Amsterdam: +31 20 737 20 66
Leeuwarden: +31 20 236 10 24

image_pdf

Datum: 30-04-2019

De provinciale ruimtelijke verordening in het licht van de Dienstenrichtlijn: twee nieuwe inzichten

Iris Kieft schreef een annotatie bij ABRvS 27 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:965 in OGR 2019/69.

1. Op 27 maart 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State weer twee uitspraken gedaan over de Dienstenrichtlijn en ruimtelijke ordening. Deze twee uitspraken zagen op ingrijpen door het college van Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Zuid-Holland op basis van de brancheringsregeling in de provinciale ruimtelijke verordening op plannen van de gemeente Den Haag en Schiedam om bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen toe te staan.

2. Deze twee uitspraken zijn in het bijzonder interessant omdat ze twee nieuwe inzichten toevoegen in het uitkristallisatieproces dat nu gaande is: welke eisen stelt de Dienstenrichtlijn nu precies bij ruimtelijke besluitvorming?

3. Deze twee nieuwe inzichten zijn:

  • Hoewel een brancheringsregeling in een provinciale ruimtelijke verordening niet rechtstreeks eisen oplegt aan dienstverrichters, zijn hierop toch de bepalingen over ‘eisen’ uit de Dienstenrichtlijn van toepassing.
  • De ontheffingsmogelijkheid in provinciale ruimtelijke verordeningen moet – hoewel uit de wetsgeschiedenis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) volgt dat deze zeer terughoudend moet worden toegepast – richtlijnconform worden geïnterpreteerd en de mogelijkheid van ontheffing moet actief worden overwogen.

Inzicht 1: ook brancheringsregelingen uit provinciale ruimtelijke ordening moeten voldoen aan de Dienstenrichtlijn

4. In de zaak ECLI:NL:RVS:2019:964lag een reactieve aanwijzing van GS voor ten aanzien van het Haagse bestemmingsplan ‘Forepark-A4-A12’ van 20 februari 2014 dat de planologisch-juridische regeling voor het bedrijventerrein Forepark en delen van de autosnelwegen A4 en A12 vormt. Dit bestemmingsplan bevat enkele mogelijkheden voor (perifere) detailhandel die naar het oordeel van GS in strijd zijn met artikel 9 van de destijds geldende Verordening ruimte 2013 (PRV 2013). Het college van B en W van Den Haag is tegen de reactieve aanwijzing in beroep gekomen met het betoog dat artikel 9 in strijd is met de Dienstenrichtlijn.

5. Tot nu toe lag in de procedures bij de Afdeling telkens toetsing voor van brancheringsregelingen in bestemmingsplannen. Het college van burgemeester en wethouders (B en W) vraagt nu om exceptieve toetsing van een provinciale brancheringsregeling opgenomen in artikel 9 van de PRV 2013, dat wil zeggen de toets of een niet door de formele wetgever gegeven voorschrift buiten toepassing moet worden gelaten, indien dit voorschrift in strijd is met een hogere regeling. De Afdeling stelt nogmaals vast dat de Dienstenrichtlijn een dergelijke hogere regeling is (zie ECLI:NL:RVS:2018:4173, r.o. 14). Artikel 15 van de Dienstenrichtlijn is weliswaar niet omgezet in nationaal recht, maar heeft rechtstreekse werking voor zover het de lidstaten in het eerste lid, tweede volzin een onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurige verplichting oplegt, hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aan te passen om ze in overeenstemming te brengen met de in het derde lid ervan bedoelde voorwaarden (ECLI:EU:C:2018:44).

6. Het Hof van Justitie van de Europese Unie (EU) heeft bepaald dat een brancheringsregeling in een bestemmingsplan een eis is die is gericht tot dienstverrichters (ECLI:EU:C:2018:44). Een PRV stelt regels gericht tot gemeenteraden bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bevat dus geen regels die zich richten tot dienstverrichters zelf. Maar de naleving van de PRV door de raad resulteert in een planregeling waarin bepaalde vormen van detailhandel niet mogelijk worden gemaakt. Omdat artikel 9 op deze wijze doorwerkt in de planregeling, zijn hierop naar het oordeel van de Afdeling de bepalingen over ‘eisen’ uit de Dienstenrichtlijn van toepassing.

