie Soppe ABRvS 13 december 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:3448, M en R 2018/28
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 19 juli 2017,  ECLI:NL:RVS:2017:1939, M en R 2017/135
Toepassing kruimelgevallenregeling in relatie tot kolom 1 en kolom 2 uit categorieën Besluit mer
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1192, TBR 2017/99
Feitelijk bestaande (planologische legale) situatie bepalend voor mer-(beoordelings)plicht bestemmingsplan bij Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694, M en R 2017/72
Eenheid Sm3 of Nm3 bij C-17.2 Besluit mer (winning aardolie en aardgas)
Annotatie Soppe Vz. ABRvS 2 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:561, M en R 2017/83
De Wet tarieven: de Commissie m.e.r. uit de markt geprijsd?
Milieu & Recht 2016/19
Omgevingsplan en m.e.r.
In deze bijdrage wordt de werkingssfeer van de voorgestelde m.e.r.-regelgeving ten aanzien van het omgevingsplan besproken. Verder wordt er ingegaan op de reikwijdte van de m.e.r.-(beoordelings)plicht voor zover die is verbonden aan het omgevingsplan.
Geen m.e.r.-beoordelingsplicht voor besluiten niet genoemd in kolom 4 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 30 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3170, M en R 2017/92
Functionele ontgronding is winning oppervlaktedelfstoffen Besluit mer
Annotatie ABRvS 15 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3152, M en R 2017/13
Betekenis kosten bij bepaling mer-alternatieven
Annotatie Soppe ABRvS 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2988, M en R 2017/35
Informele mer-beoordeling voldoende bij formele mer-beoordelingsplicht
Annotatie Soppe ABRvS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2535, M en R 2016/149
Planologische vergelijking bij bepalen m.e.r.-(beoordelings)plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 13 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1944, M en R 2017/18
Betekenis voorzienbaarheidscriterium voor activiteiten in Besluit mer zonder term ‘capaciteit’
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:482, M en R 2016/69
Bepalen en effectueren mer-plicht bij grensoverschrijdende activiteiten
Annotatie Soppe ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:465, M en R 2016/78
Eventuele toekomstige gaswinning niet betrekken bij mer-beoordeling exploratieboring
ABRvS Kevelam en Soppe 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:155, M en R 2016/64
Wijziging geluidvoorschrift kartbaan geen wijziging activiteit categorie D-43 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3949, M en R 2016/52
Relativiteitsvereiste en beoordeling beroepsgronden milieuaspecten uit mer-beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3557, M en R 2016/14
Geen mer-beoordeling als activiteit niet voldoet aan kolom 1-omschrijving Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 19 augstus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2631, M en R 2015/143
Recycling is geen verwijdering afvalstoffen uit categorie D-18.1 Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2457, M en R 2015/156
Planologische vergelijking bij bepalen mer-plicht bestemmingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2078, M en R 2015/125
Relativiteitsvereiste in relatie tot plan-mer-regeling en artikel 7.2a Wm
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1713, TBR 2015/114
Twee fasen bedrijventerrein één samenhangende activiteit bij toepassing Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1333, M en R 2015/106
Achterwege laten plan-mer-plicht bestemmingsplan ingeval van vergunning Natuurbeschermingswet 1998 met passende beoordeling
Annotatie Soppe ABRvS 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1161, M en R 2015/105
Exploratieboringen aardgas en aardolie niet mer-plichtig ingevolge mer-richtlijn
Annotatie Soppe HvJEU 11 februari 2015, ECLI:EU:C:2015:79, M en R 2015/73
Hoofdlijnen milieubestuursrecht
Hoofdlijnen milieubestuursrecht, 2015, hoofdstuk 9 (Milieueffectrapportage), pag. 187-208
Integrale beoordeling milieugevolgen bij informele mer-beoordeling