7. Interessant in dit kader is ook de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 20 mei 2019 (ECLI:NL:RBNNE:2019:2237) waarin de rechtbank ten aanzien van een weigering om een afwijkingsvergunning te verlenen, oordeelde dat ook in beleid vastgelegde brancheringsregels die aan de weigering ten grondslag waren gelegd moeten voldoen en kunnen worden getoetst aan de Dienstenrichtlijn.

PRV 2013 doorstaat toets Dienstenrichtlijn niet

8. Artikel 9 PRV 2013 regelde dat een bestemmingsplan geen nieuwe detailhandel mogelijk mag maken buiten bestaande winkelconcentraties in de centra van de steden, dorpen en wijken of niet-wijkgebonden winkelcentra. Op deze hoofdregel was vervolgens een uitzondering gemaakt voor bepaalde, specifiek genoemde branches en goederen, waaronder tuincentra, bouwmarkten, auto’s, boten, piano’s en surfplanken.

9. De Afdeling toetst artikel 9 van de PRV 2013 daarom aan de Dienstenrichtlijn. De brancheringsregeling voldoet aan de eisen van non-discriminatie en noodzakelijkheid. Om te beoordelen of de regeling de evenredigheidstoets doorstaat, moet de geschiktheid worden beoordeeld en de vraag of de maatregel niet verder gaat dan nodig is om de nagestreefde doelen te bereiken en andere, minder beperkende maatregelen niet volstaan. De vraag naar geschiktheid valt weer uiteen in de hypocrisietest (worden de beoogde doelen systematisch en coherent nagestreefd?) en een analyse van de effectiviteit van de maatregel.

10. De brancheringsregeling uit artikel 9 van de PRV 2013 sneuvelt al bij de hypocrisietest. Immers, de limitatieve opsomming van artikel 9 impliceert dat het provinciebestuur geen aantasting van de leefbaarheid en leegstand in centra verwacht van de vestiging van de specifiek opgesomde branches en goederen, maar van de overige vormen van detailhandel wel. Echter, het provinciebestuur heeft niet inzichtelijk gemaakt waarom alleen de specifiek opgesomde branches en goederen – zoals surfplanken – zijn uitgezonderd van het vestigingsverbod, maar detailhandel in alle overige branches en goederen niet, zelfs niet van goederen die in aard en omvang vergelijkbaar zijn met de opgesomde goederen zoals kajaks. Die zullen immers geen wezenlijk andere effecten hebben op de stadscentra dan verkoop van de opgesomde goederen. De reactieve aanwijzing wordt dan ook vernietigd en het Haagse bestemmingsplan gaat na vijf jaar alsnog in volle omvang gelden.

Inzicht 2: richtlijnconforme interpretatie ontheffingsmogelijkheid PRV 2014

11. In zaak ECLI:NL:RVS:2019:965 lagen vier besluiten voor: twee weigeringen van het college van GS van 9 december 2014 om met toepassing van artikel 3.2 van de Verordening Ruimte 2014 (PRV 2014) ontheffing te verlenen van het bepaalde in artikel 2.1.4 van die verordening, een reactieve aanwijzing van 1 maart 2016 naar aanleiding van de vaststelling van het Schiedamse bestemmingsplan ‘Sportplaza Harga’ en een reactieve aanwijzing van 19 april 2016 naar aanleiding van de vaststelling van het Haagse bestemmingsplan ‘Forepark-Rhône’. Schiedam en Den Haag wensten een conceptstore van Decathlon mogelijk te maken waar in en rondom de winkels zo veel mogelijk producten kunnen worden uitgeprobeerd, getest en beleefd. Dit winkelconcept vergt zoveel ruimte dat vestiging in de binnensteden niet inpasbaar is, aldus beide gemeenten.

12. De PRV 2014 regelde dat een bestemmingsplan alleen nieuwe detailhandel mogelijk mag maken binnen of direct aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden, dorpen en wijken, een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk of binnen een nieuwe goed bereikbare en centraal geleden winkelconcentratie als gevolg van herallocatie. Net als in de PRV 2013 was op deze hoofdregel alleen een uitzondering gemaakt voor bepaalde, specifiek genoemde branches en goederen, waaronder tuincentra, bouwmarkten, auto’s, boten, piano’s en surfplanken.

13. Het college heeft geweigerd ontheffing van deze bepaling te verlenen voor de Decathlon conceptstores omdat de beoogde grootschalige sportdetailhandel niet voldoet aan de criteria voor detailhandel in de PRV 2014, die erop zijn gericht om detailhandel zo veel mogelijk te concentreren in te versterken centra, in te optimaliseren centra en overige aankoopplaatsen. Volgens GS zijn er geen bijzondere omstandigheden waarom in dit geval een uitzondering gemaakt zou moeten worden.

14. Naar aanleiding van ingrijpen door de Kroon regelde de PRV 2014 vanaf 21 november 2015 dat de uitzondering ook geldt voor ‘detailhandel die zich uit oogpunt van ruimtelijke ordening niet onderscheidt’ van de specifiek genoemde branches en producten.

15. De raden van Schiedam en Den Haag hebben daarop bestemmingsplannen vastgesteld die de conceptstores mogelijk maakten omdat grootschalige sportdetailhandel zich uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet onderscheidt van de in de PRV 2014 specifiek genoemde uitzonderingen. GS is van oordeel dat grootschalige sportdetailhandel zich wel onderscheidt en geeft daarom de reactieve aanwijzingen. De Afdeling is het op dit punt met GS eens: het assortiment bestaat vooral uit kleinere, hanteerbare goederen, zoals kleding, schoenen en sportattributen zoals ballen en rackets. Daarmee is geen sprake van detailhandel in goederen die qua aard of omvang niet of niet goed inpasbaar is in de centra. Deze grootschalige sportdetailhandel is dus niet uitgezonderd van het vestigingsverbod uit de gewijzigde PRV 2014.

16. Per 12 januari 2017 is de PRV 2014 gewijzigd in die zin dat de uitzondering geldt voor detailhandel in goederen die qua aard of omvang van de aangeboden goederen niet of niet goed inpasbaar is in de centra waaronder onder meer wordt verstaan detailhandel in volumineuze goederen.

Evenredigheid

17. Ook in deze zaak legt de Afdeling de brancheringsregeling uit de PRV langs de lat van de Dienstenrichtlijn. De oorspronkelijke regeling in de PRV 2014 met de limitatief opgesomde branches en goederen, haalt net als artikel 9 van de PRV 2013 de eindstreep niet omdat deze niet aan de hypocrisietest voldoet. Dit artikel is daarmee onverbindend zodat de afwijzingen van de ontheffingsverzoeken vernietigd worden.

18. De aangepaste PRV 2014 slaagt wel voor de hypocrisietest. Ten aanzien van de effectiviteit van de maatregel had GS zijn analyse – anders dan de analyses van de gemeente Maastricht en Meijerijstad (ECLI:NL:RVS:2018:4196en ECLI:NL:RVS:2018:4196, zie ook Annotaties OGR 2019-0044) – voldoende toegespitst op de specifieke situatie in de provincie Zuid-Holland.

19. De Afdeling concludeert dan ook dat de brancheringsregeling geschikt is om het beoogde doel te bereiken maar niet zonder een belangrijke extra stap te zetten.

Richtlijnconforme interpretatie

20. De PRV 2014 bevat in artikel 3.2 een ontheffingsmogelijk als uitwerking van artikel 4.1a Wro op grond waarvan ontheffing kan worden verleend ‘voor zover de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wegens bijzondere omstandigheden onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot de met de regels te dienen provinciale belangen’. Uit de wetsgeschiedenis van de Wro volgt dat met grote terughoudendheid moet worden omgegaan met de mogelijkheid ontheffing te verlenen van krachtens de PRV gestelde regels.

21. Echter, onder verwijzing naar vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU komt de Afdeling tot het oordeel dat de ontheffingsmogelijkheid uit de PRV 2014 richtlijnconform moet worden geïnterpreteerd. Met andere woorden: moet worden uitgelegd in het licht van de bewoordingen en het doel van de Dienstenrichtlijn teneinde het daarmee beoogde resultaat te bereiken.