Annotatie Nijmeijer en Soppe ABRvS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4648, TBR 2015/113
Verwerking licht asbesthoudend staalschroot in smelten staal valt onder categorie C-21-5 en D-21.5
Annotatie Soppe ABRvS 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4531, M en R 2015/50
Mer-beoordelingsbesluit inhoudende dat MER moet worden gemaakt bij uitbreiding ontgronding
Annotatie Soppe ABRvS 1 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3546, M en R 2015/22
Reikwijdte van plan-m.e.r. is beperkt tot m.e.r.-plichtige onderdelen plan; planregels om te voldoen aan de Natuurbeschermingswet 1998 niet toegestaan
Annotatie Kaajan en Soppe ABRvS 6 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2942, M en R 2014/143
Opzet en vormgeving-criterium ingeval van wijziging activiteit Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1467, M en R 2014/113
Co-vergistingsintallatie is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig vanwege categorieën D-18.4, D-21.6 en D-22.1
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:555, M en R 2014/79
Wijziging Kernenergiewetvergunning Borssele is geen wijziging in de zin van Besluit m.e.r
Annotatie Soppe ABRvS 19 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:517, M en R 2014/80
Opnemen maximale capaciteit vergassingsinstallatie categorie C-18.4 Belsuit mer in planregels toegestaan
Annotatie Soppe ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:170, M en R 2014/46
Activiteit categorie C-18.4 Besluit m.e.r zowel verwijdering als nuttige toepassing afvalstoffen
Annotatie Soppe Rb Noord-Nederland 14 januari 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:149, M en R 2014/45
Communautaire grenzen aan het beperken van de project-m.e.r.-plicht tot het eerste ruimtelijk plan over een gefaseerd te realiseren project (mede bezien in het licht van de Omgevingswet)
P.J.J. van Buuren e.a. (red.), Toonbeelden, Gedachten over provinciaal omgevingsrecht ter herinnering aan Toon de Gier, Kluwer 2013, p. 159-165
Cumulatie projecten leidt tot formele mer-beoordelingsplicht ontgrondingsvergunning
Annotatie Soppe ABRvS 3 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:149, M en R 2013/127
Reikwijdte van categorie D.35c van het Besluit mer (conserven)
Annotatie Soppe ABRvS 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:18, M en R 2013/116
En weer een moderniseringsslag … Of vormt de Omgevingswet dan toch het eindstation voor een eigentijds m.e.r.-systeem? Uiteenzetting van de belangrijkste wijzigingen in de m.e.r.-regelgeving ingevolge de Omgevingswet
TO 2013, nr. 2, p. 55-67
Hoofdlijnen regelgeving inzake milieueffectrapportage
Vastgoedrecht 2013, nr. 1 p. 7-14
Eén stedelijk ontwikkelingsproject in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe ABRvS 9 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY8002, AB 2013/96
Geen mer-beoordeling voor uitwerkingsplan
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6741, TBR 2013/43
Samenhangende ontgrondingslocatie voor bepaling mer-(beoordelingsplicht)
Annotatie Soppe ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6766, AB 2013/97
Nieuwe en bestaande windturbines windpark in zin van Besluit mer
Annotatie Soppe Rb Haarlem 12 december 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY6096, M en R 2013/42
Geen samenhangende installaties windturbines Lelystad
Annotatie Soppe ABRvS 14 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3088, M en R 2013/41
Besluit-MER beperkt tot bestemmingsplan dat deel is van groter plan
Annotatie Soppe ABRvS 3 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8982, M en R 2013/26
Passende beoordeling en plan-mer voor bestemmingsplan met significante effecten Natura 2000-gebied en plan-mer-gebrek is niet passeerbaar
Annotatie Soppe ABRvS 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1871, TBR 2012/166
Plan-mer-plicht als bestemmingsplan meer mogelijk maakt van vergunde situatie
Annotatie Soppe ABRvS 30 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6920, TBR 2012/129
Bangert en Oosterpolder: lange leve de duidelijkheid
Toets 2008, nr. 5, p. 4-9