22. Concreet betekent dit dat de ontheffingsmogelijkheid zo moet worden uitgelegd dat een ontheffing moet worden verleend indien toepassing van de brancheringregeling in een concreet geval ertoe zou leiden dat het met de Dienstenrichtlijn beoogde resultaat niet wordt bereikt, meer in het bijzonder indien een specifieke beperking van het dienstenverkeer geen zinvolle bijdrage levert aan het bereiken van de met de brancheringsregeling nagestreefde doelen (te weten: voorkoming van leegstand en behoud van de leefbaarheid van de stadscentra).

23. Richtlijnconforme uitleg gaat dan weer niet zo ver dat de ontheffingsmogelijkheid al kan worden toegepast wanneer de specifieke beperking niet zelfstandig de nagestreefde doelen verwezenlijkt. De specifieke beperking kan immers een onderdeel zijn van een pakket aan maatregelen, en dat is in het kader van de PRV 2014 ook het geval. Als gevolg van deze richtlijnconforme interpretatie biedt de brancheringsregeling een uitzonderingsmogelijkheid. Dit blijkt cruciaal: naar het oordeel van de Afdeling heeft GS met inachtneming van de richtlijnconforme interpretatie redelijkerwijs kunnen concluderen dat de brancheringsregeling in de PRV 2014 geschikt is om het daarmee beoogde doel te bereiken. De Afdeling oordeelt ook dat de brancheringsregeling niet verder gaat dan nodig.

Hoe nu verder?

24. De brancheringsregeling in de aangepaste PRV 2014 doorstaat dus de toets van de Dienstenrichtlijn. Maar daarmee is GS er nog niet. De reactieve aanwijzingen zijn namelijk naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende gemotiveerd. GS handhaafden namelijk met deze reactieve aanwijzingen de brancheringsregeling uit de PRV 2014 in deze concrete gevallen, zonder de mogelijkheid van een ontheffing daarin te betrekken. Dit kan een beperking opleveren voor dienstverrichters die geen zinvolle bijdrage levert aan het bereiken van de met de brancheringsregeling nagestreefde doelen. Daarom had GS deze mogelijkheid van ontheffing uit het oogpunt van zorgvuldige afweging van belangen moeten betrekken bij de besluitvorming over de reactieve aanwijzingen.

25. Nu GS dit heeft nagelaten, vernietigt de Afdeling de reactieve aanwijzingen en geeft GS de opdracht om binnen 16 weken na 29 maart 2019 opnieuw op de verzoeken om ontheffing te beslissen. De Afdeling treft ook een voorlopige voorziening om te voorkomen dat de betreffende delen van de bestemmingplannen in werking treden als gevolg van de vernietiging van de reactieve aanwijzingen.

26. Eind juni heeft GS bekendgemaakt1www.zuid-holland.nl/actueel/nieuws/juni-2019/voornemen-provincie/ niet voornemens te zijn de gevraagde ontheffingen te verlenen. Provinciale Staten (PS) heeft echter een motie 2https://staten.zuid-holland.nl/DMS_Import/Provinciale_Staten/2019/Provinciale_Staten_3_juli_2019?view=overige (motie 877). aangenomen om wel ontheffing te verlenen voor een Decathlon conceptstore in Schiedam. De motie3https://staten.zuid-holland.nl/DMS_Import/Provinciale_Staten/2019/Provinciale_Staten_3_juli_2019?view=overige (motie 876). om ook voor Den Haag ontheffing te verlenen heeft het niet gehaald. GS is zich nu aan het beraden4www.zuid-holland.nl/actueel/nieuws/juli-2019/besluiten-decathlon/. en zal na het zomerreces een beslissing nemen.

 


Gerelateerd

Noodzaak vvgb-natuur vanwege vervallen PAS; herstelmogelijkheden na verlening Wabo-besluit.
Marieke Kaajan schreef een annotatie bij ABRvS 9 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2935 in M en R…
Grensoverschrijdende samenwerking bij infrastructurele projecten 2.0
Aanbevelingen voor de revitalisering van de samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland bij grensoverschrijdende infrastructurele projecten.
Beantwoording van prejudiciële vragen inzake de verlenging van een toestemmingsbesluit voor een hervergassingsterminal
Marieke Kaajan schreef een annotatie bij HvJ EU 9 september 2020, ECLI:EU:C:2020:680 in M en…
De toepassing van externe saldering ten behoeve van het inpassingsplan Logistiek Park Moerdijk
Marieke Kaajan schreef een annotatie bij ABRvS 30 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2318 in M en R…
Ontheffing soortenbescherming voor het bevaarbaar maken en heropenen van het Hoofdpolderkanaal
Fleur Onrust schreef een annotatie bij ABRvS 2 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2091 in M en R 2020/92….
Toetsing van het bestemmingsplan Buitengebied Rucphen 2012 aan de Wet natuurbescherming
Marieke Kaajan schreef een annotatie bij ABRvS 9 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2170 in OGR 2020/207. 1….
Kroniek Natuurbeschermingsrecht – Gebiedsbescherming (deel 2)
In het tweede deel van de jaarlijkse terugkerende Kroniek Natuurbeschermingsrecht schreven Marieke Kaajan en Fleur…
Relativiteit bij het MER: deelaspecten van het milieuonderzoek
Erwin schreef een noot onder ABRvS 18 maar 2020, ECLI:NL:RVS:2020:801 in M en R 2020/49….
Kroniek Natuurbeschermingsrecht – Soortenbescherming (deel 1)
In de jaarlijks terugkerende kroniek Natuurbeschermingsrecht schreven Fleur Onrust en Marieke Kaajan in BR 2020/48…
Actualiteiten bescherming Natura 2000-gebieden 2019/2020
Marieke Kaajan schreef een artikel in M en R 2020/41 over de ontwikkelingen in de rechtspraak, het…
Bestuursdwang en kostenverhaal in geval van faillissement
Fleur Onrust schreef een annotatie bij ABRvS 15 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1063 in OGR 2020/117. In…
Bestemmingsplannen Maastricht, Meierijstad en Winkeldiversiteit Amsterdam doorstaan de toets van de Dienstenrichtlijn
Iris Kieft schreef in OGR 2020/124 een annotatie bij drie uitspraken waarin de Dienstenrichtlijn een…
Het dubbele toetsingsmoment van de Wnb; bij vaststelling plan én uitvoering concrete activiteit.
Marieke Kaajan schreef een annotatie bij Rb. Noord-Holland 25 maart 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:2186 in M en…
Ontwikkelingen rondom de aanpak van de stikstofproblematiek
Derek Sietses schreef samen met L. Boerema een artikel over de ontwikkelingen rondom de aanpak…
Aanleg rieteilanden en rietkraag is een beschermingsmaatregel waarmee in de passende beoordeling rekening mag worden gehouden
Marieke schreef een noot onder ABRvS 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4360 in M en R 2020/10…
De effecten van ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan op Natura-2000 gebieden.
Marieke Kaajan schreef een annotatie bij ABRvS 22 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2020:212 in OGR 2020/9. 1….
Onzekerheid over rechtszekerheid
Daan Korsse schreef een bijdrage in de vriendenbundel ‘Verwant met verband: Ruimte, Recht en Wetenschap’…
Onzelfstandige bewoning Enschede
Annotatie Daan Korsse, ABRS 22 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:217, TvAR 2020/5
Fiets weg? Ook dat is bestuursrechtelijke handhaving
Fleur schreef een noot onder ABRvS 11 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4152 in OGR-updates. 1. In de…
Grote kamer en staatsraad advocaat-generaal kunnen Rechtbank Gelderland onvoldoende overtuigen?
Fleur schreef een noot onder Rb. Gelderland 7 november 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:5015 in OGR-updates.  1. Op…
De ADC-toets centraal
Derek schreef een noot bij ABRvS 24 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2560 in JM 2019/156, afl. 11,…
Vervallen aanhaakverplichting natuurtoestemming bij omgevingsvergunning door intrekking onderdeel natuur.
Marieke schreef een noot onder ABRvS 13 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:803 in M en R 2019/57…
Actualiteiten Natuurbeschermingsrecht 2018/2019
Marieke schreef een artikel in M en R 2019/88 over de actualiteiten van het natuurbeschermingsrecht…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2019 – Soortenbescherming (deel 2)
Marieke en Fleur schreven een kroniek over de ontwikkelingen van het natuurbeschermingsrecht inzake soortenbescherming in…
Kroniek Natuurbeschermingsrecht 2019 – Gebiedsbescherming (deel 1)
Marieke en Fleur schreven een kroniek over de ontwikkelingen van het natuurbeschermingsrecht in 2019 in…
Beperkingen AERIUS Calculator
Marieke Kaajan schreef een annotatie bij ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:619 in OGR 2019/108. 1….
Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding: sfeerwoningen aangemerkt als gevoelige objecten.
D. Sietses & D.E.C. Garcea schreven een noot bij ABRvS 19 december 2018,  ECLI:NL:RVS:2018:4180 in…
Gevolgen PAS-uitspraak voor passende beoordelingen: wanneer met welke maatregelen rekening te houden
Erwin Noordover schreef een noot bij ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603 in OGR 2019.  1. De…
Vertrouwensbeginsel. Omgevingsrecht
Annotatie ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1694, TvAR 2019/7999 Essentie Vertrouwensbeginsel. Omgevingsrecht [Algemene wet bestuursrecht, art….
Welke gegevens moeten ter inzage worden gelegd? ADC-toets Wnb
Marieke schreef een noot bij ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2454 in M en R 2018/124. …
Besluitbegrip. Besluit tot goedkeuring van een faunabeheerplan. Vaststelling faunabeheerplan.
M. Bauman, D. Sietses & J.V. van Ophen schreven een noot onder ABRvS 20 maart…
Heldere contouren – vereisten aan onderzoek Dienstenrichtlijn worden duidelijk
Iris Kieft schreef een noot onder ABRvS 19 december 2018 ECLI:NL:RVS:2018:4195 en ECLI:NL:RVS:2018:4196 in Annotaties…
Schorsing vergunningen gebaseerd op het PAS
Marieke schreef een noot bij ABRvS 9 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:795 in M en R 2018/61. …
Het verschil tussen ‘mitigerende’ en ‘compenserende’ maatregelen
Marieke schreef een noot bij HvJ EU 25 juli 2018, ECLI:EU:C:2018:593 in M en R…
Amsterdams vestigingsverbod toeristenwinkels overleeft hoger beroep, maar Amsterdam Cheese Company mag toch open blijven
Het Amsterdamse vestigingsverbod voor toeristenwinkels overleeft hoger beroep, maar de Amsterdam Cheese Company mag van…
Randvoorwaarden voor verkleining van een reeds aangewezen Natura 2000-gebied
Marieke schreef een noot bij HvJ EU 19 oktober 2017, ECLI:EU:C:2017:774 (Vereniging Hoekschewaards Landschap) in…
Afdeling laat zich weer uit over Dienstenrichtlijn in relatie tot bestemmingsplan
Iris Kieft schreef een noot onder ABRvS 24 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3471 in Annotaties OGR 2018-0228….
Prejudiciële vragen PAS: conclusie van de A-G
Marieke schreef een noot bij HvJ EU (A-G) 22 juli 2018, ECLI:EU:C:2018:622 in M en…
Windpark De Drentse Monden en Oostermoer: Ontvankelijkheid, participatie, draagvlak.
D. Sietses & H.D. Tolsma schreven een noot bij ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616 in…
Actualiteiten Natuurbeschermingsrecht 2018
Marieke schreef een artikel over hetgeen zij besprak tijdens haar presentatie op de Actualiteitendag van…
Proceskostenveroordeling wegens het niet verschijnen op zitting door overheden
Annotatie VzABRvS 18 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1988, M en R 2018/91
Gebruik van een eerder verrichte passende beoordeling bij een nieuw bestemmingsplan
Marieke Kaajan schreef een annotatie bij ABRvS 11 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1185 in OGR 2018/109. 1….
Belanghebbendheid bij een ontheffing voor een windpark
Erwin Noordover en Neeltje Walgemoed schreven een noot onder ABRvS 24 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:168, BR…
Schadevergoeding. Gevraagde schadevergoeding doorslaggevend voor bevoegdheid bestuursrechter. Rechtsmachtverdeling.
D. Sietses, K.J. de Graaf & A.T. Marseille schreven een noot bij ABRvS 2 augustus…
Artikel 8:22 Awb: schakel tussen de curator en de bestuursrechtelijke beroepsprocedure
Erwin Noordover en Tom Barkhuysen schreven ‘Artikel 8:22 Awb: schakel tussen de curator en de…
Opschorting beslistermijn aanvraag om bestemmingsplan-vaststelling
Annotatie ABRvS 30 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3189, AB 2017/28
De reikwijdte en rechtsgrondslag van nadeelcompensatie in het omgevingsrecht.
Derek Sietses schreef in TBR 2016/34, afl. 3 het verslag van de jaarvergadering van Vereniging…
Inspanningsverplichting in projectontwikkelingsovereenkomst: gemeenten zijn aansprakelijk te houden voor een tekortschieten in hun inspanningen
Erwin Noordover en Laurens Westendorp schreven ‘Inspanningsverplichting in projectontwikkelingsovereenkomst: gemeenten zijn aansprakelijk te houden voor…
Relativiteitsvereiste in de weg aan vernietiging omgevingsvergunning beperkte milieutoets
Annotatie Soppe Rb Oost-Brabant 2 juli 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:3318, M en R 2015/121
Baat het niet, dan schaadt het (mogelijk) wel
Erwin Noordover schreef ‘Baat het niet, dan schaadt het (mogelijk) wel’, Bb 23 juni 2015/nr….
Rechtsvergleichende Studie zu Instrumenten eines nachhaltigen Landmanagements Comparative Law Analysis on Instruments for Sustainable Land Management
H.F.M.W. van Rijswick, J. Kevelam, D. Korsse, S. van ’t Foort, W. Köck, J. Bovet, S. Möckel, K. Rath & M. Reese, M., Rechtsvergleichende Studie zu Instrumenten eines nachhaltigen Landmanagements Comparative Law Analysis on Instruments for Sustainable Land Management (CLAIM), Müncheberg: Leibniz-Zentrum für Agrarlandschaftsforschung (ZALF) e.V. 2015 (357 pp.).
De programmatische aanpak stikstof: komt de PAS van pas?
D. Sietses & A. Drahmann schreven een artikel in BR 2015/48, afl. 6 over de…
De reikwijdte van de bestuursrechtelijke schadeverzoekschriftprocedure
K.J. de Graaf, A.T. Marseille & D. Sietses schreven een artikel in O&A 2015/3, afl….
De curator als overtreder
Erwin Noordover schreef ‘De curator als overtreder’ in Tijdschrift voor Insolventierecht, 2015/12. Een failliet bedrijf…
Commentaar op Afdeling 7.2 Awb
In de Module bestuursrecht van Kluwer staat artikelgewijs commentaar op de Algemene wet bestuursrecht (Awb)….
De reikwijdte van art. 8:69, tweede lid, van de Awb in het omgevingsrecht
Naar een ruimhartige en meer consistente toepassing van de verplichting tot ambtshalve aanvulling van rechtsgronden door de Afdeling bestuursrechtspraak in het omgevingsrecht?’
Commentaar op artikel 7:2 Awb
In de Module bestuursrecht van Kluwer staat artikelgewijs commentaar op de Algemene wet bestuursrecht (Awb)….
Commentaar op artikel 7:1a Awb
In de Module bestuursrecht van Kluwer staat artikelgewijs commentaar op de Algemene wet bestuursrecht (Awb)….
Kwaliteit van de deskundigenrapporten bij ontheffing Ffw
Fleur Onrust schreef samen met A. Drahmann in Bouwrecht over de kwaliteit van deskundigenrapporten die…
Titel 8.4 Awb: verdwenen, gebleven en nieuwe problemen
Deze bijdrage van K.J. de Graaf, A.T. Marseille & D. Sietses maakt deel uit van…
De positie van deskundigen bij beslissingen over kunstsubsidies
Fleur Onrust schreef “De positie van deskundigen bij beslissingen over kunstsubsidies”, in “Gepaste afstand, de…
Besluit kostenverhaal bestuursdwang gericht aan curator
Fleur Onrust schreef in JM 2014/111 over een besluit kostenverhaal bestuursdwang gericht aan de curator. In de…
Nieuw habitat geen mitigerende maar compenserende maatregel
Annotatie Soppe HvJ EU 15 mei 2014, ECLI:EU:C:2014:330, TBR 2014/154
Spoedeisende bestuursdwang, handhaving, bluswater, kostenverhaal, overtreder
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann, noot onder ABRvS 22 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:90,  JM 2014/34….
Omgevingswet en belanghebbendheid
Fleur Onrust schreef de Doorgeefcolumn “Omgevingswet en belanghebbendheid; alles bij het oude?” De column is te…
Kostenverhaal bestuursdwang en verontreinigd bluswater
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann en P. Jong een noot onder Rb Noord-Nederland 9…
De finaliseringsslag in het bestuursrecht
B. Marseille & D. Sietses schreven een artikel in NJB 2013/497, afl. 10. Aandacht voor…
Kostenverhaal bestuursdwang en verontreinigd bluswater
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann en P. Jong een noot onder Rb Noord-Nederland 9…
Een duiding van complexe besluitvorming en een voorstel voor de beoordeling van complicerende factoren
Erwin Noordover schreef ‘Een duiding van complexe besluitvorming en een voorstel voor de beoordeling van…
Verhaal van kosten bij (chemische) branden, deel 2
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann het artikel “Verhaal van kosten bij (chemische) branden, deel…
Handhaving – spoedeisende bestuursdwang
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann een noot onder ABRvS 31 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2013:BY1700, inz. Handhaving, spoedeisende…
Hoge Raad over Kostenverhaal Chemie-Pack
Fleur Onrust met C.N.J. Kortmann, noot onder HR 12 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7505, inz. Kostenverhaal Chemie-Pack, AB 2013/368….
Verhaal van kosten bij (chemische) branden, deel 1
Fleur Onrust schreef samen met C.N.J. Kortmann het artikel “Verhaal van kosten bij (chemische) branden, deel…
Bestuursrechtelijk kostenverhaal bestuursdwang bij Chemie-Pack
Fleur Onrust schreef met C.N.J. Kortmann een noot onder Rb. Breda 21 juni 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BW8992,inz. Spoedeisende bestuursdwang…
Plan met wettelijk of bestuursrechtelijk geregelde procedure is plan of programma smb-richtlijn
Annotatie Soppe HvJ EU 22 maart 2012, ECLI:EU:C:2012:159, TBR 2012/151
Europeesrechtelijke noodzaak voor onafhankelijke instantie raadpleging milieueffectrapport
Annotatie Backes en Soppe HvJ EU 20 oktober 2011, ECLI:EU:C:2011:681, AB 2012/1
Artikel 7:11 Awb
Fleur Onrust schreef met L.M. Koenraad het artikelgewijze commentaar op artikel 7:11 Awb in Module bestuursrecht…
Kostenverhaal brand Chemie-Pack Moerdijk
Fleur Onrust schreef een noot met C.N.J. Kortmann bij de uitspraak van de Rb 21 april…
De verhouding tussen BW en Awb in het kader van een subsidievaststelling
Fleur Onrust schreef een noot onder ABRvS 19 januari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP1307 inz. De verhouding tussen BW en…
Subsidievaststelling en de verhouding tussen BW en Awb
Fleur Onrust schreef een noot onder ABRvS 8 september 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN6170, inz. Subsidievaststelling en de verhouding tussen…
Verrekening teveel betaalde subsidie
Fleur Onrust schreef een noot onder ABRvS 25 augustus 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN4946, inz. Verrekening teveel betaalde subsidie…
Subsidievaststelling
Fleur Onrust schreef een noot onder ABRvS 10 maart 2010, ECLI:NLRVS:2010:BL7011, inz. Subsidievaststelling, AB 2011/92. De…
Het belanghebbendebegrip in de Wabo
Fleur Onrust schreef het artikel “Het belanghebbendebegrip in de Wabo”, BR 2008, p. 401. Na het verschenen…
Mediation in het bestuursrecht
Marieke Kaajan schreef het artikel “Mediation in het bestuursrecht. Mogelijkheden voor een wettelijke regeling” , AAe…